Posts tonen met het label juf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label juf. Alle posts tonen

maandag 11 februari 2019

Rerun: Beelden geven



Bij deze laatste rerundonderdag van dit seizoen (die loopt van verjaardag tot verjaardag) een stuk waar ik vorig jaar een aantal positieve reacties op heb gekregen. Engels is namelijk een vak waar ik dol op ben, maar waarvan ik mij terdege realiseer dat er leerlingen zijn die er moeite mee hebben. Daar staan niet alle docenten bij stil, want lets face it: je wordt docent van een vak omdat je erg van dat vak houdt. En dan is het weleens moeilijk om je in te leven in een leerling die minder goed in is. Ik heb gemerkt dat het kan helpen om zelf af en toe iets te doen waar je moeite mee hebt. Nou ja, daar gaat dit blog dus over.

Ik ben een mens van woorden. Geschreven of uitgesproken, het is mij om het even, maar ik ben van de woorden. Ik hou van lezen, schrijven, praten, vertellen. Van boeken, gedichten, muziekteksten, toneel, goede gesprekken. Voor mij zit er veel schoonheid in het woord en die vorm van schoonheid resoneert het meest in mij. Geen toeval dat ik juf werd in een taal leren.
Natuurlijk kan ik ook genieten van muziek, geuren en van een mooi schilderij, maar op de een of andere manier zijn het woorden die het snelst iets in mij raken.

Beelden
Je hebt ook beelddenkers. Mensen die niet veel kunnen met woorden en omschrijvingen, maar die ergens iets bij moeten zien. Ik vind dat soms lastig. Mijn man is er zo een. Geen toeval dat die man van mij beeldend kunstenaar is. Hij ziet de schoonheid van beelden en vormen en woorden doen hem een stuk minder. Hij kan bijvoorbeeld enorm genieten van van die heel langzame jaren zeventig films. Het beeld alleen is voor hem genoeg, mij gaat het te langzaam, te weinig dialoog. Of monoloog voor mijn part, in elk geval te weinig woorden.

Nu is het zo dat op een Vrijeschool leerlingen op verschillende manieren worden aangesproken. (Had ik daar al eens eerder over verteld? ;-) ) We doen aan verhalen vertellen en gedichten reciteren en schrijven, de woordenkant zeg maar. Maar ook aan textiel, hout, metaal, tekenen, het beeldendeel. En ook nog aan dans en euritmie en toneel en muziek, die allemaal weer andere delen van de mens aanspreken en combinaties zijn van diverse aspecten. 

Voor mij is dit mooi, maar in mijn vak blijven de woorden gewoon overheersend, want dat is immers waar een taal uit is opgebouwd.
Voor beelddenkende kinderen kan dit moeilijk zijn, een obstakel zelfs. En dat begrijp ik heel goed. Het is verdraaid lastig als je iets moet doen wat van nature minder in je zit.

Zweten
Ik heb dat elk jaar als ik aan het begin van het schooljaar een beeld moet geven. Bij ons is dat namelijk traditie. De gymzaal is gevuld met een stuk of tien, twaalf klassen en om de beurt komen de mentoren voor de groep staan en geven een beeld. Dit is een weliswaar verteld beeld, maar dat is iets anders dan een verhaal. Het is de bedoeling dat je met woorden een beeld schept dat de klas meeneemt het nieuwe schooljaar in. Een startpunt waar vanuit verder gegaan kan worden. 

En ik vind dat verdraaid moeilijk. Een verhaal vertellen, dat kan ik. Een toneeltje doen desnoods ook wel. Met zweet in de bilnaad, dat wel, maar eigenlijk vind ik een beetje toneel ook hartstikke leuk, dus geen probleem. Maar hoe schep je een beeld?

Bron: Pixabay.com


Ik heb er over vergaderd, nagedacht, besproken met ervaren antroposofische collega's, maar het wordt niet makkelijker. Toch doe ik het. Het hoort erbij en dus sla ik me er doorheen, blij dat het maar een keer per jaar hoeft.


Begrip

Het helpt me om begrip te hebben voor die beelddenkende en dyslectische leerlingen die bij mij elke dag met al die vervelende woorden te maken hebben. Daarom laat ik ze af en toe ook woorden tekenen, probeer ik hen een beetje tegemoet te komen. Een maatschappij waarin woorden zo belangrijk zijn is voor sommige kinderen al lastig genoeg.

Aanstaande maandag volgt hier de conclusie van het tweede jaar juf Jolanda blogt.




donderdag 7 februari 2019

Rerun: Worden wie ik ben


Vandaag in de rerundonderdag weer een blog dat al eerder verscheen. In dit geval in november 2017. Na de vorige berichten die wat minder positief van toon waren dan je van deze juf gewend bent vond ik dat het wel weer eens tijd werd voor een stukje over een leuk aspect van lesgeven. Bij dezen!


Eigenlijk geldt wat ik vorige keer schreef over leerlingen ook een beetje voor mijzelf als docent.

Ik heb een fijne en goede opleiding gehad. Mijn eerste jaar was in 1999-2000, mijn tweede jaar – door de komst van mijn oudste dochter een lange pauze genomen – in 2006-2007 en uiteindelijk ben ik begin 2011 afgestudeerd. Ik werkte toen al een tijdje en heb waanzinnig veel geleerd uit de praktijk.

Wat ik leerde
Ik leerde goed uit te leggen, hoe ik cijfers moest berekenen, hoe om te gaan met faalangstige kinderen, met boze ouders en nare collega's (die er gelukkig bijna niet waren, maar degene die ik tegen kwam... Vertel ik nog wel eens). Ik leerde hoe ik een betrokken mentor kon zijn, leerde om te gaan met weinig energie in combinatie met een gezin en een veeleisende baan en hoe ik in gedachten uit kon 'zonen' tijdens oeverloos saaie vergaderingen.

Ik leerde te genieten van kleine dingen, leerde om streng te zijn en de orde te bewaren en welke kennismakingsspelletjes leuk zijn om te doen met een verse groep brugklassers. Ik leerde hoe fijn het is om samen te werken met lieve collega's, hoe de methodes in elkaar zitten, hoe ik mijn creativiteit kon gebruiken bij het ontwikkelen van nieuw lesmateriaal en hoe ik vervolgens diezelfde creativiteit aan moest spreken om te zorgen dat de dingen die ik had bedacht pasten binnen de retestrakke planning die er was.

Ik leerde dus veel sinds ik in 2009 begon met lesgeven. Maar pas op mijn huidige school leerde ik om steeds meer de docent te zijn die ik echt ben.

Ontwikkelstof
Ik leerde om mij kwetsbaar op te stellen, om niet gewoon verhalen te vertellen, maar er een stukje van mijn eigen ziel in te leggen. Pas nu kan en durf ik mezelf te laten zien, ook in zaken waar ik onzeker over ben. Ik kwam er en passant achter dat ik grammatica goed kan uitleggen, maar dat grammaticaonderwijs eigenlijk van nul en generlei waarde is. Nu pas kan ik mijn creativiteit echt benutten en durf ik dingen te doen waarvan ik eerder dacht dat dat niet kon op een middelbare school.

Bron: Pixabay.com

Dit past bij de antroposofische visie op onderwijs. De lesstof is niet zozeer leerstof als wel ontwikkelstof. De leerling wordt als wezen gezien met lichaam, geest en ziel, en de docent dus ook. Er wordt van de docenten verwacht om met hun hele wezen voor de klas te staan en dat is wat ik doe. Het wil niet zeggen dat ik nu 'klaar' ben, want ontwikkeling gaat een heel leven door. Maar ik ben steeds meer bezig te worden wie ik als mens en als docent ben. 

Elke werkdag is een stukje ontwikkelstof in dat proces.






donderdag 24 januari 2019

Rerun: Blij ei


Iedereen die denkt dat ik altijd een blij ei ben: dat klopt. Meestal. Dat blijkt maar weer uit dit stuk uit 2017 dat vandaag in de herhaling gaat.

Een deel van de antroposofische onderwijsvisie houdt in de docent enorm belangrijk is. Hij of zij dient positief en enthousiast te zijn, voor het vak en ten opzichte van de leerlingen. Bovendien wordt er verwacht dat je kunstzinnig en creatief lesgeeft.

Mij kost dit over het algemeen weinig moeite. Ik vind het namelijk echt leuk om les te geven en ben oprecht enthousiast over wat ik doe. Heerlijk, dat reciteren, luisteren naar mooie liedjes, in gesprek gaan met de klas, verhalen vertellen. Ik ben kunstzinnig en creatief, de lessen die ik ontwikkel zijn dat ook zoveel mogelijk en als je het leuk vind wat je doet is het niet moeilijk om enthousiast te zijn.

Bron: Pixabay.com
Fijne combi
Ik vind Engels een prachtige taal en geschiedenis (laten mijn lerarenopleiders het niet horen) zo mogelijk een nog mooier vak. Daarnaast vind ik het erg leuk om verhalen te vertellen. Ik ben op mijn blijst als ik een periode Renaissance kan geven en naast een stuk kunstgeschiedenis ook kan vertellen over de Engelse renaissance; Henry VIII en al zijn vrouwen, Elizabeth I, Shakespeare, sir Francis Drake. Of over de Industriële Revolutie; enclosure, opkomst van de industrie, uitvindingen, sociale kwestie met een staartje Victoriaanse tijd en Dickens. En geschiedenis en Engels en mooie verhalen om te vertellen, mijn persoonlijke lesgeefhemel!

Te vrolijk
Voordat dit een al te vrolijk stukje wordt; ik ben natuurlijk slechts een mens. Een mens bovendien met Pms, kinderen die de neiging hebben om zo af en toe ziek te zijn, slechte nachten en andere zaken die mij uit mijn blij-ei-modus halen. Als er dingen aan de hand zijn die groter zijn dan een alledaagse irritatie of slecht humeur, er echt iets aan de hand is, dan speel ik meestal open kaart met mijn klassen. Als er iemand in je omgeving erg ziek is of zelfs komt te overlijden dan kun je er even niet optimaal zijn en leerlingen mogen dit best weten.

Ziek
Ook heb ik regelmatig te maken met ziekte; mijn zwakke plek is voorhoofdholte-ontsteking en dat duurt zo vier weken. Als het te erg wordt, blijf ik uiteraard thuis, maar dat kan niet altijd. In die gevallen dat ik op school ben maar het eigenlijk net wel/ net niet kan, leg ik het ook uit aan mijn klassen. 'Ik ben er wel, maar voel me behoorlijk naar, wazig en duizelig. Het zou heel fijn zijn als jullie vandaag even extra lief voor me zijn.' Het fijne is: negen van de tien klassen zijn dat dan ook. Net mensen, die pubers.

Heppie de peppie

Als het iets minder groots is, maar ik me om de een of andere reden (hormonen hebben hier vaak mee te maken) niet echt heppie de peppie voel dan bluf ik me er meestal doorheen. Ik doe dan net of ik wel vrolijk ben. En het rare is: dat werkt dus echt. Niet bij echt groot verdriet en narigheid, maar bij huis-tuin-en keuken chagrijn wel. Hoe je dat doet? Jezelf vrolijk bluffen? Ik zet een grote glimlach op. Dat kan gekunsteld of krampachtig aanvoelen, maar ik doe het wel. Met die grote glimlach richt ik me bij de deur op de leerlingen die binnenkomen, schud hen de hand en laat hen weten dat ze welkom zijn. Ik doe mijn best hen vrolijk de klas binnen te laten, deel even een extra complimentje uit en maak bewust, met aandacht contact met de kinderen die binnen komen.

Wat er dan -vaak- gebeurt is bijzonder. Althans, dat vind ik. Leerlingen vinden het altijd fijn om positief benaderd te worden en reageren leuk. Er ontstaat een goede energie en met die energie start ik de les. Vaak treedt dan (bij ziekte of hoofdpijn) adrenaline in werking en negen van de tien keer eindig ik met meer energie de les dan ik eigenlijk in het begin voelde. En wat nog fijner is: de vrolijkheid waarmee ik dan weer afscheid van de klas neem is niet geveinsd.


Zo gebeurt het regelmatig dat ik met een grote glimlach de school uitstap, terwijl ik een paar uur daarvoor nog met een chagrijnige kop binnen stapte. Lukt niet altijd, maar die keren dat het wel zo gaat is winst. Voor alle partijen.

En toch he? Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Aanstaande maandag doe ik iets dat ik niet vaak doe. Ik focus dan voor een keertje op de zaken van mijn beroep waar ik niet vrolijk van wordt. Mag ook weleens. Altijd maar die pipo-positivo uithangen, dat houdt niemand uit… ;-) 





donderdag 10 januari 2019

Rerun: En nu allemaal de koppen dicht, ja!!!!



In de throw back Thursday weer een stuk dat eerder op dit blog verscheen, maar waar ik nog eens de aandacht op wil vestigen. Over kortsluiting in de hersenen en stilte in een klas.

Mijn man en kinderen weten er alles van: ik kan echt maar een ding tegelijk. Dus als ik mailtjes beantwoord, een blogje schrijf of proefwerken nakijk en iemand wil mij een mop uit een moppenboekje vertellen, vragen of ze morgen met Nolan mogen spelen of willen weten wat er die avond gekookt moet worden, dan hoor ik dat niet. Als het nogmaals wordt gezegd of gevraagd ervaar ik dat als ruis op de achtergrond die in razendsnel tempo oorverdovend wordt en baf! Kortsluiting in mijn hersenen. Teveel informatie om te verwerken, teveel tegelijk en het resultaat is meestal een nogal geblaft, niet bijster vriendelijk antwoord van mijn kant, iets waar ik zelden zelf blij mee of trots op ben, maar het gebeurt. Sorry, ik bedoelde het niet zo...

In de les heb ik hier minder last van, van dat korte lontje. Dat bewaar ik meestal voor thuis (nogmaals mea culpa, lieverds), maar ook op school zijn er momenten waarop ik het heb gehad.

Voor iedereen die inmiddels bij mij het beeld heeft gekregen van een blij ei in hippiejurk en heksenhaar, nou ja, dat klopt wel. Maar niet altijd. Een van de dingen waar ik slecht tegen kan is als mensen door me heen praten. Nou, dan moet je docent worden. Kun je je lol op.

Geklets
Natuurlijk weet ik dat het erbij hoort. Ik sta inmiddels een paar jaar voor de klas, heb een dikkere huid gekregen en een arsenaal aan oplossingen. Gewoon stil zijn en voor de klas gaan staan bijvoorbeeld. Wachten. Kan lang duren, heel lang, maar uiteindelijk wordt het stil. Even opvallend gaan staren naar de grootste kletskousen helpt, een ontevreden blik op mijn gezicht ook. Als ik meer druk wil zetten, steek ik mijn vinger dreigend in de lucht; het teken om aandacht te hebben en stil te zijn. Werkt minder goed dan gefronste wenkbrauwen, is wel vriendelijker. Op deze manier wachten werkt, kost weinig inspanning, maar neemt veel tijd in beslag.

Silence please
Er zijn veel wisselingen in een les, zelfs in eentje van een magere 45 minuten. Van introductie programma naar boeken open slaan, van samen lezen naar zelfstandig oefening doen, van luisteren naar een verhaal naar gedicht reciteren. Als je bij elke wisseling opnieuw geklets hoort kan dat wachten op stilte heel vervelend worden.
Soms heb ik er ook gewoon geen geduld voor. Dan ga ik aftellen.  In het Engels, van tien naar een. Na 1 (Silence please!) weet iedereen inmiddels dat het stil moet zijn. Mensen die lollig heel hard denken mee te moeten tellen worden afgestraft. Dit aftellen werkt snel en goed, maar nog kan het rommelig worden. Tien keer in de les aftellen doet het effect weer teniet dus dat doe ik niet.

Geduld
Voor de klas heb ik een stuk meer geduld dan thuis, en er komt een moment dat ik het zat ben. Dan ga ook ik Ssst-sissen. En wee de leerling die leuk mee doet! In het verleden heb ik wel met de deur geslagen, dat doe ik (na klachten van  volledig lamgeschrokken leerlingen) niet meer. Geen shocktherapie, vind ik zielig. Van de week was ik bezig met een luisteropdracht waar tig keer doorheen werd gesproken en ik had het echt gehad. Toen hoorde ik mezelf onvriendelijk blaffen: ‘En nu is het echt stil!’

Bron: Pixabay.com

Volgens mij schrokken de leerlingen meer van mijn gezichtsuitdrukking van de uitroep zelf. Ik zag één leerling een beetje wit wegtrekken. Maar dat is dan ook een lieverd. Eigenlijk had ik toen al direct weer medelijden met ze. Maar soms moet het gewoon echt even stil zijn. Dan maar zo.

Aanstaande maandag schrijf ik een nieuw stuk, met meer over mijn aanvankelijke worstelingen met het scheppen van rust in de drukte, en hoe het mij lukte om hier beter in te worden. 




donderdag 13 december 2018

Rerun: Liefdevol lesgeven


Nu ik op dit blog los ben gegaan met Kerst is het in de donderdagherhaling ook tijd geworden voor een kerstmissig stuk. Liefde, vrede en welbehagen, je kent het riedeltje wel.

Ze zeggen weleens dat als je aardig wilt worden gevonden, je niet het onderwijs in moet gaan. Nu zit hier best een kern van waarheid in, hoor, maar voor mij klopt het niet helemaal. Kijk, als er kwesties zijn waar ik over ga, dan beslis ik. Ik heb de leiding in de klas, ik bepaal hoe dingen gaan. Ik hou van overleg maar uiteindelijk ben ik de baas. Ik ben niet bang om soms te besluiten tot zaken waar niet iedereen van mijn leerlingen het mee eens is. Soms zelfs geeneen. Maar ik vind een goede sfeer in de klas heel erg belangrijk. Soms misschien wel belangrijker dan orde houden. Hoorde je dit nu goed? Ja.

Goede sfeer
Natuurlijk is orde in de klas een belangrijke voorwaarde om tot leren te komen. Ik creëer dit soort momenten zorgvuldig, in bijna elke les is er wel een moment waarin elke leerling in doodse stilte aan het werk is. Heerlijk, de rust die dan in de klas neerdaalt! Maar dit is niet altijd zo. Sterker nog, vaak is het bij mij in de klas een beetje rommelig, een gezellige bende zou je het kunnen noemen. Ik bepaal wanneer deze momenten zijn en ik bepaal ook wanneer het stopt, maar voor de rest laat ik het zo, omdat ik merk dat als leerlingen zich goed voelen, ze ook eerder iets leren. Ik ben wat dat betreft geen strenge juf.

Aardig
Dit zorgt ervoor dat veel van mijn leerlingen mij aardig vinden. Plezierig vanwege bovenstaande reden, maar geen hoofddoel. Omgekeerd vind ik eigenlijk (bijna) al mijn leerlingen aardig. Iedereen? Ja, hoe raar het ook klinkt. Ik werk niet voor niets in het onderwijs. Ik ben sowieso geïnteresseerd in mensen, wat hun leeftijd ook is, maar jonge mensen tussen de twaalf en achttien hebben iets bijzonders. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, talenten, gaven, en aan elke leerling kan ik wel iets moois, iets eigens ontdekken. 

Bron: Pixabay.com



Lukt het me niet om dat te vinden, is het vooral een motivatie om door te blijven zoeken. Is het nu een en al hosanna en hippie onderwijs bij mij in de klas? Neen. Ik ben zelf immers slechts een mensch, eentje met pms bovendien en heel soms komt het voor dat het niet klikt met een leerling. Meestal zet ik dan door en besteed dan extra aandacht aan diegene. Ik ben gelukkig wel dusdanig professioneel dat de desbetreffende puber er zelf niets van merkt. Negen van de tien keer zorgt de extra aandacht er trouwens voor dat er vanzelf een soort verbinding ontstaat. Die tiende keer blijft de leerling een mysterie voor mij en blijft het niet klikken. Maar waar ik inmiddels honderden leerlingen, wellicht misschien wel tegen de duizend, heb les gegeven is het aantal leerlingen met wie ik echt niets had op 1 hand te tellen. Best een goed gemiddelde vind ik. Uiteindelijk komt het erop neer dat ik probeer om liefdevol les te geven. Grote woorden en ook behoorlijk hippie de pippie, maar het zou wat. Ik hou van (bijna) al mijn leerlingen. En voor die ene schreef ik onlangs een klein versje.

Voor die ene dromende leerling.

Bron: Pixabay.com


Op een dag, zo dacht zij,
terwijl ze dapper doorzette zoals ze dat al zo dikwijls had gedaan,
op een dag dan zal ik zingend stralend naast de sterren staan.

Ze zette dus door

ze ploeterde en probeerde
ze zag haar kansen schoon
ze wikte en ze woog
ze droomde en ze droomde

en op een dag


           deed ze het gewoon.



(en aankomende maandag volgt de kerstquiz deel twee! Doe jij al mee?)

maandag 17 september 2018

Juflezen: Petjes en prinsesjes

Behalve heel veel ontspannen, kringlopen, andere uitjes en in mijn hoofd voorbereiden op een nieuw schooljaar (Een jaar waarin ik hopelijk steeds beter onder de knie te krijgen hoe je kunt lesgeven zónder opgeslokt te worden door je werk!) las ik deze vakantie ook heel veel.


Bron: Pixabay.com


Ik schreef op Ogma.nu (Dat heel leuke boekenblog, weet je wel?) een stukje over wat ik allemaal las, maar speciaal voor dit juffenblog een kleine aanvulling. 


Ik las namelijk ook een heel leuk boekje met de columns van een medejuf: Petjes en Prinsesjes. Zij geeft weliswaar les op de basisschool, maar onderwijs blijft onderwijs en ik vond het leuk om te lezen wat zij allemaal schrijft. 


Inge Braam, die voor het Onderwijsblad, al jaren columns schrijft onder het pseudoniem Lachesis, schrijft over haar leerlingen, haar stagiairs, haar collega's, ouders van leerlingen en over haar studenten (ze geeft ook les op een Pabo). Wat opvalt is hoe ze deze personen trefzeker, soms pijnlijk eerlijk, maar ook kwetsbaar en met humor neerzet. Soms zie je haar zelf ook terug, zeker in het contact met de ander, waardoor je er en passent ook achter komt hoe zij over bepaalde zaken denkt. Maar vaak ook niet, het gaat meer over de ander dan over haar als juf. 


Bron: Bol.com. Boek: Petjes en Prinsesjes. Auteur: I. Braam
Uitgever: Spectrum 
  • Nederlands 
  • 1e druk 
  • 9789027419408 
  • juli 2005 
  • Paperback 
  • 160 pagina's

  • Ik word daar soms een beetje onzeker van. In alle eerlijkheid is dit blog, onder het mom van onderwijsblog, natuurlijk weinig meer dan een veredeld dagboek. Het zijn verhaaltjes over juf Jolanda, die soms dingen meemaakt, vaak haar mening geeft, en af en toe iets over anderen vertelt. Tegelijkertijd is dat dan maar zo. Dit is zoals ik schrijf, en gelukkig zijn er nog mensen die dat leuk vinden om te lezen. Inge Braam heeft een totaal andere stijl die ik erg fijn vond om te lezen. Terwijl ik dit schrijf bedenk ik me ineens dat zij, juist door de situatie en de personen zo helder te beschrijven ook vertelt over zichzelf. Een goede waarnemer is ze, en iemand die zonder een woord teveel te gebruiken een beeld kan neerzetten van iets of iemand. Maar bovenal is ze iemand die, ondanks een oog voor zaken die minder plezierig zijn, houdt van haar werk en van de kinderen die ze lesgeeft, dat lees je dwars tussen de regels door.

    En dat is iets dat we gemeen hebben. 

    donderdag 19 juli 2018

    Rerun: Jezelf zijn voor de klas


    Vandaag in de herhaling een stuk dat nog steeds actueel is. Want jezelf zijn blijft een van de belangrijkste dingen als je lesgeeft.


    Leerlingen prikken er zo doorheen als een docent een rol speelt voor de klas. Toch is het niet altijd makkelijk om helemaal jezelf te zijn als je les geeft.

    Bron: Pixabay.com

    Masker
    Toen ik begon aan mijn eerste baan in het onderwijs zat ik elke ochtend misselijk van spanning in de bus. Ik vond het doodeng om als echte docent voor een klas te staan, en was erg onzeker. Die misselijkheid en het gevoel van spanning was na een paar weken wel voorbij, de onzekerheid duurde langer. Wat mij in die eerste tijd hielp was het dragen van make up. Elke ochtend bracht ik in de vorm van mascara, poeder, glitter en oogschaduw een masker op dat me zekerder deed voelen.

    Delen
    Tegelijkertijd durfde ik op andere gebieden mezelf wel te laten zien. Ik had veel persoonlijke gesprekken met leerlingen, waarbij alle partijen dingen vertelden over zichzelf. Toen ik voor het eerst een afspraakje had met de man die mijn grote liefde zou blijken te zijn, deelde ik dat ook met een aantal leerlingen, in een gesprek na afloop van de les, waarin we het hadden over leuke plannen voor het weekend. Heel gewoon, geen probleem.

    Afleren
    Dit is iets wat ik altijd heb gedaan in mijn lessen; af en toe ook mezelf als mens laten zien aan mijn leerlingen. Toch is het blijkbaar ook iets dat je kunt afleren. Tijdens de twee jaar waarin ik les gaf aan een reguliere middelbare school moest ik veel zaken ineens anders aanpakken dan ik gewend had. Ik had les gegeven op een Montessorischool en een onderwijsvernieuwende school, waarin ik te maken had gehad met leerlingen met een grote mate van zelfstandigheid. Ik kon mezelf zijn en hen begeleiden in wat er moest gebeuren. Hoe anders was dit op de 'gewone' middelbare school! Ik moest leerlingen hierin veel meer vanaf een afstand (mevrouw in plaats van Jolanda) gaan vertellen wat ze moesten doen. Niet alleen was het autoritaire stukje iets wat niet goed bij mij paste, maar ook kon ik veel minder mezelf laten zien. Ik moest letterlijk een rol spelen. Die van de strenge en consequente lerares. Ik heb onwijs mijn best gedaan en kreeg het uiteindelijk ook steeds meer in de vingers, maar ik had steeds minder plezier in wat ik deed. Hierdoor leerde ik ook af om mezelf te zijn, en persoonlijke dingen te delen met mijn leerlingen. Iets wat ik pas besefte toen ik daar op mijn huidige school door een collega die op lesbezoek was geweest, op werd gewezen.

    Wennen
    Ik vond dit maar raar, want dat was nu juist een van mijn sterke punten altijd geweest, maar ik besefte ook dat ze gelijk had, ik moest echt weer even wennen aan een ander soort docentenrol. Ik ben er daarna bewust meer mee gaan doen, af en toe iets persoonlijks zeggen. Als er iets leuks gebeurd is, of ik juist met iets naars zit, vertel ik daar vaak even kort iets over in de klas. Gewoon om leerlingen te laten weten waarom ik misschien wat vrolijker ben dan normaal, of een beetje meer afgeleid.

    Binnen het vrijeschoolonderwijs wordt dit aangemoedigd. Een aspect van het onderwijs is namelijk dat je als leraar met je hele wezen voor de klas staat. Je moet dus ook persoonlijke zaken met je leerlingen kunnen delen. Voor mij voelt het beter om als volledig en gelijkwaardig mens voor de klas te staan, en niet als een orde-bewarende-docent-spelende vrouw. Ik denk dat het mijn kracht is om zonder autoritair te doen, zonder me anders voor te doen en mij regelmatig kwetsbaar op te stellen mijn klassen te leiden. Niet autoritair, maar wel met autoriteit. 

    maandag 9 juli 2018

    Workshops geven: toen en nu


    Behalve lesgeven heb ik inmiddels ook ruime ervaring opgedaan met het geven van workshops. Op de Montessorischool waar ik als docent begon had men elk jaar in de laatste week voor de zomervakantie een workshopweek, waarin verschillende leraren en mensen van buitenaf workshops gaven, die niet per se met hun vakgebied te maken hadden. Leerlingen gaven zich hiervoor op en zo zat je dan met een klein groepje waarvan het merendeel ook graag jouw workshop wilde volgen. 

    Ik heb toen verschillende malen een workshop Zoek je Rust gegeven (best grappig als je bedenkt dat ik jaren later zelf met een burn-out thuis kwam te zitten… Gevalletje van niet luisteren naar wat je anderen vertelt. Maar da's weer een ander verhaal.)

    In deze workshop deed ik met de leerlingen een aantal yoga oefeningen, meditatie oefeningen, een mindfulnessoefening en een meditatieve schrijfopdracht. We onderzochten ook welke geuren van invloed kunnen zijn op hoe je je voelt. De workshop eindigde ik altijd met een geleide meditatie van een minuut of twintig en hierbij merkte je dat zelfs de minst gewillige deelnemer (er zijn altijd mensen die zich niet op tijd inschrijven en dan willekeurig worden ingedeeld, en dat zijn niet altijd de leerlingen die er zin in hebben) uiteindelijk helemaal tot rust komt. Sterker nog, ik heb regelmatig leerlingen wakker moeten maken aan het einde van zo'n workshop. Die waren zo ontspannen dat ze gewoon lekker in slaap waren gedommeld! 

    Ik genoot altijd van het geven van zulke workshops omdat de rust die ik de leerlingen mee wilde geven ook weer op mijn afstraalde. Als na afloop een hele groep leerlingen enigszins daas en loom weer het lokaal verliet, voelde ik mezelf eveneens helemaal tot rust gekomen. Heerlijk!

    Inmiddels geef ik opnieuw workshops, maar nu aan volwassenen: autobiografisch schrijven. Als schrijfjuf laat ik mensen werken aan zelfinzicht en levensplezier door een dag intuïtief schrijven. Zo'n dag duurt van een uur of tien 's ochtends tot een uur of drie 's middags, met een lekkere lunch in het midden. We doen allerlei oefeningen, waarop we op verschillende manieren bezig zijn met schrijven. Het grappige is dat we ook dezelfde meditatieve schrijfopdracht doen die ik toen altijd met de leerlingen deed. En waar die enkele onwillige leerling soms met die opdracht worstelden is het nu een van de favorieten bij de schrijfworkshops. 

    Bron:Pixabay.com


    En eigenlijk geldt voor die schrijfworkshops die ik nu geef hetzelfde las voor de rust-zoek-workshops uit het begin van mijn carrière; niet alleen de deelnemers ervaren levensplezier en zelfinzicht, maar ik zelf ook. Ik leer van elke workshop die ik geef, en heb er immens veel plezier aan. 

    Vind jij het ook leuk om eens een hele dag intuïtief te schrijven? Ben je benieuwd naar een workshop autobiografisch schrijven? In de nazomer en herfst heb ik er twee gepland. Voor meer informatie kun je mailen naar schrijfvlinder@outlook.com. Leuk!

    maandag 2 juli 2018

    Juf Jolanda en de burn-out deel vier: reintegreren


    Voor wie hier al een tijdje meeleest is het inmiddels bekend: in mei 2017 kwam ik thuis te zitten. In juli van dat jaar was ik kort aanwezig bij het jaarlijkse zomerfeest en bij de afscheidsbijeenkomst voor de docenten, en het plan was om in september weer mijn taken op te pakken. Dit bleek echter veel te veel, veel te snel. In september ging het slechter met mij dan tijdens de eerste weken van mijn ziekzijn, en reïntegreren was niet mogelijk. Toen ik ervoer dat ik de ruimte kreeg van mijn baas, kon ik ook eindelijk mezelf de ruimte geven om gewoon ziek te zijn en te accepteren dat beter worden tijd nodig had. Tijd die niet van tevoren ingeschat kon worden, en die "gewoon" moest verstrijken. Door de rust die dat gaf, werd ik heel langzaam kleine stukjes beter.

    In december voelde ik dat ik er aan toe was om weer naar school te gaan, en ik ging een paar uurtjes naar de kerstviering voor collega's. Heel druk, heel gezellig en ik moest er flink van bijkomen, maar het was wel fijn om even terug te zijn. 

    Vanaf januari begon het echte reïntegreren, en dit mocht ik opnieuw zelf invullen. Ik deed, in overleg met mijn leidinggevende, wat ik dacht dat goed was, in mijn eigen tempo, zonder na te denken over de volgende stap. In eerste instantie ging ik 1 keer per week 2 uurtjes naar school om daar een kop thee te drinken, te praten met collega's en achter de computer misschien eens mijn werkmailbox wat op te schonen. Klinkt niet als veel, maar voor iemand met een burn-out echt inspannend! Ik zorgde dat ik tijdens lesuren in de lerarenkamer zat, want met meer dan een of twee mensen praten kostte teveel inspanning. 

    In februari breidde ik uit naar 1 keer per week 3 uurtjes op school en zat ik zelfs tijdens pauzes weleens in de docentenkamer. Niet dat ik mee kon praten, want wat een explosie van activiteit, geluid, gesprekken… Gewoon zitten en kijken was al genoeg. Daarnaast ging ik op onderzoek uit, waar mijn spullen lagen. Ik inventariseerde waar alles lag (keurig opgeruimd door mijn collega's, de schatten!), en wat ik allemaal had. 

    Eind februari, begin maart was ik toe naar een stapje erbij: nog steeds 1 middag per week naar school, maar nu een volle middag, van 12 tot 16 uur, half vijf en - belangrijker nog- weer inhoudelijk bezig. Ik plande welke klas ik later zou gaan lesgeven en bereidde lessen voor. Dit ging niet van een leien dakje, verre van. De eerste keren dat ik bezig was, had ik geen idee wat ik aan het doen was. Concentratie was miniem, prioriteiten stellen onmogelijk, ik had het gevoel dat mijn hoofd het niet meer deed. Uren was ik bezig, en aan het einde van de middag bleek ik nauwelijks iets te hebben gedaan. Ik werd er weleens bang van dat ik het niet meer kon; nadenken, plannen, werken. Maar ook dan vertrouwde ik er maar weer op dat het zijn tijd nodig had en ik niet snel hoefde. Op een middag eind maart merkte ik ineens dat het knopje in mijn hoofd op 'on' stond; ik was een hele middag fijn bezig geweest. Ik had weer overzicht, wist wat er moest gebeuren en werkte daar aan. Ik nam bovendien genoeg pauzes tussendoor, ging niet over grenzen, en toch kreeg ik zaken weer voor elkaar. Wat een opluchting! En niet alleen dat maar ik voelde het plezier weer terug komen. Had zo'n zin om weer les te geven, dat ik besloot dat dat weer kon. 1 klas, 3 lesuurtjes, heel rustig beginnen.

    Begin april was het zo ver. Een dag een lesuur en de rest van de middag verder voorbereiden, spullen klaarleggen en andere organisatorische zaken en een tweede dag een blokuur. Zo werkte ik een lange middag en een korte middag per week, goed te doen. Die eerste week was zwaar. Heel zwaar. En bijzonder leuk vond ik het ook niet. Een energievolle zevende klas, vol stuiterende pubers, die geen boodschap hadden aan leraren die nog moeten herstellen van een burn-out. Bikkelen was het. Na die twee middagen lag ik weer uren in bed om bij te komen. Maar niemand heeft gezegd dat reïntegreren altijd leuk is of makkelijk gaat, dus zette ik gewoon door. De tweede week lesgeven vond ik nog steeds extreem vermoeiend. Maar ik merkte ook dat ik het wel weer leuk vond, al die lieve stuiterballetjes. Waarvan er twee na een paar lessen al bij mij kwamen om te zeggen dat ik hun nieuwe favoriete lerares was. Aaahh.. Lief. In de derde week lesgeven merkte ik bij het naar school gaan dat het heel natuurlijk voelde. Makkelijk. Lesgeven is wat ik doe, ik moest er gewoon weer inkomen. Toen dat eenmaal was gebeurd draaide ik mijn hand er niet meer voor om. En was het ook niet meer zo intens vermoeiend. Goddank!

    Zo ging het ineens toch best wel snel. Na de meivakantie ging ik half mei van 1 naar 2 zevende klassen, en werkte ik weer op drie dagen. Een lange middag en twee korte middagen, maar toch. Deze tweede zevende klas vond ik best pittig, maar ervaring helpt. Plezier in wat je doet ook. Begin juni kreeg ik er een achtste klas bij, een klas die ik al kende van vorig jaar, ook al van die lieverds. Hen weer les mogen geven voelde als een cadeautje, en gaf me genoeg vertrouwen om de laatste weken van dit schooljaar er nog een achtste klas bij te nemen. Zo werk ik nu voor de derde week alweer 80%, drie behoorlijk volle dagen. Eigenlijk  iets teveel qua belasting, maar omdat het maar voor drie weken is, is het net te doen. Normaliter had ik de stap van drie naar vier klassen iets langzamer gedaan, maar nu, met de zomervakantie in het vooruitzicht, moest het even iets sneller.

    Bron: Pixabay.com


    En hoe nu verder? In september begin ik gewoon weer met vier klassen; 80% van mijn normale werkbetrekking. Na een week of drie, vier, afhankelijk van hoe het gaat en ik mij voel, neem ik dan de vijfde klas erbij en zit ik (in elk geval qua lesgeven) weer op honderd procent. Ik zal dan nog niet ook direct taken op me nemen, en elke vergadering bijwonen, want ik merk wel dat het tempo de laatste maanden wel erg rap werd opgevoerd. Door mezelf, zonder druk van mijn werkgever, maar het korten van mijn salaris heeft hierop wel flink invloed uitgeoefend en kon ik als kostwinner niet negeren. Ik vind het dan ook best veel om met vier klassen te beginnen. Maar aan de andere kant zorgde het geleidelijk meer klassen erbij nemen de afgelopen maanden er wel voor dat ik telkens verschillende klassen met verschillende planningen had. Ondanks dezelfde niveaus en dezelfde jaarlaag, want met de een was ik immers al eerder begonnen en had ik dus meer tijd. Dat vergt veel van mijn schakel- en organisatorische vermogens en da's niet heel eenvoudig voor iemand met ADD en herstellende burn-out. Dat aspect speelt aan het begin van het schooljaar niet. Ik heb dan weliswaar vier klassen, maar hoef ik maar twee verschillende planningen te maken; een voor de zevende klassen en een voor de achtste. Daarmee is het begin van het schooljaar even iets rustiger dan deze afgelopen weken, en dat vind ik eigenlijk wel heel fijn.

    Al met al moet ik goed mijn grenzen bewaken, meer rust nemen dan ik ooit gewend was, maar voel ik ook vertrouwen en plezier in wat ik doe. Zolang ik dat alles - grenzen, rust, vertrouwen en plezier - blijf combineren, kom ik volgens mij een heel eind. 

    donderdag 24 mei 2018

    Een week in het leven van een reïntegrerende juf


    Afgelopen maandag verscheen er een herhaling van een bericht uit 2017, waarin ik vertelde wat ik in een week zoal deed. Vandaag een dwarsdoorsnede van wat ik tegenwoordig (40% aan het werk, 60% herstellende van een burn-out) doe.

    Maandag
    Vandaag begin ik de dag rustig. Het is mooi weer dus ik fiets na het naar school brengen van de kinderen op mijn gemakje naar het dorp voor wat boodschappen. Thuis zet ik een kop thee, lees een boekje, doe een wasje en voor ik het weet is het half twaalf. Nu wilde ik vandaag rustig aan doen, maar dit is wel erg rustig. Ik pak de laptop en typ op de bank twee stukjes, een voor JufJolandablogt en een voor Ogma en dan heb ik nog tijd om een paar broodjes te eten voor de kinderen weer van school gehaald moeten worden. Eigenlijk ben ik niet tevreden over wat ik heb gedaan. Maar ik heb geleerd dat ik daardoor nog niet boos hoef te worden op mezelf. Mijn eigenwaarde hangt niet samen met de hoeveelheid dingen die ik doe. 's Middags vilt ik samen met mijn jongste dochter een mooie lap waar ik een riem van wil maken, ik typ snel nog een dekselse detective voor Ogma en ik maak op mijn gemakje een salade voor het avondeten. Mij maken ze vandaag niet gek. Zolang ik mijn onbedwingbare drift om te doen maar niet volledig de ruimte geef. 

    Dinsdag
    Normaal zou ik vandaag een paar uur lesgeven, maar het is deze week projectweek en omdat ik dan niet hoef les te geven kan ik zelf mijn uren indelen. Om mezelf te laten wennen aan lange dagen (vanaf volgende week ga ik weer een klas extra lesgeven en ben ik 1 lange dag en twee middagen aan het werk) besluit ik om vandaag alleen thuis een uurtje bezig te gaan en morgen van half tien tot vijf op school te werken aan het voorbereiden van mijn lessen tot de zomervakantie. Komt mooi uit want het is mooi weer en ik heb gelegenheid om met mijn lieve schoonzus een ochtendje lekker wat te prutsen en te knutselen. Genieten van even niets moeten en van iets moois maken draagt ook bij aan mijn herstel en dus ben ik eigenlijk Bijzonder Verstandig bezig.

    Woensdag
    Vandaag voor het eerst een lange dag op school. Even geen lesgeven, maar wel flink aan de slag met het voorbereiden van de lessen van de klas die ik nu al lesgeef, de klas die er vanaf volgende week bijkomt én de klas die ik over drie weken hoop over te nemen. Ik heb een strak schema gemaakt voor mezelf, waarbij ik niet langer dan één uur achter elkaar mag werken en dan verplicht minimaal twintig minuten pauze moet houden. Lastig, want met mijn ADD hoofd ga ik zonder dat ik het merk zomaar twee, drie keer zo lang door dan ik eigenlijk van plan was. Ik moet dus alert blijven, mezelf afremmen en streng zijn met pauzes. Ik besluit om niet naar de lerarenkamer te gaan in mijn zelf opgelegde pauzes maar even een boekje te lezen of een kort wandelingetje te maken. Geen idee of ik dit straks als ik weer hele dagen lesgeef ook volhoud, maar vandaag lukte het. 
    's Avonds geef ik twee uur achter elkaar eindexamentraining aan iemand die ik jaren bijles gaf. Leuk, hopelijk nuttig en niet heel inspannend, maar toch ben ik bekaf. Negen uur lig ik in bed en slaap bijna direct.

    Bron: Pixabay.com


    Donderdag
    Zo'n hele dag op school en daarna nog twee uur bijles geven bleek toch net iets teveel van het goede, waardoor ik vannacht slecht heb geslapen. Onrustig, veel dromen, veel wakker liggen en weinig echt tot rust komen. Omdat het strikt genomen niet per se moet en ik gister heel veel heb gedaan, neem ik vandaag echt rust. Ik trek me terug in onze caravan met een stapel tijdschriften, een pot thee en - in verband met de wens om af te vallen ter vervanging van koekjes of chocola- een schaal rauwkost. Het lukt me moeilijk om langzamer te gaan in mijn hoofd en lijf, maar met veel rustig uitademen en een meditatie lukt het toch.

    Vrijdag
    Vandaag komt mijn broer op bezoek. 's Ochtends doe ik zoveel mogelijk niets, op wat yoga en leestherapie na. 's Middags praat ik flink bij met mijn broer en leg ik wat boekjes voor de leerlingenbibliotheek klaar om volgende week mee naar school te nemen. Dit weekend fijn wat leuks doen met de kinderen, rust nemen als mijn hoofd dreigt op hol te slaan en dan komt het volgende week, voor het eerst weer twee verschillende klassen lesgeven, vast goed. Ik heb er zin in!

    donderdag 26 april 2018

    Rerun: Muziek, de sequel


    Vandaag in de herhaling een stuk dat eerder in 2017 verscheen. Het is een vervolg op een blog waarin ik vertelde over een van mijn favoriete projecten; het music project dat ik doe in de achtste (=tweede) klas. Later dit jaar zal ik eens een nieuw bericht schrijven over een project dat ik met mijn zevende klassen doe. Vandaag - het is tenslotte throw back Thursday - eerst een terugblik. 



    Na de eerste clipjes volgt er in dit eerste deel van het muziekproject nog een raar liedje met een bijzondere clip. Deze kijken we, met de tekst erbij, tot het moment dat de buurjongen bij het speciale meisje aanbelt. Eerst stel ik vragen zodat ik er zeker van ben dat ze de tekst tot dat moment begrijpen en daarna gaan we weer brainstormen: wat zou er nu gebeuren? De buurjongen heeft niet veel goeds in de zin, maar dan? Hierna bekijken we de rest, een totaal bizar en surrealistisch einde van het lied. 




    Wat ik dan weer bijzonder vind, is dat op de eerste scholen waar ik werkte en dit project deed, leerlingen dit einde niet begrepen, of er tegen in opstand kwamen. 'Ja, maar dat kan toch helemaal niet?!'. Op mijn huidige school heb ik die reacties tot nu toe niet gekregen. De leerlingen begrijpen het niet alleen, maar kunnen er ook in mee gaan. Ik vind het een mooie constatering dat out-of-the-box denken voor mijn huidige leerlingen gewoon is, en een niet realistisch einde prima kan. Kunst, weet je.

    Voorspellen
    Bij het laatste liedje, met een mooie mini-film als videoclip, stop ik de clip op het moment dat de hoofdpersonen handen vasthoudend een plan bedenken. Wat dat plan zou kunnen zijn? De leerlingen kennen Jolanda en haar rare liedjes inmiddels. Hij gaat eraan.

    https://www.youtube.com/results?search_query=goodbye+earl+dixie+chicks+official+video 


    En dat klopt.


    Nu zelf

    Na dit eerste deel van het project wordt het tijd voor het tweede. Ik laat hierin eerst een plaatje zien van een jongen en een meisje. Weer gaan leerlingen nadenken over wie de mensen in de film zijn en in groepjes bedenken ze (vaak de prachtigste en meest bizarre) verhalen over wie deze mensen zijn, en wat muziek voor rol zou kunnen spelen in hun verhaal. Dan blijken deze mensen de hoofdpersonen te zijn in een prachtig kort filmpje waarin een mixtape een rol speelt. 

    Zo komen we bij het verschijnsel mixtape. Wat is dat eigenlijk? Stel je voor dat jij een mixtape zou maken met muziek die jij speciaal vind, welke 10 nummers zouden daar in elk geval op komen? Dat wordt huiswerk.

    Presentaties
    In de les daarna laat ik de leerlingen hele kleine fragmentjes luisteren van de tien nummers uit mijn eigen mixtapelijst en mogen ze stemmen. De drie populairste nummers worden mijn top drie, democratisch besloten. Zelf mogen ze hun eigen top tien ook inkorten tot een top drie. Ik kies uit mijn top drie een nummer en daarover houd ik een korte voorbeeldpresentatie. Drie tot vijf minuten lang, waarin ik in het Engels vertel waar het lied over gaat, wie het uitvoert en waarom ik het een bijzonder nummer vind. Dat is het moment dat mijn deel ophoudt en leerlingen hun muziek mogen laten horen en erover vertellen.


    Tijdens die muziekpresentaties hoor ik elk jaar wel weer een nummer dat ik niet kende, maar waarvan ik de muziek (of onderstaand videoclip) intrigerend vind.




    Of een tekst die me terugbrengt bij mijn eigen puberteit.





    Als je dan toch moet leren om een praatje te maken in het Engels dan is voor heel veel leerlingen praten over muziek een mooi begin. Na al die tijd door mij lastig te zijn gevallen met mijn muziekjes, kunnen ze nu hun eigen favorieten laten horen. Shawn Mendes of Justin Bieber als wraak voor de mixtapefragmentjes van Deftones, Medieval Baebes, Kartellen en Radiohead van mij. Het mag allemaal. Al ben ik blij en opgelucht dat er ook leerlingen komen met zoiets



    Heb ik ook nog wat leuks om naar te luisteren.

    maandag 9 april 2018

    Juf Jolanda en de burn-out, deel 1


    Zoals ik in mijn bericht van twaalf maart al schreef, had ik niet in de gaten wat er met mij aan de hand was toen ik, nota bene na een vakantie en verlof van bijna drie weken merkte dat het niet meer ging. Ik was totaal op, kon niets meer en was een emotioneel wrak. Ik huilde om niets en kon daar niet meer mee ophouden. 

    Ik gaf nog een dag een paar uren les, maar daar weet ik niet veel meer van. De dag erna zat ik bij de huisarts, die mij complimenteerde met het feit dat ik hulp zocht. "Want dat doe je volgens mij niet snel." Ehm, nee. Niet echt. 

    Ik werd op de wachtlijst van de GGZ gezet, mocht in de tussentijd praten met de praktijkondersteuner van de huisarts en zocht zelf hulp bij een haptonoom. Ik meldde mij ziek op mijn werk en nog voor er een les van mij uitgevallen was zat ik al bij de Arbo-arts. Nog steeds niet wetend wat er was. 

    Ik ontdekte dat er een verschil zit tussen overspannen zijn en een burn-out hebben. Overspannen zijn is iets wat zich in redelijk korte tijd opbouwt en na voldoende rust nemen ook binnen een paar maanden weer geneest. Een burn-out echter ontstaat veel geleidelijker. Het is een optelsom van een structurele overbelasting die zich jarenlang opbouwt en uiteindelijk resulteert in een lijf en geest die echt niets meer kan. Op het moment dat dat gebeurt ben je er niet met 'even wat rust pakken'. Herstel duurt minimaal negen maanden, maar kan ook zo (meer dan) twee jaar duren. 

    Dat laatste bleek bij mij het geval. 

    De ellende met iets dat geleidelijk ontstaat is precies dat: je merkt het niet. Niet voldoende in elk geval. Omdat je er  structureel voor kiest om "gewoon" door te gaan zonder acht te slaan op wat je lichaam laat merken, dat je op het laatst de signalen die er zijn gewoon niet meer opmerkt. 

    Als ik nu, bijna een jaar na ziek worden, terugdenk aan de afgelopen jaren, dan zie ik hoe de balans tussen rust nemen en dingen doen steeds meer is opgeschoven. Er kwamen meer mensen bij in mijn gezin, ik ging meer werken en mijn dagen werden steeds gevulder, maar ik kon slecht afstand nemen, heel slecht zaken loslaten. Ik eiste van mezelf dat ik alles wat ik deed; lesgeven, schrijven, moederschap, echtgenoot, dochter, zus, vriendin zijn, dingen creëren, mentor zijn, gezond koken, fit zijn, allemaal perfect zou moeten kunnen. Verstandelijk wist ik natuurlijk wel dat dat niet kan, maar ik wilde het wel.

    Bron: Pixabay.com

    Ik had zo'n enorme drive om de dingen te doen waarvan ik dacht dat ze moesten, dat langzamerhand het verschil tussen dat wat ik aan kon en dat wat ik daadwerkelijk deed steeds groter werd. En ik geen rust voelde tussendoor. Want zelfs ontspanning, dingen doen voor mezelf, voelde als iets dat moest. Ik kon letterlijk in paniek raken bij de gedachte aan alles wat ik wilde doen op die ene vrije zondag. En het rare is; in paniek ontspannen, dat werkt dus niet.

    In het jaar voor mijn burn-out zich openbaarde heb ik regelmatig gemerkt dat als ik op een zeldzaam vrij moment ging zitten en mijn lijf zich eventjes wel kon ontspannen ik zo'n overweldigende vermoeidheid voelde dat ik wist dat als ik zou blijven zitten, ik de hele dag niet meer zou kunnen opstaan. Maar dat kon natuurlijk niet: to do lijsten tot aan het plafond, dingen te doen, mensen te zien, lessen om voor te bereiden, toetsen om na te kijken; door moest ik. Dooooooor! Mijn oplossing? Gewoon niet meer gaan zitten. Zolang ik bezig bleef voelde ik die vermoeidheid immers niet. Net zo makkelijk. En doooooor!

    Want dat is het dus ook met een burn-out; als je bezig bent merk je niet hoe stom je bezig bent. Hoe kon ik denken dat dit zou werken?! Er was voor deze juf duidelijk een praktijklesje nodig. En die kwam in de vorm van een burn-out.

    Bron: Pixabay.com


    Er is een mooi Hollands spreekwoord dat luidt: Achteraf kijk je een koe in de kont. Oftewel: achteraf is alles makkelijk praten. Dat is in dit geval ook zo. Er zijn de afgelopen jaren regelmatig mensen geweest die mij waarschuwden dat ik te druk bezig was, maar zelf zag ik het niet. 

    Nu wel, en sindsdien ben ik hard bezig geweest met het herstellen van de balans. Dat duurt lang, misschien wel langer dan het duurde om zo ziek te worden. Maar ik heb de tijd. Hoef niet meer snel. Ik ben niet geïnteresseerd in een quick fix, want dat werkt niet. Wat ik wel deed om beter te worden, daar ga ik volgende maand iets over vertellen.