Op
een dag was het dan zover. Ik had al eerder mijn vermoedens, maar
ineens wist ik het dan zeker: er werd geblowd in een mentorklas. Ik
ben meestal mentor van eerste (zevende) en tweede (achtste)klassen en
dan spelen dit soort zaken eigenlijk geen rol. Maar als je op een
bepaald moment ter afwisseling ook een wat oudere klas onder je hoede
wilt dan kan zoiets op je pad komen.
En
dan? Ik heb op de verschillende scholen waar ik werkte hierover
voorlichting gehad, ik ben zelf ooit in aanraking geweest met soft
drugs en toch vond ik het lastig.
Blowen
is nadelig voor je gezondheid en concentratie en hoort op geen enkele
manier op school thuis. Maar een al te rigide houding kan kinderen
van je vervreemden terwijl het juist zo belangrijk is om in gesprek
te blijven.
Nieuwsgierig
Vaak
is het een combinatie van stoer gedrag en nieuwsgierig zijn, wat er
toe leidt een jointje te gaan roken. Ik heb zelf als begin twintiger
ook geblowd, dus ik ken het, weet hoe het is. Maar waar andere mensen
in mijn omgeving al op de middelbare school met wiet begonnen, heb ik
dat nooit gedaan. Ik vertrouwde mezelf niet, was bang voor het effect
en vond ook dat als je het deed dat het dan nooit goed kon zijn om er
te vroeg mee te beginnen. Na een korte periode van uitproberen was
mijn nieuwsgierigheid en interesse op een bepaald moment verdwenen en
toen ik op mijn 22e in verwachting raakte hield het helemaal op. Nu
sta ik dan aan de andere kant, die van de verstandige volwassenen.
Ouders
inschakelen
In
het geval waar ik het hier over heb, heb ik direct aan de bel
getrokken. Leidinggevende ingeschakeld, een mail naar ouders
gestuurd. Zelfs bij een vermoeden van blowen beschouwde de school het
als hun verantwoordelijkheid om ouders hiervan op de hoogte te
stellen. Als moeder van een zestienjarige ben ik hier blij mee; ik
zou het graag weten als zoiets in haar klas zou spelen. Als leraar
voelt het als mijn verantwoordelijkheid om dit te doen.
Open
in gesprek
Het
belangrijkste was toen het open gesprek tijdens een klassenuur. Ik
heb de leerlingen verteld dat ik wist wat er aan de hand is, ik heb
de consequenties uitgelegd (bij ontdekken van blowen tijdens
schooltijd volgt onmiddellijke schorsing) maar we zijn vooral gaan
praten. Ik had een aantal prikkelende stellingen, die in kleine
gemêleerde groepjes besproken werden. Populairste stelling om te
bespreken: 'Het is vet lame om te gaan blowen op school. Als je dat
doet ben je echt sneu.'
We
hadden het ook over alcohol gebruik en roken. 'Hoe kan het dat jullie
geen mail naar ouders sturen als je denkt dat iemand drinkt?', wilde
een leerling weten. En dat is natuurlijk ook raar, als je bedenkt
hoeveel schade alcohol aanricht ten opzichte van soft drugs. Alleen
is alcohol maatschappelijk wel geaccepteerd, en wiet niet. Maar ik
benadrukte toen dat als ik het idee heb dat een leerling in een pauze
of tussenuur een blikje wodka-red bull naar binnen gooit ik hierover
ook met de leerling en diens ouders ga spreken.
Het
hoort bij pubers om te willen experimenteren, en het puberbrein is
dusdanig dat ze niet goed zijn in het inschatten van risico's. Maar
daarom is het mijn taak als docent en vooral als mentor om hen
hierbij te helpen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten