maandag 11 februari 2019

Rerun: Beelden geven



Bij deze laatste rerundonderdag van dit seizoen (die loopt van verjaardag tot verjaardag) een stuk waar ik vorig jaar een aantal positieve reacties op heb gekregen. Engels is namelijk een vak waar ik dol op ben, maar waarvan ik mij terdege realiseer dat er leerlingen zijn die er moeite mee hebben. Daar staan niet alle docenten bij stil, want lets face it: je wordt docent van een vak omdat je erg van dat vak houdt. En dan is het weleens moeilijk om je in te leven in een leerling die minder goed in is. Ik heb gemerkt dat het kan helpen om zelf af en toe iets te doen waar je moeite mee hebt. Nou ja, daar gaat dit blog dus over.

Ik ben een mens van woorden. Geschreven of uitgesproken, het is mij om het even, maar ik ben van de woorden. Ik hou van lezen, schrijven, praten, vertellen. Van boeken, gedichten, muziekteksten, toneel, goede gesprekken. Voor mij zit er veel schoonheid in het woord en die vorm van schoonheid resoneert het meest in mij. Geen toeval dat ik juf werd in een taal leren.
Natuurlijk kan ik ook genieten van muziek, geuren en van een mooi schilderij, maar op de een of andere manier zijn het woorden die het snelst iets in mij raken.

Beelden
Je hebt ook beelddenkers. Mensen die niet veel kunnen met woorden en omschrijvingen, maar die ergens iets bij moeten zien. Ik vind dat soms lastig. Mijn man is er zo een. Geen toeval dat die man van mij beeldend kunstenaar is. Hij ziet de schoonheid van beelden en vormen en woorden doen hem een stuk minder. Hij kan bijvoorbeeld enorm genieten van van die heel langzame jaren zeventig films. Het beeld alleen is voor hem genoeg, mij gaat het te langzaam, te weinig dialoog. Of monoloog voor mijn part, in elk geval te weinig woorden.

Nu is het zo dat op een Vrijeschool leerlingen op verschillende manieren worden aangesproken. (Had ik daar al eens eerder over verteld? ;-) ) We doen aan verhalen vertellen en gedichten reciteren en schrijven, de woordenkant zeg maar. Maar ook aan textiel, hout, metaal, tekenen, het beeldendeel. En ook nog aan dans en euritmie en toneel en muziek, die allemaal weer andere delen van de mens aanspreken en combinaties zijn van diverse aspecten. 

Voor mij is dit mooi, maar in mijn vak blijven de woorden gewoon overheersend, want dat is immers waar een taal uit is opgebouwd.
Voor beelddenkende kinderen kan dit moeilijk zijn, een obstakel zelfs. En dat begrijp ik heel goed. Het is verdraaid lastig als je iets moet doen wat van nature minder in je zit.

Zweten
Ik heb dat elk jaar als ik aan het begin van het schooljaar een beeld moet geven. Bij ons is dat namelijk traditie. De gymzaal is gevuld met een stuk of tien, twaalf klassen en om de beurt komen de mentoren voor de groep staan en geven een beeld. Dit is een weliswaar verteld beeld, maar dat is iets anders dan een verhaal. Het is de bedoeling dat je met woorden een beeld schept dat de klas meeneemt het nieuwe schooljaar in. Een startpunt waar vanuit verder gegaan kan worden. 

En ik vind dat verdraaid moeilijk. Een verhaal vertellen, dat kan ik. Een toneeltje doen desnoods ook wel. Met zweet in de bilnaad, dat wel, maar eigenlijk vind ik een beetje toneel ook hartstikke leuk, dus geen probleem. Maar hoe schep je een beeld?

Bron: Pixabay.com


Ik heb er over vergaderd, nagedacht, besproken met ervaren antroposofische collega's, maar het wordt niet makkelijker. Toch doe ik het. Het hoort erbij en dus sla ik me er doorheen, blij dat het maar een keer per jaar hoeft.


Begrip

Het helpt me om begrip te hebben voor die beelddenkende en dyslectische leerlingen die bij mij elke dag met al die vervelende woorden te maken hebben. Daarom laat ik ze af en toe ook woorden tekenen, probeer ik hen een beetje tegemoet te komen. Een maatschappij waarin woorden zo belangrijk zijn is voor sommige kinderen al lastig genoeg.

Aanstaande maandag volgt hier de conclusie van het tweede jaar juf Jolanda blogt.




donderdag 7 februari 2019

Rerun: Worden wie ik ben


Vandaag in de rerundonderdag weer een blog dat al eerder verscheen. In dit geval in november 2017. Na de vorige berichten die wat minder positief van toon waren dan je van deze juf gewend bent vond ik dat het wel weer eens tijd werd voor een stukje over een leuk aspect van lesgeven. Bij dezen!


Eigenlijk geldt wat ik vorige keer schreef over leerlingen ook een beetje voor mijzelf als docent.

Ik heb een fijne en goede opleiding gehad. Mijn eerste jaar was in 1999-2000, mijn tweede jaar – door de komst van mijn oudste dochter een lange pauze genomen – in 2006-2007 en uiteindelijk ben ik begin 2011 afgestudeerd. Ik werkte toen al een tijdje en heb waanzinnig veel geleerd uit de praktijk.

Wat ik leerde
Ik leerde goed uit te leggen, hoe ik cijfers moest berekenen, hoe om te gaan met faalangstige kinderen, met boze ouders en nare collega's (die er gelukkig bijna niet waren, maar degene die ik tegen kwam... Vertel ik nog wel eens). Ik leerde hoe ik een betrokken mentor kon zijn, leerde om te gaan met weinig energie in combinatie met een gezin en een veeleisende baan en hoe ik in gedachten uit kon 'zonen' tijdens oeverloos saaie vergaderingen.

Ik leerde te genieten van kleine dingen, leerde om streng te zijn en de orde te bewaren en welke kennismakingsspelletjes leuk zijn om te doen met een verse groep brugklassers. Ik leerde hoe fijn het is om samen te werken met lieve collega's, hoe de methodes in elkaar zitten, hoe ik mijn creativiteit kon gebruiken bij het ontwikkelen van nieuw lesmateriaal en hoe ik vervolgens diezelfde creativiteit aan moest spreken om te zorgen dat de dingen die ik had bedacht pasten binnen de retestrakke planning die er was.

Ik leerde dus veel sinds ik in 2009 begon met lesgeven. Maar pas op mijn huidige school leerde ik om steeds meer de docent te zijn die ik echt ben.

Ontwikkelstof
Ik leerde om mij kwetsbaar op te stellen, om niet gewoon verhalen te vertellen, maar er een stukje van mijn eigen ziel in te leggen. Pas nu kan en durf ik mezelf te laten zien, ook in zaken waar ik onzeker over ben. Ik kwam er en passant achter dat ik grammatica goed kan uitleggen, maar dat grammaticaonderwijs eigenlijk van nul en generlei waarde is. Nu pas kan ik mijn creativiteit echt benutten en durf ik dingen te doen waarvan ik eerder dacht dat dat niet kon op een middelbare school.

Bron: Pixabay.com

Dit past bij de antroposofische visie op onderwijs. De lesstof is niet zozeer leerstof als wel ontwikkelstof. De leerling wordt als wezen gezien met lichaam, geest en ziel, en de docent dus ook. Er wordt van de docenten verwacht om met hun hele wezen voor de klas te staan en dat is wat ik doe. Het wil niet zeggen dat ik nu 'klaar' ben, want ontwikkeling gaat een heel leven door. Maar ik ben steeds meer bezig te worden wie ik als mens en als docent ben. 

Elke werkdag is een stukje ontwikkelstof in dat proces.






donderdag 24 januari 2019

Rerun: Blij ei


Iedereen die denkt dat ik altijd een blij ei ben: dat klopt. Meestal. Dat blijkt maar weer uit dit stuk uit 2017 dat vandaag in de herhaling gaat.

Een deel van de antroposofische onderwijsvisie houdt in de docent enorm belangrijk is. Hij of zij dient positief en enthousiast te zijn, voor het vak en ten opzichte van de leerlingen. Bovendien wordt er verwacht dat je kunstzinnig en creatief lesgeeft.

Mij kost dit over het algemeen weinig moeite. Ik vind het namelijk echt leuk om les te geven en ben oprecht enthousiast over wat ik doe. Heerlijk, dat reciteren, luisteren naar mooie liedjes, in gesprek gaan met de klas, verhalen vertellen. Ik ben kunstzinnig en creatief, de lessen die ik ontwikkel zijn dat ook zoveel mogelijk en als je het leuk vind wat je doet is het niet moeilijk om enthousiast te zijn.

Bron: Pixabay.com
Fijne combi
Ik vind Engels een prachtige taal en geschiedenis (laten mijn lerarenopleiders het niet horen) zo mogelijk een nog mooier vak. Daarnaast vind ik het erg leuk om verhalen te vertellen. Ik ben op mijn blijst als ik een periode Renaissance kan geven en naast een stuk kunstgeschiedenis ook kan vertellen over de Engelse renaissance; Henry VIII en al zijn vrouwen, Elizabeth I, Shakespeare, sir Francis Drake. Of over de Industriële Revolutie; enclosure, opkomst van de industrie, uitvindingen, sociale kwestie met een staartje Victoriaanse tijd en Dickens. En geschiedenis en Engels en mooie verhalen om te vertellen, mijn persoonlijke lesgeefhemel!

Te vrolijk
Voordat dit een al te vrolijk stukje wordt; ik ben natuurlijk slechts een mens. Een mens bovendien met Pms, kinderen die de neiging hebben om zo af en toe ziek te zijn, slechte nachten en andere zaken die mij uit mijn blij-ei-modus halen. Als er dingen aan de hand zijn die groter zijn dan een alledaagse irritatie of slecht humeur, er echt iets aan de hand is, dan speel ik meestal open kaart met mijn klassen. Als er iemand in je omgeving erg ziek is of zelfs komt te overlijden dan kun je er even niet optimaal zijn en leerlingen mogen dit best weten.

Ziek
Ook heb ik regelmatig te maken met ziekte; mijn zwakke plek is voorhoofdholte-ontsteking en dat duurt zo vier weken. Als het te erg wordt, blijf ik uiteraard thuis, maar dat kan niet altijd. In die gevallen dat ik op school ben maar het eigenlijk net wel/ net niet kan, leg ik het ook uit aan mijn klassen. 'Ik ben er wel, maar voel me behoorlijk naar, wazig en duizelig. Het zou heel fijn zijn als jullie vandaag even extra lief voor me zijn.' Het fijne is: negen van de tien klassen zijn dat dan ook. Net mensen, die pubers.

Heppie de peppie

Als het iets minder groots is, maar ik me om de een of andere reden (hormonen hebben hier vaak mee te maken) niet echt heppie de peppie voel dan bluf ik me er meestal doorheen. Ik doe dan net of ik wel vrolijk ben. En het rare is: dat werkt dus echt. Niet bij echt groot verdriet en narigheid, maar bij huis-tuin-en keuken chagrijn wel. Hoe je dat doet? Jezelf vrolijk bluffen? Ik zet een grote glimlach op. Dat kan gekunsteld of krampachtig aanvoelen, maar ik doe het wel. Met die grote glimlach richt ik me bij de deur op de leerlingen die binnenkomen, schud hen de hand en laat hen weten dat ze welkom zijn. Ik doe mijn best hen vrolijk de klas binnen te laten, deel even een extra complimentje uit en maak bewust, met aandacht contact met de kinderen die binnen komen.

Wat er dan -vaak- gebeurt is bijzonder. Althans, dat vind ik. Leerlingen vinden het altijd fijn om positief benaderd te worden en reageren leuk. Er ontstaat een goede energie en met die energie start ik de les. Vaak treedt dan (bij ziekte of hoofdpijn) adrenaline in werking en negen van de tien keer eindig ik met meer energie de les dan ik eigenlijk in het begin voelde. En wat nog fijner is: de vrolijkheid waarmee ik dan weer afscheid van de klas neem is niet geveinsd.


Zo gebeurt het regelmatig dat ik met een grote glimlach de school uitstap, terwijl ik een paar uur daarvoor nog met een chagrijnige kop binnen stapte. Lukt niet altijd, maar die keren dat het wel zo gaat is winst. Voor alle partijen.

En toch he? Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Aanstaande maandag doe ik iets dat ik niet vaak doe. Ik focus dan voor een keertje op de zaken van mijn beroep waar ik niet vrolijk van wordt. Mag ook weleens. Altijd maar die pipo-positivo uithangen, dat houdt niemand uit… ;-) 





donderdag 10 januari 2019

Rerun: En nu allemaal de koppen dicht, ja!!!!



In de throw back Thursday weer een stuk dat eerder op dit blog verscheen, maar waar ik nog eens de aandacht op wil vestigen. Over kortsluiting in de hersenen en stilte in een klas.

Mijn man en kinderen weten er alles van: ik kan echt maar een ding tegelijk. Dus als ik mailtjes beantwoord, een blogje schrijf of proefwerken nakijk en iemand wil mij een mop uit een moppenboekje vertellen, vragen of ze morgen met Nolan mogen spelen of willen weten wat er die avond gekookt moet worden, dan hoor ik dat niet. Als het nogmaals wordt gezegd of gevraagd ervaar ik dat als ruis op de achtergrond die in razendsnel tempo oorverdovend wordt en baf! Kortsluiting in mijn hersenen. Teveel informatie om te verwerken, teveel tegelijk en het resultaat is meestal een nogal geblaft, niet bijster vriendelijk antwoord van mijn kant, iets waar ik zelden zelf blij mee of trots op ben, maar het gebeurt. Sorry, ik bedoelde het niet zo...

In de les heb ik hier minder last van, van dat korte lontje. Dat bewaar ik meestal voor thuis (nogmaals mea culpa, lieverds), maar ook op school zijn er momenten waarop ik het heb gehad.

Voor iedereen die inmiddels bij mij het beeld heeft gekregen van een blij ei in hippiejurk en heksenhaar, nou ja, dat klopt wel. Maar niet altijd. Een van de dingen waar ik slecht tegen kan is als mensen door me heen praten. Nou, dan moet je docent worden. Kun je je lol op.

Geklets
Natuurlijk weet ik dat het erbij hoort. Ik sta inmiddels een paar jaar voor de klas, heb een dikkere huid gekregen en een arsenaal aan oplossingen. Gewoon stil zijn en voor de klas gaan staan bijvoorbeeld. Wachten. Kan lang duren, heel lang, maar uiteindelijk wordt het stil. Even opvallend gaan staren naar de grootste kletskousen helpt, een ontevreden blik op mijn gezicht ook. Als ik meer druk wil zetten, steek ik mijn vinger dreigend in de lucht; het teken om aandacht te hebben en stil te zijn. Werkt minder goed dan gefronste wenkbrauwen, is wel vriendelijker. Op deze manier wachten werkt, kost weinig inspanning, maar neemt veel tijd in beslag.

Silence please
Er zijn veel wisselingen in een les, zelfs in eentje van een magere 45 minuten. Van introductie programma naar boeken open slaan, van samen lezen naar zelfstandig oefening doen, van luisteren naar een verhaal naar gedicht reciteren. Als je bij elke wisseling opnieuw geklets hoort kan dat wachten op stilte heel vervelend worden.
Soms heb ik er ook gewoon geen geduld voor. Dan ga ik aftellen.  In het Engels, van tien naar een. Na 1 (Silence please!) weet iedereen inmiddels dat het stil moet zijn. Mensen die lollig heel hard denken mee te moeten tellen worden afgestraft. Dit aftellen werkt snel en goed, maar nog kan het rommelig worden. Tien keer in de les aftellen doet het effect weer teniet dus dat doe ik niet.

Geduld
Voor de klas heb ik een stuk meer geduld dan thuis, en er komt een moment dat ik het zat ben. Dan ga ook ik Ssst-sissen. En wee de leerling die leuk mee doet! In het verleden heb ik wel met de deur geslagen, dat doe ik (na klachten van  volledig lamgeschrokken leerlingen) niet meer. Geen shocktherapie, vind ik zielig. Van de week was ik bezig met een luisteropdracht waar tig keer doorheen werd gesproken en ik had het echt gehad. Toen hoorde ik mezelf onvriendelijk blaffen: ‘En nu is het echt stil!’

Bron: Pixabay.com

Volgens mij schrokken de leerlingen meer van mijn gezichtsuitdrukking van de uitroep zelf. Ik zag één leerling een beetje wit wegtrekken. Maar dat is dan ook een lieverd. Eigenlijk had ik toen al direct weer medelijden met ze. Maar soms moet het gewoon echt even stil zijn. Dan maar zo.

Aanstaande maandag schrijf ik een nieuw stuk, met meer over mijn aanvankelijke worstelingen met het scheppen van rust in de drukte, en hoe het mij lukte om hier beter in te worden. 




maandag 31 december 2018

Kerstvakantiebericht II


Onthoud van het oude jaar
alleen de beste dagen

En spring met nieuwe moed
het onbekende tegemoet


Bron: Pixabay.com


(volgende week, in het nieuwe jaar, weer een nieuw bericht. Geniet van de oliebollen en een heel fijne Oud en Nieuw iedereen!)

maandag 24 december 2018

Kerstavakantiebericht I: goede antwoorden en cadeautje!


Nog een dagje tot kerst en jullie krijgen vandaag de goede antwoorden bij mijn kerstquiz (althans de ingekorte versie die hier vorige week en de week daarvoor te vinden was). Komt 'ie:

Vraag 1 
In de Victoriaanse tijd kregen alleen kinderen uit welgestelde gezinnen snoep, en dan nog alleen bij bijzondere gelegenheden zoals Kerst. Wat was een populair Engels Victoriaanse snoepje?

Het juiste antwoord was: B. Kelly-in-a-coffin. Bizarre mensen, die Victorianen…

Vraag 2
Al tussen 1837 en 1901, de tijd waarin de Engelse koningin Victoria leefde, gaf men elkaar kleine cadeautjes met kerst. Zelfgemaakte cadeaus, waar men vaak het hele jaar mee bezig was geweest. De Victorianen legden deze echter niet onder de boom, ze deden er iets anders mee. Wat?

A. Ze hingen ze in de kerstboom. Bij het waanzinnig leuke blog myinnervictorian.nl kun je een tutorial vinden om zelf het soort zakjes te maken die de Victorianen hiervoor gebruikten. (sowieso het bekijken waard, dat blog.)

Vraag 3
Hoe heet de kerstmarkt die jaarlijks in het prachtige historische stadje York wordt georganiseerd?

Dat is C. Saint Nicholas Fair.

Vraag 4
De Italiaanse 'kerstman' wordt Bafana genoemd en ziet er heel anders uit dan de gezellige dikkerd die wij dankzij Coca Cola voor ons zien als we aan een kerstman denken. Hoe ziet deze kerstfiguur in Italië er uit?

Het juiste antwoord hierbij is: A. gekleed in het zwart, rijdend op een bezemsteel. Bafana is namelijk een oud vrouwtje, die rond kerst op haar bezem langs komt om schoenen van kinderen te vullen met lekkers. Ze is zo netjes, dat ze bij het weggaan nog even de vloer veegt. (In mijn huis geen overbodige luxe, dus Bafana mag ook best eens op visite in het noorden.)

Bron: Pixabay.com


Vraag 5
Vanaf de middeleeuwen tot ver in de achttiende eeuw werd in Engeland soms iets voor het raam gehangen, als bescherming tegen de heksen waar mensen toen bang voor waren. Wat hingen ze op?

Het goede antwoord op deze vraag is gelukkig niet B, maar C, een glazen bal, die Witch's ball werd genoemd. De redenering erachter was dat heksen of geen reflectie zouden hebben in de bal, en daarmee makkelijk te herkennen en te ontmaskeren, of dat heksen het vervormde spiegelbeeld zo onprettig zouden vinden dat ze weg zouden blijven van het huis. Er zijn verhalen dat de moderne kerstbal uit deze witch's ball is ontstaan.

Vraag 6
Welk eeuwenoud volksgeloof zorgt ervoor dat op sommige plekken op de waddeneilanden, in Friesland, Drenthe en Twente soms alle spullen die in de Oud en nieuw nacht buiten in de tuin staan worden meegenomen? 

Ik betwijfel of de mensen die dit, bij wijze van ludieke oudjaarsactie, nu nog doen weten waar het gebruik uit voort komt, maar dat komt door het verhaal van C: Derk-met-de-beer. Dit is namelijk een wezen uit oude noordelijke mythes die naar verluidt de behoefte had om spullen te vernielen. Mensen die in de kerstnacht niet al hun gereedschap achter slot en grendel hadden, liepen het risico dat Derk-met-de-beer 's nachts langs zou komen om dit te vernielen, vuil te maken of te verstoppen. 

Vraag 7
De kerststol, die in Duitsland ontstond en later in Nederland populair werd (en nog steeds gegeten wordt) heeft een specifieke vorm. Wat stelt deze vorm voor?

Het goede antwoord op deze vraag is B, het kindje Jezus. Het lekkere kerstbrood heeft de geabstraheerde vorm van het in doeken gewikkelde kerstkind. Kijk maar eens goed!

Vraag 8
Een typisch Engels kerstgerecht is de mince pie. Mince betekent hakken en het is dan ook een taartje met een knapperige korst en een (mierzoete) vulling van minuscuul gesneden (gehakte) gedroogd fruit en noten. 

Oorspronkelijk, tot aan 150 tot 100 jaar geleden hadden deze taartjes echter een andere vulling. Wat was die vulling. Dat was onder andere:

A. appel, varkensvet, rundvlees, kaneel, cognac en suiker. Al vanaf de tijd van de Tudors vond men het lekker om zoet en hartig te combineren; vlees en specerijen met fruit en suiker. Tegenwoordig hebben we een heel ander palet en vinden we dit niet zo lekker; een rare combinatie. Zo bleef uiteindelijk alleen het zoete uit dit soort taartjes over. Met drank, dat vaak nog wel. 


Rest mij alleen nog mijn kerstcadeautje voor jullie. Een beetje spannend, want ik ben niet de beste zangeres. En natuurlijk is de still van het filmpje precies dat moment waarop ik mijn ogen dicht en mijn mond open heb (mijn karakterpose op 90% van de foto's waar ik op sta. Niet de charmantste, zeg maar.) Maar omdat dit lied voor mij de 'spirit of Christmas' raakt en omdat ik dit elk jaar in de les zing ter afsluiting van het prachtige Christmas Carol verhaal deel ik het toch. En nog wel in Victoriaans kostuum! (En dat doe ik in de klas dan weer niet.) (Althans, normaliter niet. Dit jaar, op verzoek van sommige leerlingen wel. Weet niet of ik dat experiment volgend jaar doorzet. Voelt tikje ongemakkelijk, als enige in kostuum, lopend door een drukke middelbare school...)

Dat u Merry moge zijn, gentlemen. And ladies.



Merry Christmas allemaal!

maandag 17 december 2018

Kerstquiz deel twee


Zoals vorige week beloofd gaan we deze week vrolijk verder met Juf Jolanda's kerstige quiz. Niet voor een prijs of een beloning, maar gewoon voor de leuk. Een beetje Engels, een beetje geschiedenis en een heleboel kerst, what's not to like? ;-) 

Na de eerste ronde volgt vandaag uiteraard…

Ronde twee, met vragen in de categorie kerstman

3. Hoe heet de kerstmarkt die jaarlijks in het prachtige historische stadje York wordt georganiseerd?

A. Christmas Fayre
B. Father Christmas Fair
C. Saint Nicholas Fair

4. De Italiaanse 'kerstman' wordt Bafana genoemd en ziet er heel anders uit dan de gezellige dikkerd die wij dankzij Coca Cola voor ons zien als we aan een kerstman denken. Hoe ziet deze kerstfiguur in Italië er uit?

A. gekleed in het zwart, rijdend op een bezemsteel.
B. gekleed in het wit, rijdend op een eenhoorn.
C. gekleed in groene kleren, zittend op een grote rat.

Ronde drie, categorie (kerst)folklore

5. Vanaf de middeleeuwen tot ver in de achttiende eeuw werd in Engeland soms iets voor het raam gehangen, als bescherming tegen de heksen waar mensen toen bang voor waren. Wat hingen ze op?

A. Een hoefijzer.
B. Een dode kat.
C. Een glazen bal.

6. Welk eeuwenoud volksgeloof zorgt ervoor dat op sommige plekken op de waddeneilanden, in Friesland, Drenthe en Twente soms alle spullen die in de Oud en nieuw nacht buiten in de tuin staan worden meegenomen? Komt dat door het verhaal van:

A. Piet-met-de-pet
B. Jan-met-de-geit
C. Derk-met-de-beer

Bron: Pixabay.com


Als laatste vraag vier, categorie kersteten en drinken

7. De kerststol, die in Duitsland ontstond en later in Nederland populair werd (en nog steeds gegeten werd) heeft een specifieke vorm. Wat stelt deze vorm voor?

A. Een doormidden gesneden kruis
B. Het kindje Jezus
C. Een platgedrukte kerstbal

8. Een typisch Engels kerstgerecht is de mince pie. Mince betekent hakken en het is dan ook een taartje met een knapperige korst en een (mierzoete) vulling van minuscuul gesneden (gehakte) gedroogd fruit en noten. Oorspronkelijk, tot aan 150 tot 100 jaar geleden hadden deze taartjes echter een andere vulling. Wat was die vulling? Dat was onder andere:

A. appel, varkensvet, rundvlees, kaneel, cognac en suiker
B. vis, oesters, uien, aardappel en wortelen
C. gedroogd fruit, duif, peterselie, peper en rum

Tot zover het ingekorte kleine broertje van de quiz die ik eind deze week hoop te doen met een aantal van mijn klassen. Ik ben erg benieuwd hoe mijn leerlingen het gaan doen, maar ook naar de ervaring van mijn bloglezers. Volgende week zal ik hier de juiste antwoorden met jullie delen. Het zou super zijn als iemand (hier of op de Juf Jolanda facebookpagina) dan een reactie zou achterlaten. 

Ik zal dan ook een cadeautje hier plaatsen, iets waar ik nu nog niet teveel over zal zeggen, behalve dan dat ik het best spannend vind. 

Tot dan!

donderdag 13 december 2018

Rerun: Liefdevol lesgeven


Nu ik op dit blog los ben gegaan met Kerst is het in de donderdagherhaling ook tijd geworden voor een kerstmissig stuk. Liefde, vrede en welbehagen, je kent het riedeltje wel.

Ze zeggen weleens dat als je aardig wilt worden gevonden, je niet het onderwijs in moet gaan. Nu zit hier best een kern van waarheid in, hoor, maar voor mij klopt het niet helemaal. Kijk, als er kwesties zijn waar ik over ga, dan beslis ik. Ik heb de leiding in de klas, ik bepaal hoe dingen gaan. Ik hou van overleg maar uiteindelijk ben ik de baas. Ik ben niet bang om soms te besluiten tot zaken waar niet iedereen van mijn leerlingen het mee eens is. Soms zelfs geeneen. Maar ik vind een goede sfeer in de klas heel erg belangrijk. Soms misschien wel belangrijker dan orde houden. Hoorde je dit nu goed? Ja.

Goede sfeer
Natuurlijk is orde in de klas een belangrijke voorwaarde om tot leren te komen. Ik creëer dit soort momenten zorgvuldig, in bijna elke les is er wel een moment waarin elke leerling in doodse stilte aan het werk is. Heerlijk, de rust die dan in de klas neerdaalt! Maar dit is niet altijd zo. Sterker nog, vaak is het bij mij in de klas een beetje rommelig, een gezellige bende zou je het kunnen noemen. Ik bepaal wanneer deze momenten zijn en ik bepaal ook wanneer het stopt, maar voor de rest laat ik het zo, omdat ik merk dat als leerlingen zich goed voelen, ze ook eerder iets leren. Ik ben wat dat betreft geen strenge juf.

Aardig
Dit zorgt ervoor dat veel van mijn leerlingen mij aardig vinden. Plezierig vanwege bovenstaande reden, maar geen hoofddoel. Omgekeerd vind ik eigenlijk (bijna) al mijn leerlingen aardig. Iedereen? Ja, hoe raar het ook klinkt. Ik werk niet voor niets in het onderwijs. Ik ben sowieso geïnteresseerd in mensen, wat hun leeftijd ook is, maar jonge mensen tussen de twaalf en achttien hebben iets bijzonders. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, talenten, gaven, en aan elke leerling kan ik wel iets moois, iets eigens ontdekken. 

Bron: Pixabay.com



Lukt het me niet om dat te vinden, is het vooral een motivatie om door te blijven zoeken. Is het nu een en al hosanna en hippie onderwijs bij mij in de klas? Neen. Ik ben zelf immers slechts een mensch, eentje met pms bovendien en heel soms komt het voor dat het niet klikt met een leerling. Meestal zet ik dan door en besteed dan extra aandacht aan diegene. Ik ben gelukkig wel dusdanig professioneel dat de desbetreffende puber er zelf niets van merkt. Negen van de tien keer zorgt de extra aandacht er trouwens voor dat er vanzelf een soort verbinding ontstaat. Die tiende keer blijft de leerling een mysterie voor mij en blijft het niet klikken. Maar waar ik inmiddels honderden leerlingen, wellicht misschien wel tegen de duizend, heb les gegeven is het aantal leerlingen met wie ik echt niets had op 1 hand te tellen. Best een goed gemiddelde vind ik. Uiteindelijk komt het erop neer dat ik probeer om liefdevol les te geven. Grote woorden en ook behoorlijk hippie de pippie, maar het zou wat. Ik hou van (bijna) al mijn leerlingen. En voor die ene schreef ik onlangs een klein versje.

Voor die ene dromende leerling.

Bron: Pixabay.com


Op een dag, zo dacht zij,
terwijl ze dapper doorzette zoals ze dat al zo dikwijls had gedaan,
op een dag dan zal ik zingend stralend naast de sterren staan.

Ze zette dus door

ze ploeterde en probeerde
ze zag haar kansen schoon
ze wikte en ze woog
ze droomde en ze droomde

en op een dag


           deed ze het gewoon.



(en aankomende maandag volgt de kerstquiz deel twee! Doe jij al mee?)

maandag 10 december 2018

Kerstquiz Deel een


Ik heb vorig jaar iets verteld over de lessen die ik rond adventtijd geef: ingetogen lessen waarbij we steeds meer naar binnen keren naarmate de dagen korter worden. In de laatste week voor de vakantie geef ik lessen die aansluiten bij kerst; filmpjes over liefde en vriendelijkheid, lieve kerstige liedjes. De laatste les voor de vakantie volgt dan altijd het laatste deel van het Scroogeverhaal, nog wat filmpjes of liedjes en tot slot trakteer ik op een kerstkoekje. Ik vind deze lessen zo heerlijk om te geven. We worden samen rustiger, het tempo wordt lager en de focus op fijne, lieve dingen zijn een soort lichtje in de decemberse duisternis.

Kerstige quiz
Dit jaar ga ik iets nieuws uitproberen; de kerstquiz. Niet een quiz die gespeeld wordt om het winnen, maar gewoon om het meedoen. Uiteindelijk wint iedereen toch dat kerstkoekje, en wil ik iets meegeven van de geschiedenis en traditie rondom kerst. 

Dit komt een beetje omdat ik dol ben op kennisquizzen. Om mee te doen (zo vroeg ik dit jaar aan mijn BFF een pubquiz voor mijn verjaardag. Kan het iedereen aanraden trouwens. Weet je niet wat je moet vragen als cadeau voor verjaardag, sinterklaas of kerst, verzin dan iets wat je graag zou doen en vraag dit aan iemand met wie je dit graag zou doen. Levert minder spullen op, maar wel meer fijne herinneringen) maar ook om zelf te maken. 

Victoriana
Geïnspireerd door de BBC History magazine podcast jaarlijkse geschiedenisquiz vermoeide/trakteerde ik mijn gezin vorige kerst op een kerstquiz. Ik wilde namelijk een kerst op z'n Victoriaans; eentje waarbij geen TV gekeken wordt maar we zelf spelletjes doen en elkaar vermaken. Dit beviel mij zo goed (de rest van het gezin gelukkig ook) dat we besloten hebben om er een jaarlijkse traditie van te maken.

Recycling is my middle name
Omdat ik een fan ben van hergebruik ga ik dit jaar met mijn klassen dezelfde quiz doen als vorig jaar met mijn gezin. Wel in het Engels natuurlijk, want de doeltaal is de voertaal, zo hoort dat. Mochten jullie nu ook van quizzen houden, of je wilt weleens weten hoe zo'n quiz bij mij in de klas er uit ziet, dan heb je mazzel. Je kunt namelijk meedoen!

Bron: Pixabay.com


Ronde een
Gewoon voor de leuk en om te kijken hoeveel kennis jij hebt kun je deze en volgende week een paar vragen van mijn kerstquiz beantwoorden. Op 24 december krijg je van mij de goede antwoorden en een (best speciaal) kerstcadeautje. Doe je mee? Mooi. Gaan we.

Deze eerste ronde krijg je twee vragen in de categorie Victoriaanse kerst!

Vraag 1
In de Victoriaanse tijd kregen alleen kinderen uit welgestelde gezinnen snoep, en dan nog alleen bij bijzondere gelegenheden zoals Kerst. Wat was een populair Engels Victoriaanse snoepje?

A. Een suikerbaby (figuurtje van suiker) in een klein doosje die Kelly-in-a-tiny-box (Kelly in een klein doosje) werd genoemd.
B. Een suikerbaby in een klein doodskistje, die Kelly-in-a-coffin (Kelly in een doodskist) werd genoemd.
C. Een suikerbaby op een klein kussentje, die Kelly-on-a-pillow (Kelly op een kussentje) werd genoemd.

Vraag 2
Al tussen 1837 en 1901, de tijd waarin de Engelse koningin Victoria leefde, gaf men elkaar kleine cadeautjes met kerst. Zelfgemaakte cadeaus, waar men vaak het hele jaar mee bezig was geweest. De Victorianen legden deze echter niet onder de boom, ze deden er iets anders mee. Wat?

A. Ze hingen ze in de kerstboom.
B. Ze stopten ze in een kous die boven de schoorsteen hing.
C. Ze verstopten ze in huis.

Voor vandaag laten we het hier even bij, volgende week ronde twee, drie en vier. Ik heb er nu al zin in! 

donderdag 29 november 2018

Rerun: Saint Nicholas, sinterklaas vieren in de Engelse les


In de rerun vandaag een bericht waar ik vorig jaar veel positieve reacties op kreeg. Niet zo raar misschien, want ik word er zelf ook blij van; een van mijn favoriete lessen van het jaar. 


Naar aanleiding van een verzoek van een trouwe lezer vandaag - zoals eerder beloofd- een stukje over wat ik tijdens de Engelse les doe om Sinterklaas te vieren. 

Tijdens mijn sinterklaasles noem ik het woord sinterklaas zeker niet. Nee, ik leg uit dat we deze hele les bezig gaan met het uitbreiden en ontwikkelen van hun woordenschat. Dit is namelijk heel belangrijk. (En dat is ook zo, maar in deze les gebruik ik het als vermomming voor iets anders. Laten we het een didactische surprise noemen).

Bron: Pixabay.com


Ik begin met het woord 'nice' op het bord te schrijven en leg uit dat zelfs in hun examenjaar veel leerlingen tijdens hun mondelinge examen of bij het schrijven van een brief niet verder komen dan het woord nice, als vertaling van het woord leuk, om iets te beschrijven dat ze plezierig of fijn vonden. Even een hogerejaars leerling nadoen (met vet aardappelEngels accent, denk Ruud Lubbers die Engels spreekt) helpt de sfeer verhogen en doet de leerlingen inzien dat dit misschien niet de manier is. Samen maken we rondom het woord nice een woordspin met zoveel mogelijk Engelse bijvoeglijke naamwoorden die iets positiefs verwoorden. (denk: amazing, wonderful, awesome etc.) Dan gaan we klassikaal bijwoorden bedenken om de bijvoeglijke naamwoorden te versterken (really awesome bijvoorbeeld, of very wonderful of extremely amazing). Ik voeg aan het pipo-positivo woordenballet op het bord nog een paar complimenteuze Engelse uitdrukkingen toe en laat deze door de klas herhalen, denk hierbij aan iets als: (you are) the cat's whisters, (he is) the bee's knees of (she is) the cat's meow. 

Dan deel ik briefjes uit en laat ik elke leerling een zo uitgebreid mogelijk compliment opschrijven. Iets met zoveel mogelijk bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, waarbij de opdracht is: wat voor compliment zou jijzelf graag willen krijgen? De leerlingen leveren de (anonieme) complimenten vervolgens bij mij in en ik lees ze allemaal even snel. Staat er iets onbehoorlijk in (wat gelukkig zelden zo is) dan moeten ze het overdoen. Iets onaardigs of schunnigs wordt niet getolereerd! Soms voeg ik zelf ook nog een paar toe. Ik stop alle dichtgevouwde briefjes in een zakje, zonder dat de leerlingen dat zien en zoek een pagina op internet op. Tijd om de surprise uit te pakken!

Want wat volgt nu? Een Engelse tekst op de muziek van het bekende liedje 'Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht.' Ik kondig aan dat we dit met z'n allen gaan zingen, want het is ten slotte (bijna) 5 december. Ondanks bedenkelijke blikken in het begin zingt de hele klas vrolijk mee met de tekst. En ik zelf natuurlijk ook. Leuk man!

Ik leg dan uit dat het oude principe nog steeds geldt: liedje zingen = cadeautje krijgen. Iedereen krijgt vandaag van Sinterklaas een compliment cadeau. Het zakje waar ik alle briefjes in deed is stiekem gewoon een jute (mini sinterklaas)zakje en hiermee ga ik langs alle leerlingen. Met in mijn andere hand een schaal met kruidnootjes en choconootjes, want zonder iets lekkers is het nog niet echt sinterklaas. Zo krijgt iedereen van een willekeurige klasgenoot een gemeend compliment en een paar kruidnootjes op de koop toe. Is dit uitgedeeld is de les voorbij en verlaat iedereen met een vrolijk gemoed de les: ze hebben iets gegeven, plezier gehad en iets gekregen. Precies waar Sinterklaas om draait volgens mij.

En ik? Ik verlaat aan het einde van een dag met zulke lessen met een blij rood hoofd de school: even heb ik Sinterklaas mogen zijn. :-) 


Ook dit jaar staat deze les weer op het programma, heb er nu al zin in! Aanstaande maandag kun je hier een update verwachten over hoe het nu met de burn out gaat, en de week erna begint de kerst lekker vroeg met de enige echte Juf Jolanda kerstquiz… Maar genieten jullie eerst nog even van alle Sinterklaas vrolijkheden? 

maandag 26 november 2018

Seksuele voorlichting


Ik had, tot ik in de dertig was, want ze werd ruim over de honderd, een overgrootmoeder. Deze beppe, geboren in 1908, had op vrij jonge leeftijd haar moeder verloren en bleef toen achter met een vader en een oudere broer die (zoals dat in de familie genoemd werd) 'niet helemaal honderd procent was'. Toen ze begin twintig werd moest ze trouwen omdat er een kind onderweg bleek te zijn. Zonder moeder en in een tijd van totaal andere moraal en gebruiken had zij nul komma nul aan seksuele voorlichting gehad en naarmate de zwangerschap vorderde werd zij ongeruster. Want ze wist dat ze in verwachting was, en dat het resultaat daarvan een baby zou worden, maar hoe dat kindje er uit moest? Ze had echt geen idee. Tot er - volgens mij- een buurvrouw was, die heel kort voor de bevalling plaatsvond aan mijn toch wel wat benauwde overgrootmoeder vertelde: 'Sa't it der yn gean is, sa giet it er ek wer ût…' (Zoals het er in gegaan is, zo gaat het er ook weer uit.) Toen pas wist mijn beppe (in elk geval een beetje) wat haar te wachten stond.

Tegenwoordig is dit wel anders. Al op de basisschool wordt er een begin gemaakt met seksuele voorlichting. Voor mijn gevoel een beetje vroeg en iets wat ik met mijn kinderen liever zelf eerst bespreek, maar wellicht juist goed om te doen voor het hele hormonencircus in alle hevigheid al is losgebarsten. Op de middelbare is de biologieles het aangewezen moment om het er nog eens over te hebben. Vrij specifieke tekeningen in het boek zijn al schaamroodopwekkend, maar het onvermijdelijke oefenen met condooms op een banaan of bezemsteel of ander uitsteeksel is natuurlijk helemaal hilarisch. Bij ons op school is er zelfs een neppiemel aanwezig, om een en ander goed te kunnen uitproberen. Stoer!

Ik kan me van mijn eigen middelbareschooltijd herinneren dat ik het behoorlijk confronterend vond om zo'n stinkend stukje plastic, en pleine publiek, over een banaan te moeten schuiven. Bah! Op mijn oude school vonden deze lessen trouwens niet plaats bij biologie, maar was het een aparte lessenserie binnen de mentorles. We hadden er van tevoren een briefje over gekregen waarbij onze ouders via een antwoordstrookje mochten aangeven hier tegen bezwaar te hebben. Bij ons in de klas was er een jongen wiens ouders dit hadden, en hij moest dan ook bij deze lessen het lokaal verlaten en in z'n eentje in de kantine gaan zitten. Hij was al niet heel populair, maar na deze lessen was zijn reputatie van lulletje rozenwater definitief gevestigd. Sneu vond ik toen, al is hij naar mijn weten er nooit in z'n gezicht mee gepest. Ik vraag me nu af of zijn ouders beseften in wat voor uitzonderingspositie ze hem plaatsten door bewaar te maken tegen een paar lesjes seksuele voorlichting.



Al weten kinderen tegenwoordig veel eerder hoe een en ander in zijn werk gaat, het blijft natuurlijk een spannend en ook gevoelig onderwerp. Ik probeer in mijn lessen altijd respect te tonen en vraag dit ook van de mensen in mijn klas. 'Homo' is geen scheldwoord, het is iets dat je bent. 'Neuken' is iets waar je zorgvuldig mee omgaat en niet zo bespreekt in de klas. Zeker niet in een Engelse les, en zeker niet in die woorden, op iets te luide toon. Stiekem vind ik het best aandoenlijk, zeker als je weet dat de stoerste jongens, met de grootste monden en grofste bewoordingen, eigenlijk net zo onzeker zijn over dat gegoochel met lichaamsdelen als elke andere tiener. Volwassen worden wordt je niet zomaar, en hoe hilarisch het ook is, denk ik dat het gepiel met die condooms, en vooral het bespreken van hoe je met seks om kunt gaan als het ooit eens zo ver is, kan helpen om een beetje sturing kan geven in de verwarring die de puberteit met zich mee brengt. 

Al blijf ik raar op kijken als ik in het biologiekabinet op zoek ben naar een pen om even snel iets op te schrijven en dan ineens een flinke plastic piemel tegenkom. 

donderdag 15 november 2018

Rerun: Niet het hoofd alleen III



Vandaag in de herhaling het laatste deel van mijn driedelige rant tegen zaken in het onderwijs waar ik fel op tegen ben. Deze stukken verschenen eerder in augustus en september 2017, maar zijn helaas actueler dan ooit. In de vorige twee blogs vertelde ik over hoe kinderen door beleidsmakers in het onderwijs gezien worden als niet meer dan cognitieve wezens. Lees even terug als je wilt weten hoe het zat, lees door om erachter te komen waarom juf Jolanda zich boos maakt...

Dat is het dus. Mensen hebben in de visie van onze overheid alleen waarde als ze economisch valide zijn. Je mag zo min mogelijk kosten en zoveel mogelijk opleveren. Dat begint bij kinderen en het onderwijs. Het hele wezen van het kind wordt niet gezien. Kinderen zijn rondwandelende hersenen die aangesproken en beoordeeld worden op hun cognitieve vaardigheden. De rest kan in de prullenbak. Onbelangrijk.

Leren en ontwikkelen
Ik zie dat zoals gezegd anders. Voor mij bestaat een mens uit denken, doen en gevoel. Heeft elk mens een hoofd, een hart, een lijf en zelfs een ziel. Kan een kind dingen bedenken, fantaseren, spelen, bewegen, dansen, ruzie maken en samenwerken. 

En van alles, alles leer je. Je leert lezen, schrijven, rekenen, biologie, aardrijkskunde, creatief denken, dingen maken, oplossingen bedenken, hoe je met mensen om kunt gaan, hoe je conflicten op kunt lossen, hoe je soms verdrietig mag zijn en boos, en hoe het is om fijne dingen met anderen te delen. Je kunt leren wat je leuk vind, wat je moeilijk vind, waar je passie en je talent liggen en waar je je nog in kunt ontwikkelen. Al die dingen kun je leren. Mits je wordt gezien zoals je bent. En je de ruimte krijgt om te doen wat jij nodig hebt om te kunnen groeien. Groeien op cognitief, sociaal, emotioneel, motorisch en spiritueel gebied.

Om een kind op alle niveaus te laten stralen – in het Engels to prosper of thrive: het voorspoedig te hebben- moet je het ook op alle niveaus aanspreken. Het is niet vreemd dat ik met deze levensvisie werk op een Vrijeschool. Vrijescholen zijn immers ontwikkelingsscholen, waarbij het onderwijs geen doel is, maar een middel om een kind zich te laten ontwikkelen tot wie hij of zij is. In het Vrijeschoolonderwijs leren kinderen door middel van hoofd, hart en handen. Waarbij alle drie de elementen even belangrijk zijn, zowel op de basisschool als het voortgezet onderwijs. Of je nu Vmbo-T doet, of Vwo. Ieder mens heeft immers een hoofd, een hart en over het algemeen ook handen.

Begrijp me goed. Ik ben niet tegen regulier onderwijs. Scholen doen hun uiterste best om er te zijn voor hun leerlingen en behalve denkstof ook creatieve, sociale en lichamelijke activiteiten aan te bieden. Maar doordat deze niet getoetst worden en in bredere zin genegeerd, raken deze dingen hoe langer hoe meer in de periferie. Meesters en juffen balen hier vaak het meest van. Vroeger was er veel meer ruimte voor tekenen en knutselen, nu mag je blij zijn met een uurtje 'creatief' per week. Frustrerend voor leraren die zien dat dit ten koste gaat van hun leerlingen.

Bron:Pixabay.com


Cito terreur
Ik persoonlijk vind het armoede, pure armoede, dat een cito toets alleen lezen, schrijven en rekenen toetst. En ik vind het een nog veel grotere armoede, grenzend aan misdadig, dat er zoveel belang wordt gehecht aan die cito toetsen. Ook door ouders, want de meeste zijn al net zozeer geindoctrineerd door de hersenen-op-benen gedachte. Leuk hoor, dat tekenen in periodeschriften, maar leren mijn kinderen wel genoeg? 

Wat die cito toetsen betreft, ik zal nooit vergeten dat ik op een informatieavond was op de basisschool waar mijn dochter net in groep zeven zat. Een enthousiaste meester vertelde over de quiz die hij elke week deed, de excursies in het bos vlakbij, de muziek die hij maakte met de kinderen, en tot slot zei hij, op vermoeide toon iets over de citotoets. Over dat dit moest, er nu eenmaal bij hoorde, maar dat het slechts een momentopname was, en dat volgend jaar de leraar van groep acht een advies zou geven op basis van zowel toetsen als het beeld dat de afgelopen acht jaar was ontstaan. Hij drukte ouders op hun hart om zich er niet druk over te maken, dat er niets extra's nodig was en dat ze vooral geen druk op hun kinderen moesten leggen, want al die nadruk op cito: het was gewoon niet nodig. Ik voelde me na dit verhaal gerustgesteld. Een meester naar mijn hart. Niet iedereen van de ouders deelde dit geloof ik, want toen na direct na dit verhaal de ouders vragen mochten stellen, was de eerste vraag die gesteld werd 'Eh ja, maar hoe kunnen we nu die cito thuis gaan oefenen? We hebben al bijles geregeld.' Zucht.


En nog steeds afvragen hoe het komt dat er steeds meer mensen zijn die op steeds jongere leeftijd al lijden onder een burn out?

zondag 11 november 2018

Periode geven en meer

Afgelopen week verscheen er op mijn blog geen nieuw bericht. Ik had graag willen schrijven over het geven van een periode, met name een geschiedenisperiode. Maar het geven van die periode, gecombineerd met de zorg waar ik in mijn vorige nieuwe bericht over vertelde, bleek opnieuw veel te weinig ruimte geven om even een blogje te kunnen schrijven.

De afgelopen week kregen wij op het zorg-gebied een behoorlijke heftige diagnose. Die hadden we uiteraard wel zien aankomen, maar is desalniettemin toch stevig aangekomen, omdat het betekent dat we nog heel lange tijd, waarschijnlijk zelfs de rest van ons leven, mantelzorgers blijven. De enorm intensieve zorg van de afgelopen weken/maanden zal langzamerhand wel iets afnemen, maar zal nog jaren blijven voortduren. En bovendien zal de zorg de komende weken/maanden maar heel langzaam afnemen in intensiviteit. In mijn zelfzorgplan had ik mezelf twee uurtjes per week bedeeld om te schrijven; een uurtje voor dit blog, een uurtje voor Ogma.nu (dat superstoere boekenbon, je weet wel) . Maar op dit moment zit zelfs 1 uurtje er niet in. Heel jammer, maar zoals een goed Fries zegt: 'It is net oars'.





Ook deze maandag zal er geen nieuw stuk verschijnen. Ik hoop volgende week maandag dan toch ergens tijd te hebben gevonden om te schrijven over het geven van die geschiedenisperiode, want dat is gewoon te leuk om niet over te vertellen. Aankomende donderdag verschijnt in de herhaling het derde deel van een drieluik dat ik vorig jaar publiceerde; over hoe verwerpelijk het is om mensen (kinderen) alleen cognitief te benaderen. Iets dat me na aan het hart ligt. Er verschijnt dus nog wel het een en ander hier, al zijn het dan nu even vooral herhalingen. Maar zoals ik vorige keer al zei: Komt tijd, komt raad. En rust. En nieuwe blogs. Dat ook. Vast.

donderdag 1 november 2018

Rerun: Niet het hoofd alleen II


Vandaag gaat het tweede deel van mijn driedelige betoog tegen een veel te beperkte visie op kinderen en onderwijs in de herhaling. Eerder kon je dit lezen in augustus en september 2017, maar ik wilde er graag nog eens de aandacht op vestigen. Vorige keer vertelde ik over hoe kinderen benaderd worden in het onderwijs. Over hoe vooral het hoofd aangesproken wordt. Deze keer ga ik hier verder op in.


Dit hele principe vind ik dus zum kotzen. Ik besta uit meer dan mijn hoofd, jij hoogstwaarschijnlijk ook, en kinderen zeker. Kinderen leren op zoveel manieren. Door te spelen, te tekenen, te dansen, te bewegen. Maar er wordt hen zoveel ontnomen door alles wat tegenwoordig moet. Verplicht een x aantal woorden kennen in groep twee. In groep 3 huiswerk mee voor aardrijkskunde. Citotoetsen met al in groep 5 waar al een eerste advies voor het voortgezet onderwijs uit voortvloeit. Wat een enorme onzin! En wat een bak met ellende.

De wortel van alle kwaad
Natuurlijk doen scholen hun uiterste best en ik spreek vaak basisschoolleraren die balen van wat er moet gebeuren. De meeste scholen gaan zo flexibel mogelijk om met alles wat het Ministerie hen oplegt, maar kom op! Er is toch iets mis, als je je als school in bochten moet gaan wringen om een kind een jaar langer in groep twee te laten. Iedereen moet doorstromen, iedereen moet door. Zo snel mogelijk op een liefst zo hoog mogelijk niveau door het onderwijs heen. Een jaar langer op school kost geld en kenniseconomie of niet, er moet wel zo min mogelijk doekoe aan worden uitgegeven. Uiteindelijk draait het gewoon ook om de centjes.

Geen enkele zin
Wat ik zo naar vind is die gedachte die erachter zit. Om terug te komen op het voorbeeld van kinderen langer laten kleuteren, laatst was hierover groot nieuws. Nu kijk ik dat niet, maar zoals dat gaat bereikte het mij via via toch. Wat was dat nieuws? Nou, er was dus uit onderzoek gebleken dat een extra jaar in groep 2, voor kinderen die nog niet toe zijn aan groep 3 niets oplevert. Geen enkele zin, niet meer doen. Goed nieuws voor staatssecretaris Dekker van onderwijs, die in september 2016 nog vertelde dat hij zich zorgen maakt omdat veel te veel kinderen een jaar extra in groep 2 blijven. Hij wees naar dat onderzoek waaruit blijkt dat kinderen niet profiteren van dat derde kleuterjaar en verwacht dat scholen hun maatregelen zullen nemen.

Maar als je dan kijkt waarom kinderen volgens de onderzoekers niet profiteren van een jaar langer kleuteren dan blijkt dat kinderen die dat hebben gedaan in groep acht even hoog op de citotoets scoren dan kinderen die zonder extra jaar door zijn gestroomd. Cognitief gezien levert het niets op. En dat is de crux. Dat is waar ik tegenaan loop, dat is waar ik zo enorm spinnijdig van kan worden. Die volslagen beperkte redenatie. Cognitief gezien levert het niets op, dus levert het niets op. Iets heeft alleen maar nut als je er cognitief gezien slimmer van wordt. Iets is alleen maar goed en nuttig als het hogere citoscores oplevert. Al het andere is niet slechts van ondergeschikt belang, het is van nul en generlei belang. Telt niet mee, doet er niet toe.

Bron: Pixabay.com


Argumenten dat sommige kinderen het sociaal-emotioneel nodig heeft om nog wat langer te spelen? Irrelevant. Cito score is hetzelfde in groep 8. De redenatie dat kinderen die naar groep 3 moeten voordat ze er qua ontwikkeling aan toe zijn, onzeker kunnen worden en makkelijk faalangstig worden, en dat hun hele leven met zich mee dragen? Niet van belang, want cognitief schiet je er niets mee op.



En omdat ik na dit stuk pas goed op gang kwam plakte ik er nog een deel aan vast. Deze kun je in de rerun van donderdag 15 november vinden.