Posts tonen met het label verhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhalen. Alle posts tonen

donderdag 27 september 2018

Rerun: Gooi dat boek maar in de prullenbak! Of: mijn ervaringen met TPRS



Vandaag gaat een blog uit een drieluik over TPRS - Teaching Proficiency through Reading and Storytelling- in de herhaling. In de eerste twee delen, die je hier en hier kunt vinden, vertelde ik over de ideeën achter deze lesmethode, en hoe het in de praktijk gaat.  Dit laatste deel ging over mijn eigen ervaringen hiermee. 


Ik kwam na de workshop die ik had gedaan razend enthousiast thuis, maar op mijn werk was er geen ruimte voor om iets mee te doen. Pas toen ik ging lesgeven in groep 7, in de klas van mijn oudste dochter was die mogelijkheid er wel. Maar omdat ik er geen enkele ervaring in had liet ik de verhalen niet zo vrij als eigenlijk de bedoeling was. Ik bedacht niet alleen het begin en het einde van het verhaal, maar ook wat er tussen in gebeurde. Ik bedacht eigenlijk gewoon het hele verhaal. 

Alleen liet ik de leerlingen tijdens de les denken dat zij het bepaalden. De leerlingen waren erg betrokken bij het verhaal, deden goed mee en het vragen en antwoorden ging goed. Voor het leerproces maakte dat niet een significant verschil denk ik, en ik had die zekerheid als docent nodig. Ik vond het namelijk al spannend genoeg! Nog nooit eerder had ik zo voor een klas gestaan, vertellend en af en toe een beetje naspelend, acterend.

Even geen TPRS
In de loop van de jaren deed ik dit veel vaker, in groep zeven en acht, met verschillende verhalen. Van elk verhaal maakte ik ook een boekje met simpele tekeningen en eenvoudige begripvragen. De leerlingen konden hierin het verhaal nalezen en vragen beantwoorden, op dezelfde manier als we in de klas al verschillende malen mondeling hadden gedaan. Toen ik wegens tijdsgebrek stopte met het werken op de basisschool verdween het TPRS gebeuren een tijd in de vergetelheid. Ik werkte op een heel leuke nieuwe school, waar ik meer uren draaide, een docentencursus volgde en moest wennen aan een andere vorm van onderwijs. Ik ontwikkelde materiaal dat past bij de ontwikkelingsfases van de verschillende leerjaren en voelde me steeds meer thuis op deze nieuwe school.

Weer vertellen
Na een paar jaar begon ik, geheel volgens de Vrijeschooltraditie steeds meer te vertellen en me nog meer op mijn gemak te voelen in de vertellende rol. Sterker nog, op zo'n moment voel ik me compleet mezelf, vind het fijn om de aandacht van de leerlingen te hebben en ze in mijn favoriete taal mee te nemen in een verhaal. Ik ben gewoon dol op verhalen, dat zal het zijn. In mijn derde jaar, toen ik voor het eerst een oefenlesje mocht geven tijdens de open dag bedacht ik dat best een van de verhalen kon vertellen die ik in groep 7 van de basisschool vertelde. En terwijl ik dat deed bedacht ik me dat ik dit vaker zou moeten doen. Gewoon in de zevende klas.

Bron: Pixabay.com



Kijk! Zonder boek!

Een workshop van een Duitse collega, die in zijn land op een Vrijeschool Frans geeft en dat doet door middel van TPRS, gaf de doorslag. Sinds dit schooljaar verwerk ik woordjes, zinnetjes en grammatica die ik eerder gaf door middel van een methode in de verhalen die ik vertel. Ik heb na jaren ook het vertrouwen gekregen waardoor ik de leerlingen echte inspraak durf te geven. Ik bedenk wat ik aan woorden en grammatica ik wil verwerken en vervolgens laat ik het vrij. Na het vertellen van (een deel van) het verhaal schrijven leerlingen dit op in hun schrift en maken ze er een boek van. 

Ze leren ook de woordjes en zinnetjes die ik belangrijk vind, maar val ze in dit eerste stadium nog niet lastig met grammatica regels. Het gaat vooral om heel veel luisteren, een beetje spreken, een beetje schrijven en lezen. 

Het bevalt me erg goed en de reacties van de leerlingen zijn positief. Voor mij reden er voorlopig gewoon mee door te gaan. TPRS rocks!


Tot zover de herhaling. Aanstaande maandag volgt een nieuw bericht, over wat ik het afgelopen jaar heb gedaan aan het vertellen van verhalen. Eens kijken of ik nog steeds zo enthousiast ben...

donderdag 15 februari 2018

Valentijn

Voor mij is het inmiddels traditie om niet lang na het eindigen van de kerstvakantie te beginnen met de voorzichtige voorjaars slash liefdesgedichtjes. Leerlingen reciteren bij mij vaak gedichten en deze pas ik aan aan de tijd van het jaar.

Rond januari wordt het weer tijd om te beginnen met de voorbereidingen op Valentijnsdag. Als het dan de veertiende februari is dan kennen ze een toepasselijk gedichtje uit hun hoofd. Altijd handig, toch?

Met de zevende (is eerste reguliere middelbare school) klas doe ik een lief klein voorjaarsgedichtje:

When you'll be my true love,
I'll tell you what I'll do.
I'll ask a little bluebird
to sing a song to you.
And when first you see a violet
and softly pricking through
the garden bed come crocusses
and golden tulips too
then watch! For he'll be coming,
that little bird of blue.
To tell you I'm in love with you, it's true, true, true.

Met de achtste (is dus tweede) klas reciteer ik rond deze tijd sonnet 18 van Shakespeare:

Shall I compare thee to a summer's day?
Thou art more lovely and more temperate.
Rough winds do shake the darling buds of May
And summer's lease hath all too short a date.
Sometime too hot the eye of heaven shines
And often is its gold complexion dimm'd
And every fair from fair sometimes declines
By chance, or nature's changing course untrimm'd.
But thy eternal summer shall not fade,
nor lose possession of that fair thou owest
When in eternal lines to time thou growest.

So long as men can breath, and eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee.

Altijd begin ik met het gedicht zelf voor te dragen, en tijdens het oefenen let ik op intonatie, uitspraak, snelheid en volume, maar over betekenis zeg ik niets. Pas als de leerlingen het gedicht van haver tot gort kennen bespreken we de betekenis.

Op – of zo dicht mogelijk rondom- Valentijnsdag vertel ik in de les altijd over verschillende verhalen rondom de oorsprong van het feest, en ik laat de leerlingen zelf ook liefdesgedichtjes schrijven. Voor een geheime liefde, hun beste vriendin, moeder, opa of grasparkietje, ze mogen zelf kiezen. De achtste klassers moeten een gedicht schrijven waarin ze hun geliefde (of beste vriend) vergelijken met iets dat zij heel waardevol vinden. Zo schreef een getalenteerde veertienjarige leerlinge eens een prachtig gedicht dat begon met de regels

Shall I compare thee to a winter's evening?
Thou art more cosy and more chilly.'

en dat van daaruit verder ging, heel trouw blijvend aan het originele sonnet. Mooi!

Maar het grappigste liefdesgedichtje dat ik tijdens deze Valentijnslessen tegen kwam bestond slechts uit drie regels.

Roses are grey
Violets are grey


I am a dog

donderdag 25 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand! III



(de vorige twee keren legde ik hier uit wat TPRS inhoudt. Vandaag vertel ik meer over mijn eigen ervaringen hiermee)

Ik kwam na de workshop die ik had gedaan razend enthousiast thuis, maar op mijn werk was er geen ruimte voor om iets mee te doen. Pas toen ik ging lesgeven in groep 7, in de klas van mijn oudste dochter was die mogelijkheid er wel. Maar omdat ik er geen enkele ervaring in had liet ik de verhalen niet zo vrij als eigenlijk de bedoeling was. Ik bedacht niet alleen het begin en het einde van het verhaal, maar ook wat er tussen in gebeurde. Ik bedacht eigenlijk gewoon het hele verhaal. 

Alleen liet ik de leerlingen tijdens de les denken dat zij het bepaalden. De leerlingen waren erg betrokken bij het verhaal, deden goed mee en het vragen en antwoorden ging goed. Voor het leerproces maakte dat niet een significant verschil denk ik, en ik had die zekerheid als docent nodig. Ik vond het namelijk al spannend genoeg! Nog nooit eerder had ik zo voor een klas gestaan, vertellend en af en toe een beetje naspelend, acterend.

Even geen TPRS
In de loop van de jaren deed ik dit veel vaker, in groep zeven en acht, met verschillende verhalen. Van elk verhaal maakte ik ook een boekje met simpele tekeningen en eenvoudige begripvragen. De leerlingen konden hierin het verhaal nalezen en vragen beantwoorden, op dezelfde manier als we in de klas al verschillende malen mondeling hadden gedaan. Toen ik wegens tijdsgebrek stopte met het werken op de basisschool verdween het TPRS gebeuren een tijd in de vergetelheid. Ik werkte op een heel leuke nieuwe school, waar ik meer uren draaide, een docentencursus volgde en moest wennen aan een andere vorm van onderwijs. Ik ontwikkelde materiaal dat past bij de ontwikkelingsfases van de verschillende leerjaren en voelde me steeds meer thuis op deze nieuwe school.

Weer vertellen
Na een paar jaar begon ik, geheel volgens de Vrijeschooltraditie steeds meer te vertellen en me nog meer op mijn gemak te voelen in de vertellende rol. Sterker nog, op zo'n moment voel ik me compleet mezelf, vind het fijn om de aandacht van de leerlingen te hebben en ze in mijn favoriete taal mee te nemen in een verhaal. Ik ben gewoon dol op verhalen, dat zal het zijn. In mijn derde jaar, toen ik voor het eerst een oefenlesje mocht geven tijdens de open dag bedacht ik dat best een van de verhalen kon vertellen die ik in groep 7 van de basisschool vertelde. En terwijl ik dat deed bedacht ik me dat ik dit vaker zou moeten doen. Gewoon in de zevende klas.

Kijk! Zonder boek!

Een workshop van een Duitse collega, die in zijn land op een Vrijeschool Frans geeft en dat doet door middel van TPRS, gaf de doorslag. Sinds dit schooljaar verwerk ik woordjes, zinnetjes en grammatica die ik eerder gaf door middel van een methode in de verhalen die ik vertel. Ik heb na jaren ook het vertrouwen gekregen waardoor ik de leerlingen echte inspraak durf te geven. Ik bedenk wat ik aan woorden en grammatica ik wil verwerken en vervolgens laat ik het vrij. Na het vertellen van (een deel van) het verhaal schrijven leerlingen dit op in hun schrift en maken ze er een boek van. 

Ze leren ook de woordjes en zinnetjes die ik belangrijk vind, maar val ze in dit eerste stadium nog niet lastig met grammatica regels. Het gaat vooral om heel veel luisteren, een beetje spreken, een beetje schrijven en lezen. 

Het bevalt me erg goed en de reacties van de leerlingen zijn positief. Voor mij reden er voorlopig gewoon mee door te gaan. TPRS rocks!

maandag 22 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand! II

(vorige keer heb ik verteld over TPRS, een methode waarin door het vertellen van verhalen de natuurlijke manier van taalverwerving na te bootsen. Vandaag meer over TPRS in de praktijk)

Hulpmiddelen

Natuurlijk is het niet mogelijk om dit honderd procent te doen. Een moedertaal leer je als baby immers door 24 uur per dag die taal te ondergaan. In het vreemdetalenonderwijs is dit hoogstens twee tot drie uur per week. Dat is een behoorlijk nadeel. Wat dan weer een voordeel is, is dat baby's nog niet kunnen lezen, en de leerlingen die Engels krijgen in groep zeven, acht en op de middelbare school wel. Dit wordt bij TPRS benut.

Meedoen
Op het bord of elders in het lokaal worden standaardzinnen geschreven, hangen posters met vertalingen van bepaalde woorden en ander beeldmateriaal dat het verhaal ondersteund. Als de verteller bezig is met het verhaal kan hij of zij af en toe verwijzen naar dit ondersteuningsmateriaal. Daarnaast vraagt de verteller vaak de leerlingen om uitleg. Eerst wordt er iets verteld, daarna wordt er gecheckt bij telkens verschillende leerlingen wat er begrepen is. Leerlingen herhalen bepaalde feiten uit het verhaal. Kleine details die in een of twee woorden verteld kunnen worden.

Ook de manier van antwoorden kan worden geleerd. Bij het vragen van 'Was he purple?' kan verwezen worden naar mogelijke antwoorden op het bord: 'Yes, he was' of 'No, he wasn't' . Als een leerling antwoord met alleen yes of no, wijst de verteller even naar het bord en maakt het antwoord af. 

Raamwerk

De verhalen worden zoals gezegd bepaald door het samenspel van verteller en de leerlingen. Die leerlingen zijn geen passieve luisteraars die achterover kunnen hangen en uit het raam staren, want dan houdt het verhaal op. Nee, zij bepalen het verloop van het verhaal. De verteller geeft het raamwerk. 'There was a cow, who wanted to eat an ice cream but he lived in a meadow', bijvoorbeeld. Of 'There was a little blue boy, who wanted to have a purple peanut, but he didn't have enough money.' Of misschien 'There was a pinguin who wanted to go ballroomdancing, but he didn't have the right shoes'. 

Als dit begin duidelijk is dan gaat het verhaal verder. 

De verteller begint de kinderen vragen te stellen. Wie was die koe dan? Of die jongen? Of die pinguin? Waarom wilde hij wat hij wilde? Hoe voelde hij of zij zich? Waar leefde de hoofdpersoon? Waar ging hij of zij naar toe? Hoe probeerde hij of zij te krijgen wat ze wilden? Op welke dag was dat? Hoe laat? Wat voor weer was het? Hoezo had hij niet genoeg geld; hoeveel had hij dan? Hoeveel zou er nodig zijn? Wie kwam hij of zij tegen? De vragen zijn eindeloos, en de antwoorden ook. Beide hangen af van de creativiteit van de verteller, en van de leerlingen die luisteren en mee bedenken.

Niet klakkeloos overnemen
Een belangrijk aspect hierbij is om de suggesties van de leerlingen niet klakkeloos over te nemen. Als zij iets noemen en de verteller neemt dat een op een over dan zorgt dat ervoor dat leerlingen lui worden en minder betrokken zijn. Om hen de taal het beste te leren, te zorgen dat dingen beklijven is het zaak om te zorgen dat de luisteraars optimaal te betrekken. Een foefje hierbij is om niet de eerste suggestie over te nemen.'No, he didn't go to a house. Where did he go?' 

Hierdoor krijgen meer leerlingen de kans om hun duit in het zakje te doen. Als de verteller uiteindelijk wel een suggestie van een leerling overneemt, dan verandert hij of zij hier iets kleins aan. 'How much money did he have? Two thousand euros? Almost. He had two thousand and one euros!'. 

Er zijn altijd leerlingen die dat een beetje vervelend vinden, en voor hen is het een uitdaging om een keertje het juiste antwoord, of het antwoord dat het meest in de buurt komt te geven. De meeste leerlingen vinden het leuk, en zijn benieuwd hoe het verhaal verder gaat en beginnen hier over na te denken. Op het moment dat de verteller dat heeft bereikt is het verhaal geslaagd.

(volgende keer ga ik meer vertellen over mijn eigen ervaringen met TPRS)




donderdag 18 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand!

Ooit was ik bij een studiedag waar ik een workshop TPRS (Teaching Proficiency Through Reading And Storytelling) volgde bij Blaine Ray, de grondlegger van deze methode. Ik was razend enthousiast en kwam terug met het idee hier meer mee te willen doen.


Wat is TPRS?
TPRS is een speciaal soort verhalen vertellen, waarbij het begin en het einde van het verhaal altijd vastliggen. Elk verhaal begint altijd met iemand of iets (of een dier) die graag iets wil, maar dat niet heeft of niet kan. Het verhaal eindigt altijd met dat het uiteindelijk wel lukt, of dat de hoofdpersoon krijgt wat hij of zij graag wil. Wie die hoofdpersoon is, wat hij of zij wil, dat maakt allemaal niet uit, maar dit gegeven staat vast. Wat er tussenin gebeurt bepalen de verteller en de leerlingen die naar het verhaal luisteren samen.

Natuurlijk leren
Het doel van dit verhalen vertellen is om op een zo natuurlijk mogelijke manier kinderen een vreemde taal te leren. Als je terug gaat naar hoe baby's taal leren dan is dat niet met een boekje met tekst en een invulschriftje en een cd met luisteroefeningen immers. Baby's leren taal door te luisteren, heel veel te luisteren. Pas na een aantal jaren luisteren, woorden opslaan in het geheugen, klanken nabootsen en af en toe een woordje zeggen beginnen peuters langzaam te praten in de moedertaal. Met veel fouten, die, zonder ze expliciet te benoemen, door de ouder of verzorger worden verbeterd. 

Zo leert een kind uiteindelijk behoorlijk fatsoenlijk een taal te spreken, met ingewikkelde zinscontructies en grammaticale regels. Zonder dat er een leraar, een bord met uitleg over de regels en een aantekenschriftje aan te pas kwam. 

Nabootsen
Deze manier van leren, de natuurlijke manier; door onderdompeling, alleen de te leren taal horen en zien, heel veel te luisteren, heel veel herhaling en te durven spreken en hierin verbeterd worden zonder dit heel expliciet te benoemen in dit beginstadium, is de beste manier om een taal te leren. Een moedertaal, maar ook een vreemde taal. 

Taalonderwijs zou er idealiter op ingericht moeten zijn om dit proces na te bootsen. Dat is wat TPRS doet.



(volgende keer vertel ik meer over TPRS in de praktijk)

donderdag 16 november 2017

Boeken op school

(dit artikel verscheen eerder op Ogma.nu, het eigenzinnige online boekenmagazine, over oude boeken, stoere boeken en boeken waar je om moet zoeken, maar die het zoeken waard zijn) 
Zoals jullie misschien al weten ben ik zowel schrijver als docent, en hou ik bovendien erg van lezen en boeken. Geen toeval dat ik op dit blog terecht ben gekomen! Ik doe op school ook veel aan lezen. Als leerlingen hun huiswerk af hebben, of eerder klaar zijn met een overhoring of proefwerk dan staat er een bak klaar met allemaal boekjes. Vanaf een heel laag niveau tot gevorderden; ik heb Engelse boekjes voor iedereen, en elk kind kan dus iets vinden wat hem of haar aanspreekt. Voor de leerlingen die bang zijn dat het toch te moeilijk is of die weerstand hebben tegen een 'echt' boek heb ik ook Engelse tijdschriften en strips. Ik heb zelfs uit eigen portemonnee geïnvesteerd in een paar Engelstalige Donald Ducks. Ideaal om zelfs de grootste lees-tegenzin te overwinnen.

Uitspraak en schrijfwijze
Wat een probleem is bij Engels is dat veel woorden totaal anders geschreven worden dan ze worden uitgesproken. Neem bough en cough. De ene is een scheepsboeg en spreek je uit als 'bou', de ander betekent hoesten en spreek je uit als 'kof'. Daar zit weinig logica in en is voor een kind die nog weinig Engels heeft gehad best lastig. Tel daar de leerlingen bij op met dyslexie en klaar ben je. Lezen moet dus afgewisseld worden met luisteren, heel veel luisteren.

Vertellen en voorlezen
Wat ik veel doe om leesproblemen te omzeilen is voorlezen. Sinds luisterboeken ook voor volwassenen populair zijn is het stigma dat voorlezen alleen voor kleine kinderen zou zijn gelukkig minder geworden, hoewel op een Vrijeschool (ik werk op een middelbare Vrijeschool) dat bezwaar minder speelt. Verhalen vertellen en voorlezen hoort erbij en beide doe ik veel. 



Ik heb met name voor de basisschool (waar ik nu niet meer, maar in het verleden wel) zelf verhalen ontwikkeld waarbij de basis vast staat, maar waarbij de details door de leerlingen mogen worden ingevuld. Dit is een vorm van verhalen vertellen waarbij er veel interactie is tussen de leerlingen en mij. Heel leuk en intensief en een manier van leren en luisteren die natuurlijk aanvoelt. 

Ik begin hier tegenwoordig in de eerste klas van de middelbare school mee. (in het vrijeschoolonderwijs zijn er op de basisschool geen groepen, maar klassen: een tot en met zes. Op de middelbare, waar ik werk, tellen we vervolgens door: zevende tot en met de twaalfde. Vandaar dat ik het hier heb over zevende en achtste klas, dit zijn de klassen waarin ik het meeste lesgeef)

 

Voorlezen is bij mij ook deels uitbeelden. De boeken van Roald Dahl zijn hierbij een godsgeschenk. Wat een heerlijke verhalen, mooie figuren, lekker opstandige en excentrieke karakters. Een voordeel is ook dat de meeste leerlingen de verhalen van Dahl al kennen in het Nederlands. Als ze het dan in het Engels horen dan kunnen ze makkelijker de gaten invullen als ze bepaalde woorden niet begrijpen. 

Griezels en vos
Met de zevende klassen begin ik altijd met de Twits, de Engelstalige Griezels. Mr en Mrs Twitt die elkaar eerst op alle mogelijke manieren dwars zitten – to play nasty tricks – en daarna de avonturen van de apen en de roly-poly bird. Spannend en grappig, altijd een onweerstaanbare combinatie. 



Aan het einde van de zevende, begin van de achtste klas lees ik the Fantastic Mr Fox voor. De Engelse taal van Dahl vind ik prachtig, en het rijmpje over de gemene boeren 

(Boggis and Bunce and Bean, one fat, one short, one lean. Those terrible crooks, so different in looks are nonetheless equally mean

zit in mijn hoofd gebakken. En dan kun je best al veertien zijn en dromen over Shawn Mendes of andere onbereikbare idolen, leerlingen zitten nog steeds op het puntje van hun stoel bij dit soort verhalen. Gewoon even lekker luisteren naar een verhaaltje in plaats van een stomme invuloefening uit het boek. Relaxt.


Weten zij veel dat ze van die voorleessessies misschien nog wel meer Engels leren dan van die invuloefeningen.

donderdag 24 augustus 2017

Zomervakantieberichten X

In dit laatste zomervakantiebericht (oh, how times does indeed fly…) laat ik jullie graag een beetje nadenken over onderwijs.

Dat doe ik zelf namelijk regelmatig en ik laat me graag inspireren uit verschillende bronnen. De antroposofie, want: vrijeschool. Maar er zijn ook veel inspirerende mensen die zinnige dingen te zeggen hebben op het internet te vinden.

Een tijdje terug vonden we deze meneer. En hij heeft het een en ander onderzocht waarvan ik denk dat huidige beleidsmakers in het onderwijs nog wel eens heel, heel grondig naar zouden mogen kijken… En toepassen. Dat ook.

Heel graag.

Volgens mij zouden we er een slimmer, leuker en een gelukkiger land van worden….


donderdag 1 juni 2017

Onderwijs in alle soorten en maten


Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik in veel verschillende situaties les heb kunnen geven. Bijna allemaal leuk ook nog. Wat kan ik zeggen? Ik ben nu eenmaal een lesgeef mens.

Stage en vrijwilligerswerk
Ik begon ooit op de Pabo, waar ik stage liep in groep 5/6. Hoewel interessant en uitdagend, was het vooral vermoeiend en wat ik er vooral van heb geleerd is dat ik niet geschikt ben om als juf op de basisschool te werken. Althans niet als gewone juf voor elke dag.

Later was ik vrijwillige onderwijs-assistent op een middelbare ISK (Internationale Schakelklas), een school waar asielzoekers tussen de 12 en 18 kwamen om Nederlands te leren en bijgespijkerd te worden voor je konden doorstromen naar regulier voortgezet onderwijs. Een van de leukste scholen waar ik ooit lesgaf. Nooit eerder en nooit daarna heb ik mensen meegemaakt die zo blij waren dat ze naar school mochten. De dankbaarheid die ik daar meemaakte is iets wat me altijd is bij gebleven. Mocht ik ooit niet meer op mijn huidige school kunnen blijven is de enige mogelijkheid die voor mij overblijft (want regulier onderwijs, daar doe ik niet meer aan. Punt.) een ISK. Echt.

Tijdens mijn studie gaf ik als student-assistent les aan Hbo studenten, gaf bijles aan een bejaarde die de cursus Engels die hij volgde niet kon bijbenen en ontwikkelde ik een cursus basisEngels, die ik in een moedercentrum gaf aan middelbare dames van buitenlandse afkomst. Voordeel hiervan was dat het gezellig en huiselijk was en er regelmatig lekkers op tafel kwam. Helaas was het vrijwilligerswerk en kon ik niet betaald aan de slag.

Aan het werk
In het voortgezet onderwijs werkte ik – ik heb er al eens eerder over verteld – achtereenvolgens op een Montessorischool, een onderwijsvernieuwende school, een reguliere en uiteindelijk arriveerde ik op mijn favoriete; een Vrijeschool.

Weer vrijwilligen
Daar stopte het echter niet. Ik gaf naast mijn betaalde werk jarenlang vrijwillig Engelse vakles in groep 7 en 8 van de (Dalton)basisschool van mijn kinderen. Wat een plezier! De kinderen hier vonden de Engelse lessen bijna net zo leuk als de jongeren op de ISK. Genieten was het, die paar uurtjes per week. Toen ik meer ging werken werd dit jammer genoeg teveel en moest ik stoppen. Toch gaf ik vorig jaar opnieuw een paar weken Engels toen mijn middelste dochter in groep 4 zat, want zij en haar klasgenoten wilden dit zo graag. Nou ja, dan kan ik slecht nee zeggen. Leuk man, liedjes zingen en versjes opzeggen met een klas vrolijke zevenjarigen!

Bijles
Tegenwoordig geef ik naast mijn gewone werk nu ook alweer jaren bijles. Eerst een paar keer per week, toen eenmaal per week in een groepje en inmiddels een keer in de twee weken, ook in een (klein) groepje. Ik was ooit van plan een meisje te begeleiden naar haar eindexamen, maar zoals dat gaat komen er steeds meer mensen bij. Waar de een haar diploma haalt verschijnen er weer meer nieuwe die moeite hebben het tempo bij te houden. En natuurlijk zeg ik dan ja. Maar wel betaald (zo worden mijn privé-extraatjes gefinancierd ;-) ) en gelimiteerd. Meer dan vijf mensen in een groepje wil ik niet meer.

Wat ik anders doe op de basisschool? En wat er leuk is aan bijles geven? Ah! Weet ik bij deze waar ik het de volgende keren over ga hebben.

donderdag 18 mei 2017

Verhalen vertellen

Wat is dat toch met negatieve opmerkingen, dat die vaak langer blijven hangen dan positieve? Jaren geleden vertelde een oudere collega mij eens dat zij drie hele lange dagen werkte, dagen van acht, negen lesuren achter elkaar. En dat als er dan 1 uur slecht ging, een klas die niet mee wilde werken, bokkige leerlingen, discussies en onvrede, noem maar op, dat ze dan vergat dat ze die dag ook nog zeven, acht fijne lessen had gedraaid. Kennen jullie verschijnsel? Ik moest daar aan denken toen ik aan het einde van de laatste lesdag voor de kerstvakantie mijn leslokaal schoonmaakte. Hoe dat zo?

Ik las al vaker voor, en in lagere klassen deed ik aan TPRS, maar vorig jaar ontdekte ik ineens dat ik ook best zomaar een verhaal kan vertellen in de Engelse les. Dat ging zo: Op de vrijeschoolconferentie het schooljaar hiervoor had ik overleg met andere vrijeschooldocenten Engels uit het hele land. Hierbij begreep ik dat het op vrijescholen gebruikelijk is om rond kerst iets te doen met 'A Christmas Carol'. Niet, zoals op bepaalde scholen ook wel gedaan wordt, een filmversie laten zien, met inhoudelijke vragen, maar echt het boek lezen en behandelen. Zodoende kocht ik verschillende versies van het prachtige boek van Charles Dickens met het idee deze te gaan voorlezen.

Vertellen versus voorlezen.
De dag voor ik zou gaan voorlezen besefte ik ineens dat dit niet zou gaan werken. Prachtig verhaal, maar het 19e eeuwse Engels zou dermate lastig zijn voor mijn zevende en achtste klassers (eerste en tweede klassers in regulier onderwijs), dat hen de betekenis helemaal zou ontgaan. Nu hoeven ze niet alles te snappen, maar dit zou een te grote information gap zijn om hen te boeien. Dus besloot ik het verhaal te vertellen. Spannend, maar een verdraaid leuke uitdaging. Ik verdeelde het verhaal in negen ongeveer gelijke delen en gedurende drie weken vertelde ik elke les de eerste twintig minuten het verhaal van de oude Ebenezer Scrooge. De laatste les bedacht ik me dat het mooi zou zijn om af te sluiten met een echte Christmas Carol. Dit was nog stukken spannender dan vertellen, want vertellen kan ik wel, maar zingen? Voor een volle klas? -Slik-

En toch deed ik het. Het scheelt dat het een heel lieve klas was, waar ik me goed bij voelde, maar toch was het heel even ongemakkelijk toen ik de eerste tonen van 'God Rest Ye Merry Gentlemen' inzette. Maar bij het wegsterven van de laatste noten barstte er een applaus los die mij het zelfvertrouwen gaf om mijn prestatie te herhalen, ook bij minder lieve klassen. Je kwetsbaar opstellen voor een klas: ik kan dat blijkbaar. En dat het gewaardeerd wordt, merkte ik ook. Want ik kreeg van een klas (ja die lieve) een kerstkaart om mij te bedanken voor het mooie verhaal. En een zevende klas leerling legde onopvallend een kerstkaartje op mijn tafel waar ze als extra regel nog aan toe had gevoegd 'En je kunt heel mooi zingen.' Wat een schatje! Ongeacht of het nu waar is of niet.


En toch bleef bij het opruimen even een ander briefje in mijn hoofd hangen. Dat briefje dat ik op de grond vond, van een leerling uit een andere klas. En waar op stond 'Hoe zei dat verhaal doet is echt heel stom. De film is veel beter.' Maar ach. Dat laatste briefje belandde -inclusief spelfout- in de oud papierbak, en die kerstkaartjes gingen met mij en mijn gestreelde ego mee naar huis. Volgend jaar weer!