maandag 11 juni 2018

Juf Jolanda en de burn-out, deel drie


Dit jaar vertel ik een keer per maand over de burn-out waar ik in 2017 last van kreeg. Vandaag schrijf ik over wat ik allemaal deed in de ruim negen maanden dat ik thuis zat. 

In afwachting van een afspraak bij een psycholoog, kon ik in de eerste weken van mijn ziek-zijn bij de praktijkondersteuner van de huisarts terecht. Dit is een soort link tussen de echte hulpverlener en huisarts, iemand om mee van gedachten te wisselen en die je de juiste kant op kan sturen, zonder op de stoel van therapeut of psycholoog te gaan zitten. In een tijd waarin de wachtlijsten voor de geestelijke gezondheidszorg enorm lang zijn, terwijl er wel snel hulp moet komen, een uitkomst.

Om eerlijk te zijn herinner ik mij alleen flarden van die gesprekken met de praktijkondersteuner. Mijn hoofd deed het gewoon niet, ik kon slecht de rode draad van een gesprek volgen en onthouden wat ik wilde zeggen of wat er gezegd werd. Dit confronteerde er mij mee hoe beangstigend het is om dat niet meer te kunnen, weinig controle meer te voelen omdat je de wereld om je heen (en in jezelf) even niet meer goed volgt. Wat ik wel weet is dat ik er ondanks dit alles toch veel aan heb gehad; ik had een slim en vriendelijk iemand die de tijd voor me nam en die dingen zei die ik me misschien niet helemaal woordelijk kon herinneren maar die er wel voor zorgde dat ik me minder wanhopig voelde. En die mij complimenten gaf. Ik was blij met deze gesprekken doordat ik me serieus genomen voelde. Ik was niet gek, alleen ziek.

bron: Pixabay.com

Tegelijkertijd startte ik bij een haptonoom. Letterlijk betekent haptonomie de leer van het menselijk gevoel en het gevoelsleven. Ik ging er naar toe met het idee dat ik zo in mijn hoofd zat dat ik het contact met mijn lijf verloren was en een haptonoom mij zou kunnen helpen om dat te herstellen. Dat is precies wat er is gebeurd en toch kan ik niet goed uitleggen hoe. Voor mij is het iets dat ik niet verstandelijk kan vatten. Wat ik deed is op een bank liggen, gekleed in een onderbroek en bh, terwijl de haptonome haar hand op mijn onderrug legde. En mijn benen, voeten, armen en handen aanraakte. Ik kan niet goed begrijpen hoe zoiets mij kan helpen, want het lijkt zo triviaal, maar dat deed (en doet) het wel. Het eerste dat ik leerde van de haptonomie is hoe ontzettend moe ik was, fysiek moe. Niet gewoon vermoeid, maar een enorme, diepliggende vermoeidheid die alleen maar erger werd naarmate ik meer tot rust kwam. Ik leerde na verloop van tijd ook beter te luisteren naar de signalen van mijn lichaam en ik leerde te ontspannen. Nog steeds ga ik eenmaal per maand tot zes weken naar de haptonoom, om dat te onderhouden. En omdat het voelt als een cadeautje voor dat lijf van mij, dat het zo goed doet.

Toen ik na een paar maanden eindelijk bij de psycholoog terecht kon stopten de gesprekken bij de praktijkondersteuner. Bij de GGZ volgde eerst een ADD-onderzoek, omdat ik wilde weten in hoeverre mijn problemen met een burn-out te maken hadden en in hoeverre eventuele andere zaken meespeelden. Hier kwam uit dat ik inderdaad ADD heb. Hoe deze is ontstaan viel niet meer te achterhalen, maar dat ik het heb staat vast. Ik had gedacht dat deze diagnose mij zou helpen, maar ik merkte dat ik het helemaal niet fijn vond om te weten. Kunnen zeggen dat je 'een chaotisch hoofd' hebt klinkt gewoon wat sympathieker dan moeten zeggen dat er echt iets mis is in de vorm van ADD. Ik wíl helemaal niet iets hebben, zeker niet iets wat ook nog eens (in tegenstelling tot de burn-out) over gaat. Ik heb inmiddels geleerd om het een soort van plekje te geven (met excuses voor de jeuk-term 'het een plekje geven', maar ik weet even niet hoe ik het beter moet omschrijven), maar helemaal geaccepteerd heb ik het nog niet geloof ik. Da's echter weer een ander onderwerp. 

Omdat ik dit stuk niet weer helemaal uit de klauwen wil laten lopen qua lengte (te laat, Lichthart, te laat) kan ik kort opsommen wat ik daarna allemaal heb gedaan. Ik heb medicatie tegen de ADD geprobeerd (de Conserta-achtige variant), met zeer slechte resultaten (drugs, jongen! Het werkte bij mij als keiharde drugs, waar ik alleen maar nog harder van ging in plaats van rustiger en geconcentreerder. Geen fijne ervaring), online cognitieve gedragstherapie (werd ik dwars en recalcitrant van.), gesprekken met psycholoog (prettig), investeerde (letterlijk, want alternatieve gezondheidszorg wordt zo slecht vergoed tegenwoordig dat je bijna of zelfs helemaal alle zorg zelf moet betalen. En da's duur…) in shiatsumassage (één woord: genieten. Echt intens genieten. En ontspannen. Precies wat je nodig hebt als je hersteld van een burn-out) én - belangrijkste van alles- ik begon met een zelfcompassietraining.

Die zelfcompassietraining heeft mij het meeste geleerd. Het gaf theoretische informatie over hoe het zit met stress en belasting en tot rust komen, maar hielp vooral praktisch gezien. Ik heb gemediteerd, mijn verleden onder de loep genomen, ontspanningsoefeningen gedaan en geleerd dat het niet gaat om wat je doet. Zelfs niet eens om wie je bent. Maar dat gewoon zijn genoeg is. Vriendelijk leren zijn voor mezelf, compassie voelen met mezelf, de mensen om me heen en de situatie waarin ik zit, wat die situatie ook is, het omarmen van de complete ramp, dat heeft mij het meest genezen. 

Bron: Pixabay.com































Voor zover ik genezen ben, want ik ben er nog lang niet. Wel een stuk verder dan vorig jaar. Maar de burn-out, die zit er nog steeds. Steeds minder in mijn hoofd, nog behoorlijk in mijn lichaam. Die heeft gewoon meer tijd nodig om te leren hoe het relaxter kan. En dat is helemaal niet erg. Ik neem alle tijd voor dat herstel. Zeker met de hulp van psycholoog, haptonoom, lekker veel zelfcompassie en af en toe een vleugje shiatsu kom ik een heel eind. 

maandag 4 juni 2018

Anglofiele juf


Engelse juf zijn betekent voor mij ook anglofiel zijn. Niet dat ik blind ben voor de dingen die wellicht wat minder zijn aan het land, de geschiedenis of de cultuur, maar wel een sterke liefde die maakt dat dat soort dingen er toch iets minder toe doen. Hoe het komt? Ik weet het oprecht niet. Nou ja, mijn vader heeft een grote liefde voor geschiedenis, onder andere voor Keltische en Anglo-saksische. En mijn moeder had ooit het plan om een tijd in Engeland te wonen, totdat ze mijn vader tegenkwam, trouwde en een jaartje of twee moeder werd van ondergetekende. Wellicht is het die genetische combinatie die ervoor zorgde dat ik een onverbeterlijke anglofiel ben.

Bron: pixabay.com


Anglofilie (klinkt een beetje als een ouderwetse ziekte) is een breed begrip. In mijn geval betekent het sterke interesse in de taal, geschiedenis en cultuur van Engeland, Ierland, Schotland en Wales. Amerika en Canada trekken mij minder, hoewel ik juist het verhaal en geschiedenis van diens oorspronkelijke bewoners wel weer erg boeiend (en helaas bijzonder tragisch) vind. 

Voor mijn lessen betekent het dat ik het niet alleen over de taal heb, maar ook de cultuur en geschiedenis erbij betrek. Vertel over de mensen die in die geschiedenis betrokken waren; de bekende, maar vooral ook de onbekende. En over hoe de cultuur invloed heeft op de taal (vaker please zeggen bijvoorbeeld dan wij in het Nederlands zouden doen, omdat de aanspreekvormen net iets vormelijker, of beleefder zijn, dan de directheid van de Nederlanders.) Of over hoe de geschiedenis invloed had op de taal (hoe de vikingen zorgden voor woorden die we nu nog herkennen als Scandinavisch of Fries van oorsprong.) Of hoe de taal in de loop van de eeuwen veranderd is. (Dat men in de 14e eeuw nog steeds Saksische uitspraak bezigde; night niet als /nait/ maar als  /nicht/ bijvoorbeeld. Of dat we nu nog 'apple' schrijven omdat je het vroeger letterlijk zo uitsprak, en pas later als /aeppul/)

De liefde die ik voel voor het gebied, de taal, cultuur en de geschiedenis maakt dat ik mijn vak met veel enthousiasme kan overbrengen. Ik ben er van overtuigd dat dat, hoe stom een leerling een vak ook vind, verschil maakt. Misschien niet makkelijker, maar misschien wel net een tikje minder stom. 

Wat denken jullie?

maandag 28 mei 2018

De man achter de juf

Vandaag eens een persoonlijk stukje, over het leven achter het docentschap. Je kent de uitdrukking 'Behind every great man is a great woman'? Datzelfde geldt natuurlijk voor every great woman. En zoals uit dit blog zal blijken ook voor niet altijd even great women zoals ik. De gewone juf zeg maar.

Steun van de achterban
Als docent met ADD, herstellende van ten burn-out heb ik vaak weinig energie over. De energie die ik heb moet ik inzetten om les te kunnen geven, af en toe een klein stukje te kunnen schrijven en verder alleen dingen te doen die mij rust en plezier geven. In een gezin met drie kinderen, vieze was en dito caviahokken is dat alleen mogelijk als er iemand is die zorgt dat het gewone leven thuis door draait. 

Die-Van-Mij
Dat is wat Die-Van-Mij doet. Mijn lief is geen stay at home dad (zoals er stay at home mums zijn) maar work at home dad. Kunstenaar. Hij creëert in zijn beeldende werk door middel van assemblage-objecten een eigen wereld. Een wereld waarin mensen gedreven door hun wens hun alledaagse bestaan te ontvluchten manieren (voertuigen) vinden om dit te doen. Daarnaast maakt hij thuis mogelijk dat ik lesgeef en schrijf door te zorgen dat alles loopt, met name op het gebied van kinderen en huishouden. Ik denk dat het geen al te boude uitspraak is dat ik het zonder hem niet zou redden alle ballen in de lucht te houden.

Daarom vond ik het tijd voor een beetje hubbie plug. Want wie is de man achter de juf?

Onderwijs
Het grappige is dat wij heel in het begin, nog voordat er romantische violen op de achtergrond klonken - en dat was al vrij snel- geanimeerde gesprekken hadden over lesgeven en het onderwijssysteem. Dat is niet raar. Ik was immers al juf (hoewel nog net niet afgestudeerd) maar ook mijn lief is van oorsprong docent. Docent drama om precies te zijn. Daarnaast is hij opgegroeid in een onderwijsmilieu: zijn beide ouders en een van zijn grootmoeders waren onderwijzers en leraren. Toen bleek dat onze ideeën over onderwijs en leren toch wel erg overeenkwamen was het een kleine stap naar alle andere zaken die we gemeen hadden, en voor ik het wist waren de violen ingeschakeld. Figuurlijk gezien dan. 

Als een pauw
Nadat mijn man jarenlang als grafisch vormgever werkte en daarnaast zijn kunst maakte, is hij sinds ruim twee jaar voltijd beeldend kunstenaar. Hij heeft in die tijd in mijn ogen veel bereikt. Werken verkocht in o.a. Hollywood, Australië en Luxemburg, opdrachten over de hele wereld en exposities in plaatsen als Genève, Taipe en Londen. (Voor die laatste mocht ik zelfs als afvaardiging afreizen; een snoepreisje naar mijn favoriete land). En dat terwijl ook hij, wegens een chronische aandoening, lang niet altijd de energie heeft om alles te doen wat hij graag wil. Nou ja, ik zal er niet te tranentrekkerig over doen, maar het is duidelijk dat ik trots ben, toch? 

Trots was ik ook dat onze dochter en een van onze drie favoriete neven op de basisschool een spreekbeurt over zijn kunst hebben gehouden. Onze dochter nam zelfs haar hele klas mee naar het plaatselijke museum waar mijn man op dat moment een solo-expositie had. Hoe cool is het om dat te kunnen doen?!

Filmpje!
Een beetje van zijn onderwijsbloed laat zich ook zien aan het feit dat hij een tijdje terug meewerkte aan een project van de plaatselijke middelbare school. Op deze school is er een nieuw vak (cultuurreporters) waarin leerlingen o.a. leren om filmpjes te maken. Een van de opdrachten was om een beeldende kunstenaar te interviewen over zijn werk. Twee gemotiveerde en getalenteerde jongens maakten vervolgens dit filmpje. Voor iedereen die graag eens een glimp wil van de man die achter de schermen dit blog mogelijk maakt: hier is 'ie!

(oh en die opmerking over leraren? Dat is nou zijn humor. ;-) )

donderdag 24 mei 2018

Een week in het leven van een reïntegrerende juf


Afgelopen maandag verscheen er een herhaling van een bericht uit 2017, waarin ik vertelde wat ik in een week zoal deed. Vandaag een dwarsdoorsnede van wat ik tegenwoordig (40% aan het werk, 60% herstellende van een burn-out) doe.

Maandag
Vandaag begin ik de dag rustig. Het is mooi weer dus ik fiets na het naar school brengen van de kinderen op mijn gemakje naar het dorp voor wat boodschappen. Thuis zet ik een kop thee, lees een boekje, doe een wasje en voor ik het weet is het half twaalf. Nu wilde ik vandaag rustig aan doen, maar dit is wel erg rustig. Ik pak de laptop en typ op de bank twee stukjes, een voor JufJolandablogt en een voor Ogma en dan heb ik nog tijd om een paar broodjes te eten voor de kinderen weer van school gehaald moeten worden. Eigenlijk ben ik niet tevreden over wat ik heb gedaan. Maar ik heb geleerd dat ik daardoor nog niet boos hoef te worden op mezelf. Mijn eigenwaarde hangt niet samen met de hoeveelheid dingen die ik doe. 's Middags vilt ik samen met mijn jongste dochter een mooie lap waar ik een riem van wil maken, ik typ snel nog een dekselse detective voor Ogma en ik maak op mijn gemakje een salade voor het avondeten. Mij maken ze vandaag niet gek. Zolang ik mijn onbedwingbare drift om te doen maar niet volledig de ruimte geef. 

Dinsdag
Normaal zou ik vandaag een paar uur lesgeven, maar het is deze week projectweek en omdat ik dan niet hoef les te geven kan ik zelf mijn uren indelen. Om mezelf te laten wennen aan lange dagen (vanaf volgende week ga ik weer een klas extra lesgeven en ben ik 1 lange dag en twee middagen aan het werk) besluit ik om vandaag alleen thuis een uurtje bezig te gaan en morgen van half tien tot vijf op school te werken aan het voorbereiden van mijn lessen tot de zomervakantie. Komt mooi uit want het is mooi weer en ik heb gelegenheid om met mijn lieve schoonzus een ochtendje lekker wat te prutsen en te knutselen. Genieten van even niets moeten en van iets moois maken draagt ook bij aan mijn herstel en dus ben ik eigenlijk Bijzonder Verstandig bezig.

Woensdag
Vandaag voor het eerst een lange dag op school. Even geen lesgeven, maar wel flink aan de slag met het voorbereiden van de lessen van de klas die ik nu al lesgeef, de klas die er vanaf volgende week bijkomt én de klas die ik over drie weken hoop over te nemen. Ik heb een strak schema gemaakt voor mezelf, waarbij ik niet langer dan één uur achter elkaar mag werken en dan verplicht minimaal twintig minuten pauze moet houden. Lastig, want met mijn ADD hoofd ga ik zonder dat ik het merk zomaar twee, drie keer zo lang door dan ik eigenlijk van plan was. Ik moet dus alert blijven, mezelf afremmen en streng zijn met pauzes. Ik besluit om niet naar de lerarenkamer te gaan in mijn zelf opgelegde pauzes maar even een boekje te lezen of een kort wandelingetje te maken. Geen idee of ik dit straks als ik weer hele dagen lesgeef ook volhoud, maar vandaag lukte het. 
's Avonds geef ik twee uur achter elkaar eindexamentraining aan iemand die ik jaren bijles gaf. Leuk, hopelijk nuttig en niet heel inspannend, maar toch ben ik bekaf. Negen uur lig ik in bed en slaap bijna direct.

Bron: Pixabay.com


Donderdag
Zo'n hele dag op school en daarna nog twee uur bijles geven bleek toch net iets teveel van het goede, waardoor ik vannacht slecht heb geslapen. Onrustig, veel dromen, veel wakker liggen en weinig echt tot rust komen. Omdat het strikt genomen niet per se moet en ik gister heel veel heb gedaan, neem ik vandaag echt rust. Ik trek me terug in onze caravan met een stapel tijdschriften, een pot thee en - in verband met de wens om af te vallen ter vervanging van koekjes of chocola- een schaal rauwkost. Het lukt me moeilijk om langzamer te gaan in mijn hoofd en lijf, maar met veel rustig uitademen en een meditatie lukt het toch.

Vrijdag
Vandaag komt mijn broer op bezoek. 's Ochtends doe ik zoveel mogelijk niets, op wat yoga en leestherapie na. 's Middags praat ik flink bij met mijn broer en leg ik wat boekjes voor de leerlingenbibliotheek klaar om volgende week mee naar school te nemen. Dit weekend fijn wat leuks doen met de kinderen, rust nemen als mijn hoofd dreigt op hol te slaan en dan komt het volgende week, voor het eerst weer twee verschillende klassen lesgeven, vast goed. Ik heb er zin in!

maandag 21 mei 2018

Rerun: Een week uit het leven


Voor eenmaal de tweewekelijkse herhaling niet op donderdag, maar - in verband met Pinksteren- op maandag. Nu ik het een paar keer over De Burn-out heb gehad vond ik het wel tijd worden om terug te blikken op een stuk dat ik begin april vorig jaar publiceerde. De week die ik beschreef vond twee maanden daarvoor plaats, begin februari. Met de kennis van nu kan ik in de beschrijving van wat ik in een doorsnee week deed de burn out al zien aankomen. Toen zag ik dat niet. Lezen jullie mee?


Vandaag een overzicht van wat ik zoal doe tijdens een willekeurige week. Laten we eens beginnen op maandag. Goede dag om mee te starten, toch?

Maandag.
Gister heb ik de hele dag niets gedaan voor mijn werk en eigenlijk baal ik daarvan; ik heb een stapel achterstallig nakijkwerk. Eigen schuld, want het zijn vooral kijk-en luisterverslagen. Die vind ik stom om na te kijken. Duurt in verhouding heel lang en – aangezien een klas samen dezelfde film kijkt- lees ik 25 tot 30 keer dezelfde samenvattingen over dezelfde film. Saai!!!Dus laat ik het te lang zitten. Nu liggen er dus nog 50 plus verslagen plus proefwerken en deze week volgen er nog twee klassen.. Help!! Dus sta ik – op deze voor mij vrije dag- extra vroeg op en kijk eerst een uurtje na voor de kinderen op staan. Als ze op school zitten is het tijd voor het huishouden. Voor de rest prep ik wat eten zodat ik op school voldoende te eten heb, een goed begin...

Bron: Pixabay.com

Dinsdag.
Eerste werkdag van de week. Weer sta ik vroeger op, kijk ik een half uurtje na en ontbijt dan met mijn kinderen. Rond half tien vertrek ik naar school, waar ik nog snel wat kopieer voor het eerste lesuur losbarst. Ik geef les tot 15.05, het laatste uur is een klassenuur met veel leuke gesprekken. Ik had deze dag niet veel pauze, maar dat is normaal. Ik heb kunnen lunchen en tussendoor naar de wc kunnen gaan, en dat is soms wel eens anders. Wel drink ik veel te weinig, en eigenlijk wil ik nog wel een kop thee, maar als ik het lokaal netjes heb ben ik vijf minuten te laat voor een gesprek met ouders. Na dit gesprek praat ik nog even na met de collega van de ondersteuning en rond half vijf vertrek ik weer naar huis. Vandaag hadden twee klassen een proefwerk, dus mijn nakijkmap puilt behoorlijk uit. Eenmaal thuis hoef ik gelukkig niet te koken en heb ik deze week ook geen bijles. Gelukkig, kan ik lekker vroeg op bed. Na nog een beetje nakijken natuurlijk.

Woensdag.
Herhaling van gister, maar langer en drukker. Een collega heeft een kindje gekregen en dus eet ik me misselijk aan drie beschuiten met muisjes. Zo heeft dat preppen van gezonde lunches ook niet veel zin. Zucht. Als ik om vier uur klaar ben met lesgeven wil ik eigenlijk nog wat nakijken en werken aan de planning voor de komende tijd, maar ik heb zoveel mailtjes te beantwoorden, dat ik om vijf uur mijn lokaal uitloop en nog niets verder ben.

Donderdag.
Ook vandaag begin ik de dag met een half uurtje nakijken. Een stapel proefwerken is klaar! Zelfs de cijfers staan al in mijn agenda. One down, two to go! Nou ja, en die kijk-en luisterverslagen dus. En volgende week volgt er nog een proefwerk. Niet aan denken, werkt demotiverend. Ik heb maar vier lessen, maar 's middags staan twee vergaderingen op de planning; van half drie tot kwart over vijf, met een kwartiertje pauze er tussenin, en op de een of andere manier voelt dat soms als harder werken dan voor de klas staan. Behoorlijk moe kom ik thuis. Geen zin om te koken, dus oudste dochter mag naar de Chinees.

Vrijdag.
Officieel heb ik vandaag vrij en normaal gebruik ik deze dag om lekker te tikken, maar er is nog steeds zoveel nakijkwerk en er is van alles aan de hand in mijn mentorklas dat ik de hele ochtend kwijt ben met mailen, bellen, planningen uitwerken en nakijken. Strontchagrijnig word ik ervan. En recalcitrant. Ik besluit ook niet te schrijven, maar verdwijn naar mijn schrijfzoldertje met een boek. Voor een klein uurtje, want dan is het alweer tijd de kinderen van school te halen. Oh well, volgende week is het weer vrijdag.

Zaterdag.
Vandaag ben ik echt vrij. Ik ben een dag weg en heb niet eens de kans om iets aan mijn werk te doen, al zou ik het willen. Heerlijk!

Zondag.
Ook vandaag is een vrije dag en na het uitmesten van mijn schrijfzolder vind ik tijd om wat te schrijven en te knutselen. Erg fijn, en na het avondeten trek ik het nog om wat na te kijken. Ein-de-lijk zijn de kijk-en-luisterverslagen af. Victory!! Kijk dat is een fijn begin van de week morgen. Beetje jammer dat ik veel te lang doorga en niet goed kan slapen. Nou ja, je kan niet alles hebben. Morgen weer een nieuwe week!


Ter vergelijking zal ik aanstaande donderdag een nieuw blog plaatsen met hoe een gemiddelde week er op dit moment uit ziet. (En daarna gewoon weer de nieuwe berichten op maandag en om de andere donderdag een herhaling. Voor iedereen in de war raakt…)




maandag 14 mei 2018

Juf Jolanda en de burn-out deel twee, vervolg


Vorige week kon ik niet alles kwijt, vandaar nu het vervolg van mijn tweede burn-out bericht. 

Uiteindelijk was het vlak voor de kerstvakantie dat ik voelde dat ik er klaar voor was om weer iets te gaan doen. Ik had rond die tijd een laatste gesprek met de bedrijfsarts die vertelde dat ik best dankbaar mag zijn voor hoe mijn school met mijn ziekte om is gegaan; in het ruimte geven en geen druk op mij uitoefenen. Dat ben ik ook, uiteraard. Maar de andere kant van het verhaal is dat als er in september wel druk op mij was uitgeoefend, ik niet weet of ik er dan nog wel had willen werken. Een kat in het nauw maakt rare sprongen en ik zal niet de eerste zijn die ontslag neemt omdat er meer verwacht wordt dan je aan kunt. 

Ik weet uit ervaringsverhalen van mensen om mij heen dat het vaker gebeurt dat er geen begrip is en geen aanpassingen worden gedaan om terugkeer mogelijk te maken. Dit is enorm naar om mee te maken. Wat je dan mee krijgt van de werkgever waar je nota bene zoveel inzet voor toonde dat je je eigen gezondheid ermee om gort hebt geholpen, is dat jij niet gewaardeerd wordt. Dat is een extra klap, op een moment dat je door je burn-out al extra kwetsbaar bent. Ik heb juist het tegenovergestelde meegemaakt. Van mijn collega's kreeg ik blijken van begrip en aandacht, van mijn leidinggevende kreeg ik de ruimte om beter te worden. En meer nog dan dat. 

Bron: Pixabay.com
































Bij elk gesprek over mijn reïntegratie benadrukte hij twee zaken. Ten eerste dat ik zelf het beste weet wat ik aan kan en wat niet. Ik kan daarom het beste zelf aangeven wat ik wil doen, wanneer en in welke mate. Die carte blanche op het gebied van mijn terugkeer zorgde voor ontspanning en plezier. Ik had de mogelijkheid om te ontdekken wat ik al kon, hoe dat ging en het effect op mijn gemoedstoestand. Was dat anders geweest dan had mijn terugkeer veel langer geduurd. Het tweede dat hij vertelde is hoe zeer school mij waardeert als docent en dat hij gewoon graag wil dat ik gezond weer aan het werk ga. Omdat hij dat de leerlingen gunt, en omdat hij mij dat gunt. Om te horen hoe blij men is met mijn werk, dat maakte voor mij alle verschil van de wereld. Want een werkgever die zij best doet voor jou, maakt dat jij ook je best doet voor hen. Niet uit angst je baan te verliezen, of omdat je anders gekort wordt op je loon (want na een jaar ziekte ga je terug naar 75% van je loon. Alsof dat je sneller beter maakt…) maar omdat het fijn is om op zo'n plek te mogen werken. 

En zo heeft een werkgever dus wel degelijk invloed op het herstel bij een ziekte. Helaas vaak negatief, maar in mijn geval gelukkig een positieve invloed. Nog nooit werkte ik op een school waar ik me zo gewaardeerd voel. Dat is iets waar ik, ziek of gezond, heel erg dankbaar voor ben. 


maandag 7 mei 2018

Juf Jolanda en de burn-out deel twee


Vorige maand beschreef ik hoe ik, vandaag op de dag af een jaar geleden, mij ziek meldde. Op dat moment nog geen idee wat er precies speelde, maar wel wetend dat het goed mis was. De dag na mijn ziekmelding zat ik bij de bedrijfsarts, nog voor ik 1 les gemist had. Uit loyaliteit en de wens om zo snel mogelijk weer terug te keren, hoewel de bedrijfsarts toen nog niet veel voor mij kon doen. Ik was teveel in de war, mijn hersenen deden het nog niet eens op halve kracht en ik besefte niet hoe erg het met mij gesteld was. Naïef en vol plichtsbesef dacht ik dat een week of drie, vier, vijf, hooguit zes rust vast wel genoeg zou zijn. Het heeft maanden geduurd voordat ik in de gaten had hoe zeer mijn lijf en geest hadden geleden onder jarenlange te hoge belasting. En wat het effect is van structureel teveel stress ervaren. Ik zal volgende maand iets meer vertellen over dat herstelproces, voor vandaag wil ik kijken naar de reacties van mijn collega's, leerlingen en leidinggevende. Vooral ook om duidelijk te maken dat dit soort zaken meespelen in het omgaan met en herstellen van ziekte. Wat ik daarmee bedoel? Wordt zo duidelijk.

Ik kan niet anders zeggen dan dat mijn school vanaf het allereerste begin begripvol is geweest ten opzichte van mijn uitval. Mijn leidinggevende gaf mij alle ruimte om beter te worden, belde af en toe uit belangstelling en om even te peilen hoe het ging, maar zeker niet elke week en niet om druk op mij te leggen. Ik ontving niet 1 keer, maar meerdere malen bloemen van school, kaartjes namens alle collega's, kaartjes van individuele collega's en er kwam zelfs een lieve collega langs die namens een heel lieve klas kaartjes mee bracht. Dat lijken triviale dingen, maar dat zijn het niet. Te weten dat je gewaardeerd wordt is zo'n fijn gevoel. Zeker als je zo lang thuis bent en het lang niet goed gaat, maakt het dat je voelt dat, ook al ben je er even niet, je er nog wel bij hoort. Zodat terugkeer iets wordt om naar uit te kijken, iets positiefs. En dat is, weet ik uit verhalen, echt niet op elke school of bedrijf het geval. 

Na enkele maanden thuis zijn had ik vlak voor de zomervakantie een gesprek met de bedrijfsarts. Een goed en prettig gesprek waarbij ik wellicht iets te licht sprak over hoe het met me ging (een bekende valkuil voor mensen die net zoals ik lijden aan het 'niet zeuren, maar doorgaan' syndroom. "Nee, hoor, het gaat alweer een stuk beter", terwijl dat betekent dat je niet meer zeven dagen per week om zeven uur 's avonds op bed gaat, maar nog maar vier avonden.) Aan het einde van dit gesprek zei de bedrijfsarts dat ik in de eerste week na de zomervakantie maar gewoon weer eens moest beginnen. Heel rustig aan, maar, zo voegde ze daar geruststellend bedoeld maar totaal anderszins uitpakkend aan toe, als ik eenmaal zou beginnen dan was ik vast binnen een paar weken weer helemaal aan het werk. Nog voor we thuis waren bonkte mijn hoofd en mijn lijf van volslagen paniek. Dit was veel te vroeg! Op aanraden van mijn man en mijn psycholoog stuurde ik in de zomervakantie was een mail naar de arts en mijn leidinggevende om aan te geven dat direct beginnen en doorstomen er niet in zat. Dat bracht een beetje verlichting, maar de stress vanwege de druk die ik voelde bleef. Samen met zes weken structuurloos leven, constant prikkels van kinderen om me heen en toch 'gewoon' op vakantie willen gaan, maakte dit dat ik er na de zomervakantie erger aan toe was dan daarvoor. Een stap naar voren, drie stappen terug, dat idee.

bron: pixabay.com


Ook toen kreeg ik hulp van mijn leidinggevende. Hij zorgde ervoor dat ik op korte termijn contact had met de bedrijfsarts, telefonisch dit keer. Zij trof mij terwijl ik om half zeven 's avonds in bed lag, moe en overprikkeld en ik geloof dat ze toen door had hoe het echt ging. Elke druk werd toen door haar weggenomen, ze benadrukte dat mijn herstel het allerbelangrijkste was, en dat daar geen tijdslimiet aan verbonden kon worden. Dit zorgde ervoor dat ik, eigenlijk voor de eerste keer sinds ik ziek thuis was komen zitten, mij over kon geven aan wat er nodig was. Zonder mij schuldig te voelen, zonder gefocust te zijn op hoe het straks dan moest en vooral wanneer. Dit was essentieel voor mijn herstel. 

Omdat ik merk dat dit alles een langer verhaal wordt dan ik dacht (story of my life) volgende week maandag het vervolg van dit tweede burn-out bericht.