(In mijn
vorige blog vertelde ik waarom rijles mij als docent veel gebracht
heeft. Deze keer vertel ik meer.)
Succes en
falen
Iets anders wat ik geleerd heb is hoe ontzettend belangrijk
succeservaringen en complimenten kunnen zijn. De eerste keer dat er
iets goed ging en de instructeur zei: 'Kijk, zo doe je dat dus', ik
dacht dat ik uit elkaar zou knallen van trots. De rest van die rijles
ging ineens ook een stuk beter. Later (vele, vele, vele maanden
later), toen er eindelijk schot in de zaak leek te zitten, kwam ik
soms ineens in een flow, dan ging het zo goed dat ik wel op wolken
leek te eh... rijden. Op het moment dat ik dan weer een foutje maakte
en de instructeur tegen me tekeer ging voelde ik een stomp in mijn
maag en donderde ik keihard van die wolk. Om me de rest van de les
rot te blijven voelen.
Hoe het niet moet
Want dat
is het laatste wat ik geleerd heb van autorijles: hoe het niet moet
als docent. Ik had namelijk de slechtste instructeur ooit. Geen
slechte vent, dat was nu net het punt, anders was ik allang weg
gegaan in plaats van een kleine twee jaar doorklooien. Maar een bar
slechte leraar. Althans voor mij. Zijn stem ging altijd omhoog en
werd luid (zeg: niveau schreeuwen) als ik iets deed wat niet de
bedoeling was. Ik voelde mezelf krimpen onder zijn geschreeuw.
Daarnaast waren zijn opmerkingen zelden opbouwend of subtiel. Zo
hoorde ik regelmatig op snerende toon iets als: 'Waarom probeer je op
die container in te rijden?', als ik een tikje teveel naar rechts
dreigde te gaan. Of: 'Het moet jou een rotzorg zijn hoe lang zij moet
wachten!', als ik iemand voorrang gaf terwijl het niet hoefde. Het
naarste was ergens aan het einde van mijn rijles-carrière toen ik
tijdens een les een aantal dingen niet goed had gedaan. Hij hield
opnieuw een tirade en zei letterlijk dat bij mij het kwartje maar
niet wilde vallen, ik maar hardnekkig dingen verkeerd bleef doen en
dat een rij-examen op deze manier geen enkele zin had, omdat het zo
toch niets zou worden met mij. Let wel: gesprekken lang had ik met
deze man gehad over mijn onzekerheid en mijn moeite om verschillende
dingen tegelijk te doen, en het eeuwige twijfelen vanwege die
onzekerheid. Volgens hem kon iedereen leren rijden, dus ik ook. En
net toen ik het idee had dat een rijbewijs ook voor mij weggelegd zou
kunnen zijn kwam hij met deze bombshell. Geschreeuwd bovendien. Aan
het einde van de les was hij weer zijn gewone vriendelijke zelf en ik
besloot toch door te gaan met de lessen. Alleen wel bij een andere instructeur. Genoeg is genoeg tenslotte.
Hoe moet het dan wel?
Het was
puur doorzettingsvermogen dat ik nog steeds rijles heb en of ik het ooit haal weet ik nog steeds niet Maar sinds
die eerste lessen koester ik mijn zwakke leerlingen en stimuleer ik hen om
altijd hun best te blijven doen. Ik zoek naar alle lichtpuntjes die
ze laten zien. En ik laat ze weten dat ze nooit, absoluut nooit
iemand mogen geloven (inclusief zichzelf) die hen probeert wijs te
maken dat het geen zin heeft, en dat het nooit wat met hen zal worden.
Laatst had
ik een meisje bij mijn bureau staan die, ondanks echt proberen, en
met zware dyslexie, haar zoveelste nog niet voldoende had gehaald op
een proefwerk. Ik wees haar op een oefening die ze helemaal goed had
gedaan, een smiley van mij in de kantlijn. Als enige van de klas had
ze net die oefening helemaal foutloos gedaan. Ik liet haar weten dat
dit voor mij meer waard is dan een tien van een andere leerling. Het
leverde haar een applausje op van de klas. Geheel terecht.