Posts tonen met het label antroposofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label antroposofie. Alle posts tonen

maandag 24 september 2018

Het ritme van de natuur


Ik heb op dit blog wel eens eerder geschreven over het volgen  van de natuur in mijn lessen. Dit is een essentieel onderdeel van antroposofisch onderwijs. En het gaat ook verder dan alleen het verwerken van (jaar)feesten in de onderwerpen die aan bod komen. Ik probeer letterlijk het ritme van de natuur te volgen. Niet altijd en niet helemaal, maar wel in essentie en grote lijnen. Klinkt dit wat te vaag en hocus-pocus? Valt echt wel mee.

Het ritme van de natuur, daarmee bedoel ik in dit geval het natuurlijke ritme van de seizoenen. En al lijken deze tegenwoordig zo vaak in de war (hebben we ineens lente in de winter, of herfst in de lente, herfst in de zomer of herfst in de winter), ik hou maar gewoon het 'traditionele' model van drie maanden winter, drie maanden lente, drie zomer en dito herfst aan. 

Het schooljaar begint aan het staartje van de zomer, met daarop aansluitend direct de herfst. De zomer is een seizoen met een naar buiten gaande beweging. Te antroposofische term? Naar buiten gaand wil gewoon zeggen dat alles bloeit; dat wat in de zaden zat is vrucht of bloem geworden. Die beweging kun je doortrekken naar de activiteiten die je in de klas doet. In het begin van het schooljaar laat je de kinderen ook een beetje naar buiten bewegen, door te vertellen over zichzelf (of hun vakantie). Iedereen moet elkaar (eventueel opnieuw) leren kennen en dus zijn er introductiespelletjes en opdrachten waarbij ze dat wat van binnen leeft (hun voorkeur, hobby's, ervaringen) naar buiten brengen. Dit duurt (net als dat staartje van de zomer) maar vrij kort omdat er al snel een nieuwe status quo ontstaat.

Bron: Pixabay


In de herfst begint de beweging om te draaien. Dat wat buiten bloeide valt af en de natuur maakt zich langzaam klaar om te overwinteren. Dit is een tijd om de oogst binnen te brengen, te kijken wat er het afgelopen jaar is ontstaan en voor te bereiden op de winterse stilheid en naar binnen gekeerdheid. Ook in de klas. De oogst binnen brengen betekent in dit geval dat je begint met inventariseren wat leerlingen geleerd hebben. Als het zevende (is eerste) klassers zijn dan is dat, dat wat ze op de basisschool geleerd hebben. Bij achtste of oudere jaars grijp je terug op wat ze het jaar daarvoor hebben gedaan en herhaal je dit nog eens kort. De opdrachten zijn in de zevende en achtste klas vooral gericht op luisteren en lezen. Iets dat van buiten komt en naar binnen gaat. Dit vormt een basis voor later, wanneer de leerlingen (meer) dingen vanuit zichzelf gaan doen.

Bron: Pixabay


Dit naar binnen gericht zijn wordt aan het einde van de herfst, begin van de winter nog sterker; we kijken hierbij filmpjes, luisteren naar verhalen en lezen dingen die de leerlingen doen nadenken. Het tempo wordt langzaamaan ook wat trager, om in de drie weken voor kerst (adventtijd duurt eigenlijk vier weken, maar de laatste week hiervan valt in de kerstvakantie en doen we dus als school niets) heel rustig en bedaard te worden. Net als de natuur om ons heen; het wordt kouder, de zaden verschuilen zich diep in de grond, we gaan een stil en ogenschijnlijk doods seizoen in. Maar net zoals de bomen en planten al het nieuwe leven voor het volgende seizoen bevatten is dat met de leerlingen ook zo. Alle luister-en leesoefeningen zijn zaadjes die er straks voor gaan zorgen dat ze zelf iets kunnen gaan doen met de taal. Datgene waar ik ze over na laat denken bij de opdrachten zijn kiemen waar ze straks weer verder op gaan bouwen.

Bron: Pixabay


Na de kerstvakantie is het nog steeds winter en gaan we een paar weken op dezelfde voet gewoon door, maar het tempo wordt wel iets opgevoerd. Zo rond februari, als het duidelijk wordt dat we een tijd met meer licht in gaan, begin ik ook met opdrachten waarbij leerlingen meer zelf gaan doen; kleine gedichtjes schrijven over de liefde bijvoorbeeld. Gedichten over de lente reciteren. De natuur ontwaakt langzaam en verandert qua beweging van naar binnen gerichte slaapstand naar meer naar buiten gerichtheid, en zo doen wij dat ook. Eerst voorzichtig, met die gedichtjes, maar zodra het voorjaarsconcert is geweest (onze school geeft in het voorjaar altijd een prachtig, professioneel concert, waar alle leerlingen en medewerkers aan mee doen) gaan we ook bij Engels goed los.

Bron: Pixabay


De onderwerpen van de verhalen die ik vertel zijn meer naar buiten gericht en de leerlingen gaan steeds meer zelf schrijven en spreken. In de muzieklessenserie van de achtste klas laat elke leerling bijvoorbeeld een stukje favoriete muziek horen en vertelt hierover. In de zevende klas doen we 'show and tell'; iets meenemen van huis dat belangrijk voor je is en hier iets over vertellen (kort en eenvoudig, niet te ingewikkeld maken).

Tegen de tijd dat de lente al steeds meer in de zomer verandert is de beweging helemaal van binnen naar buiten geworden; alles groeit en bloeit buiten en dat mogen mijn leerlingen ook. Dit zet ik om in projectlessen waarbij de leerlingen (nog geleid in de zevende klas en binnen een paar kaders geheel vrij in de achtste klas) zelf iets mogen bedenken en dit uitvoeren, zolang het in de Engelse taal is. Een filmpje, een strip, een kleine dichtbundel, een scenario, een verhaal, een toneelstuk, een TV programma, een vlog, noem maar op. Ze mogen dat wat bij hen van binnen leeft aan ideeën en fantasie naar buiten brengen in de vorm van een product zoals ik hier boven noem. Een heerlijke tijd waar ik altijd enorm van geniet. De vrijheid om te kunnen maken wat ze willen, met als basis dat wat ze vanaf de herfst hebben geleerd aan woorden en grammaticale structuren, maakt dat veel leerlingen de prachtigste dingen maken. De lessen waarbij ik langs loop, af en toe tips geef of de juiste kant op stuur, terwijl zij met plezier bezig zijn, zijn misschien wel de leukste lessen om te geven.

Bron: Pixabay


Zo is het dan volop zomer geworden en is de beweging naar buiten toe zo sterk dat het letterlijk is geworden: uit die school! Vakantie! Zes heerlijke weken genieten van  zomer en buiten zijn. 

Totdat, aan het staartje van die zomer, het hele ritme weer opnieuw begint met een heerlijk fris nieuw schooljaar. 

Dus saai? Zo elk jaar hetzelfde ritme? Absoluut niet, want je beweegt het hele jaar, en elk moment heeft zijn eigen schoonheid, en zijn eigen kracht. Net als mijn lessen. 

maandag 30 juli 2018

Lekker lui zomervakantiebericht II: Weekspreuk


Nu we toch lekker antroposofisch bezig zijn: vandaag de weekspreuk van deze zomerse week. 

Bron: Pixabay.com


Zo spreekt het wereldwoord
dat ik door de poorten der zintuigen
tot in zielengronden vermocht te leiden:
Vervul je geestesdiepten
met de weidsheid van mijn wereld
om eens mij te vinden in jezelf.

Geniet lekker van de vakantie, en tot volgende week!

maandag 23 juli 2018

Lekker lui zomervakantiebericht I

Deze zomervakantie zal ik gewoon elke maandag een nieuw stukje publiceren. Maar wel iets anders dan normaal. Korter vooral. Het is tenslotte zomervakantie en ik geniet van een beetje extra rust zo midden in het jaar. Ik zal het dan ook laten bij een gedicht, een spreuk, een plaatje of, zoals vandaag, een filmpje.

Ik weet dat mensen een filmpje vaak te lang vinden duren, maar kom! Het is immers vakantie en twaalf minuten de tijd nemen voor een korte lezing, dat moet vast lukken.

In dit filmpje geeft Aziza Mayo, lector Waarde(n) van het vrijeschoolonderwijs aan de Hogeschool Leiden helder en goed antwoord op drie vragen: Wat is de essentie van het vrijeschoolonderwijs? Wat doet de vrijeschool om dat mogelijk te maken? Voor welke uitdagingen staat het vrijeschoolonderwijs?


Boeiende stof, en goed om eens naar te luisteren op deze prachtige eerste maandag van de schoolvakantie!  


donderdag 28 juni 2018

Rerun: Anders lesgeven


Vandaag in de herhaling een stuk dat ik schreef toen dit blog nog maar net begonnen was. Een niet al te lang bericht, dat precies weergeeft wat ik doe en waarom ik dat doe. En hoeveel plezier ik daar aan beleef! Die wilde ik zelf ook nog wel eens lezen.


Bron: Pixabay.com


Ik zeg het weleens vaker, maar ik vind het ook echt: ik werk op de leukste school van Nederland. Vooruit dan: van het Noorden. Op een voortgezette vrijeschool is namelijk aandacht voor de hele leerling, niet alleen het hoofd (cognitieve aspect) wordt aangesproken, maar ook het hart (sociaal-emotionele vaardigheden) en de handen (maken, beweging). En dan niet als ondergeschikte bijvakjes, maar alle aspecten evenveel. Voor een docent betekent het een andere manier van lesgeven: ademend en bewegend. Klinkt vaag? Valt best mee.

Creatief en autonoom
Voor een docent Engels zoals ik houdt het in dat we niet alleen uit een standaard methode werken. Sterker nog, alleen onder licht protest en met veel, heel veel aanvullend materiaal. Dat vraagt improvisatievermogen en creativiteit, maar dat zijn nu net twee van mijn sterke punten, dus voor mij geen punt. Voor iemand die gewend is om een strakke leidraad in de vorm van een methode te hebben is het behoorlijk wennen, maar ik zou niet meer anders willen. Volgens de antroposofische visie moet je als docent jezelf als mens meenemen voor de klas, en je persoonlijkheid laten zien in hoe en wat je lesgeeft. In het verleden, als beginnende en onzekere docent, vond ik dit nog weleens lastig, maar het lukt me steeds beter. De vrijheid om zelf in grote mate mijn onderwijs te kunnen bepalen, binnen bepaalde richtlijnen en in overleg met collega's, maakt dat ik mij op mijn school als een vis in het water voel.

Ademend
Sommige dingen worden op een vrijeschool net even anders benoemd en ervaren, maar als je je erin verdiept blijkt er veel moois in te zitten. In de antroposofie gaat men er vanuit dat onderwijs ademend moet zijn. Adem gaat in en uit, en zo zouden de activiteiten in een les ook moeten zijn; van binnen naar buiten (zoals spreken en schrijven) en van buiten van binnen (zoals luisteren en lezen.) Bij het leren van een taal is het een valkuil om in dat laatste stuk te blijven zitten: leerlingen lezen veel teksten, luisteren naar de docent die in de doeltaal dingen uitlegt en vertelt en er is voor hen minder kans om van binnen naar buiten te bewegen, uit te ademen zogezegd, door zelf iets te doen. Een van de middelen om dit te doen is bijvoorbeeld door hen gedichten te laten reciteren, of liedjes te zingen. Zo bereik je bovendien niet alleen dat hoofd dat maar alles tot zich moet nemen, maar doe je iets met je lijf (leerlingen staan achter hun stoel tijdens het reciteren of zingen) en met z'n allen. Hoofd, hart, handen: check.


Zo ontwikkelen niet alleen de leerlingen zich, maar ook ik als docent. Ik leer elke dag, en ik ontwikkel elk jaar wel weer een nieuw project of ander materiaal. Zo ben ik dit schooljaar begonnen met het vertellen van verhalen. Ik pas mijn lessen steeds beter aan, aan het seizoen bijvoorbeeld. Zo de natuurlijke ritme van de natuur volgen voelt voor mij heel goed, hoort bij de antroposofie en het raakt de leerlingen op een bijna vanzelfsprekende manier. Voorbeelden? Volgende keer!

donderdag 5 april 2018

Leraren de hort op: De Vrijeschoolconferentie

(omdat er afgelopen maandag ivm Pasen een paas re-run verscheen is er voor een keer op donderdag een nieuw bericht. Vanaf volgende week gewoon weer op maandag)

Elk jaar aan het heel prille begin van de lente krijgen onze leerlingen een extra dag vrij en gaan wij als leraren een dag de hort op. Niet alleen voor de leuk, maar om bij te leren. Studiedag? Neen, de lerarenconferentie. Of, zoals ik een collega vorig jaar hoorde zeggen: ons schoolreisje.

De lerarenconferentie vind altijd plaats in het hart van Vrijeschoolland: Zutphen. Bijna alle leraren van alle (voortgezette) Vrijescholen in Nederland verzamelen zich hier deze ene dag. Voor ons als noorderlingen betekent het vroeg verzamelen (als in: heel erg vroeg) en met z'n allen een uurtje of twee (en een half) in de bus zitten. Vandaar dus ook het schoolreisjesgevoel.

Eenmaal aangekomen in Zutphen, in een prachtige wijk, vol groen waar we altijd een beetje jaloers van worden (want wat een geweldige omgeving om Vrijeshoolonderwijs te mogen geven!) begroeten de collega's de mensen die ze kennen van de andere scholen. Ik als relatieve nieuwkomer kijk eerst eens wat om me heen. Veel mensen om me heen maakt me altijd wat ingetogener. Veel tijd is er niet trouwens om daar bij stil te staan, want er is een strak, goed doordacht en redelijk volgepakt programma voor de dag, die je als deelnemer zelf van te voren hebt kunnen samenstellen door te kiezen uit verschillende opties.

Als eerste is er een opening met een spreker en daarna de eerste ronde met een werkgroep. Er zijn werkgroepen van het vak dat je lesgeeft, maar ook andere. De afgelopen twee jaar volgde ik de werkgroep Biografie van jou als onderwijsmens. Dat ik hiervoor gekozen heb is een van de beste beslissingen uit mijn leven geweest. Word ik nu overmatig dramatisch op mijn oude dag? Valt wel mee, hoor, maar ik herontdekte bij deze workshop mijn plezier in schrijven. Schrijven over mezelf, maar ook het doen van schrijfoefeningen, luisteren naar de biografische opdrachten van anderen. Terwijl ik dat deed leerde ik over mezelf, mijn leven, mijn kracht, mijn motivatie, niet alleen als onderwijsmens, maar ook als mens in het algemeen. En voelde ik , burn-out of niet, het levensplezier in mij stromen. Een heerlijke, inspirerende ervaring die nawerkte in de tijd erna. Ik kreeg namelijk een inzicht die mijn leven een heel klein beetje veranderde. No kidding. In welk opzicht, daar vertel ik later in een ongewoon persoonlijk stuk (cliffhanger!) verder over.

Bron: Pixabay.com


Tijdens de lerarenconferentie is het na de eerste ronde van de werkgroep tijd voor de lunch. Een goed verzorgde en erg smakelijke lunch trouwens ook nog, beter dan op het gemiddelde schoolreisje. Na de lunch is er een intermezzo, iets om uit te ademen zeg maar. Ook hiervoor maak je van tevoren een keuze. Je kunt even wandelen, leren jongleren, sporten of yoga of t'ai chi doen. Zelf ontbrak het me de afgelopen twee jaren aan energie om iets anders te doen dan even in de zon te zitten, of de rust van een leeg lokaal op te zoeken.

Hierna volgt de tweede ronde en uiteindelijk de afsluiting met informele borrel. Omdat wij nog een behoorlijke reis voor de boeg hebben blijven we hier nooit zo lang, maar vertrekken weer in een stoet naar de dubbeldekker. Er zijn collega's die na aankomst in het hoge noorden nog samen uit eten gaan, maar zelf ben ik na zo'n dag gesloopt. Ik vind het leuk, echt leuk, zo'n inspirerende dag met fijne ontmoetingen met mede Vrijeschooldocenten, maar mijn prikkelverwerking is dusdanig dat ik na nog een busreis van een paar uur op ben. Een beetje zoals een overprikkelde kleuter na het schoolreisje met rode wangen een uur voor het avondeten al in slaap valt. Dagen na de conferentie blijft er dan van alles in mijn bewustzijn en onderbewustzijn zweven en heb ik nog een jaar de tijd om alles weer te verwerken en uit te kijken naar de volgende conferentie.

Een jaar of drie geleden had de organisatie van de lerarenconferentie een dichteres en columniste uitgenodigd om een dag mee te lopen en een column te schrijven over haar ervaringen. Hiermee werd toen de conferentie afgesloten. Zij beschreef als buitenstaander op geestige en open manier die conferentiedag.  Die column deel ik hier graag: http://estherporcelijn.nl/vrije-school/ 

En ik? Ik kijk alweer uit naar de lerarenconferentie van volgend jaar. (En da's nog een speciale ook: het is dan precies honderd jaar geleden dat de eerste Vrijeschool werd opgericht. Tijd voor een feestje!)

donderdag 21 december 2017

Kerstviering

Vorige keer vertelde ik over de jaarfeesten die wij op mijn huidige school vieren. Ik had alleen de kerstviering bewaard voor vandaag. Toepasselijk, want morgen is het weer zo ver.
Ik beschouw de kerstviering als het eerste kerstcadeau. Het is iets wat de docenten samen doen, als een geschenk voor de leerlingen. Maar het voelt ook als cadeautje voor onszelf, om elk jaar weer iets moois en speciaals neer te zetten. Ik vind het heel bijzonder en heb zoiets op geen enkele andere school meegemaakt. Moet je een Vrijeschool voor zijn, hoor, om zoiets te verzinnen!

Betekenis
Kerstmis, het feest van licht in de duisternis, is volgens de antroposofie het feest van de drievoudige geboorte. Die van Jezus (u kent hem wel) natuurlijk, maar ook van het licht in de natuur (in sofische termen: de geboorte van het zonnekind uit moeder aarde) en de (her)geboorte van onszelf in ons eigen wezen. De geboorte van het kindje Jezus symboliseert het nieuwe leven, licht en hoop, en wijst op onze verbondenheid met de geestelijke wereld. Hiervan merken de kinderen niet direct iets, de betekenis wordt zelden letterlijk uitgesproken of uitgelegd. Maar in de kerstviering komt wel het licht, hoop en verbondenheid naar voren.

Ik heb inmiddels een aantal kerstvieringen meegemaakt. Bij de eerste paar was ik betrokken bij de voorbereidingen of zat ik in het publiek, bij de vorige werkte ik voor het eerst ook zelf mee. Hoewel de vieringen allemaal net wat anders waren is het in essentie een voorstelling. Een voorstelling met muziek en toneel, vaak ook dans en euritmie, van de docenten voor de leerlingen. Wat ik zo waanzinnig indrukwekkend vind (maar dat ben ik, he, een nog relatief Vrijeschoolnewbie) is dat zo'n voorstelling door een aantal docenten weliswaar intensief wordt voorbereid qua ideeën, script en muziek, maar de voorstelling zelf in een middag in elkaar wordt gezet. Een lange middag hoor, van half drie tot half zes, maar dat is het. Een middag.



De voorstelling, die zo'n twintig minuten duurt, wordt op de dag zelf in carrouselvorm een aantal keren opgevoerd. De school is te groot geworden om met z'n allen in de toneelzaal te passen en dus worden de leerlingen verdeeld. Wel, net zoals bij het Michaëlsfeest in heterogene groepen: klas zeven tot en met twaalf door elkaar heen. De afgelopen keer werd de voorstelling liefst zes keer gespeeld, en er zijn collega's die elke voorstelling hun tekst net een beetje aanpasten (er wordt ook aan humor gedaan, we hebben het hier over moppen die getapt werden) om het voor henzelf interessant te houden. Als collega die in het publiek zaten, of (zoals ik) in het koor, was het ook telkens weer een verrassing hoe de voorstelling zou gaan.

Grappig, mooi en met een hoopvolle boodschap. Een pracht van een kerstcadeau, en een fijne manier om de kerstvakantie met opgeruimd gemoed in te stappen.


Ik heb er weer zin in.

maandag 18 december 2017

Jaarfeesten

Een van de dingen die een Vrijeschool anders maakt dan andere scholen zijn de jaarfeesten. Bij het volgen van de natuur en de seizoenen hoort ook het vieren van de feesten die met elk jaargetijde verbonden zijn.

Michaëlsfeest
Elk feest heeft z'n eigen symboliek en achtergrond. Zo wordt aan het begin van het schooljaar, rond 29 september het Michaëlsfeest gevierd. Dit herfstfeest is verbonden met het verhaal van Joris (een andere verschijningsvorm van Michaël) en de Draak. Michaël was een van de aartsengelen en door de draak te verslaan overwon hij de krachten van de duisternis. Het verhaal kun je gebruiken om te beseffen dat wij als mensen met ons bewustzijn wakker moeten zijn om het kwaad in de wereld (en ons zelf!) te doorzien. En dat er moed nodig is om dit te overwinnen. Het is ook het eerste feest om ons voor te bereiden op de komst van kerstmis.

Bij onze school wordt het als een sportieve activiteit gevierd waarbij leerlingen soms ook iets moeten overwinnen, hun moed moeten tonen. We komen met zijn allen samen op een mooi terrein met water, waar de leerlingen in teams met mensen uit alle klassen door elkaar heen, in een circuit allerlei lichamelijke inspanningen tonen. Er zijn activiteiten verbonden aan de elementen water, lucht, aarde en vuur en bij allemaal werken de leerlingen samen om elkaar te helpen alles tot een goed einde te brengen.

Kerstviering
De vier weken voor kerst is de tijd van advent. Aan het einde van die advent vieren we met de hele school kerst, het winterfeest. Hierover zal ik volgende keer uitgebreid vertellen.

Voorjaarsconcert
Waar de beweging in de natuur vanaf de herfst steeds meer naar binnen gericht werd, en in de winter tot een stilstaand, doods hoogtepunt kwam, begint alles in de lente weer opnieuw te ontwaken. In de natuur en in onszelf. De lente is de tijd om weer naar buiten te treden, zoals de uitbottende knoppen aan de takken en de vogels die hun lied weer laten klinken. 

Op onze school doen wij dat ook, letterlijk. Vanaf het begin van het schooljaar wordt er al gerepeteerd en voorbereid, maar in de weken rond maart, april, zo voor Pasen wordt dit steeds intensiever, om te eindigen in een serie concerten. De hele school; leerlingen, docenten, ondersteunend personeel en ouders werkt eraan mee en het resultaat -dat ik nu een aantal keren heb mogen meemaken- is een professionele voorstelling, met popliedjes, percussie, zelf geschreven en gecomponeerde kleinkunstliederen en een klassiek koor die de prachtigste werken tot gehore brengen. Wat een manier om het voorjaar mee te beginnen! Ik vind het ontroerend en indrukwekkend, en ik ben daarin niet de enige.


SintJansfeest
Het laatste van de vier feesten die gevierd worden is het zomerse Sint Jansfeest dat rond 24 juni gevierd wordt. De beweging naar buiten toe waarbij het voorjaarsconcert een eerste aanzet was is nu tot volle wasdom gekomen, en het is het meest uitbundige feest van alle jaarfeesten. De naamgever van deze dag is Sint Jan, Johannes de Doper, en het feest is bedoeld om de natuur in al zijn uitbundige kracht van dit moment waar te nemen en te ervaren hoe deze ook in onszelf leeft. Het is ook een feest van verbondenheid met elkaar. 

Op onze school wordt dit feest gevierd met een wervelend aanbod van allerlei creatieve en culturele workshops en activiteiten waar de leerlingen uit kunnen kiezen. Er is muziek, zang, dans en er branden vuren in vuurkorven. Traditie is om aan het einde van het feest over een van de vuren te springen, als loutering. Alhoewel ik via een collega ook gemerkt heb dat het ook een moment is om goed door je rug te gaan. Oppassen dus.

maandag 27 november 2017

Worden wie ik ben

Eigenlijk geldt wat ik vorige keer schreef over leerlingen ook een beetje voor mijzelf als docent.


Ik heb een fijne en goede opleiding gehad. Mijn eerste jaar was in 1999-2000, mijn tweede jaar – door de komst van mijn oudste dochter een lange pauze genomen – in 2006-2007 en uiteindelijk ben ik begin 2011 afgestudeerd. Ik werkte toen al een tijdje en heb waanzinnig veel geleerd uit de praktijk.

Wat ik leerde
Ik leerde goed uit te leggen, hoe ik cijfers moest berekenen, hoe om te gaan met faalangstige kinderen, met boze ouders en nare collega's (die er gelukkig bijna niet waren, maar degene die ik tegen kwam... Vertel ik nog wel eens). Ik leerde hoe ik een betrokken mentor kon zijn, leerde om te gaan met weinig energie in combinatie met een gezin en een veeleisende baan en hoe ik in gedachten uit kon 'zonen' tijdens oeverloos saaie vergaderingen.
Ik leerde te genieten van kleine dingen, leerde om streng te zijn en de orde te bewaren en welke kennismakingsspelletjes leuk zijn om te doen met een verse groep brugklassers. Ik leerde hoe fijn het is om samen te werken met lieve collega's, hoe de methodes in elkaar zitten, hoe ik mijn creativiteit kon gebruiken bij het ontwikkelen van nieuw lesmateriaal en hoe ik vervolgens diezelfde creativiteit aan moest spreken om te zorgen dat de dingen die ik had bedacht pasten binnen de retestrakke planning die er was.

Ik leerde dus veel sinds ik in 2009 begon met lesgeven. Maar pas op mijn huidige school leerde ik om steeds meer de docent te zijn die ik echt ben. 


Ontwikkelstof
Ik leerde om mij kwetsbaar op te stellen, om niet gewoon verhalen te vertellen, maar er een stukje van mijn eigen ziel in te leggen. Pas nu kan en durf ik mezelf te laten zien, ook in zaken waar ik onzeker over ben. Ik kwam er en passant achter dat ik grammatica goed kan uitleggen, maar dat grammaticaonderwijs eigenlijk van nul en generlei waarde is. Nu pas kan ik mijn creativiteit echt benutten en durf ik dingen te doen waarvan ik eerder dacht dat dat niet kon op een middelbare school.


Dit past bij de antroposofische visie op onderwijs. De lesstof is niet zozeer leerstof als wel ontwikkelstof. De leerling wordt als wezen gezien met lichaam, geest en ziel, en de docent dus ook. Er wordt van de docenten verwacht om met hun hele wezen voor de klas te staan en dat is wat ik doe. Het wil niet zeggen dat ik nu 'klaar' ben, want ontwikkeling gaat een heel leven door. Maar ik ben steeds meer bezig te worden wie ik als mens en als docent ben. 

Elke werkdag is een stukje ontwikkelstof in dat proces.

donderdag 23 november 2017

worden wie je bent



Op de school waar ik werk is het onze missie om leerlingen zich te laten ontwikkelen. Hen te laten ontdekken wie ze zijn, en daarmee verder te gaan. Ons onderwijs is niet een doel op zich, maar een middel om de jonge mensen die we les geven te laten worden wie ze zijn. 

Rekensommetjes
Voor mij is dit een enorm belangrijk uitgangspunt. Ik heb op vorige scholen (eerlijkheidshalve met name de reguliere school waar ik lesgaf) te vaak gezien dat er vooral werd gekeken naar regels en profielen. Vervolgens werd er gezocht naar manieren om leerlingen te laten passen bij (of zich te voegen naar) deze regels en profielen. 
Bij een rapportvergadering was er bijvoorbeeld een tabel met hierop rekensommetjes. Bij cijfers zus en vakken zo werden de kolommen en rijen bij langs gegaan en stond de uitkomst vast: doubleren, overgang of bespreken. Er was dus kans dat een leerling besproken werd, maar alleen als dit bleek uit de tabel. Voor de rest geen discussie, gewoon een koele rekensom. Klaar uit. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik vind dat dus niet prettig. Ik heb liever dat mensen beslissen over mijn kind, of mijn leerling, in plaats van kant-en-klare tabelletjes. Maar misschien ben ik ouderwets in dat soort zaken, dat kan. 
Menselijke maat
Ook uit andere dingen bleek dat er meer naar regels werd gekeken dan naar de leerling zelf. Ik heb meegemaakt dat een leerling ten tijde van de citotoets in groep 8 ziek was. Met hoge koorts toch de toets gemaakt. Door deze griep, en het feit dat een van de ouders net toen in het ziekenhuis lag met een ernstige aandoening, heeft de leerling de cito slecht gemaakt. Vmbo-t advies rolde er uit. De meester van groep 8, die het kind van haver tot gort kende en wist dat het om een waanzinnig intelligent mens ging heeft met de aannamecommissie moeten onderhandelen tot hij blauw zag en bij gratie Gods mocht het desbetreffende kind naar een havo-vwo brugklas. Onder strenge voorwaarden, uiteraard. 
Hier bleek al na weken dat het om een echte vwo'er ging: inzicht, leergierigheid, eigen initiatief, willen leren, serieus, hoge cijfers. Maar je wilt niet weten hoe ik als mentor heb moeten strijden om deze leerling na een jaar over te laten gaan naar een vwo klas. Elke keer kwam het cito-advies omhoog, en werd er gezegd dat met zo'n score vwo gewoon te hoog gegrepen zou zijn. Gekmakend! Maar het is me gelukt. Ha.


Gezien worden

Ik vind het belangrijk dat er op de middelbare school gekeken wordt naar de leerling. Dat de mens achter de citoscore gezien wordt, en dat het belangrijker is wat een leerling kan en wat voor deze specifieke leerling goed is en wat niet. Cijfers zeggen daar iets over, maar niet alles. Lang niet alles in sommige gevallen. Waar het voor de ene leerling goed is om een jaar over te doen kan het voor een andere leerling (met exact dezelfde cijfers) juist enorm nadelig werken om te doubleren. Daar moet oog voor zijn. 

Bij mij hoeven leerlingen niet te passen in een bepaald leerlingprofiel. Ik kijk naar de leerling en laat hem of haar zijn eigen profiel maken. Liefst getekend, met mooie zachte aquarelpotloden. ;-) 


Leerlingen hoeven immers niet te leren om te worden wat iemand anders van hen verwacht. Ze moeten eenvoudigweg worden wie ze zijn. En ik doe mijn best om daar aan mee te werken.

donderdag 26 oktober 2017

Herfstvakantiebericht II

Vandaag hou ik het bij de weekspreuk van deze herfstige vakantieweek.


Door mij het licht van het denken
krachtdadig in het innerlijk te ontsteken,
belevenissen zinvol te duiden
vanuit de krachtbron van de wereldgeest,
ontvang ik nu mijn erfdeel van de zomer,
herfstrust en hoop ook voor de wintertijd.
29
Negenentwintigste week
20 - 26 oktober


(bron:http://weekspreuken.antrovista.com)


maandag 23 oktober 2017

Herfstvakantiebericht I

Tegen de tijd dat het herfstvakantie is kennen al mijn zevende klassen een herfstgedicht uit hun hoofd. Het begin is een liedje dat ik op de basisschool van mijn lievelingsjuf (Jenny) leerde, en dat later een echt vrijeschoollied bleek te zijn.
Toen ik meer met dit lied wilde doen kwam ik erachter dat er een blogster was die er een langer gedicht van maakte.
Omdat het deze week herfstvakantie is hou ik het qua bloggen vandaag wat simpeler dan normaal, en deel ik hierbij dat prachtige nazomerse, herfstgedicht.

Autumn Comes, the summer has passed

Winter will come too soon
Stars will shine clearer, skies seem nearer
Under a harvest moon.

Autumn comes so let us be glad
Singing an autumn tune
Hearts will be lighter, skies seem brighter
Under the harvest moon.


Golden light is turning grey, mists begin to rule the day.
Bare the trees, their branches lift, clouds of leaves earthward drift.
Through the field the farmer goes, seeds of ripened corn he sows.
Trusts the earth will hold it warm, shelter it from cold and harm.
For he knows that warmth and light
Live there, hidden from our sight.
And beneath a sheltering wing,
Deep below new life will spring

Deep below, deep below, new life will spring.

maandag 2 oktober 2017

Handen geven

Op de reguliere school waar ik heb gewerkt heb ik behoorlijk geworsteld met voor de klas staan. Het eerste jaar dat ik daar werkte was gewoon niet leuk. Er werden dingen van mij verwacht waar ik niet goed in was en ik had heel veel moeite met de omschakeling van een juf in een onderwijsvernieuwende school naar een traditionele docent.
Orde
Aan het einde van dat eerste jaar, toen duidelijk werd dat ik nog een jaar mocht blijven en men mij eigenlijk wel zelfs een vast contract zou willen aanbieden, wilde ik hier iets aan doen. Ik moest steviger voor de klas staan, ik moest mezelf opnieuw gaan opleiden op het gebied van orde. Van een collega kreeg ik het boek 'Orde in de klas' van Rene Kneyber te leen en in de zomervakantie besteedde ik een groot deel van mijn vrije tijd aan het bestuderen van dit boek.
Gewapend met een map vol aantekeningen, nauwkeurige lesvoorbereidingen en handige standaardstrafwerkformulieren stapte ik in augustus weer de school binnen. Ik hield me aan mijn eigen regels, was consequent en het ging dat jaar, eigenlijk vanaf het begin, direct een stuk beter qua orde houden. Maar wat mij betreft is een deel van de winst van de tijdsinvestering in die zomer ook dat ik ging nadenken over wat voor mij belangrijk is bij het lesgeven.

Handen geven
Een van de beslissingen die ik toen nam was om voor elke les de leerlingen een hand te geven. In het begin keken leerlingen en andere collega's hier raar van op, maar ik wilde dat momentje om voor de les iedereen even in de ogen te kijken. Voordat de les echt begon, wilde ik al contact hebben gehad met mijn leerlingen. Van alle dingen die ik dat jaar deed, werkte dit het beste. Aan het einde van dat jaar, toen ik al aangenomen was bij de school waar ik nu werk, werd het handen geven in de centrale vergadering genoemd. Men zag dat het een fijn begin van de les was, en het contact met leerlingen beter ging bij mij, en er waren diverse collega's die in het komende jaar ook wilden beginnen met het begroeten met een handdruk.

Great minds think alike
Hoe grappig was het dan ook, toen ik op mijn huidige school een eerste proefles kwam geven, dat ik aan de begeleidende docent vertelde dat ik gewend was om de leerlingen een handdruk te geven bij het binnengaan in de klas. Het bleek namelijk dat dat iets is dat bij het Vrijeschoolonderwijs hoort. En niet alleen bij binnenkomst, maar ook bij het verlaten van de les. Dat was nieuw voor mij, maar ben ik in de ruim drie jaar dat ik op deze school werk nog wel meer gaan waarderen.

Bij het begroeten maakt een hand geven dat je direct al even contact hebt. Je ziet de leerling met het nieuwe kapsel, een leuk nieuw jasje, wallen onder de ogen, rode oogjes, een stiekeme zak chips nog in de handen en kunt hier meteen iets mee. Bij het verlaten zorgt het ervoor dat je de les even echt kunt afsluiten. Je hebt kans voor een heel snelle mini-evaluatie. Iets langer hand vasthouden en een compliment geven: 'Ik heb jou de hele les niet gehoord, volgens mij ben je keihard aan het werk geweest, klopt dat?' of juist 'Volgende keer wil ik dat jullie even een andere plaats uitkiezen, want ik vond zo naast elkaar vandaag geen goede combinatie. Jullie wel?'


Het maakt dat het contact wezenlijker is en dat komt mijn onderwijs ten goede.

maandag 25 september 2017

Beelden geven

Ik ben een mens van woorden. Geschreven of uitgesproken, het is mij om het even, maar ik ben van de woorden. Ik hou van lezen, schrijven, praten, vertellen. Van boeken, gedichten, muziekteksten, toneel, goede gesprekken. Voor mij zit er veel schoonheid in het woord en die vorm van schoonheid resoneert het meest in mij. Geen toeval dat ik juf werd in een taal leren.
Natuurlijk kan ik ook genieten van muziek, geuren en van een mooi schilderij, maar op de een of andere manier zijn het woorden die het snelst iets in mij raken.

Beelden
Je hebt ook beelddenkers. Mensen die niet veel kunnen met woorden en omschrijvingen, maar die ergens iets bij moeten zien. Ik vind dat soms lastig. Mijn man is er zo een. Geen toeval dat die man van mij beeldend kunstenaar is. Hij ziet de schoonheid van beelden en vormen en woorden doen hem een stuk minder. Hij kan bijvoorbeeld enorm genieten van van die heel langzame jaren zeventig films. Het beeld alleen is voor hem genoeg, mij gaat het te langzaam, te weinig dialoog. Of monoloog voor mijn part, in elk geval te weinig woorden.

Nu is het zo dat op een Vrijeschool leerlingen op verschillende manieren worden aangesproken. (Had ik daar al eens eerder over verteld? ;-) ) We doen aan verhalen vertellen en gedichten reciteren en schrijven, de woordenkant zeg maar. Maar ook aan textiel, hout, metaal, tekenen, het beeldendeel. En ook nog aan dans en euritmie en toneel en muziek, die allemaal weer andere delen van de mens aanspreken en combinaties zijn van diverse aspecten. 

Voor mij is dit mooi, maar in mijn vak blijven de woorden gewoon overheersend, want dat is immers waar een taal uit is opgebouwd.
Voor beelddenkende kinderen kan dit moeilijk zijn, een obstakel zelfs. En dat begrijp ik heel goed. Het is verdraaid lastig als je iets moet doen wat van nature minder in je zit.

Zweten
Ik heb dat elk jaar als ik aan het begin van het schooljaar een beeld moet geven. Bij ons is dat namelijk traditie. De gymzaal is gevuld met een stuk of tien, twaalf klassen en om de beurt komen de mentoren voor de groep staan en geven een beeld. Dit is een weliswaar verteld beeld, maar dat is iets anders dan een verhaal. Het is de bedoeling dat je met woorden een beeld schept dat de klas meeneemt het nieuwe schooljaar in. Een startpunt waar vanuit verder gegaan kan worden. 

En ik vind dat verdraaid moeilijk. Een verhaal vertellen, dat kan ik. Een toneeltje doen desnoods ook wel. Met zweet in de bilnaad, dat wel, maar eigenlijk vind ik een beetje toneel ook hartstikke leuk, dus geen probleem. Maar hoe schep je een beeld?
Ik heb er over vergaderd, nagedacht, besproken met ervaren antroposofische collega's, maar het wordt niet makkelijker. Toch doe ik het. Het hoort erbij en dus sla ik me er doorheen, blij dat het maar een keer per jaar hoeft.


Begrip

Het helpt me om begrip te hebben voor die beelddenkende en dyslectische leerlingen die bij mij elke dag met al die vervelende woorden te maken hebben. Daarom laat ik ze af en toe ook woorden tekenen, probeer ik hen een beetje tegemoet te komen. Een maatschappij waarin woorden zo belangrijk zijn is voor sommige kinderen al lastig genoeg.

maandag 11 september 2017

Vrijeschool student

Ik vertel hier regelmatig over vrijeschoolonderwijs. Dit is verre van een compleet overzicht, maar dat is ook niet de bedoeling. Ik schrijf vooral over mijn ervaringen en wat ik allemaal vind en tegen kom. Ik werk met veel tevredenheid op een school voor voortgezet vrijeschoolonderwijs en dus gaat het ook daarover.

Aansluiten bij ontwikkeling
Daarnaast is het natuurlijk niet toevallig dat ik op een Vrijeschool werk. Ik voel me hier het meeste thuis en ben ervan overtuigd dat deze onderwijsvorm het beste aansluit bij wat kinderen nodig hebben, omdat wij leerlingen op veel verschillende manieren aanspreken. En omdat we leerlingen als mensen zien die in ontwikkeling zijn. Nou ja, en nog wel om meer redenen, maar laat ik het even simpel houden voor vandaag. (Afgelopen drie keer hield ik hier een betoog waarin ik vertelde hoe dat – met name in het basisonderwijs- niet goed zit. Daarin vertelde ik ook een beetje hoe dat anders is op een vrijeschool. Voor de liefhebber, die nog eens terug wil lezen.)

Vrijeschoolcultuur
Nu ben ik op latere leeftijd het vrijeschoolse ingerold. Ik heb als kind en tiener op reguliere scholen gezeten en op een klein uitstapje na – mijn oudste dochter zat als kleuter een paar weken op een Vrijeschool- stapte ik pas op mijn 35e een antroposofische school binnen. Nu past deze school wonderwel bij mij, mijn mensvisie en de manier waarop ik onderwijs benader (hier schreef ik eerder al over), maar sommige dingen waren wel even wennen.

Hoe is het dan als je als kind al wordt ondergedompeld in Vrijeschoolcultuur? Ooit heb ik meegemaakt hoe twee kennissen van mij erachter kwamen dat ze beiden op een Vrijeschool hadden gezeten als (basisschool-)kind. De een in Arnhem, de ander in de buurt van Mexico Stad, en toch herkenden ze elkaar, door het soort onderwijs dat ze hadden gehad; dezelfde manier van leren, dezelfde verhalen, liedjes, spreuken, spelletjes. De een in het Nederlands, de ander in het Mexicaans, maar toch hetzelfde. Heel bijzonder vond ik dat toen. Bijzonder ook dat ze uiteindelijk beiden op dezelfde vervolgopleiding terecht kwamen, en tegenwoordig ieder op hun eigen manier met hetzelfde werk bezig zijn, maar dit terzijde.

Ik kwam via een collega onderstaand filmpje tegen. Hierin blikken twee studenten terug op hun Vrijeschooltijd. Op humoristische wijze beschrijven ze hoe dat voor hen was, en wat ze als kind (en tiener?) tegenkwamen. Erg herkenbaar voor wie al iets van de Vrijeschool af weet, maar volgens mij ook leuk voor diegene die dat nog niet weet.



donderdag 24 augustus 2017

Zomervakantieberichten X

In dit laatste zomervakantiebericht (oh, how times does indeed fly…) laat ik jullie graag een beetje nadenken over onderwijs.

Dat doe ik zelf namelijk regelmatig en ik laat me graag inspireren uit verschillende bronnen. De antroposofie, want: vrijeschool. Maar er zijn ook veel inspirerende mensen die zinnige dingen te zeggen hebben op het internet te vinden.

Een tijdje terug vonden we deze meneer. En hij heeft het een en ander onderzocht waarvan ik denk dat huidige beleidsmakers in het onderwijs nog wel eens heel, heel grondig naar zouden mogen kijken… En toepassen. Dat ook.

Heel graag.

Volgens mij zouden we er een slimmer, leuker en een gelukkiger land van worden….


donderdag 27 juli 2017

Zomervakantieberichten II

Soms komt inspiratie uit onverwachte hoek. Zo ontving ik ooit op een van de scholen waar ik werkte bij een bij- of nacholingcursus het volgende gedicht. Ik heb het altijd bewaard en lees het af toe nog eens terug om mij eraan te herinneren dat ik slechts een leraar ben, iemand die vertrouwt en liefheeft, maar die nooit claimt de wijsheid in pacht te hebben. Sterker nog: ik leer elke dag van mijn leerlingen.

Kahlil Gibran schreef:

Geen mens kan je openbaren dan wat reeds
half slapend in de dageraad van je kennis ligt.
De leraar die in de schaduw van de tempel wandelt,
te midden zijner leerlingen,
geeft niet van zijn wijsheid,
maar veeleer van zijn geloof en zijn liefde.

Zo hij inderdaad wijs is,
nodigt hij je niet uit het huis
van zijn wijsheid binnen te treden,


maar leidt je naar de drempel van je eigen geest.

maandag 24 juli 2017

Zomervakantieberichten I

Vandaag is dan echt de zomervakantie begonnen, voor ons hele gezin. Dit betekent voor dit blog dat ik het me de komende paar weken iets makkelijker ga maken. 

Vakantie vs werken
Ik ga de zomervakantie vullen met zoveel mogelijk leuke dingen, en zoals dat gaat zal ik ook het een en ander aan werk doen: voorbereiden, plannen, kopiëren, nieuwe projecten bedenken, al mijn bijlessen voor het komende jaar startklaar hebben. Ook dat hoort erbij als je in het onderwijs werkt; vrij is zeer zelden echt vrij. Maar ik bewaak mijn grenzen heel sterk, en de balans moet vooral doorslaan naar ontspannen en de zinnen verzetten.

Limiteren
Ik limiteer mijn werk dan ook tot een paar dagen van die hele zalige zeven  oh nee, das war einmal zes vrije vakantieweken. Vijf hooguit, 1 werkweek. Krijg ik alles af wat ik graag af zou willen dan is dat mooi, zo niet, dan niet. Volgend jaar weer een kans. 

Hoofd vrij maken
Om mijn hoofd echt even leeg te krijgen (met een hoofd als het mijne errug lastig…) zal ik tijdelijk wat minder tijd aan dit blog besteden. Ik heb berichten vooruit gepland met mooie plaatjes, filmpjes en uitspraken over onderwijs en vrije tijd, zodat ik me kan richten op andere dingen.

Kamperen
Kamperen op een heel leuke gloedjenieuwe camping in Emmen, bijvoorbeeld. Smoothies en smoothie ijsjes maken is ook een goede kandidaat. Lekker op bezoek bij mijn familie in het mooiste stadje van Nederland (die Friese, met die waterpoort, weet je wel), lezen tot laat in de avond, spelletjes doen met mijn meisjes, uit eten gaan met mijn lief, luieren, knutselen, koken, afspreken met goede vrienden, borrelen, barbecuen, brunchen, picknicken in het bos, naar het strand, wandelen, nadenken (maar niet teveel), dromen (zoveel mogelijk), nou ja… Genieten dus. 

Doen jullie mee?

donderdag 13 juli 2017

Jezelf zijn voor de klas

Leerlingen prikken er zo doorheen als een docent een rol speelt voor de klas. Toch is het niet altijd makkelijk om helemaal jezelf te zijn als je les geeft.

Masker
Toen ik begon aan mijn eerste baan in het onderwijs zat ik elke ochtend misselijk van spanning in de bus. Ik vond het doodeng om als echte docent voor een klas te staan, en was erg onzeker. Die misselijkheid en het gevoel van spanning was na een paar weken wel voorbij, de onzekerheid duurde langer. Wat mij in die eerste tijd hielp was het dragen van make up. Elke ochtend bracht ik in de vorm van mascara, poeder, glitter en oogschaduw een masker op dat me zekerder deed voelen.

Delen
Tegelijkertijd durfde ik op andere gebieden mezelf wel te laten zien. Ik had veel persoonlijke gesprekken met leerlingen, waarbij alle partijen dingen vertelden over zichzelf. Toen ik voor het eerst een afspraakje had met de man die mijn grote liefde zou blijken te zijn, deelde ik dat ook met een aantal leerlingen, in een gesprek na afloop van de les, waarin we het hadden over leuke plannen voor het weekend. Heel gewoon, geen probleem.

Afleren
Dit is iets wat ik altijd heb gedaan in mijn lessen; af en toe ook mezelf als mens laten zien aan mijn leerlingen. Toch is het blijkbaar ook iets dat je kunt afleren. Tijdens de twee jaar waarin ik les gaf aan een reguliere middelbare school moest ik veel zaken ineens anders aanpakken dan ik gewend had. Ik had les gegeven op een Montessorischool en een onderwijsvernieuwende school, waarin ik te maken had gehad met leerlingen met een grote mate van zelfstandigheid. Ik kon mezelf zijn en hen begeleiden in wat er moest gebeuren. Hoe anders was dit op de 'gewone' middelbare school! Ik moest leerlingen hierin veel meer vanaf een afstand (mevrouw in plaats van Jolanda) gaan vertellen wat ze moesten doen. Niet alleen was het autoritaire stukje iets wat niet goed bij mij paste, maar ook kon ik veel minder mezelf laten zien. Ik moest letterlijk een rol spelen. Die van de strenge en consequente lerares. Ik heb onwijs mijn best gedaan en kreeg het uiteindelijk ook steeds meer in de vingers, maar ik had steeds minder plezier in wat ik deed. Hierdoor leerde ik ook af om mezelf te zijn, en persoonlijke dingen te delen met mijn leerlingen. Iets wat ik pas besefte toen ik daar op mijn huidige school door een collega die op lesbezoek was geweest, op werd gewezen.

Wennen
Ik vond dit maar raar, want dat was nu juist een van mijn sterke punten altijd geweest, maar ik besefte ook dat ze gelijk had, ik moest echt weer even wennen aan een ander soort docentenrol. Ik ben er daarna bewust meer mee gaan doen, af en toe iets persoonlijks zeggen. Als er iets leuks gebeurd is, of ik juist met iets naars zit, vertel ik daar vaak even kort iets over in de klas. Gewoon om leerlingen te laten weten waarom ik misschien wat vrolijker ben dan normaal, of een beetje meer afgeleid.



Binnen het vrijeschoolonderwijs wordt dit aangemoedigd. Een aspect van het onderwijs is namelijk dat je als leraar met je hele wezen voor de klas staat. Je moet dus ook persoonlijke zaken met je leerlingen kunnen delen. Voor mij voelt het beter om als volledig en gelijkwaardig mens voor de klas te staan, en niet als een orde-bewarende-docent-spelende vrouw. Ik denk dat het mijn kracht is om zonder autoritair te doen, zonder me anders voor te doen en mij regelmatig kwetsbaar op te stellen mijn klassen te leiden. Niet autoritair, maar wel met autoriteit. 

donderdag 6 juli 2017

SintJanspreuk

Het is volop zomer, en daar past deze zomerspreuk prima bij:


De schoonheidsglans der wereld, dwingt mij om uit zielendiepten de godskrachten van het persoonlijke leven vrij te maken voor een wereldvlucht;

Mezelf te verlaten,
Slechts in vertrouwen mezelf te zoeken
in wereldlicht en wereldwarmte

Genieten jullie ook zo van deze tijd van het jaar?!

(Volgende keer weer een langer bericht ;-) )

donderdag 18 mei 2017

Verhalen vertellen

Wat is dat toch met negatieve opmerkingen, dat die vaak langer blijven hangen dan positieve? Jaren geleden vertelde een oudere collega mij eens dat zij drie hele lange dagen werkte, dagen van acht, negen lesuren achter elkaar. En dat als er dan 1 uur slecht ging, een klas die niet mee wilde werken, bokkige leerlingen, discussies en onvrede, noem maar op, dat ze dan vergat dat ze die dag ook nog zeven, acht fijne lessen had gedraaid. Kennen jullie verschijnsel? Ik moest daar aan denken toen ik aan het einde van de laatste lesdag voor de kerstvakantie mijn leslokaal schoonmaakte. Hoe dat zo?

Ik las al vaker voor, en in lagere klassen deed ik aan TPRS, maar vorig jaar ontdekte ik ineens dat ik ook best zomaar een verhaal kan vertellen in de Engelse les. Dat ging zo: Op de vrijeschoolconferentie het schooljaar hiervoor had ik overleg met andere vrijeschooldocenten Engels uit het hele land. Hierbij begreep ik dat het op vrijescholen gebruikelijk is om rond kerst iets te doen met 'A Christmas Carol'. Niet, zoals op bepaalde scholen ook wel gedaan wordt, een filmversie laten zien, met inhoudelijke vragen, maar echt het boek lezen en behandelen. Zodoende kocht ik verschillende versies van het prachtige boek van Charles Dickens met het idee deze te gaan voorlezen.

Vertellen versus voorlezen.
De dag voor ik zou gaan voorlezen besefte ik ineens dat dit niet zou gaan werken. Prachtig verhaal, maar het 19e eeuwse Engels zou dermate lastig zijn voor mijn zevende en achtste klassers (eerste en tweede klassers in regulier onderwijs), dat hen de betekenis helemaal zou ontgaan. Nu hoeven ze niet alles te snappen, maar dit zou een te grote information gap zijn om hen te boeien. Dus besloot ik het verhaal te vertellen. Spannend, maar een verdraaid leuke uitdaging. Ik verdeelde het verhaal in negen ongeveer gelijke delen en gedurende drie weken vertelde ik elke les de eerste twintig minuten het verhaal van de oude Ebenezer Scrooge. De laatste les bedacht ik me dat het mooi zou zijn om af te sluiten met een echte Christmas Carol. Dit was nog stukken spannender dan vertellen, want vertellen kan ik wel, maar zingen? Voor een volle klas? -Slik-

En toch deed ik het. Het scheelt dat het een heel lieve klas was, waar ik me goed bij voelde, maar toch was het heel even ongemakkelijk toen ik de eerste tonen van 'God Rest Ye Merry Gentlemen' inzette. Maar bij het wegsterven van de laatste noten barstte er een applaus los die mij het zelfvertrouwen gaf om mijn prestatie te herhalen, ook bij minder lieve klassen. Je kwetsbaar opstellen voor een klas: ik kan dat blijkbaar. En dat het gewaardeerd wordt, merkte ik ook. Want ik kreeg van een klas (ja die lieve) een kerstkaart om mij te bedanken voor het mooie verhaal. En een zevende klas leerling legde onopvallend een kerstkaartje op mijn tafel waar ze als extra regel nog aan toe had gevoegd 'En je kunt heel mooi zingen.' Wat een schatje! Ongeacht of het nu waar is of niet.


En toch bleef bij het opruimen even een ander briefje in mijn hoofd hangen. Dat briefje dat ik op de grond vond, van een leerling uit een andere klas. En waar op stond 'Hoe zei dat verhaal doet is echt heel stom. De film is veel beter.' Maar ach. Dat laatste briefje belandde -inclusief spelfout- in de oud papierbak, en die kerstkaartjes gingen met mij en mijn gestreelde ego mee naar huis. Volgend jaar weer!