donderdag 19 oktober 2017

Bijzondere leerlingen IV

Soms kom je leerlingen tegen met wie je een speciale klik voelt. Iets van begrijpen, of gedeelde interesses, ik weet niet wat het is, maar er is iets anders.
Zelf had ik dat vroeger ook met een van mijn leraren. Zelfs toen ik nog les van hem had, kon ik af en toe in pauzes met hem praten zoals ik ook met een leeftijdsgenoot sprak. Soms kom ik hem nog weleens tegen als ik terug ben in het leuke Friese stadje waar ik het grootste deel van mijn leven woonde.

Rustige aanwezigheid

Later heb ik dat andersom ervaren toen ik op een Montessorischool werkte, mijn eerste baan. Er was een meisje die net wat anders was dan de rest van de klas; rustiger, serieuzer, belangstellend voor anderen. Omdat ik bij haar het gevoel had – wat achteraf bleek te kloppen- dat ze soms meer voor anderen zorgde dan voor zichzelf, vond ik het fijn om af en toe even wat meer aandacht aan haar te besteden. 

Toen ik voor een workshopweek bedacht dat ik wel een workshop 'zoek je rust' wilde geven; een combinatie van yoga, mindfulness en meditatie, leek zij mij een goede kandidaat om mij daarbij te assisteren. En dat was ook zo. Zelden heb ik zo prettig met iemand samen gewerkt! Ze dacht met me mee, bedacht oplossingen voor kwesties die zich opwierpen en tijdens de workshop zelf was ze een heerlijk rustige aanwezigheid die scherpe observaties deed die mij nieuwe inzichten gaven over de deelnemende leerlingen. Ik was onder de indruk. Nog steeds wel, eigenlijk.

Jaren later kwam ik haar tegen toen ze al studeerde, en we kletsten verder alsof we elkaar gisteren nog hadden gesproken.

Onder de indruk
Het gebeurt niet vaak, maar heel zelden gebeurt het wel degelijk dat ik iemand in mijn klas tegenkom waar ik niet alleen een klik mee hebt, maar die ik als mens bewonder. Ik ben de docent, het kind is de leerling, maar desondanks zijn zij mensen die mij nog het een en ander te leren hebben. Voor de mensen die aan spiri-wirualiteit doen: oude zielen. Voor de mensen die daar niks van moeten hebben: bijzondere kinderen.

Zo heb ik vrij recent nog iemand in de klas gehad die enorm serieus bezig was (en is) met kunst, met name het maken van (animatie)filmpjes. Aanvankelijk gaf ik deze leerling alleen Engels, maar later werd ik ook de mentor. Tijdens de Engelse les was hij me al opgevallen en toen we op een dag te spreken kwamen over wat hij maakte zag ik iets dat ik moeilijk onder woorden kan brengen, maar het maakte dat ik meer wilde weten. Over hem, over waar hij mee bezig was, over zijn beweegredenen, ik weet het niet.

Die kans kwam al vrij snel, omdat hij mee deed aan een kunstroute waarvoor hij een animatiefilm had gemaakt. Ik mocht de DVD hiervan hebben, en ik was ervan onder de indruk. Ik heb de film met mijn gezin bekeken, in de docentenkamer neergelegd met een briefje erbij: dit moesten meer mensen zien! De leerling had echt iets bijzonders neergezet, en met name het verhaal achter het filmpje, de manier waarmee hij bezig was met zijn ambitie, zijn passie, zijn talent, maakte dat ik bewondering voor hem kreeg. Tijdens de jaren als mentor is dat alleen maar meer geworden. Wat een uniek, mooi mens!


Inmiddels geef ik deze leerling geen les meer, maar het is iemand die ik hoop te blijven volgen. Ook een juf is nooit uitgeleerd immers.

maandag 16 oktober 2017

Werkvermijdend gedrag

Ken je dat? Dat je van alles te doen hebt, maar om de een of de andere reden met totaal andere dingen bezig gaat? En dat best lang? Dat soort gedrag: ik ben er een ster in. Heel stom, want als ik dan eindelijk bezig ga met die grote stapel nog na te kijken proefwerken, dan vind ik het eigenlijk hartstikke leuk. Niet de zinnetjes en ander ingewikkelds, maar uiteindelijk vind ik altijd een bepaalde flow en zie ik de lol ervan in. Leuk man, schooltje spelen!
Maar voordat het zover is heb ik het vaak al heel lang uitgesteld. Wat ik dan doe in die tussentijd? Stomme dingen. Facebooken bijvoorbeeld. Of blogjes lezen. Mail checken. Nog een keer facebook. Andere mail checken. Oh, wacht dat blogje had ik ook nog niet gecheckt. En wat staat er vandaag ook weer op Ogma? Als ik dan eindelijk aan de slag wil, toch nog een keertje op Facebook en daar blijf ik vaak hangen in de filmpjes. Lekker joeptjoepen. Helemaal niet lekker, want ik voel me opgejaagd en a-relaxt, die stapel nakijkwerk voel ik branden, maar toch ga ik door.

Soms vind ik dan via een FB filmpje ineens materiaal voor een lesje Engels. Zoals deze

bijvoorbeeld. Maar soms zit ik gewoon gedachteloos maar wat te doen. Stom, maar zo gaat dat.


Laatst kwam ik ineens terecht bij allemaal cabaret over onderwijs en leraren. Zo kwam ik erachter dat ik dit



helemaal niet zo grappig vind, maar dit liedje van uitgebluste leraren



stiekem (niet verder vertellen) wel, en merkte ik dat dit

een beetje gedateerd is, maar nog steeds leuk. Ik ontdekte ook dat ik het met JanJaap van der Wal eens was:



en niet met Hans Teeuwen:


maar wel om beide moest lachen.
En zo had ik na drie kwartier joeptjoepen toch maar mooi materiaal gevonden voor een blogje, zodat ik mijn schuldgevoel kon afkopen met de wetenschap dat het toch ergens nut had gehad, dat staren naar het schermpje. Nadat ik de computer had uitgezet ben ik meteen gaan nakijken. Bijna af. En tot het zover is blijf ik gewoon van mijn laptop en Ipad af. Of zal ik toch nog even....

Onverbeterlijk ben ik.

donderdag 12 oktober 2017

En nu allemaal de koppen dicht, ja!!!

Mijn man en kinderen weten er alles van: ik kan echt maar een ding tegelijk. Dus als ik mailtjes beantwoord, een blogje schrijf of proefwerken nakijk en iemand wil mij een mop uit een moppenboekje vertellen, vragen of ze morgen met Nolan mogen spelen of willen weten wat er die avond gekookt moet worden, dan hoor ik dat niet. Als het nogmaals wordt gezegd of gevraagd ervaar ik dat als ruis op de achtergrond die in razendsnel tempo oorverdovend wordt en baf! Kortsluiting in mijn hersenen. Teveel informatie om te verwerken, teveel tegelijk en het resultaat is meestal een nogal geblaft, niet bijster vriendelijk antwoord van mijn kant, iets waar ik zelden zelf blij mee of trots op ben, maar het gebeurt. Sorry, ik bedoelde het niet zo...
In de les heb ik hier minder last van, van dat korte lontje. Dat bewaar ik meestal voor thuis (nogmaals mea culpa, lieverds), maar ook op school zijn er momenten waarop ik het heb gehad.

Voor iedereen die inmiddels bij mij het beeld heeft gekregen van een blij ei in hippiejurk en heksenhaar, nou ja, dat klopt wel. Maar niet altijd. Een van de dingen waar ik slecht tegen kan is als mensen door me heen praten. Nou, dan moet je docent worden. Kun je je lol op.

Geklets 

Natuurlijk weet ik dat het erbij hoort. Ik sta inmiddels een paar jaar voor de klas, heb een dikkere huid gekregen en een arsenaal aan oplossingen. Gewoon stil zijn en voor de klas gaan staan bijvoorbeeld. Wachten. Kan lang duren, heel lang, maar uiteindelijk wordt het stil. Even opvallend gaan staren naar de grootste kletskousen helpt, een ontevreden blik op mijn gezicht ook. Als ik meer druk wil zetten, steek ik mijn vinger dreigend in de lucht; het teken om aandacht te hebben en stil te zijn. Werkt minder goed dan gefronste wenkbrauwen, is wel vriendelijker. Op deze manier wachten werkt, kost weinig inspanning, maar neemt veel tijd in beslag.

Silence please

Er zijn veel wisselingen in een les, zelfs in eentje van een magere 45 minuten. Van introductie programma naar boeken open slaan, van samen lezen naar zelfstandig oefening doen, van luisteren naar een verhaal naar gedicht reciteren. Als je bij elke wisseling opnieuw geklets hoort kan dat wachten op stilte heel vervelend worden.
Soms heb ik er ook gewoon geen geduld voor. Dan ga ik aftellen.  In het Engels, van tien naar een. Na 1 (Silence please!) weet iedereen inmiddels dat het stil moet zijn. Mensen die lollig heel hard denken mee te moeten tellen worden afgestraft. Dit aftellen werkt snel en goed, maar nog kan het rommelig worden. Tien keer in de les aftellen doet het effect weer teniet dus dat doe ik niet.

Geduld

Voor de klas heb ik een stuk meer geduld dan thuis, en er komt een moment dat ik het zat ben. Dan ga ook ik Ssst-sissen. En wee de leerling die leuk mee doet! In het verleden heb ik wel met de deur geslagen, dat doe ik (na klachten van  volledig lamgeschrokken leerlingen) niet meer. Geen shocktherapie, vind ik zielig. Van de week was ik bezig met een luisteropdracht waar tig keer doorheen werd gesproken en ik had het echt gehad. Toen hoorde ik mezelf onvriendelijk blaffen: ‘En nu is het echt stil!’


Volgens mij schrokken de leerlingen meer van mijn gezichtsuitdrukking van de uitroep zelf. Ik zag één leerling een beetje wit wegtrekken. Maar dat is dan ook een lieverd. Eigenlijk had ik toen al direct weer medelijden met ze. Maar soms moet het gewoon echt even stil zijn. Dan maar zo.

maandag 9 oktober 2017

Narigheid

Een school is net de echte wereld. Alles wat je tegenkomt in het normale leven, zie je ook op school. Er worden vriendschappen gesloten (en soms verbroken), liefdes ontstaan en eindigen er, er zijn collega’s die kinderen krijgen en soms komen er ook mensen te overlijden.  
Een school is een gemeenschap en hoewel je het liever niet wilt gebeurt in elke gemeenschap ook narigheid. Er zijn collega’s die ziek worden en in het ergste geval overlijden, maar soms ook worden leerlingen zelf ziek.

Ik heb op mijn huidige school gezien hoe mooi er om kan worden gegaan met de ziekte en uiteindelijk ook het heengaan van een leerling. De school heeft zelfs in een geval gediend als plek voor het afscheid, omdat de betrokken leerling zich zo thuis voelde hier en graag op school de afscheidsplechtigheid wilde. Dat de school hierin toestemde vind ik heel bijzonder, en heel waardevol. Als dank aan de school en ter herinnering aan zo’n bijzondere leerling staat er nog steeds een boom in de binnentuin van de school. Ook een herinnering aan de kwetsbaarheid van de mens, die zoveel kan, zoveel weet maar toch sommige dingen, sommige ziektes niet kan stoppen. Of kan voorkomen dat er stomme ongelukken gebeuren.

Ik heb in mijn carrière tweemaal meegemaakt dat een ouder van een mentorleerling kwam te overlijden. Iets verdrietigers kun je je niet voorstellen. Ik vind het lastig om met zulke intense trieste zaken te maken te hebben, word er emotioneel van terwijl ik er juist wil zijn voor de leerling. Dat is ook weer een balans die gevonden moet worden. Hierbij vertrouw ik maar gewoon op mijn ervaring, gewoon menselijk gevoel en luister ik naar de wensen van de nabestaanden.
Ik heb meegemaakt dat de achtergeblevenen zo van slag waren dat ze niet wilden dat er op school aandacht aan besteedt werd, of dat er mensen op de uitvaartplechtigheid kwamen. Dat werd privé gehouden. We hebben wel een kaart gestuurd met de klas en daarin kon elke leerling een briefje doen met een eigen wens of condoleance. Ik had graag meer willen doen toen, maar zij wilden dat niet en dat kun je niet anders dan respecteren.

Er zijn ook momenten geweest waarbij we als school om mensen heen konden staan. Leerlingen en collega’s die samen naar de uitvaart van een (ouder van een) leerling gingen, een herdenkingstafel die in school neer wordt gezet. Manieren om de achtergeblevenen te laten weten dat er ook op hun school mensen zijn die meeleven, aan hen denken en er voor hen zijn.


Dit soort zaken zijn nooit makkelijk en ik vind het zo intens naar als jonge mensen op jonge leeftijd met verlies te maken krijgen, op wat voor manier ook. Maar zoals het cliché zegt: ook dat hoort bij het leven. Ik denk dat het waardevol is als een mensen op een school niet alleen vreugde en fijne dingen met elkaar kunnen delen, maar er ook kunnen zijn voor elkaar in tijden van verdriet en verlies. Zo is de school echt een wereld op zich.

donderdag 5 oktober 2017

Ziekmelding

Juf Jolanda is even geveld. tijdelijk gelukkig. Over een paar dagen een nieuw blogje!

maandag 2 oktober 2017

Handen geven

Op de reguliere school waar ik heb gewerkt heb ik behoorlijk geworsteld met voor de klas staan. Het eerste jaar dat ik daar werkte was gewoon niet leuk. Er werden dingen van mij verwacht waar ik niet goed in was en ik had heel veel moeite met de omschakeling van een juf in een onderwijsvernieuwende school naar een traditionele docent.
Orde 

Aan het einde van dat eerste jaar, toen duidelijk werd dat ik nog een jaar mocht blijven en men mij eigenlijk wel zelfs een vast contract zou willen aanbieden, wilde ik hier iets aan doen. Ik moest steviger voor de klas staan, ik moest mezelf opnieuw gaan opleiden op het gebied van orde. Van een collega kreeg ik het boek 'Orde in de klas' van Rene Kneyber te leen en in de zomervakantie besteedde ik een groot deel van mijn vrije tijd aan het bestuderen van dit boek.
Gewapend met een map vol aantekeningen, nauwkeurige lesvoorbereidingen en handige standaardstrafwerkformulieren stapte ik in augustus weer de school binnen. Ik hield me aan mijn eigen regels, was consequent en het ging dat jaar, eigenlijk vanaf het begin, direct een stuk beter qua orde houden. Maar wat mij betreft is een deel van de winst van de tijdsinvestering in die zomer ook dat ik ging nadenken over wat voor mij belangrijk is bij het lesgeven.

Handen geven

Een van de beslissingen die ik toen nam was om voor elke les de leerlingen een hand te geven. In het begin keken leerlingen en andere collega's hier raar van op, maar ik wilde dat momentje om voor de les iedereen even in de ogen te kijken. Voordat de les echt begon, wilde ik al contact hebben gehad met mijn leerlingen. Van alle dingen die ik dat jaar deed, werkte dit het beste. Aan het einde van dat jaar, toen ik al aangenomen was bij de school waar ik nu werk, werd het handen geven in de centrale vergadering genoemd. Men zag dat het een fijn begin van de les was, en het contact met leerlingen beter ging bij mij, en er waren diverse collega's die in het komende jaar ook wilden beginnen met het begroeten met een handdruk.

Great minds think alike
Hoe grappig was het dan ook, toen ik op mijn huidige school een eerste proefles kwam geven, dat ik aan de begeleidende docent vertelde dat ik gewend was om de leerlingen een handdruk te geven bij het binnengaan in de klas. Het bleek namelijk dat dat iets is dat bij het Vrijeschoolonderwijs hoort. En niet alleen bij binnenkomst, maar ook bij het verlaten van de les. Dat was nieuw voor mij, maar ben ik in de ruim drie jaar dat ik op deze school werk nog wel meer gaan waarderen.

Bij het begroeten maakt een hand geven dat je direct al even contact hebt. Je ziet de leerling met het nieuwe kapsel, een leuk nieuw jasje, wallen onder de ogen, rode oogjes, een stiekeme zak chips nog in de handen en kunt hier meteen iets mee. Bij het verlaten zorgt het ervoor dat je de les even echt kunt afsluiten. Je hebt kans voor een heel snelle mini-evaluatie. Iets langer hand vasthouden en een compliment geven: 'Ik heb jou de hele les niet gehoord, volgens mij ben je keihard aan het werk geweest, klopt dat?' of juist 'Volgende keer wil ik dat jullie even een andere plaats uitkiezen, want ik vond zo naast elkaar vandaag geen goede combinatie. Jullie wel?'


Het maakt dat het contact wezenlijker is en dat komt mijn onderwijs ten goede.

donderdag 28 september 2017

Pesten

Ergens hier op dit blog heb ik er al eens vaker over verteld: ik ben vroeger gepest. Niet iedereen in mijn omgeving had dat in de gaten, omdat ik een kind was dat veel binnen hield, geremd was en doordat ik me constant onveilig voelde niets durfde te laten merken. Ook ben ik ervan overtuigd dat de kinderen die mij pestten niet in de gaten hadden wat voor effect dit op mij had.
Veerkrachtig

Het heeft mij jarenlang onzeker gemaakt. Dat ik uiteindelijk goed ben hersteld heeft veel te maken met mijn veerkracht. Ik denk dat veerkracht namelijk een heel belangrijke voorwaarde is voor het omgaan met narigheid zoals pesten. Het is een eigenschap die niet iedereen in dezelfde mate heeft. Zo kan het dat er mensen zijn die positief in het leven  staan, zelfs na jaren van vernedering en ellende, terwijl andere mensen veel last kunnen hebben van een onschuldig bedoeld stoeipartijtje. Dat zijn mensen die  lang gebukt kunnen gaan onder een paar vervelende opmerkingen waar anderen hun schouders over ophalen. Betekent dit dat die gekwetste mensen aanstellers zijn? Uiteraard niet. Het gaat immers om iemand's beleving.

Valkuil

Dat laatste maakt ook dat het onderkennen van wat nu echt pesten is, lastig is. Het kan onder pubers normaal zijn om te stoeien en elkaar te plagen. Als leerlingen zich in de groep veilig en gewaardeerd voelen dan is dat geen probleem, maar voor leerlingen die zo'n veilige basis missen kan het wel vervelend zijn. Ik probeer dit als mentor, maar ook gewoon bij het lesgeven aan een niet-mentor klas bespreekbaar te maken. 'Ik zie dat dit en dit gebeurt. Dat kan als grapje bedoeld zijn, maar iemand kan het ook vervelend vinden. Op welke manier checken jullie hoe mensen zoiets ervaren?' Juist vanwege mijn verleden weet ik hoe fijn het kan zijn als iemand voor jou opkomt en oog heeft voor wat er gebeurt. Maar ik ben me tegelijkertijd ook bewust van valkuilen. Ik ben gevoelig voor uitsluiting en pesterijen, maar dit kan er ook voor zorgen dat ik iets wat onschuldig is te ernstig opvat. Ik probeer hier op te letten, maar ik vind dat als ik twijfel heb over hoe kinderen elkaar behandelen, ik daar iets mee moet. Uitspreken wat ik zie, soms een beetje humor erbij en als ik vind dat het over de schreef ga, aanpakken.


Meidenvenijn

Tijdens mijn eerste jaar als mentor ben ik een overduidelijk geval van pesten tegen gekomen. Hier heb ik direct alle registers open getrokken: pestprotocol, een interventie met de pestspecialist van de school: the works. Volgens mij hebben we toen kunnen voorkomen dat het nog erger werd. Zeker weten doe ik het niet (ik werk nu op een andere school), maar ik hoop het wel. Meidenvenijn, er worden tegenwoordig seminars over gegeven (hoe het werkt en hoe te voorkomen en mee om te gaan) en het kan heel heftig zijn. Toen ik gepest werd waren er nog geen mobieltjes. Gelukkig maar, want ik weet niet hoe veerkrachtig ik was geweest als een groep meisjes mij telefonisch had medegedeeld dat ik wel dood mocht, en niemand mij mocht. Dat zijn berichten die te makkelijk worden ingetypt en die een enorme impact kunnen hebben op een dertienjarig meisje, die zich toch al onzeker voelt. Door dit meteen serieus te nemen hebben we toen als school in elk geval een signaal afgegeven. Hoe je iets ook bedoelt, als iemand zich gepest voelt is dat niet acceptabel.