Posts tonen met het label lesgeven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lesgeven. Alle posts tonen

donderdag 24 januari 2019

Rerun: Blij ei


Iedereen die denkt dat ik altijd een blij ei ben: dat klopt. Meestal. Dat blijkt maar weer uit dit stuk uit 2017 dat vandaag in de herhaling gaat.

Een deel van de antroposofische onderwijsvisie houdt in de docent enorm belangrijk is. Hij of zij dient positief en enthousiast te zijn, voor het vak en ten opzichte van de leerlingen. Bovendien wordt er verwacht dat je kunstzinnig en creatief lesgeeft.

Mij kost dit over het algemeen weinig moeite. Ik vind het namelijk echt leuk om les te geven en ben oprecht enthousiast over wat ik doe. Heerlijk, dat reciteren, luisteren naar mooie liedjes, in gesprek gaan met de klas, verhalen vertellen. Ik ben kunstzinnig en creatief, de lessen die ik ontwikkel zijn dat ook zoveel mogelijk en als je het leuk vind wat je doet is het niet moeilijk om enthousiast te zijn.

Bron: Pixabay.com
Fijne combi
Ik vind Engels een prachtige taal en geschiedenis (laten mijn lerarenopleiders het niet horen) zo mogelijk een nog mooier vak. Daarnaast vind ik het erg leuk om verhalen te vertellen. Ik ben op mijn blijst als ik een periode Renaissance kan geven en naast een stuk kunstgeschiedenis ook kan vertellen over de Engelse renaissance; Henry VIII en al zijn vrouwen, Elizabeth I, Shakespeare, sir Francis Drake. Of over de Industriële Revolutie; enclosure, opkomst van de industrie, uitvindingen, sociale kwestie met een staartje Victoriaanse tijd en Dickens. En geschiedenis en Engels en mooie verhalen om te vertellen, mijn persoonlijke lesgeefhemel!

Te vrolijk
Voordat dit een al te vrolijk stukje wordt; ik ben natuurlijk slechts een mens. Een mens bovendien met Pms, kinderen die de neiging hebben om zo af en toe ziek te zijn, slechte nachten en andere zaken die mij uit mijn blij-ei-modus halen. Als er dingen aan de hand zijn die groter zijn dan een alledaagse irritatie of slecht humeur, er echt iets aan de hand is, dan speel ik meestal open kaart met mijn klassen. Als er iemand in je omgeving erg ziek is of zelfs komt te overlijden dan kun je er even niet optimaal zijn en leerlingen mogen dit best weten.

Ziek
Ook heb ik regelmatig te maken met ziekte; mijn zwakke plek is voorhoofdholte-ontsteking en dat duurt zo vier weken. Als het te erg wordt, blijf ik uiteraard thuis, maar dat kan niet altijd. In die gevallen dat ik op school ben maar het eigenlijk net wel/ net niet kan, leg ik het ook uit aan mijn klassen. 'Ik ben er wel, maar voel me behoorlijk naar, wazig en duizelig. Het zou heel fijn zijn als jullie vandaag even extra lief voor me zijn.' Het fijne is: negen van de tien klassen zijn dat dan ook. Net mensen, die pubers.

Heppie de peppie

Als het iets minder groots is, maar ik me om de een of andere reden (hormonen hebben hier vaak mee te maken) niet echt heppie de peppie voel dan bluf ik me er meestal doorheen. Ik doe dan net of ik wel vrolijk ben. En het rare is: dat werkt dus echt. Niet bij echt groot verdriet en narigheid, maar bij huis-tuin-en keuken chagrijn wel. Hoe je dat doet? Jezelf vrolijk bluffen? Ik zet een grote glimlach op. Dat kan gekunsteld of krampachtig aanvoelen, maar ik doe het wel. Met die grote glimlach richt ik me bij de deur op de leerlingen die binnenkomen, schud hen de hand en laat hen weten dat ze welkom zijn. Ik doe mijn best hen vrolijk de klas binnen te laten, deel even een extra complimentje uit en maak bewust, met aandacht contact met de kinderen die binnen komen.

Wat er dan -vaak- gebeurt is bijzonder. Althans, dat vind ik. Leerlingen vinden het altijd fijn om positief benaderd te worden en reageren leuk. Er ontstaat een goede energie en met die energie start ik de les. Vaak treedt dan (bij ziekte of hoofdpijn) adrenaline in werking en negen van de tien keer eindig ik met meer energie de les dan ik eigenlijk in het begin voelde. En wat nog fijner is: de vrolijkheid waarmee ik dan weer afscheid van de klas neem is niet geveinsd.


Zo gebeurt het regelmatig dat ik met een grote glimlach de school uitstap, terwijl ik een paar uur daarvoor nog met een chagrijnige kop binnen stapte. Lukt niet altijd, maar die keren dat het wel zo gaat is winst. Voor alle partijen.

En toch he? Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Aanstaande maandag doe ik iets dat ik niet vaak doe. Ik focus dan voor een keertje op de zaken van mijn beroep waar ik niet vrolijk van wordt. Mag ook weleens. Altijd maar die pipo-positivo uithangen, dat houdt niemand uit… ;-) 





donderdag 10 januari 2019

Rerun: En nu allemaal de koppen dicht, ja!!!!



In de throw back Thursday weer een stuk dat eerder op dit blog verscheen, maar waar ik nog eens de aandacht op wil vestigen. Over kortsluiting in de hersenen en stilte in een klas.

Mijn man en kinderen weten er alles van: ik kan echt maar een ding tegelijk. Dus als ik mailtjes beantwoord, een blogje schrijf of proefwerken nakijk en iemand wil mij een mop uit een moppenboekje vertellen, vragen of ze morgen met Nolan mogen spelen of willen weten wat er die avond gekookt moet worden, dan hoor ik dat niet. Als het nogmaals wordt gezegd of gevraagd ervaar ik dat als ruis op de achtergrond die in razendsnel tempo oorverdovend wordt en baf! Kortsluiting in mijn hersenen. Teveel informatie om te verwerken, teveel tegelijk en het resultaat is meestal een nogal geblaft, niet bijster vriendelijk antwoord van mijn kant, iets waar ik zelden zelf blij mee of trots op ben, maar het gebeurt. Sorry, ik bedoelde het niet zo...

In de les heb ik hier minder last van, van dat korte lontje. Dat bewaar ik meestal voor thuis (nogmaals mea culpa, lieverds), maar ook op school zijn er momenten waarop ik het heb gehad.

Voor iedereen die inmiddels bij mij het beeld heeft gekregen van een blij ei in hippiejurk en heksenhaar, nou ja, dat klopt wel. Maar niet altijd. Een van de dingen waar ik slecht tegen kan is als mensen door me heen praten. Nou, dan moet je docent worden. Kun je je lol op.

Geklets
Natuurlijk weet ik dat het erbij hoort. Ik sta inmiddels een paar jaar voor de klas, heb een dikkere huid gekregen en een arsenaal aan oplossingen. Gewoon stil zijn en voor de klas gaan staan bijvoorbeeld. Wachten. Kan lang duren, heel lang, maar uiteindelijk wordt het stil. Even opvallend gaan staren naar de grootste kletskousen helpt, een ontevreden blik op mijn gezicht ook. Als ik meer druk wil zetten, steek ik mijn vinger dreigend in de lucht; het teken om aandacht te hebben en stil te zijn. Werkt minder goed dan gefronste wenkbrauwen, is wel vriendelijker. Op deze manier wachten werkt, kost weinig inspanning, maar neemt veel tijd in beslag.

Silence please
Er zijn veel wisselingen in een les, zelfs in eentje van een magere 45 minuten. Van introductie programma naar boeken open slaan, van samen lezen naar zelfstandig oefening doen, van luisteren naar een verhaal naar gedicht reciteren. Als je bij elke wisseling opnieuw geklets hoort kan dat wachten op stilte heel vervelend worden.
Soms heb ik er ook gewoon geen geduld voor. Dan ga ik aftellen.  In het Engels, van tien naar een. Na 1 (Silence please!) weet iedereen inmiddels dat het stil moet zijn. Mensen die lollig heel hard denken mee te moeten tellen worden afgestraft. Dit aftellen werkt snel en goed, maar nog kan het rommelig worden. Tien keer in de les aftellen doet het effect weer teniet dus dat doe ik niet.

Geduld
Voor de klas heb ik een stuk meer geduld dan thuis, en er komt een moment dat ik het zat ben. Dan ga ook ik Ssst-sissen. En wee de leerling die leuk mee doet! In het verleden heb ik wel met de deur geslagen, dat doe ik (na klachten van  volledig lamgeschrokken leerlingen) niet meer. Geen shocktherapie, vind ik zielig. Van de week was ik bezig met een luisteropdracht waar tig keer doorheen werd gesproken en ik had het echt gehad. Toen hoorde ik mezelf onvriendelijk blaffen: ‘En nu is het echt stil!’

Bron: Pixabay.com

Volgens mij schrokken de leerlingen meer van mijn gezichtsuitdrukking van de uitroep zelf. Ik zag één leerling een beetje wit wegtrekken. Maar dat is dan ook een lieverd. Eigenlijk had ik toen al direct weer medelijden met ze. Maar soms moet het gewoon echt even stil zijn. Dan maar zo.

Aanstaande maandag schrijf ik een nieuw stuk, met meer over mijn aanvankelijke worstelingen met het scheppen van rust in de drukte, en hoe het mij lukte om hier beter in te worden. 




donderdag 13 december 2018

Rerun: Liefdevol lesgeven


Nu ik op dit blog los ben gegaan met Kerst is het in de donderdagherhaling ook tijd geworden voor een kerstmissig stuk. Liefde, vrede en welbehagen, je kent het riedeltje wel.

Ze zeggen weleens dat als je aardig wilt worden gevonden, je niet het onderwijs in moet gaan. Nu zit hier best een kern van waarheid in, hoor, maar voor mij klopt het niet helemaal. Kijk, als er kwesties zijn waar ik over ga, dan beslis ik. Ik heb de leiding in de klas, ik bepaal hoe dingen gaan. Ik hou van overleg maar uiteindelijk ben ik de baas. Ik ben niet bang om soms te besluiten tot zaken waar niet iedereen van mijn leerlingen het mee eens is. Soms zelfs geeneen. Maar ik vind een goede sfeer in de klas heel erg belangrijk. Soms misschien wel belangrijker dan orde houden. Hoorde je dit nu goed? Ja.

Goede sfeer
Natuurlijk is orde in de klas een belangrijke voorwaarde om tot leren te komen. Ik creëer dit soort momenten zorgvuldig, in bijna elke les is er wel een moment waarin elke leerling in doodse stilte aan het werk is. Heerlijk, de rust die dan in de klas neerdaalt! Maar dit is niet altijd zo. Sterker nog, vaak is het bij mij in de klas een beetje rommelig, een gezellige bende zou je het kunnen noemen. Ik bepaal wanneer deze momenten zijn en ik bepaal ook wanneer het stopt, maar voor de rest laat ik het zo, omdat ik merk dat als leerlingen zich goed voelen, ze ook eerder iets leren. Ik ben wat dat betreft geen strenge juf.

Aardig
Dit zorgt ervoor dat veel van mijn leerlingen mij aardig vinden. Plezierig vanwege bovenstaande reden, maar geen hoofddoel. Omgekeerd vind ik eigenlijk (bijna) al mijn leerlingen aardig. Iedereen? Ja, hoe raar het ook klinkt. Ik werk niet voor niets in het onderwijs. Ik ben sowieso geïnteresseerd in mensen, wat hun leeftijd ook is, maar jonge mensen tussen de twaalf en achttien hebben iets bijzonders. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, talenten, gaven, en aan elke leerling kan ik wel iets moois, iets eigens ontdekken. 

Bron: Pixabay.com



Lukt het me niet om dat te vinden, is het vooral een motivatie om door te blijven zoeken. Is het nu een en al hosanna en hippie onderwijs bij mij in de klas? Neen. Ik ben zelf immers slechts een mensch, eentje met pms bovendien en heel soms komt het voor dat het niet klikt met een leerling. Meestal zet ik dan door en besteed dan extra aandacht aan diegene. Ik ben gelukkig wel dusdanig professioneel dat de desbetreffende puber er zelf niets van merkt. Negen van de tien keer zorgt de extra aandacht er trouwens voor dat er vanzelf een soort verbinding ontstaat. Die tiende keer blijft de leerling een mysterie voor mij en blijft het niet klikken. Maar waar ik inmiddels honderden leerlingen, wellicht misschien wel tegen de duizend, heb les gegeven is het aantal leerlingen met wie ik echt niets had op 1 hand te tellen. Best een goed gemiddelde vind ik. Uiteindelijk komt het erop neer dat ik probeer om liefdevol les te geven. Grote woorden en ook behoorlijk hippie de pippie, maar het zou wat. Ik hou van (bijna) al mijn leerlingen. En voor die ene schreef ik onlangs een klein versje.

Voor die ene dromende leerling.

Bron: Pixabay.com


Op een dag, zo dacht zij,
terwijl ze dapper doorzette zoals ze dat al zo dikwijls had gedaan,
op een dag dan zal ik zingend stralend naast de sterren staan.

Ze zette dus door

ze ploeterde en probeerde
ze zag haar kansen schoon
ze wikte en ze woog
ze droomde en ze droomde

en op een dag


           deed ze het gewoon.



(en aankomende maandag volgt de kerstquiz deel twee! Doe jij al mee?)

maandag 26 november 2018

Seksuele voorlichting


Ik had, tot ik in de dertig was, want ze werd ruim over de honderd, een overgrootmoeder. Deze beppe, geboren in 1908, had op vrij jonge leeftijd haar moeder verloren en bleef toen achter met een vader en een oudere broer die (zoals dat in de familie genoemd werd) 'niet helemaal honderd procent was'. Toen ze begin twintig werd moest ze trouwen omdat er een kind onderweg bleek te zijn. Zonder moeder en in een tijd van totaal andere moraal en gebruiken had zij nul komma nul aan seksuele voorlichting gehad en naarmate de zwangerschap vorderde werd zij ongeruster. Want ze wist dat ze in verwachting was, en dat het resultaat daarvan een baby zou worden, maar hoe dat kindje er uit moest? Ze had echt geen idee. Tot er - volgens mij- een buurvrouw was, die heel kort voor de bevalling plaatsvond aan mijn toch wel wat benauwde overgrootmoeder vertelde: 'Sa't it der yn gean is, sa giet it er ek wer ût…' (Zoals het er in gegaan is, zo gaat het er ook weer uit.) Toen pas wist mijn beppe (in elk geval een beetje) wat haar te wachten stond.

Tegenwoordig is dit wel anders. Al op de basisschool wordt er een begin gemaakt met seksuele voorlichting. Voor mijn gevoel een beetje vroeg en iets wat ik met mijn kinderen liever zelf eerst bespreek, maar wellicht juist goed om te doen voor het hele hormonencircus in alle hevigheid al is losgebarsten. Op de middelbare is de biologieles het aangewezen moment om het er nog eens over te hebben. Vrij specifieke tekeningen in het boek zijn al schaamroodopwekkend, maar het onvermijdelijke oefenen met condooms op een banaan of bezemsteel of ander uitsteeksel is natuurlijk helemaal hilarisch. Bij ons op school is er zelfs een neppiemel aanwezig, om een en ander goed te kunnen uitproberen. Stoer!

Ik kan me van mijn eigen middelbareschooltijd herinneren dat ik het behoorlijk confronterend vond om zo'n stinkend stukje plastic, en pleine publiek, over een banaan te moeten schuiven. Bah! Op mijn oude school vonden deze lessen trouwens niet plaats bij biologie, maar was het een aparte lessenserie binnen de mentorles. We hadden er van tevoren een briefje over gekregen waarbij onze ouders via een antwoordstrookje mochten aangeven hier tegen bezwaar te hebben. Bij ons in de klas was er een jongen wiens ouders dit hadden, en hij moest dan ook bij deze lessen het lokaal verlaten en in z'n eentje in de kantine gaan zitten. Hij was al niet heel populair, maar na deze lessen was zijn reputatie van lulletje rozenwater definitief gevestigd. Sneu vond ik toen, al is hij naar mijn weten er nooit in z'n gezicht mee gepest. Ik vraag me nu af of zijn ouders beseften in wat voor uitzonderingspositie ze hem plaatsten door bewaar te maken tegen een paar lesjes seksuele voorlichting.



Al weten kinderen tegenwoordig veel eerder hoe een en ander in zijn werk gaat, het blijft natuurlijk een spannend en ook gevoelig onderwerp. Ik probeer in mijn lessen altijd respect te tonen en vraag dit ook van de mensen in mijn klas. 'Homo' is geen scheldwoord, het is iets dat je bent. 'Neuken' is iets waar je zorgvuldig mee omgaat en niet zo bespreekt in de klas. Zeker niet in een Engelse les, en zeker niet in die woorden, op iets te luide toon. Stiekem vind ik het best aandoenlijk, zeker als je weet dat de stoerste jongens, met de grootste monden en grofste bewoordingen, eigenlijk net zo onzeker zijn over dat gegoochel met lichaamsdelen als elke andere tiener. Volwassen worden wordt je niet zomaar, en hoe hilarisch het ook is, denk ik dat het gepiel met die condooms, en vooral het bespreken van hoe je met seks om kunt gaan als het ooit eens zo ver is, kan helpen om een beetje sturing kan geven in de verwarring die de puberteit met zich mee brengt. 

Al blijf ik raar op kijken als ik in het biologiekabinet op zoek ben naar een pen om even snel iets op te schrijven en dan ineens een flinke plastic piemel tegenkom. 

donderdag 1 november 2018

Rerun: Niet het hoofd alleen II


Vandaag gaat het tweede deel van mijn driedelige betoog tegen een veel te beperkte visie op kinderen en onderwijs in de herhaling. Eerder kon je dit lezen in augustus en september 2017, maar ik wilde er graag nog eens de aandacht op vestigen. Vorige keer vertelde ik over hoe kinderen benaderd worden in het onderwijs. Over hoe vooral het hoofd aangesproken wordt. Deze keer ga ik hier verder op in.


Dit hele principe vind ik dus zum kotzen. Ik besta uit meer dan mijn hoofd, jij hoogstwaarschijnlijk ook, en kinderen zeker. Kinderen leren op zoveel manieren. Door te spelen, te tekenen, te dansen, te bewegen. Maar er wordt hen zoveel ontnomen door alles wat tegenwoordig moet. Verplicht een x aantal woorden kennen in groep twee. In groep 3 huiswerk mee voor aardrijkskunde. Citotoetsen met al in groep 5 waar al een eerste advies voor het voortgezet onderwijs uit voortvloeit. Wat een enorme onzin! En wat een bak met ellende.

De wortel van alle kwaad
Natuurlijk doen scholen hun uiterste best en ik spreek vaak basisschoolleraren die balen van wat er moet gebeuren. De meeste scholen gaan zo flexibel mogelijk om met alles wat het Ministerie hen oplegt, maar kom op! Er is toch iets mis, als je je als school in bochten moet gaan wringen om een kind een jaar langer in groep twee te laten. Iedereen moet doorstromen, iedereen moet door. Zo snel mogelijk op een liefst zo hoog mogelijk niveau door het onderwijs heen. Een jaar langer op school kost geld en kenniseconomie of niet, er moet wel zo min mogelijk doekoe aan worden uitgegeven. Uiteindelijk draait het gewoon ook om de centjes.

Geen enkele zin
Wat ik zo naar vind is die gedachte die erachter zit. Om terug te komen op het voorbeeld van kinderen langer laten kleuteren, laatst was hierover groot nieuws. Nu kijk ik dat niet, maar zoals dat gaat bereikte het mij via via toch. Wat was dat nieuws? Nou, er was dus uit onderzoek gebleken dat een extra jaar in groep 2, voor kinderen die nog niet toe zijn aan groep 3 niets oplevert. Geen enkele zin, niet meer doen. Goed nieuws voor staatssecretaris Dekker van onderwijs, die in september 2016 nog vertelde dat hij zich zorgen maakt omdat veel te veel kinderen een jaar extra in groep 2 blijven. Hij wees naar dat onderzoek waaruit blijkt dat kinderen niet profiteren van dat derde kleuterjaar en verwacht dat scholen hun maatregelen zullen nemen.

Maar als je dan kijkt waarom kinderen volgens de onderzoekers niet profiteren van een jaar langer kleuteren dan blijkt dat kinderen die dat hebben gedaan in groep acht even hoog op de citotoets scoren dan kinderen die zonder extra jaar door zijn gestroomd. Cognitief gezien levert het niets op. En dat is de crux. Dat is waar ik tegenaan loop, dat is waar ik zo enorm spinnijdig van kan worden. Die volslagen beperkte redenatie. Cognitief gezien levert het niets op, dus levert het niets op. Iets heeft alleen maar nut als je er cognitief gezien slimmer van wordt. Iets is alleen maar goed en nuttig als het hogere citoscores oplevert. Al het andere is niet slechts van ondergeschikt belang, het is van nul en generlei belang. Telt niet mee, doet er niet toe.

Bron: Pixabay.com


Argumenten dat sommige kinderen het sociaal-emotioneel nodig heeft om nog wat langer te spelen? Irrelevant. Cito score is hetzelfde in groep 8. De redenatie dat kinderen die naar groep 3 moeten voordat ze er qua ontwikkeling aan toe zijn, onzeker kunnen worden en makkelijk faalangstig worden, en dat hun hele leven met zich mee dragen? Niet van belang, want cognitief schiet je er niets mee op.



En omdat ik na dit stuk pas goed op gang kwam plakte ik er nog een deel aan vast. Deze kun je in de rerun van donderdag 15 november vinden. 

maandag 24 september 2018

Het ritme van de natuur


Ik heb op dit blog wel eens eerder geschreven over het volgen  van de natuur in mijn lessen. Dit is een essentieel onderdeel van antroposofisch onderwijs. En het gaat ook verder dan alleen het verwerken van (jaar)feesten in de onderwerpen die aan bod komen. Ik probeer letterlijk het ritme van de natuur te volgen. Niet altijd en niet helemaal, maar wel in essentie en grote lijnen. Klinkt dit wat te vaag en hocus-pocus? Valt echt wel mee.

Het ritme van de natuur, daarmee bedoel ik in dit geval het natuurlijke ritme van de seizoenen. En al lijken deze tegenwoordig zo vaak in de war (hebben we ineens lente in de winter, of herfst in de lente, herfst in de zomer of herfst in de winter), ik hou maar gewoon het 'traditionele' model van drie maanden winter, drie maanden lente, drie zomer en dito herfst aan. 

Het schooljaar begint aan het staartje van de zomer, met daarop aansluitend direct de herfst. De zomer is een seizoen met een naar buiten gaande beweging. Te antroposofische term? Naar buiten gaand wil gewoon zeggen dat alles bloeit; dat wat in de zaden zat is vrucht of bloem geworden. Die beweging kun je doortrekken naar de activiteiten die je in de klas doet. In het begin van het schooljaar laat je de kinderen ook een beetje naar buiten bewegen, door te vertellen over zichzelf (of hun vakantie). Iedereen moet elkaar (eventueel opnieuw) leren kennen en dus zijn er introductiespelletjes en opdrachten waarbij ze dat wat van binnen leeft (hun voorkeur, hobby's, ervaringen) naar buiten brengen. Dit duurt (net als dat staartje van de zomer) maar vrij kort omdat er al snel een nieuwe status quo ontstaat.

Bron: Pixabay


In de herfst begint de beweging om te draaien. Dat wat buiten bloeide valt af en de natuur maakt zich langzaam klaar om te overwinteren. Dit is een tijd om de oogst binnen te brengen, te kijken wat er het afgelopen jaar is ontstaan en voor te bereiden op de winterse stilheid en naar binnen gekeerdheid. Ook in de klas. De oogst binnen brengen betekent in dit geval dat je begint met inventariseren wat leerlingen geleerd hebben. Als het zevende (is eerste) klassers zijn dan is dat, dat wat ze op de basisschool geleerd hebben. Bij achtste of oudere jaars grijp je terug op wat ze het jaar daarvoor hebben gedaan en herhaal je dit nog eens kort. De opdrachten zijn in de zevende en achtste klas vooral gericht op luisteren en lezen. Iets dat van buiten komt en naar binnen gaat. Dit vormt een basis voor later, wanneer de leerlingen (meer) dingen vanuit zichzelf gaan doen.

Bron: Pixabay


Dit naar binnen gericht zijn wordt aan het einde van de herfst, begin van de winter nog sterker; we kijken hierbij filmpjes, luisteren naar verhalen en lezen dingen die de leerlingen doen nadenken. Het tempo wordt langzaamaan ook wat trager, om in de drie weken voor kerst (adventtijd duurt eigenlijk vier weken, maar de laatste week hiervan valt in de kerstvakantie en doen we dus als school niets) heel rustig en bedaard te worden. Net als de natuur om ons heen; het wordt kouder, de zaden verschuilen zich diep in de grond, we gaan een stil en ogenschijnlijk doods seizoen in. Maar net zoals de bomen en planten al het nieuwe leven voor het volgende seizoen bevatten is dat met de leerlingen ook zo. Alle luister-en leesoefeningen zijn zaadjes die er straks voor gaan zorgen dat ze zelf iets kunnen gaan doen met de taal. Datgene waar ik ze over na laat denken bij de opdrachten zijn kiemen waar ze straks weer verder op gaan bouwen.

Bron: Pixabay


Na de kerstvakantie is het nog steeds winter en gaan we een paar weken op dezelfde voet gewoon door, maar het tempo wordt wel iets opgevoerd. Zo rond februari, als het duidelijk wordt dat we een tijd met meer licht in gaan, begin ik ook met opdrachten waarbij leerlingen meer zelf gaan doen; kleine gedichtjes schrijven over de liefde bijvoorbeeld. Gedichten over de lente reciteren. De natuur ontwaakt langzaam en verandert qua beweging van naar binnen gerichte slaapstand naar meer naar buiten gerichtheid, en zo doen wij dat ook. Eerst voorzichtig, met die gedichtjes, maar zodra het voorjaarsconcert is geweest (onze school geeft in het voorjaar altijd een prachtig, professioneel concert, waar alle leerlingen en medewerkers aan mee doen) gaan we ook bij Engels goed los.

Bron: Pixabay


De onderwerpen van de verhalen die ik vertel zijn meer naar buiten gericht en de leerlingen gaan steeds meer zelf schrijven en spreken. In de muzieklessenserie van de achtste klas laat elke leerling bijvoorbeeld een stukje favoriete muziek horen en vertelt hierover. In de zevende klas doen we 'show and tell'; iets meenemen van huis dat belangrijk voor je is en hier iets over vertellen (kort en eenvoudig, niet te ingewikkeld maken).

Tegen de tijd dat de lente al steeds meer in de zomer verandert is de beweging helemaal van binnen naar buiten geworden; alles groeit en bloeit buiten en dat mogen mijn leerlingen ook. Dit zet ik om in projectlessen waarbij de leerlingen (nog geleid in de zevende klas en binnen een paar kaders geheel vrij in de achtste klas) zelf iets mogen bedenken en dit uitvoeren, zolang het in de Engelse taal is. Een filmpje, een strip, een kleine dichtbundel, een scenario, een verhaal, een toneelstuk, een TV programma, een vlog, noem maar op. Ze mogen dat wat bij hen van binnen leeft aan ideeën en fantasie naar buiten brengen in de vorm van een product zoals ik hier boven noem. Een heerlijke tijd waar ik altijd enorm van geniet. De vrijheid om te kunnen maken wat ze willen, met als basis dat wat ze vanaf de herfst hebben geleerd aan woorden en grammaticale structuren, maakt dat veel leerlingen de prachtigste dingen maken. De lessen waarbij ik langs loop, af en toe tips geef of de juiste kant op stuur, terwijl zij met plezier bezig zijn, zijn misschien wel de leukste lessen om te geven.

Bron: Pixabay


Zo is het dan volop zomer geworden en is de beweging naar buiten toe zo sterk dat het letterlijk is geworden: uit die school! Vakantie! Zes heerlijke weken genieten van  zomer en buiten zijn. 

Totdat, aan het staartje van die zomer, het hele ritme weer opnieuw begint met een heerlijk fris nieuw schooljaar. 

Dus saai? Zo elk jaar hetzelfde ritme? Absoluut niet, want je beweegt het hele jaar, en elk moment heeft zijn eigen schoonheid, en zijn eigen kracht. Net als mijn lessen. 

maandag 17 september 2018

Juflezen: Petjes en prinsesjes

Behalve heel veel ontspannen, kringlopen, andere uitjes en in mijn hoofd voorbereiden op een nieuw schooljaar (Een jaar waarin ik hopelijk steeds beter onder de knie te krijgen hoe je kunt lesgeven zónder opgeslokt te worden door je werk!) las ik deze vakantie ook heel veel.


Bron: Pixabay.com


Ik schreef op Ogma.nu (Dat heel leuke boekenblog, weet je wel?) een stukje over wat ik allemaal las, maar speciaal voor dit juffenblog een kleine aanvulling. 


Ik las namelijk ook een heel leuk boekje met de columns van een medejuf: Petjes en Prinsesjes. Zij geeft weliswaar les op de basisschool, maar onderwijs blijft onderwijs en ik vond het leuk om te lezen wat zij allemaal schrijft. 


Inge Braam, die voor het Onderwijsblad, al jaren columns schrijft onder het pseudoniem Lachesis, schrijft over haar leerlingen, haar stagiairs, haar collega's, ouders van leerlingen en over haar studenten (ze geeft ook les op een Pabo). Wat opvalt is hoe ze deze personen trefzeker, soms pijnlijk eerlijk, maar ook kwetsbaar en met humor neerzet. Soms zie je haar zelf ook terug, zeker in het contact met de ander, waardoor je er en passent ook achter komt hoe zij over bepaalde zaken denkt. Maar vaak ook niet, het gaat meer over de ander dan over haar als juf. 


Bron: Bol.com. Boek: Petjes en Prinsesjes. Auteur: I. Braam
Uitgever: Spectrum 
  • Nederlands 
  • 1e druk 
  • 9789027419408 
  • juli 2005 
  • Paperback 
  • 160 pagina's

  • Ik word daar soms een beetje onzeker van. In alle eerlijkheid is dit blog, onder het mom van onderwijsblog, natuurlijk weinig meer dan een veredeld dagboek. Het zijn verhaaltjes over juf Jolanda, die soms dingen meemaakt, vaak haar mening geeft, en af en toe iets over anderen vertelt. Tegelijkertijd is dat dan maar zo. Dit is zoals ik schrijf, en gelukkig zijn er nog mensen die dat leuk vinden om te lezen. Inge Braam heeft een totaal andere stijl die ik erg fijn vond om te lezen. Terwijl ik dit schrijf bedenk ik me ineens dat zij, juist door de situatie en de personen zo helder te beschrijven ook vertelt over zichzelf. Een goede waarnemer is ze, en iemand die zonder een woord teveel te gebruiken een beeld kan neerzetten van iets of iemand. Maar bovenal is ze iemand die, ondanks een oog voor zaken die minder plezierig zijn, houdt van haar werk en van de kinderen die ze lesgeeft, dat lees je dwars tussen de regels door.

    En dat is iets dat we gemeen hebben. 

    maandag 10 september 2018

    Juf Jolanda en de burn-out: na de vakantie

    Zo is het alweer de tweede week na de de zomervakantie. Voor mij was de zomervakantie best intensief. Herstellende van een burn-out een druk gezin met een kind dat extra aandacht nodig heeft 24 uur per dag om je heen hebben, betekent veel geluiden, veel prikkels. Tegelijkertijd voelde ik me wat werk betreft weer sterker, ik heb af en toe wat gedaan aan voorbereiden van bijles, leesboekjes bij elkaar zoeken, extra oefeningen maken etc, terwijl ik me - in ons 'huisje' in het bos- wel ontspannen voelde. 


    Bron: Pixabay.com


    Al met al had ik er behoorlijk zin in om weer aan de slag te gaan. Ook om te kijken hoe het gaat: alweer 80% werken, direct vanaf het begin. In juli voelde het nog als iets teveel, zou dat nu weer zo zijn? Na maar een week werken kan ik daar nog niets over zeggen, maar ik kan wel iets zeggen over de voorbereidingen om gezond aan het werk te gaan. Want ook dat deed ik deze zomervakantie. 


    In de maanden dat ik voornamelijk thuis was heb ik gelezen (gestudeerd eigenlijk meer) in De Weg van Zelfcompassie van David Dewulf. Ik deed deze zelfcompassietraining door de oefeningen te doen, de meditaties, aantekeningen te maken, te reflecteren op wat ik deed en dit alles vervolgens te bespreken met mijn psycholoog. Dit hielp mij heel goed bij het helpen begrijpen hoe ik een burn-out had kunnen krijgen en wat er mogelijk is om te zorgen dat ik weer gezond word (en blijf). Ik had de training medio april afgerond en het was mijn bedoeling om een plan te maken om een en ander levend te houden. Maar zoals dat gaat nam mijn reïntegratie zoveel van mijn tijd en energie in beslag dat dat er niet meer van kwam. Daar ben ik deze zomer dus mee bezig geweest. Niet een groot ambitieus plan, waarbij ik van alles 'moet', maar een vaste weekopzet, waarvan het mijn intentie is om mij er aan te houden zonder hierbij druk te voelen. Ik noem het mijn zelfzorgplan, ik moet immers leren om beter voor mezelf te zorgen. Daarnaast las ik het door velen bejubelde boek van Tony Crabbe: Nooit Meer Te Druk, maar hoewel ik daar ook een paar mooie dingen uit heb kunnen noteren was het teveel op het bedrijfsleven gericht en met name te Amerikaans geschreven voor mijn smaak (Het stimuleren van zgn. happy attacks? Neen, dank u. Ik ben Fries.)


    Voor de vakantie heb ik op mijn werk laten weten voortaan op vier dagen beschikbaar te zijn voor werk. Ik werkte altijd zes dagdelen verspreid over drie dagen; dinsdag, woensdag en donderdag. Dit grote werkcluster waren lange dagen waarbij ik eigenlijk nauwelijks tot geen rust ervoer. Vrijdag was wel mijn vrije dag maar school-, lesgeef-, en leerlingzaken speelden nog zo door mijn hoofd dat ik vaak pas zaterdagavond laat voelde dat mijn hoofd weer wat leger werd. En op maandag ging ik weer bezig met zaken voorbereiden en geef ik bovendien bijles aan huis. Effectief had ik dus alleen zondag om echt te kunnen ontspannen, maar omdat dit het enige moment was waarop ik tijd en ruimte in mijn hoofd had om iets te doen, werd dit ook een dag waarop ik van alles moest; ontspannen, knutselen, schrijven, iets met het gezin, uitgebreid ontbijten, gezond eten preppen, koken, bakken, breien, haken, alles moest in deze dag. Dus werd de enige dag waarop ik in mijn hoofd vrij was ook een dag waarin het nooit genoeg was. Weg rust, weg ontspanning, altijd stress. 


    Inmiddels heb ik geleerd dat één groot blok activiteit midden in de week voor mij zoveel prikkels oplevert dat vier dagen vrij niet genoeg is om daar helemaal van te herstellen. Werkt niet voor mij. En minder werken is financieel geen optie. Dus bedacht ik de constructie waarop ik nog steeds zes dagdelen werk, maar nu verdeeld over vier dagen. In plaats van drie lange dagen achter elkaar werk ik nu een korte middag, een lange dag, een middag en een lange dag. Da's wel meer reistijd, maar ook meer rust tussendoor. Door op maandag een middag te werken heb ik een vrije woensdagochtend gecreëerd, waardoor mijn hoofd op donderdagavond hopelijk minder vol zit. 


    In mijn zelfzorgplan heb ik de intentie genoteerd om elke avond voor ik ga slapen in bed tien dingen te bedenken waar ik dankbaar voor of trots op ben. Om dit te oefenen heb ik de laatste weken van de vakantie elke dag alles opgeschreven wat ik heb gedaan. Dit om mijn focus te verleggen van wat ik allemaal wil doen (of had willen doen) naar wat ik al bereikt heb. Van to do lijstje naar have done lijstje. 


    In mijn vaste weekopzet heb ik de zaterdag in principe gereserveerd voor schrijven. Twee uurtjes per week, meer zit er momenteel niet in, maar is beter dan niets. Schrijven maakt me erg blij, dus ik wil dit graag blijven doen. Op zondag wil ik een van de fijne meditaties uit het zelfcompassie boek doen, twintig tot dertig minuten voor mezelf, om echt even tot rust te komen. Op mijn vrije maandagochtend wil ik graag twintig minuten yoga doen, en de rest laat ik helemaal vrij. Geen afspraken, geen doelen, geen dingen die 'moeten', maar helemaal niets. Gewoon de ochtend laten gebeuren. Op dinsdag, mijn eerste lange werkdag, wil ik de ochtend beginnen, in bed, door twee minuten een compassievol mantra uit te spreken. Zelfs op een lange drukke dag is er ruimte voor twee minuten en soms kan zo'n moment van zelfcompassie het verschil maken, bijvoorbeeld wat haast wegnemen. Heel gezond! Op woensdagochtend, mijn tweede vrije ochtend wil ik, als de kinderen naar school zijn, twintig minuten dansen. Gedachtevrij, meditatief dansen. Ik deed dat ooit elke dag, maar de laatste paar jaar nog nauwelijks. En dat terwijl mijn lijf en mijn hoofd er zo blij van worden! En twintig minuten, dat is gewoon goed te doen. Zeker op een ochtend die ik net als maandag voor de rest vrij wil houden. Op donderdag begin ik net als dinsdag met een vriendelijk mantra om mezelf te helpen rustig aan de lange dag te beginnen, en in de namiddag wil ik een uur nemen om al mijn spullen voor de volgende week klaar te leggen, en een heldere lijst te maken met klussen die ik die week moet doen (Die ADD, en moeite met organiseren, weet u nog?). Dit moet helpen om het werk vervolgens op school te laten en op vrijdag echt vrij te zijn. Die vrijdag laat ik ook zoveel mogelijk vrij, het enige dat ik wil doen is elke vrijdag even twintig minuten mijn aantekeningen bij de zelfcompassietraining en het Nooit Meer Te Druk boek te lezen. Een wekelijks onderhoudsbeurtje, zeg maar. 


    Op deze manier hoop ik het werk goed te kunnen blijven doen, terwijl ik me voor de rest zoveel mogelijk richt op verder herstel. Het is het idee om in oktober weer honderd procent te gaan werken. Of dat gaat lukken gaan de komende paar weken blijken. Ik doe in elk geval mijn best. Maar ook weer niet teveel. Beetje van het een, beetje van het ander. 



    Gewoon tevreden zijn, weet je. (Bron: Pixabay.com)



    maandag 27 augustus 2018

    Lekker Lui zomervakantiebericht VI: bijna...

    Nieuwe agenda...

    Voorkant.....

    ....achterkant. Leuke agenda, toch?






    Vanaf volgende week gebruik ik m weer intens. 


    Nu. Nog. Even. Niet.


    donderdag 19 juli 2018

    Rerun: Jezelf zijn voor de klas


    Vandaag in de herhaling een stuk dat nog steeds actueel is. Want jezelf zijn blijft een van de belangrijkste dingen als je lesgeeft.


    Leerlingen prikken er zo doorheen als een docent een rol speelt voor de klas. Toch is het niet altijd makkelijk om helemaal jezelf te zijn als je les geeft.

    Bron: Pixabay.com

    Masker
    Toen ik begon aan mijn eerste baan in het onderwijs zat ik elke ochtend misselijk van spanning in de bus. Ik vond het doodeng om als echte docent voor een klas te staan, en was erg onzeker. Die misselijkheid en het gevoel van spanning was na een paar weken wel voorbij, de onzekerheid duurde langer. Wat mij in die eerste tijd hielp was het dragen van make up. Elke ochtend bracht ik in de vorm van mascara, poeder, glitter en oogschaduw een masker op dat me zekerder deed voelen.

    Delen
    Tegelijkertijd durfde ik op andere gebieden mezelf wel te laten zien. Ik had veel persoonlijke gesprekken met leerlingen, waarbij alle partijen dingen vertelden over zichzelf. Toen ik voor het eerst een afspraakje had met de man die mijn grote liefde zou blijken te zijn, deelde ik dat ook met een aantal leerlingen, in een gesprek na afloop van de les, waarin we het hadden over leuke plannen voor het weekend. Heel gewoon, geen probleem.

    Afleren
    Dit is iets wat ik altijd heb gedaan in mijn lessen; af en toe ook mezelf als mens laten zien aan mijn leerlingen. Toch is het blijkbaar ook iets dat je kunt afleren. Tijdens de twee jaar waarin ik les gaf aan een reguliere middelbare school moest ik veel zaken ineens anders aanpakken dan ik gewend had. Ik had les gegeven op een Montessorischool en een onderwijsvernieuwende school, waarin ik te maken had gehad met leerlingen met een grote mate van zelfstandigheid. Ik kon mezelf zijn en hen begeleiden in wat er moest gebeuren. Hoe anders was dit op de 'gewone' middelbare school! Ik moest leerlingen hierin veel meer vanaf een afstand (mevrouw in plaats van Jolanda) gaan vertellen wat ze moesten doen. Niet alleen was het autoritaire stukje iets wat niet goed bij mij paste, maar ook kon ik veel minder mezelf laten zien. Ik moest letterlijk een rol spelen. Die van de strenge en consequente lerares. Ik heb onwijs mijn best gedaan en kreeg het uiteindelijk ook steeds meer in de vingers, maar ik had steeds minder plezier in wat ik deed. Hierdoor leerde ik ook af om mezelf te zijn, en persoonlijke dingen te delen met mijn leerlingen. Iets wat ik pas besefte toen ik daar op mijn huidige school door een collega die op lesbezoek was geweest, op werd gewezen.

    Wennen
    Ik vond dit maar raar, want dat was nu juist een van mijn sterke punten altijd geweest, maar ik besefte ook dat ze gelijk had, ik moest echt weer even wennen aan een ander soort docentenrol. Ik ben er daarna bewust meer mee gaan doen, af en toe iets persoonlijks zeggen. Als er iets leuks gebeurd is, of ik juist met iets naars zit, vertel ik daar vaak even kort iets over in de klas. Gewoon om leerlingen te laten weten waarom ik misschien wat vrolijker ben dan normaal, of een beetje meer afgeleid.

    Binnen het vrijeschoolonderwijs wordt dit aangemoedigd. Een aspect van het onderwijs is namelijk dat je als leraar met je hele wezen voor de klas staat. Je moet dus ook persoonlijke zaken met je leerlingen kunnen delen. Voor mij voelt het beter om als volledig en gelijkwaardig mens voor de klas te staan, en niet als een orde-bewarende-docent-spelende vrouw. Ik denk dat het mijn kracht is om zonder autoritair te doen, zonder me anders voor te doen en mij regelmatig kwetsbaar op te stellen mijn klassen te leiden. Niet autoritair, maar wel met autoriteit. 

    maandag 16 juli 2018

    De laatste loodjes....


    De laatste weken van het schooljaar zijn een beetje rommelig. 

    Op de basisschool krijgen de leerlingen tot de allerlaatste schooldag les. Een behoorlijke prestatie wat mij betreft, want iedere ouder is bekend met het ziektebeeld 'kinderen in de laatste weken voor de vakantie'. Meestal uit deze ziekte zich in chagrijnige kinderen, die niets kunnen hebben, uit het niets dramatische uitbarstingen hebben en er in het algemeen doorheen zitten. Kapot en moe zijn ze, of de zomervakantie nu vroeg, midden of laat valt en waar de kinderen moe zijn worden hun ouders en leraren dat zo langzamerhand ook. Het is dan ook niet ongewoon om in deze tijden ouders op het schoolplein tegen elkaar te horen verzuchten dat iedereen zo ontzettend toe is aan vakantie. 

    Dat is op de middelbare school niet anders, maar gelukkig hebben wij geen lessen precies tot aan de zomervakantie. Dat zou eenvoudigweg ook niet kunnen, want er moet immers vergaderd worden, inhaaltaken gedaan, lokalen schoon en leeg gemaakt worden. Dat gebeurd in de laatste twee weken voor we echt met vakantie kunnen. Zo was er bij ons (regio Noord heeft dit jaar weer als laatste zomervakantie) vorige week maandag de laatste lesdag, dinsdag het Sint Jansfeest, woensdag en donderdag rapportvergaderingen en op vrijdag gesprekken tussen mentoren en ouders naar aanleiding van die vergaderingen. Tussendoor ben ik drie dagen bezig geweest met het opruimen van de kast in mijn lokaal en alvast een globale planning van wat ik volgend jaar wil doen met mijn klassen. Deze week staat verder opruimen en leegmaken van het Engelse lokaal op het programma, ga ik nog een hele dag aan de slag met het voorbereiden van de lessen de eerste drie weken van het aanstaande schooljaar en het klaarleggen van materiaal dat ik dan nodig heb, is er een sectiedag moderne vreemde talen en een uitgebreid afscheid (met fijne lunch) van de collega's voor mijn zomervakantie daar is. Ik vind het wel lekker, twee lesvrije werkweken, hoewel ik uiteraard altijd minder kan doen dan ik van te voren in mijn hoofd heb. Ach ja. 

    De laatste weken waarin er nog wel echt les gegeven worden zijn zoals gezegd,altijd een beetje rommelig. Er moeten nog snel toetsen worden ingehaald, achterstallig werk nagekeken, losse eindjes worden afgewerkt. Dit jaar was het voor mij anders dan anders vanwege mijn reïntegreren. Normaal heb ik alle toetsen al op tijd afgerond en kan ik de laatste anderhalve week besteden aan wat extra dingen; film kijken, een makkelijk leestoetsje, wat voorlezen. Dit jaar had ik, doordat ik pas laat (bij één klas zelfs pas drie weken voor de lessen stopten) begonnen was, echter tot bijna op het laatst nog serieuze zaken te doen. Gelukkig geen grote toetsen (met dito nakijkwerk), maar veel presentaties, gedichten en kijk-en luisterverslagen. 

    Zo eindigde mijn lesgevende schooljaar dit jaar met lessen vol muziekpresentaties (van Stevie Wonder en the Beatles tot aan Beyoncé en rappers wiens naam ik niet kan uitspreken) van achtste klassers en show and tell spreekbeurtjes van zevende klassers. Zo'n show and tell is precies wat de naam al aangeeft: een leerling neemt iets mee van thuis en vertelt er iets over. Ik heb genoten van het meisje dat vertelde over haar rat, het meisje dat een antieke toneelkijker meenam en vertelde over haar verzameling 'quirky' voorwerpen en de 'tech savvy' jongen die in 5 minuten wist uit te leggen waarom een bepaalde telefoon zo superieur was boven alle andere. Leuke lessen zijn dat.

    Hoe anders ook, ik sloot al mijn lessen, met al mijn klassen af op een inmiddels klassieke manier: met een Engelse high tea. Ik zorg altijd voor de (ijs)thee, het lokaal en de informatie over wat er zoal hoort bij een afternoon tea, en ik regel de distributie van de meegenomen etenswaren, de leerlingen nemen ieder wat lekkers mee. Ik laat mijn lunch op zo'n dag thuis, want ik snoep elke les ook een klein beetje mee (de juf wil ook best wat, namelijk).

    (Bron: Pixabay)
    Soms ziet het er echt zo mooi uit. Ik krijg er nu alweer trek van als ik eraan terug denk!

    Die high tea's verschillen enorm van elkaar. Sommige klassen maken zich er makkelijk van af, met een paar zakken chips (de vraag hartige hapjes mee te nemen kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd) en een kant en klare cake en koekjes, terwijl andere klassen echt aan het bakken slaan. Zo kreeg ik dit jaar een lavendelscone van een leerling: scrumptious! En andere leerlingen hadden Harry Potter cakejes gemaakt, hoe cool is dat?! Bij de ene klas gaat het er gezellig en ontspannen aan toe, kan ik ondertussen nog iets voorlezen ter verhoging van de feestvreugde, bij de ander voelt het als een veldslag om het lokaal schoon en netjes weer achter te kunnen laten. Het zij zo.

    Met de high tea's en vergaderingen achter de rug, en een heel overzichtelijk aantal klusjes voor de komende week in het vooruitzicht voel ik de zomer lonken. In de vakantie doe ik het op dit blog ook een tikje rustiger aan; geen herhalingen op donderdag, en op maandag zes weken lang een wat korter lekker lui zomervakantiebericht. Heb ik wel verdiend, even wat rustiger aan doen. 

    Zodat ik op 3 september niet alleen op dit blog maar ook op school er weer uitgerust tegen aan kan. En weet je? Stiekem heb ik ook daar nu al een beetje zin in!

    Fijne vakantie, allemaal. 

    maandag 9 juli 2018

    Workshops geven: toen en nu


    Behalve lesgeven heb ik inmiddels ook ruime ervaring opgedaan met het geven van workshops. Op de Montessorischool waar ik als docent begon had men elk jaar in de laatste week voor de zomervakantie een workshopweek, waarin verschillende leraren en mensen van buitenaf workshops gaven, die niet per se met hun vakgebied te maken hadden. Leerlingen gaven zich hiervoor op en zo zat je dan met een klein groepje waarvan het merendeel ook graag jouw workshop wilde volgen. 

    Ik heb toen verschillende malen een workshop Zoek je Rust gegeven (best grappig als je bedenkt dat ik jaren later zelf met een burn-out thuis kwam te zitten… Gevalletje van niet luisteren naar wat je anderen vertelt. Maar da's weer een ander verhaal.)

    In deze workshop deed ik met de leerlingen een aantal yoga oefeningen, meditatie oefeningen, een mindfulnessoefening en een meditatieve schrijfopdracht. We onderzochten ook welke geuren van invloed kunnen zijn op hoe je je voelt. De workshop eindigde ik altijd met een geleide meditatie van een minuut of twintig en hierbij merkte je dat zelfs de minst gewillige deelnemer (er zijn altijd mensen die zich niet op tijd inschrijven en dan willekeurig worden ingedeeld, en dat zijn niet altijd de leerlingen die er zin in hebben) uiteindelijk helemaal tot rust komt. Sterker nog, ik heb regelmatig leerlingen wakker moeten maken aan het einde van zo'n workshop. Die waren zo ontspannen dat ze gewoon lekker in slaap waren gedommeld! 

    Ik genoot altijd van het geven van zulke workshops omdat de rust die ik de leerlingen mee wilde geven ook weer op mijn afstraalde. Als na afloop een hele groep leerlingen enigszins daas en loom weer het lokaal verliet, voelde ik mezelf eveneens helemaal tot rust gekomen. Heerlijk!

    Inmiddels geef ik opnieuw workshops, maar nu aan volwassenen: autobiografisch schrijven. Als schrijfjuf laat ik mensen werken aan zelfinzicht en levensplezier door een dag intuïtief schrijven. Zo'n dag duurt van een uur of tien 's ochtends tot een uur of drie 's middags, met een lekkere lunch in het midden. We doen allerlei oefeningen, waarop we op verschillende manieren bezig zijn met schrijven. Het grappige is dat we ook dezelfde meditatieve schrijfopdracht doen die ik toen altijd met de leerlingen deed. En waar die enkele onwillige leerling soms met die opdracht worstelden is het nu een van de favorieten bij de schrijfworkshops. 

    Bron:Pixabay.com


    En eigenlijk geldt voor die schrijfworkshops die ik nu geef hetzelfde las voor de rust-zoek-workshops uit het begin van mijn carrière; niet alleen de deelnemers ervaren levensplezier en zelfinzicht, maar ik zelf ook. Ik leer van elke workshop die ik geef, en heb er immens veel plezier aan. 

    Vind jij het ook leuk om eens een hele dag intuïtief te schrijven? Ben je benieuwd naar een workshop autobiografisch schrijven? In de nazomer en herfst heb ik er twee gepland. Voor meer informatie kun je mailen naar schrijfvlinder@outlook.com. Leuk!

    maandag 2 juli 2018

    Juf Jolanda en de burn-out deel vier: reintegreren


    Voor wie hier al een tijdje meeleest is het inmiddels bekend: in mei 2017 kwam ik thuis te zitten. In juli van dat jaar was ik kort aanwezig bij het jaarlijkse zomerfeest en bij de afscheidsbijeenkomst voor de docenten, en het plan was om in september weer mijn taken op te pakken. Dit bleek echter veel te veel, veel te snel. In september ging het slechter met mij dan tijdens de eerste weken van mijn ziekzijn, en reïntegreren was niet mogelijk. Toen ik ervoer dat ik de ruimte kreeg van mijn baas, kon ik ook eindelijk mezelf de ruimte geven om gewoon ziek te zijn en te accepteren dat beter worden tijd nodig had. Tijd die niet van tevoren ingeschat kon worden, en die "gewoon" moest verstrijken. Door de rust die dat gaf, werd ik heel langzaam kleine stukjes beter.

    In december voelde ik dat ik er aan toe was om weer naar school te gaan, en ik ging een paar uurtjes naar de kerstviering voor collega's. Heel druk, heel gezellig en ik moest er flink van bijkomen, maar het was wel fijn om even terug te zijn. 

    Vanaf januari begon het echte reïntegreren, en dit mocht ik opnieuw zelf invullen. Ik deed, in overleg met mijn leidinggevende, wat ik dacht dat goed was, in mijn eigen tempo, zonder na te denken over de volgende stap. In eerste instantie ging ik 1 keer per week 2 uurtjes naar school om daar een kop thee te drinken, te praten met collega's en achter de computer misschien eens mijn werkmailbox wat op te schonen. Klinkt niet als veel, maar voor iemand met een burn-out echt inspannend! Ik zorgde dat ik tijdens lesuren in de lerarenkamer zat, want met meer dan een of twee mensen praten kostte teveel inspanning. 

    In februari breidde ik uit naar 1 keer per week 3 uurtjes op school en zat ik zelfs tijdens pauzes weleens in de docentenkamer. Niet dat ik mee kon praten, want wat een explosie van activiteit, geluid, gesprekken… Gewoon zitten en kijken was al genoeg. Daarnaast ging ik op onderzoek uit, waar mijn spullen lagen. Ik inventariseerde waar alles lag (keurig opgeruimd door mijn collega's, de schatten!), en wat ik allemaal had. 

    Eind februari, begin maart was ik toe naar een stapje erbij: nog steeds 1 middag per week naar school, maar nu een volle middag, van 12 tot 16 uur, half vijf en - belangrijker nog- weer inhoudelijk bezig. Ik plande welke klas ik later zou gaan lesgeven en bereidde lessen voor. Dit ging niet van een leien dakje, verre van. De eerste keren dat ik bezig was, had ik geen idee wat ik aan het doen was. Concentratie was miniem, prioriteiten stellen onmogelijk, ik had het gevoel dat mijn hoofd het niet meer deed. Uren was ik bezig, en aan het einde van de middag bleek ik nauwelijks iets te hebben gedaan. Ik werd er weleens bang van dat ik het niet meer kon; nadenken, plannen, werken. Maar ook dan vertrouwde ik er maar weer op dat het zijn tijd nodig had en ik niet snel hoefde. Op een middag eind maart merkte ik ineens dat het knopje in mijn hoofd op 'on' stond; ik was een hele middag fijn bezig geweest. Ik had weer overzicht, wist wat er moest gebeuren en werkte daar aan. Ik nam bovendien genoeg pauzes tussendoor, ging niet over grenzen, en toch kreeg ik zaken weer voor elkaar. Wat een opluchting! En niet alleen dat maar ik voelde het plezier weer terug komen. Had zo'n zin om weer les te geven, dat ik besloot dat dat weer kon. 1 klas, 3 lesuurtjes, heel rustig beginnen.

    Begin april was het zo ver. Een dag een lesuur en de rest van de middag verder voorbereiden, spullen klaarleggen en andere organisatorische zaken en een tweede dag een blokuur. Zo werkte ik een lange middag en een korte middag per week, goed te doen. Die eerste week was zwaar. Heel zwaar. En bijzonder leuk vond ik het ook niet. Een energievolle zevende klas, vol stuiterende pubers, die geen boodschap hadden aan leraren die nog moeten herstellen van een burn-out. Bikkelen was het. Na die twee middagen lag ik weer uren in bed om bij te komen. Maar niemand heeft gezegd dat reïntegreren altijd leuk is of makkelijk gaat, dus zette ik gewoon door. De tweede week lesgeven vond ik nog steeds extreem vermoeiend. Maar ik merkte ook dat ik het wel weer leuk vond, al die lieve stuiterballetjes. Waarvan er twee na een paar lessen al bij mij kwamen om te zeggen dat ik hun nieuwe favoriete lerares was. Aaahh.. Lief. In de derde week lesgeven merkte ik bij het naar school gaan dat het heel natuurlijk voelde. Makkelijk. Lesgeven is wat ik doe, ik moest er gewoon weer inkomen. Toen dat eenmaal was gebeurd draaide ik mijn hand er niet meer voor om. En was het ook niet meer zo intens vermoeiend. Goddank!

    Zo ging het ineens toch best wel snel. Na de meivakantie ging ik half mei van 1 naar 2 zevende klassen, en werkte ik weer op drie dagen. Een lange middag en twee korte middagen, maar toch. Deze tweede zevende klas vond ik best pittig, maar ervaring helpt. Plezier in wat je doet ook. Begin juni kreeg ik er een achtste klas bij, een klas die ik al kende van vorig jaar, ook al van die lieverds. Hen weer les mogen geven voelde als een cadeautje, en gaf me genoeg vertrouwen om de laatste weken van dit schooljaar er nog een achtste klas bij te nemen. Zo werk ik nu voor de derde week alweer 80%, drie behoorlijk volle dagen. Eigenlijk  iets teveel qua belasting, maar omdat het maar voor drie weken is, is het net te doen. Normaliter had ik de stap van drie naar vier klassen iets langzamer gedaan, maar nu, met de zomervakantie in het vooruitzicht, moest het even iets sneller.

    Bron: Pixabay.com


    En hoe nu verder? In september begin ik gewoon weer met vier klassen; 80% van mijn normale werkbetrekking. Na een week of drie, vier, afhankelijk van hoe het gaat en ik mij voel, neem ik dan de vijfde klas erbij en zit ik (in elk geval qua lesgeven) weer op honderd procent. Ik zal dan nog niet ook direct taken op me nemen, en elke vergadering bijwonen, want ik merk wel dat het tempo de laatste maanden wel erg rap werd opgevoerd. Door mezelf, zonder druk van mijn werkgever, maar het korten van mijn salaris heeft hierop wel flink invloed uitgeoefend en kon ik als kostwinner niet negeren. Ik vind het dan ook best veel om met vier klassen te beginnen. Maar aan de andere kant zorgde het geleidelijk meer klassen erbij nemen de afgelopen maanden er wel voor dat ik telkens verschillende klassen met verschillende planningen had. Ondanks dezelfde niveaus en dezelfde jaarlaag, want met de een was ik immers al eerder begonnen en had ik dus meer tijd. Dat vergt veel van mijn schakel- en organisatorische vermogens en da's niet heel eenvoudig voor iemand met ADD en herstellende burn-out. Dat aspect speelt aan het begin van het schooljaar niet. Ik heb dan weliswaar vier klassen, maar hoef ik maar twee verschillende planningen te maken; een voor de zevende klassen en een voor de achtste. Daarmee is het begin van het schooljaar even iets rustiger dan deze afgelopen weken, en dat vind ik eigenlijk wel heel fijn.

    Al met al moet ik goed mijn grenzen bewaken, meer rust nemen dan ik ooit gewend was, maar voel ik ook vertrouwen en plezier in wat ik doe. Zolang ik dat alles - grenzen, rust, vertrouwen en plezier - blijf combineren, kom ik volgens mij een heel eind.