Posts tonen met het label onderwijssysteem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijssysteem. Alle posts tonen

donderdag 1 november 2018

Rerun: Niet het hoofd alleen II


Vandaag gaat het tweede deel van mijn driedelige betoog tegen een veel te beperkte visie op kinderen en onderwijs in de herhaling. Eerder kon je dit lezen in augustus en september 2017, maar ik wilde er graag nog eens de aandacht op vestigen. Vorige keer vertelde ik over hoe kinderen benaderd worden in het onderwijs. Over hoe vooral het hoofd aangesproken wordt. Deze keer ga ik hier verder op in.


Dit hele principe vind ik dus zum kotzen. Ik besta uit meer dan mijn hoofd, jij hoogstwaarschijnlijk ook, en kinderen zeker. Kinderen leren op zoveel manieren. Door te spelen, te tekenen, te dansen, te bewegen. Maar er wordt hen zoveel ontnomen door alles wat tegenwoordig moet. Verplicht een x aantal woorden kennen in groep twee. In groep 3 huiswerk mee voor aardrijkskunde. Citotoetsen met al in groep 5 waar al een eerste advies voor het voortgezet onderwijs uit voortvloeit. Wat een enorme onzin! En wat een bak met ellende.

De wortel van alle kwaad
Natuurlijk doen scholen hun uiterste best en ik spreek vaak basisschoolleraren die balen van wat er moet gebeuren. De meeste scholen gaan zo flexibel mogelijk om met alles wat het Ministerie hen oplegt, maar kom op! Er is toch iets mis, als je je als school in bochten moet gaan wringen om een kind een jaar langer in groep twee te laten. Iedereen moet doorstromen, iedereen moet door. Zo snel mogelijk op een liefst zo hoog mogelijk niveau door het onderwijs heen. Een jaar langer op school kost geld en kenniseconomie of niet, er moet wel zo min mogelijk doekoe aan worden uitgegeven. Uiteindelijk draait het gewoon ook om de centjes.

Geen enkele zin
Wat ik zo naar vind is die gedachte die erachter zit. Om terug te komen op het voorbeeld van kinderen langer laten kleuteren, laatst was hierover groot nieuws. Nu kijk ik dat niet, maar zoals dat gaat bereikte het mij via via toch. Wat was dat nieuws? Nou, er was dus uit onderzoek gebleken dat een extra jaar in groep 2, voor kinderen die nog niet toe zijn aan groep 3 niets oplevert. Geen enkele zin, niet meer doen. Goed nieuws voor staatssecretaris Dekker van onderwijs, die in september 2016 nog vertelde dat hij zich zorgen maakt omdat veel te veel kinderen een jaar extra in groep 2 blijven. Hij wees naar dat onderzoek waaruit blijkt dat kinderen niet profiteren van dat derde kleuterjaar en verwacht dat scholen hun maatregelen zullen nemen.

Maar als je dan kijkt waarom kinderen volgens de onderzoekers niet profiteren van een jaar langer kleuteren dan blijkt dat kinderen die dat hebben gedaan in groep acht even hoog op de citotoets scoren dan kinderen die zonder extra jaar door zijn gestroomd. Cognitief gezien levert het niets op. En dat is de crux. Dat is waar ik tegenaan loop, dat is waar ik zo enorm spinnijdig van kan worden. Die volslagen beperkte redenatie. Cognitief gezien levert het niets op, dus levert het niets op. Iets heeft alleen maar nut als je er cognitief gezien slimmer van wordt. Iets is alleen maar goed en nuttig als het hogere citoscores oplevert. Al het andere is niet slechts van ondergeschikt belang, het is van nul en generlei belang. Telt niet mee, doet er niet toe.

Bron: Pixabay.com


Argumenten dat sommige kinderen het sociaal-emotioneel nodig heeft om nog wat langer te spelen? Irrelevant. Cito score is hetzelfde in groep 8. De redenatie dat kinderen die naar groep 3 moeten voordat ze er qua ontwikkeling aan toe zijn, onzeker kunnen worden en makkelijk faalangstig worden, en dat hun hele leven met zich mee dragen? Niet van belang, want cognitief schiet je er niets mee op.



En omdat ik na dit stuk pas goed op gang kwam plakte ik er nog een deel aan vast. Deze kun je in de rerun van donderdag 15 november vinden. 

donderdag 28 december 2017

Kerstvakantieberichten II

In de zomervakantie deelde ik hier al eens een Tedtalk van een meneer die best wel wat zinnigs te zeggen heeft over onderwijs. Deze lezing was uit 2006.

In 2010 kwam Sir Ken Robinson met een andere. Waar hij zich in de eerste talk afvroeg of het huidige onderwijssysteem creativiteit kapot maakt (en uitlegt waarom dat erg is) roept hij in de opvolger op tot een 'revolutie van het leren'.

Opnieuw iets om over na te denken. Wat vinden jullie van zijn pleidooi?



maandag 25 december 2017

Kerstvakantieberichten I

Gerelateerde afbeelding
En na de vakantie doe ik weer mijn best aan daar iets kleins aan bij te dragen.                                            

Voor vandaag en morgen: Heel fijne kerstdagen allemaal!

donderdag 7 september 2017

Niet het hoofd alleen III

(de vorige twee keren vertelde ik over hoe kinderen door beleidsmakers in het onderwijs gezien worden als niet meer dan cognitieve wezens. Lees even terug als je wilt weten hoe het zat, lees door om erachter te komen waarom juf Jolanda zich boos maakt)

Dat is het dus. Mensen hebben in de visie van onze overheid alleen waarde als ze economisch valide zijn. Je mag zo min mogelijk kosten en zoveel mogelijk opleveren. Dat begint bij kinderen en het onderwijs. Het hele wezen van het kind wordt niet gezien. Kinderen zijn rondwandelende hersenen die aangesproken en beoordeeld worden op hun cognitieve vaardigheden. De rest kan in de prullenbak. Onbelangrijk.

Leren en ontwikkelen
Ik zie dat zoals gezegd anders. Voor mij bestaat een mens uit denken, doen en gevoel. Heeft elk mens een hoofd, een hart, een lijf en zelfs een ziel. Kan een kind dingen bedenken, fantaseren, spelen, bewegen, dansen, ruzie maken en samenwerken. 

En van alles, alles leer je. Je leert lezen, schrijven, rekenen, biologie, aardrijkskunde, creatief denken, dingen maken, oplossingen bedenken, hoe je met mensen om kunt gaan, hoe je conflicten op kunt lossen, hoe je soms verdrietig mag zijn en boos, en hoe het is om fijne dingen met anderen te delen. Je kunt leren wat je leuk vind, wat je moeilijk vind, waar je passie en je talent liggen en waar je je nog in kunt ontwikkelen. Al die dingen kun je leren. Mits je wordt gezien zoals je bent. En je de ruimte krijgt om te doen wat jij nodig hebt om te kunnen groeien. Groeien op cognitief, sociaal, emotioneel, motorisch en spiritueel gebied.

Om een kind op alle niveaus te laten stralen – in het Engels to prosper of thrive: het voorspoedig te hebben- moet je het ook op alle niveaus aanspreken. Het is niet vreemd dat ik met deze levensvisie werk op een Vrijeschool. Vrijescholen zijn immers ontwikkelingsscholen, waarbij het onderwijs geen doel is, maar een middel om een kind zich te laten ontwikkelen tot wie hij of zij is. In het Vrijeschoolonderwijs leren kinderen door middel van hoofd, hart en handen. Waarbij alle drie de elementen even belangrijk zijn, zowel op de basisschool als het voortgezet onderwijs. Of je nu Vmbo-T doet, of Vwo. Ieder mens heeft immers een hoofd, een hart en over het algemeen ook handen.

Begrijp me goed. Ik ben niet tegen regulier onderwijs. Scholen doen hun uiterste best om er te zijn voor hun leerlingen en behalve denkstof ook creatieve, sociale en lichamelijke activiteiten aan te bieden. Maar doordat deze niet getoetst worden en in bredere zin genegeerd, raken deze dingen hoe langer hoe meer in de periferie. Meesters en juffen balen hier vaak het meest van. Vroeger was er veel meer ruimte voor tekenen en knutselen, nu mag je blij zijn met een uurtje 'creatief' per week. Frustrerend voor leraren die zien dat dit ten koste gaan van hun leerlingen.

Cito terreur
Ik persoonlijk vind het armoede, pure armoede, dat een cito toets alleen lezen, schrijven en rekenen toetst. En ik vind het een nog veel grotere armoede, grenzend aan misdadig, dat er zoveel belang wordt gehecht aan die cito toetsen. Ook door ouders, want de meeste zijn al net zozeer geindoctrineerd door de hersenen-op-benen gedachte. Leuk hoor, dat tekenen in periodeschriften, maar leren mijn kinderen wel genoeg? Wat die cito toetsen betreft, ik zal nooit vergeten dat ik op een informatieavond was op de basisschool waar mijn dochter net in groep zeven zat. Een enthousiaste meester vertelde over de quiz die hij elke week deed, de excursies in het bos vlakbij, de muziek die hij maakte met de kinderen, en tot slot zei hij, op vermoeide toon iets over de citotoets. Over dat dit moest, er nu eenmaal bij hoorde, maar dat het slechts een momentopname was, en dat volgend jaar de leraar van groep acht een advies zou geven op basis van zowel toetsen als het beeld dat de afgelopen acht jaar was ontstaan. Hij drukte ouders op hun hart om zich er niet druk over te maken, dat er niets extra's nodig was en dat ze vooral geen druk op hun kinderen moesten leggen, want al die nadruk op cito: het was gewoon niet nodig. Ik voelde me na dit verhaal gerustgesteld. Een meester naar mijn hart. Niet iedereen van de ouders deelde dit geloof ik, want toen na direct na dit verhaal de ouders vragen mochten stellen, was de eerste vraag die gesteld werd 'Eh ja, maar hoe kunnen we nu die cito thuis gaan oefenen? We hebben al bijles geregeld.' Zucht.


En nog steeds afvragen hoe het komt dat er steeds meer mensen zijn die op steeds jongere leeftijd al lijden onder een burn out?

maandag 4 september 2017

Niet het hoofd alleen II

(vorige keer vertelde ik over hoe kinderen benaderd worden in het onderwijs. Over hoe vooral het hoofd aangesproken wordt. Deze keer ga ik hier verder op in.)

Dit hele principe vind ik dus zum kotzen. Ik besta uit meer dan mijn hoofd, jij hoogstwaarschijnlijk ook, en kinderen zeker. Kinderen leren op zoveel manieren. Door te spelen, te tekenen, te dansen, te bewegen. Maar er wordt hen zoveel ontnomen door alles wat tegenwoordig moet. Verplicht een x aantal woorden kennen in groep twee. In groep 3 huiswerk mee voor aardrijkskunde. Citotoetsen met al in groep 5 waar al een eerste advies voor het voortgezet onderwijs uit voortvloeit. Wat een enorme onzin! En wat een bak met ellende.

De wortel van alle kwaad
Natuurlijk doen scholen hun uiterste best en ik spreek vaak basisschoolleraren die balen van wat er moet gebeuren. De meeste scholen gaan zo flexibel mogelijk om met alles wat het Ministerie hen oplegt, maar kom op! Er is toch iets mis, als je je als school in bochten moet gaan wringen om een kind een jaar langer in groep twee te laten. Iedereen moet doorstromen, iedereen moet door. Zo snel mogelijk op een liefst zo hoog mogelijk niveau door het onderwijs heen. Een jaar langer op school kost geld en kenniseconomie of niet, er moet wel zo min mogelijk doekoe aan worden uitgegeven. Uiteindelijk draait het gewoon ook om de centjes.

Geen enkele zin
Wat ik zo naar vind is die gedachte die erachter zit. Om terug te komen op het voorbeeld van kinderen langer laten kleuteren, laatst was hierover groot nieuws. Nu kijk ik dat niet, maar zoals dat gaat bereikte het mij via via toch. Wat was dat nieuws? Nou, er was dus uit onderzoek gebleken dat een extra jaar in groep 2, voor kinderen die nog niet toe zijn aan groep 3 niets oplevert. Geen enkele zin, niet meer doen. Goed nieuws voor staatssecretaris Dekker van onderwijs, die in september 2016 nog vertelde dat hij zich zorgen maakt omdat veel te veel kinderen een jaar extra in groep 2 blijven. Hij wees naar dat onderzoek waaruit blijkt dat kinderen niet profiteren van dat derde kleuterjaar en verwacht dat scholen hun maatregelen zullen nemen.

Maar als je dan kijkt waarom kinderen volgens de onderzoekers niet profiteren van een jaar langer kleuteren dan blijkt dat kinderen die dat hebben gedaan in groep acht even hoog op de citotoets scoren dan kinderen die zonder extra jaar door zijn gestroomd. Cognitief gezien levert het niets op. En dat is de crux. Dat is waar ik tegenaan loop, dat is waar ik zo enorm spinnijdig van kan worden. Die volslagen beperkte redenatie. Cognitief gezien levert het niets op, dus levert het niets op. Iets heeft alleen maar nut als je er cognitief gezien slimmer van wordt. Iets is alleen maar goed en nuttig als het hogere citoscores oplevert. Al het andere is niet slechts van ondergeschikt belang, het is van nul en generlei belang. Telt niet mee, doet er niet toe.

Argumenten dat sommige kinderen het sociaal-emotioneel nodig heeft om nog wat langer te spelen? Irrelevant. Cito score is hetzelfde in groep 8. De redenatie dat kinderen die naar groep 3 moeten voordat ze er qua ontwikkeling aan toe zijn, onzeker kunnen worden en makkelijk faalangstig worden, en dat hun hele leven met zich mee dragen? Niet van belang, want cognitief schiet je er niets mee op.

(nu ik echt op dreef ben, wijd ik er nog een blogbericht aan. Volgende keer laatste deel van mijn betoog tegen 'hersenen op benen')



donderdag 31 augustus 2017

Niet het hoofd alleen

Aan het einde van mijn puberteit, toen ik een jaar of zeventien was, hield ik wel van een discussie en kon behoorlijk fel worden als mensen iets zeiden waar ik het niet mee eens was. Ik was in die tijd uitgesproken in mijn meningen. In de jaren daarna werd dat steeds minder, tot ik de gemoedelijke koningin van de middenweg werd die ik nu ben. Ik zit nog steeds niet snel om woorden verlegen, maar ik geloof niet in absolute waarheden en uitersten en bekijk een zaak dus gewoonlijk van vele kanten.

Felle vrouw op praatstoel
Toch is er iets waar ik vandaag de dag nog uitgesproken en fel over kan worden, en dat is hoe er in het huidige onderwijssysteem naar kinderen wordt gekeken. De overmatige focus op cognitieve vaardigheden is iets waar ik op tegen ben, link van kan worden en direct op mijn praatstoel zit als het onderwerp die richting op gaat. Aangezien dit blogbericht gaat over de fouten die mijns inziens worden gemaakt door deze eenzijdige benadering, bent u bij deze Gewaarschuwd.

Het is niet overdreven om te stellen dat het overgrote deel van de focus in het onderwijs, zowel op basisschool als voortgezet onderwijs ligt op wat kinderen dienen te weten. Onder het mom van 'de kenniseconomie' zijn er soms desastreuze beslissingen gemaakt en bekijkt men over het algemeen de zaken totaal verkeerd.

Hersenen op benen
Ik ben er met heel mijn hart en ziel van overtuigd dat een mens uit meer bestaat dan alleen een hoofd. Maar dat ben ik, hè? Er staat boven dit blog dat je mijn eigenwijze mening er gratis bij krijgt. Nou hier is 'ie. Ik geloof dat wij als menselijk ras meer zijn dan een stel hersenen met benen. Kom bij mij bijvoorbeeld niet aan met verhalen dat liefde niet meer zou zijn dan de optelsom van maatschappelijke patronen en feromonen. Dat zijn praatjes waar ik niets mee kan. Ik zal verder niet ingaan op deze filosofische kwestie, maar dan weten jullie even – voor zover het na tig blogjes nog niet duidelijk was- wat voor vlees jullie in de kuip hebben met mij.

Wat voor achterstanden dan?
Ik geloof dus dat we geen rondwandelende hersenen zijn. Toch lijkt het of onderwijsbeleidsmakers wel die mening zijn toegedaan. Dat is namelijk hoe kinderen in ons huidige onderwijssysteem worden behandeld: als rondwandelende hersenen. Voorbeeld? Ik ageerde al eens tegen het feit dat kinderen tegenwoordig veel te vroeg dingen moeten doen. Dat er zaken van hen verwacht worden die ze biologisch helemaal nog niet kunnen. In datzelfde blogbericht, van zoveel maand, vertelde ik dat kinderen nu al eerder leren schrijven, lezen en rekenen dan vroeger. Het hele plan om kinderen eerder naar school te laten gaan was om achterstanden tegen te gaan. Maar over wat voor achterstanden hebben we het dan? Over achterstanden op het gebied van sociale vaardigheden? Creativiteit? Hechten met ouders, familie of anderszins? Achterstanden op het gebied van spelen? Dromen? Fantaseren? Neen. Achterstanden op het gebied van taal en rekenen. Want dat is immers waar alles om draait. Het hoofd. De hersenen op beentjes.

(volgende keer het tweede deel. En hou je maar vast, want dan begint mijn echte rant pas)


donderdag 20 juli 2017

Zin en onzin over leraren en vakantie

Bijna, bijna is het zover en begint dan eindelijk de zomervakantie. Het was een heel lange rit dit jaar, met een meivakantie die in april viel en maar liefst twaalf weken tussen die paasvakantie en deze zomervakantie. Mijn leerlingen zijn er dan ook behoorlijk aan toe. En als ik hier thuis zo eens rond kijk, mijn kinderen ook.

Toen ik begon met werken in het onderwijs, hadden we elke zomer zeven weken vakantie. Tegenwoordig is dat terug gebracht naar zes. Nog royaal vergeleken bij andere beroepen en banen, maar om heel eerlijk te zijn ook een noodzakelijkheid. Net als de andere vakanties die we in het onderwijs hebben.

Ergernis
Over leraren en vakanties wordt veel gezegd, en vaak is het grote onzin. Ik zal niet snel vergeten dat ik bij de Chinese afhaal betrokken werd bij een gesprek. Een aantal bekenden hadden het over werk en luiheid, zoiets. De ene partij maakte een opmerking als 'Ja, als ik het makkelijk had willen hebben dan was ik het onderwijs wel in gegaan. Dan heb je tenminste bijna altijd vakantie, toch?' Met een olijke blik keek hij eerst naar zijn kennissen, die hem lachend bijvielen. Toen keek hij mij aan, en aan de geschrokken blik in zijn ogen kon ik merken dat mijn eigen gezichtsuitdrukking minder geamuseerd was. Not amused indeed. Link kan ik er van worden.


Ken je dit soort uitspraken?




Heel grappig, hoor. Behalve als je beseft dat het niet alleen niet waar is (juni, juli en augustus bevatten in totaal ruim 13 weken, waarvan we 6 weken officieel vakantie hebben en de andere 7 gewoon werken), maar best frustrerend dat mensen vaak niet door hebben dat zo'n uitspraak een grapje is.

Even wat feitjes:
  • bij een volledige baan (in onderwijstermen 1,0 fte) in het onderwijs werk je in het voortgezet onderwijs 42,29 uur per week. Ter vergelijking: bij veel andere banen bestaat een volledige baan uit 38 tot 40 uur per week. De 2 ½ tot 4 ½ uur die je bij een volledige baan meer werkt t.o.v. de meeste andere banen is om de lesvrije dagen (in de volksmond: vakantie) te compenseren. Wij werken namelijk in 40 weken tijd (=52 weken minus 12 lesvrije weken) evenveel als andere mensen in 45. (bron: http://www.drs-online.nl/artikel.php?ID=695) Wordt het al iets minder luilekkerland?

  • Werken in het onderwijs komt met risico's. Van alle branches is het risico op een burn out in het onderwijs het grootst, en dat is al jaren zo. (bron:http://www.coachbureau.nl/blog/2015/06/02/werken-in-het-onderwijs-nergens-is-de-werkdruk-zo-hoog-nergens-zoveel-burn-out/) De weken vakantie die er zijn, zijn eenvoudigweg nodig om bij te tanken. Werken in het onderwijs betekent werkdagen van gemiddeld 8,5 uur. Maar dat is gemiddeld. Er zijn soms, met name vlak voor vakanties pieken waarin (flink) meer gewerkt wordt. Zouden er minder vakanties zijn, dan zou het nog moeilijker zijn om bij te komen. Klinkt toch alweer iets minder rooskleurig.

  • Er is een verschil tussen waar je officieel voor betaald krijgt en wat je in werkelijkheid doet. Uit recent onderzoek van de Aob (Algemene Onderwijsbond) blijkt dat hoewel de officiële werkweek in het basisonderwijs 40 uur per week is, en in het voortgezet onderwijs zoals hierboven beschreven 42,5 is, docenten structureel overwerken. Onbetaald uiteraard. Een leraar op de basisschool werkt gemiddeld 46, 9 uur per week (kun je je voorstellen: bijna een hele werkdag extra werken? Elke week?) en een leraar op de middelbare heeft een gemiddelde werkweek van 45,2 uur. Behoorlijk gevulde werkweken dus. De uren die leraren maken in schoolvakanties moeten hier overigens nog bij op worden geteld, want die zijn in dit onderzoek niet meegenomen. (bron:http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=52823)


    • Bovendien zijn lang niet alle vakanties ook echt honderd procent lang-leve-de-lol-ik-voer-geen-ene-mallemoer-uit-vakanties. Sterker nog, ik noemde het net al lesvrije weken, en dat is ook zo. Neem de zomervakantie. Ik heb minimaal een week nodig om alles af te ronden van het afgelopen jaar en begin in de laatste week weer met plannen en voorbereiden van het nieuwe jaar. Blijven er van de vijf weken vakantie nog drie over. Waarin ik vaak ook alweer ideeen op doe en contacten onderhou. Een 'kleine' vakantie als de herfst-of voorjaarsvakantie wordt zo gevuld met achterstallig nakijkwerk en voorbereiden, mailtjes en contact met ouders. Scheelt reistijd, en je bent er geen hele week mee bezig, maar alleen maar cocktails drinken onder een palmboom? Neen.

Valt tegen? Nee hoor, ik ben erg tevreden. Ik heb een fijne baan en ik geef met veel plezier met hart en ziel les.

Maar het is bij tijden ook heel zwaar. Je bent vaker wel dan niet aan het werk, ook 's avonds en in het weekend. Ik voel me zelden echt vrij, ben altijd op de een of andere manier met mijn werk en mijn leerlingen bezig. En op sommige momenten kan ik er dan heel slecht tegen als mensen grapjes maken over hoe makkelijk het wel niet is om te werken in het onderwijs, met elk jaar drie maanden vrij. Onwetendheid, ik weet het, maar wel onwetendheid die steekt.

Gelukkig is het bijna weer zover: zomervakantie. De komende vijf weken blijf ik bloggen, hoor. Maar wellicht wel iets kortere berichten, die ik van tevoren inplan. Het is immers zomer en ik geniet van een zeer welverdiende vakantie.

Dus als jullie mij zoeken: ik lig op het strand. Onder een palmboom. Met een cocktail.



(In elk geval in gedachten.)

maandag 26 juni 2017

Chaos

Tijdens mijn studie moest ik regelmatig Pop's maken: persoonlijke ontwikkelplannen. Ik vertelde dan altijd dat ik een chaotisch persoon ben. Juist daarom was ik altijd erg streng voor mezelf en bracht ik veel structuur aan in mijn planningen en mijn lessen. Mijn docenten en stagebegeleiders zagen alleen die planningen en die lessen en aan het einde van mijn studie was er een docent die zei dat ik volgens haar helemaal niet chaotisch ben. Een goed voorbeeld van dat wat er van binnen leeft je lang niet altijd aan de buitenkant ziet.

Bij leerlingen werkt het soms hetzelfde. Er verschijnen veel leerlingen in mijn lessen waar “iets” mee is. Add, adhd, dyslexie, dyscalculi, ass, asperger, beelddenkers, pdd nos, hoogsensitief, noem maar op. Sommige dingen kun je merken, andere ook helemaal niet. Bovendien is de ene leerling met asperger de andere niet. Er zijn ook leerlingen zonder officieel etiketje, waarbij ik soms vermoed dat ze zaken anders ervaren of aanpakken dan gebruikelijk is. Soms kan een diagnose fijn zijn, omdat het recht geeft op extra hulpmiddelen of inzicht kan geven waarom dingen fout lopen. Het kan ook handvaten geven om beter met bepaald gedrag om te gaan en leerlingen te helpen lekkerder in hun vel te zitten of het beter te doen op school. Dat zijn de voordelen.

Nadelen
Wat je soms ook tegenkomt is dat een leerling zijn of haar etiketje gebruikt als excuus voor vervelend gedrag of slechte cijfers. Ik kan niet aardig zijn voor anderen want ik heb autistische trekken, bijvoorbeeld. Terwijl ik leerlingen altijd voorhoudt dat als je ergens moeite mee hebt dit niet betekent dat het dan niet hoeft. Het betekent wel dat je er meer moeite voor moet doen. Sommige dingen zullen altijd moeilijk blijven, en er zullen zaken zijn die nooit helemaal gaan zoals je graag zou willen, maar dat is geen reden om het er bij te laten zitten. Dit laatste weet ik uit eigen ervaring.

Hak, tak en chaos
In mijn hoofd is het namelijk echt chaos, nog steeds. Ik vind het moeilijk om meerdere dingen tegelijk te doen, en dat hoort bij de taakomschrijving als je lesgeeft. Je moet immers in de gaten hebben wat je met welke klas gaat doen, welke materialen er nodig zijn, welke leerling extra aandacht nodig heeft, wie nog iets moet inhalen, op welke bladzijde van welk boek we zijn, wie in de klas stiekem briefjes doorgeeft en wie er de hele tijd door de grammatica-uitleg heen praat. Ik kan het, maar het kost sloten energie. Mijn hoofd werkt in veel opzichten anders dan dat van anderen. Ik begrijp hierdoor mijn leerlingen met een concentratieprobleem behoorlijk goed. Mijn gedachten vliegen ook alle kanten op en als ik met een ding bezig ben dan kan ik al het andere om mij heen vergeten. Tegelijkertijd ben ik dat ook weer vergeten als iets mij afleidt. Als ik kook gebeurt het bijvoorbeeld regelmatig dat iets aanbrandt omdat ik in de keuken een krant tegen kom en dan begin te lezen en vergeet waar ik ook weer mee bezig was. Autorijden is iets anders wat mij absurd veel moeite kostte om te leren, ik kreeg het nauwelijks voor elkaar. Overal kijken en direct doen in plaats van er over na te denken, en alles altijd tegelijk... Heel erg moeilijk.

Structuur.
In de klas overkomt mij dat gelukkig niet, en het magische woord hierbij is structuur. Vrijwel elke les begint op dezelfde manier en eindigt op dezelfde manier. Ik kijk altijd even terug op de vorige les en kijk aan het einde even vooruit naar de volgende. Het programma van de dag, inclusief huiswerk voor de volgende keer staat op het bord. Als ik leerlingen soms vraag wat ze prettig vinden aan mijn lessen en wat ik eventueel nog kan verbeteren, dan blijkt dat ze het fijn vinden dat ze altijd weten waar ze aan toe zijn bij mij. Ik ook. Het geeft tegenwicht aan de chaos. 

maandag 5 juni 2017

Pauze

Eigenlijk zou ik hier vandaag weer een overzicht geven van een week uit het leven van deze juf, maar het zit er even niet in. Op het moment neem ik even wat extra rust en dat betekent voor vandaag dat er geen bericht op mijn blog verschijnt. Voor de volgende keer en de weken daarna staan er nog zat berichten klaar, maar ik neem nu even wat langer pauze.

Voor wie het graag nog eens wil terug lezen, en hierin ook kan zien dat ik weleens wat te weinig tijd heb genomen voor pauze kan hier kijken. Dank voor jullie begrip, en wees niet bang: voor volgende keer staat er weer een gloedjenieuw blog klaar!

maandag 15 mei 2017

Volg de natuur

Zoals ik vorige keer schreef probeer ik in mijn lessen het ritme van de natuur te volgen. In de herfst reciteer ik met mijn klassen gedichten die de herfst beschrijven. Zelf leerde ik ooit op de basisschool van een lieve juf een Engels liedje over de herfst die zo heerlijk melancholisch klonk dat ik het me altijd ben blijven herinneren. Eenmaal zelf juf op de middelbare school bedacht ik dat dit een mooi gedichtje zou zijn om op te zeggen met een zevende klas.(Vrijescholen tellen anders. Groep een en twee van de basisschool zijn de kleutergroepen, groep drie tot en met acht is klas een tot en met zes, en waar regulier onderwijs begint met de brugklas, of eerste klas, tellen wij door, vandaar zevende klas. Uiteindelijk behalen onze leerlingen in de twaalfde klas hun Havo of Vwo diploma). Blij verrast was ik toen bleek dat mijn lang gekoesterde liedje een bekend vrijeschoollied is, waarvan een uitgebreidere versie is gemaakt. Autumn comes, the summer is past, through the field the farmer goes, seeds of ripened corn he sows, ik heb het inmiddels zo vaak gedaan met klassen dat ik het kan dromen. En het blijft mooi! Blij word ik ervan om dit te doen.

Romantiek
Zo rond begin februari begin ik met gedichten waarin de natuur weer opbloeit, zodat de leerlingen deze uit hun hoofd kennen op het moment dat de lente echt losbarst. Al eerder; midden, eind januari begin ik met mijn achtste klassen het bekende Shakespeare sonnet 'Shall I compare thee to a summer's day?'. Is het Valentijn, dan zijn er handenvol dertien-veertienjarigen die dit liefdesvers uit hun hoofd kennen. Komt vast weleens van pas, toch? Ze mogen dan ook zelf een sonnet schrijven, waarin ze een geliefde (of een platonische vriend of vriendin, of een huisdier, wat ze zelf maar willen) vergelijken met zaken die zij mooi of interessant vinden. In English of course, maar dat lijkt me duidelijk. Een van die Valentijnsgedichten die mij altijd is bij gebleven is die van de jongen die zijn vriendinnetje vergeleek met een pizza. Want er was in zijn wereld weinig zo leuk als een verse pizza. Romantiek moet ook nog ontwikkeld worden in een achtste klas, geloof ik.

Naar binnen of naar buiten gericht
Terug naar het ritme van de natuur. Ik begin pas met spreekbeurten en projecten waarbij leerlingen uit hun eigen kennis en interesses mogen putten op het moment dat de zon weer meer aanwezig is. We zijn dan verderop in het schooljaar en dus hebben ze meer Engels gehad, maar het past ook bij de beweging van de natuur, die ook steeds meer naar buiten gericht is. Rond herfst, richting kerst is er een tegengestelde beweging. De blaadjes zijn bijna allemaal gevallen, de natuur wordt steeds stiller en roerlozer en tijdens de adventperiode (de vier weken voor kerst) worden mijn lessen ook steeds ingetogener. 

Langzaam verminder ik de nieuwe leerstof en wordt er veel meer herhaald. Ik doe meer met gedichten en kijk-en luisterfragmenten waarbij de leerling gaat nadenken. Zo keren we in de lessen Engels dus steeds meer naar binnen. Het luisteren naar een verhaal; met gordijnen dicht, lichten uit en adventkaarsen aan past hier prima bij. Hoe dat afgelopen advent verliep, lees je volgende keer.

maandag 3 april 2017

Een week uit het leven

Vandaag een overzicht van wat ik zoal doe tijdens een willekeurige week. Laten we eens beginnen op maandag. Goede dag om mee te starten, toch?

Maandag.
Gister heb ik de hele dag niets gedaan voor mijn werk en eigenlijk baal ik daarvan; ik heb een stapel achterstallig nakijkwerk. Eigen schuld, want het zijn vooral kijk-en luisterverslagen. Die vind ik stom om na te kijken. Duurt in verhouding heel lang en – aangezien een klas samen dezelfde film kijkt- lees ik 25 tot 30 keer dezelfde samenvattingen over dezelfde film. Saai!!!Dus laat ik het te lang zitten. Nu liggen er dus nog 50 plus verslagen plus proefwerken en deze week volgen er nog twee.. Help!! Dus sta ik – op deze voor mij vrije dag- extra vroeg op en kijk eerst een uurtje na voor de kinderen op staan. Voor de rest prep ik wat eten zodat ik op school voldoende te eten heb, een goed begin...

Dinsdag.
Eerste werkdag van de week. Weer sta ik vroeger op, kijk ik een half uurtje na en ontbijt dan met mijn kinderen. Rond half tien vertrek ik naar school, waar ik nog snel wat kopieer voor het eerste lesuur losbarst. Ik geef les tot 15.05, het laatste uur is een klassenuur met veel leuke gesprekken. Ik had deze dag niet veel pauze, maar dat is normaal. Ik heb kunnen lunchen en tussendoor naar de wc kunnen gaan, en dat is soms wel eens anders. Wel drink ik veel te weinig, en eigenlijk wil ik nog wel een kop thee, maar als ik het lokaal netjes heb ben ik vijf minuten te laat voor een gesprek met ouders. Na dit gesprek praat ik nog even na met de collega van de ondersteuning en rond half vijf vertrek ik weer naar huis. Vandaag hadden twee klassen een proefwerk, dus mijn nakijkmap puilt behoorlijk uit. Eenmaal thuis hoef ik gelukkig niet te koken en heb ik deze week ook geen bijles. Gelukkig, kan ik lekker vroeg op bed. Na nog een beetje nakijken natuurlijk.

Woensdag.
Herhaling van gister, maar langer en drukker. Een collega heeft een kindje gekregen en dus eet ik me misselijk aan drie beschuiten met muisjes. Zo heeft dat preppen van gezonde lunches ook niet veel zin. Zucht. Als ik om vier uur klaar ben met lesgeven wil ik eigenlijk nog wat nakijken en werken aan de planning voor de komende tijd, maar ik heb zoveel mailtjes te beantwoorden, dat ik om vijf uur mijn lokaal uitloop en nog niets verder ben.

Donderdag.
Ook vandaag begin ik de dag met een half uurtje nakijken. Een stapel proefwerken is klaar! Zelfs de cijfers staan al in mijn agenda. One down, two to go! Nou ja, en die kijk-en luisterverslagen dus. En volgende week volgt er nog een proefwerk. Niet aan denken, werkt demotiverend. Ik heb maar vier lessen, maar 's middags staan twee vergaderingen op de planning; van half drie tot kwart over vijf, met een kwartiertje pauze er tussenin, en op de een of andere manier voelt dat soms als harder werken dan voor de klas staan. Behoorlijk moe kom ik thuis. Geen zin om te koken, dus oudste dochter mag naar de Chinees.

Vrijdag.
Officieel heb ik vandaag vrij en normaal gebruik ik deze dag om lekker te tikken, maar er is nog steeds zoveel nakijkwerk en er is van alles aan de hand in mijn mentorklas dat ik de hele ochtend kwijt ben met mailen, bellen, planningen uitwerken en nakijken. Strontchagrijnig word ik ervan. En recalcitrant. Ik besluit ook niet te schrijven, maar verdwijn naar mijn schrijfzoldertje met een boek. Voor een klein uurtje, want dan is het alweer tijd de kinderen van school te halen. Oh well, volgende week is het weer vrijdag.

Zaterdag.
Vandaag ben ik echt vrij. Ik ben een dag weg en heb niet eens de kans om iets aan mijn werk te doen, al zou ik het willen. Heerlijk!

Zondag.
Ook vandaag is een vrije dag en na het uitmesten van mijn schrijfzolder vind ik tijd om wat te schrijven en te knutselen. Erg fijn, en na het avondeten trek ik het nog om wat na te kijken. Ein-de-lijk zijn de kijk-en-luisterverslagen af. Victory!! Kijk dat is een fijn begin van de week morgen. Beetje jammer dat ik veel te lang doorga en niet goed kan slapen. Nou ja, je kan niet alles hebben. Morgen weer een nieuwe week!

maandag 27 maart 2017

Verschillende scholen

Het voelt niet of ik al heel lang aan het werk ben als docent, maar zo langzamerhand voelt alles wel vertrouwder. Ik durf steeds meer los te laten en te vertrouwen op mijn eigen kunnen. Ik hoef niet alles heel precies te weten, want ik heb zo door de jaren heen een bepaalde lesgeefflow bereikt waarin ik makkelijk kan schakelen en improviseren als iets anders loopt. Dat is het voordeel van ervaring en ik ben er blij mee, het maakt het lesgeven op een bepaald niveau ontspannen. Tegelijkertijd ben ik niet iemand die op haar lauweren rust: ik leer regelmatig bij en probeer graag – met meer of minder succes – nieuwe dingen uit. Dat houdt het voor mij uitdagend, ik moet er niet aan denken om elk jaar hetzelfde te doen. Nu werk ik gelukkig ook op een school waarbij dat niet alleen mogelijk is, maar zelfs gestimuleerd wordt, en dat is niet overal zo.

Montessori
Ik heb op verschillende scholen gewerkt. Ik begon, nog voor ik mijn docentenopleiding officieel had afgerond, op een middelbare Montessorischool. Dat was lange tijd de leukste school voor mij. Ik werd er gewoon met Jolanda aangesproken en ik had een fantastisch contact met mijn leerlingen. Ik voelde me er waanzinnig op mijn plaats, maar helaas was ik onbevoegd docent en een invaller. Mijn LIO (leraar-in-opleiding)stage kon ik hier nog wel doen, maar daarna was het schluss. Jammer maar helaas.

Daarna heb ik een jaar gewerkt op een zogenaamde scenario-vier-school; het meest onderwijsvernieuwende schooltype dat we in Nederland hebben. Leerlingen werkten 's ochtends aan projecten die ze zelf mochten verzinnen. 's Middags volgden ze de 'rode draad vakken', de reguliere vakken, zoals Nederlands en Engels. Maar ook deze op een niet-reguliere manier. Er waren geen boeken, geen materiaal en de docent die ik verving had niets achter gelaten. Alles moest ik zelf bedenken, ontwerpen en in elkaar zetten. Leuk, maar wat arbeidsintensief!! Ik heb er een jaar gewerkt, maar weet niet of ik veel langer had volgehouden.Het rendement was ook vrij laag, want ik bedacht heel veel, maar de leerlingen mochten zelf bepalen of, wat en wanneer ze daar iets mee deden. Ik vind het nog steeds een heel bijzonder leerconcept, maar voor mijn gevoel werkt het vooral voor een bepaald soort leerlingen, voor de meeste leerlingen nodigt het uit tot ongebreideld andere dingen doen. Leer je ook van, hoor, maar niet direct dat wat je nodig hebt om een middelbareschooldiploma te halen. Toch jammer als je dat wel wilt.

Stokongelukkig
Ik heb daarna twee jaar gewerkt op een heel gewone middelbare school. Dit waren mijn meest ongelukkige jaren. Nou ja, ongelukkig is misschien een groot woord, maar gelukkig was ik er zeker niet. Ineens was ik mevrouw en moest ik als autoriteit voor de klas gaan staan. Alle (nuttige!) workshops docenttalent en rots en water die ik bij mijn opleiding had gevolgd, ten spijt: ik kon het niet. Althans, uiteindelijk kon ik het wel, maar zoals ik het toen omschreef: ik had het wel in mijn vingers na die twee jaar, maar niet in mijn hart. Het past niet bij mij om zo voor de klas te staan. Ik had weinig ruimte om iets te doen naast de methode en de planning was moordend, maar wat ik vooral erg vond, was de afstand tussen de docenten en de leerlingen. Ik merkte dit toen ik op een dag een oud-leerling van de Montessorischool tegen kwam en merkte hoe fijn ik van mens tot mens met haar kon praten. Hoe anders was dit op de reguliere school! Geen fijn gevoel en dus zocht ik verder.

Zo kwam ik terecht op mijn huidige school, eentje voor voortgezet vrijeschoolonderwijs. Wat mij betreft de leukste school van Nederland, niet alleen voor leerlingen, maar ook voor mij als docent. Hier kan ik weer de creatieve, betrokken docent zijn die ik ben en is er weer wezenlijk contact met mijn leerlingen. Niks mevrouw, gewoon Jolanda. Af en toe zelfs Juf.

Ik geloof oprecht dat ieder mens niet uit 1 identiteit, 1 'Ik' bestaat, maar uit meerdere aspecten, meerdere 'ikken'. Ik doe veel dingen, ben veel verschillends, maar van dat alles is die juf Jolanda toch wel een van mijn meest favoriete ikken. Het is een titel die ik koester!


maandag 20 maart 2017

Onderwijsgezinnen

Toen ik op de middelbare school zat waren er veel leraren die iets met elkaar hadden. Niet stiekem, hoor, alles in het nette. Althans, daar ga ik vanuit. Als bleue leerling zal ik vast niet alles in de gaten hebben gehad. Maar er zijn in elk geval een groot aantal relaties op de werkvloer ontstaan. Zo was de afdelingsleider en leraar geschiedenis getrouwd met een docente Frans, een docent Duits getrouwd met de gymlerares en was de decaan en juf textiele werkvormen getrouwd met een leraar L.O/ Nederlands. Wat er verder nog onderling gebeurt is daar hou ik me even afzijdig van, maar dit is wat ik weet.

De tweede generatie
Ik heb in de loop van de tijd een raar fenomeen ontdekt, namelijk dat het (volgens mij, he? Maar ik ben gewoon een tweedegraadsje, dus niets is hier wetenschappelijk onderbouwd, dat snap je) in verhouding vaker gebeurd dat een kind van een leraar zelf ook docent wordt of er mee trouwt. Of beide. Dit bijzondere feit (waarbij nogmaals: feit mag tussen aanhalingstekens worden gelezen) ontdekte ik enkele jaren geleden toen ik erachter kwam dat de kinderen van de decaan en gym/Nederlandse leraar respectievelijk docente L.O. en docent Nederlands waren geworden. Die laatste was ik bij de lerarenopleiding waar ik Engels en hij Nederlands studeerde nog weleens tegen het lijf gelopen. Van horen zeggen begreep ik dat hij ook met iemand uit het onderwijs terecht is gekomen. Hun kinderen zijn inmiddels bijna in de tienerleeftijd. Zal mij benieuwen wat zij voor carriere gaan kiezen. Dit is niet het enige geval dat ik tegenkwam, in mijn werk zie ik veel vaker collega's wiens ouder(s) in het onderwijs zitten of zaten.

Voortzetten van een traditie
Zelf doe ik er ook een beetje aan mee. Mijn moeder was naailerares. Ik ben docent Engels, getrouwd met iemand die nu weliswaar niet onaardig aan de weg timmert als beeldend kunstenaar, maar die van origine docent drama is. Zijn moeder was lerares Engels en NT2, zijn vader leraar wiskunde, aardrijkskunde en biologie. Hun andere zoon, mijn zwager, studeerde Hbo-J (Jeugd en welzijnswerk) en leerde daar zijn vrouw kennen. Zij werkt in het onderwijs, maar dan in de zorg en ondersteuning. Ook wij zijn dus een onderwijsgezin.



Of onze kinderen de traditie ook gaan voortzetten? In alle eerlijkheid zou het mij niet verbazen. De oudste wil schrijfster of actrice worden, de middelste kunstenaar of uitvinder en de jongste 'dansarina'. Maar ik zie ook kwaliteiten in hen die niet zouden misstaan bij een kunstzinnig en creatief docent. Een docent drama? Of Nederlands? Beeldende vorming? Of dans? Zou zo maar kunnen. Voor mij is het onderwijs in elk geval een prachtvak, waar ik nog steeds enthousiast over kan worden. Wie weet wordt er ooit nog een 'onderwijsgen' ontdekt. Dat zou het ontstaan van onderwijsgezinnen kunnen verklaren. Maar als zo'n gen echt ontdekt wordt, is een ding zeker: ik heb 'm.



maandag 13 maart 2017

Cijfers

De afgelopen tijd zat ik op school in een ontwikkelgroep die bezig was met het geven van feedback. Wat is goede feedback en hoe geef je dat? Hiervoor las ik het een en ander aan literatuur en weer werd duidelijk: cijfers zijn geen goede feedback. Toch is ons hele onderwijssysteem gebouwd op het geven van cijfers. Hoeveel zeggen cijfers nu echt? Elk cijfer is immers slechts een momentopname. Je merkt het misschien al: ik heb niet veel met cijfers. Ik heb iets met leerlingen, met plezier in leren en in de lessen, met ontwikkeling. Maar met koude cijfers? Neen.

Wedstrijdjes
Leerlingen vaak wel. Net zoals ze ook van spelletjes houden. En wedstrijdjes. Leerlingen willen graag weten hoe ze het doen en een cijfer voelt een beetje als een beloning voor hun werk. Voor mij is het altijd een balanceerwedstrijd tussen wat leerlingen prettig vinden en wat ik nuttig vind. Ik doe het altijd zo: ik vertel nooit klassikaal wie welke onvoldoende heeft. Dat doe ik niet bij de leerlingen die moeite met het vak hebben, maar ook niet bij de leerling die beter kan, maar gewoon een keer lui was. Ik maak daar geen onderscheid in. Ik roep de mensen met een onvoldoende onopvallend bij mijn bureau, terwijl de klas aan het werk is, of loop bij hen langs en geef dan hun proefwerk of schriftelijke overhoring terug. Ik bespreek individueel kort de toets en samen kijken we wat er fout ging. Vaak geef ik ze dan wat tips mee, of we maken een afspraak om het er op een ander tijdstip wat uitgebreider over te hebben.

De rest van de toetsen geef ik klassikaal terug en ik doe dat van laag naar hoog. Leerlingen vinden dat fijn, en ik kom daaraan tegemoet. Maar ik benadruk zeer regelmatig dat voor de een een 7, of een ruim voldoende een beter resultaat is dan een 8, of een goed voor een ander, het gaat mij namelijk om de ontwikkeling. Voor iemand die altijd met moeite net wel of net niet een voldoende haalt kan een 7 een enorme prestatie zijn, terwijl iemand die normaal alleen maar 9,5 haalt met een 8 laat zien er even met de pet naar te hebben gegooid. Ik bespreek proefwerken vervolgens na, zodat leerlingen kunnen zien wat ze waarom fout hebben gedaan. Hierin zit volgens mij iets meer waarde. Als ze van zichzelf zien dat ze bij de zinnen minder goed gescoord hebben kan ik tips geven om deze beter te leren, zodat ze het een volgende keer beter doen. Bij een proefwerk. Of ze in het echte leven, als ze in een vrije situatie een stukje Engels moeten spreken of schrijven, het ook beter doen dat is nog maar de vraag. Maar dat is weer een ander verhaal waar ik vast ook nog weleens iets over ga zeggen.

Beoordelingen vs getallen


Ik geef op mijn huidige school op dit moment vooral les aan zevende en achtste klassen, eerste en tweede in het regulier onderwijs. In deze klassen doen we nog niet aan echte cijfers, we geven beoordelingen. Deze beoordelingen zijn zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende en nog niet voldoende. We doen dit om te zorgen dat leerlingen en ouders vooral oog hebben voor de ontwikkeling van hun kind. De beoordelingen geven een globaal beeld van hoe het staat qua resultaten, maar laat niet teveel fixeren op cijfers. Vooral de laatste spreekt mij erg aan: een nog niet voldoende, een nnv'tje in de volksmond. Een onvoldoende is rigide, geeft aan dat je iets niet kunt. Sluit hierdoor succes in de toekomst voor je gevoel bij voorbaat al een beetje uit. Een nog niet voldoende geeft aan dat het weliswaar nu nog niet voldoende is, maar er vertrouwen is voor een volgende keer. Uiteindelijk gaat het daar immers om, en niet om de cijfertjes.

donderdag 9 maart 2017

Verjaardagscadeautje

Vandaag ben ik jarig. Ik vind 39 een rare leeftijd. Nog steeds een dertiger, maar toch niet echt meer, voelt het misschien wel "ouder" dan veertig. Een nul in je leeftijd geeft op de een of andere manier toch een nieuw begin aan, een frisse nieuwe start. Om nou een groot feest te geven voor een 39e verjaardag? Neen. Maar cadeautjes mogen altijd. En ik gaf mezelf vandaag dit blog cadeau.

Zoals je hierboven kan lezen ben ik lerares en schrijfster. Beide doe ik ongeveer even graag, hoewel mijn voorkeur van dag tot dag kan wisselen. Lesgeven doe ik drie dagen, hoewel ik soms zeven dagen bezig ben, en werk aan dat lesgeven. Het is een bijzonder beroep. Mooi, uitdagend, vermoeiend en energiegevend. Schrijven doe ik op een super leuk boekenblog: Ogma.nu en voor mezelf. Ik hoop over een maand of wat, na allerlei vertraging eindelijk het eerste boek onder mijn eigen naam te publiceren. Heel spannend, heel leuk, heel druk.


Tussendoor blijft het werk als juf gewoon doorgaan, en ik had al heel lang zin om daar over te schrijven. Een blog dus! Vandaag begin ik, voor een jaar. Van maart tot maart. Wellicht dat ik als veertiger nog zin heb om door te gaan, misschien ook niet, maar dat zie ik dan wel. Eerst dit jaar maar eens. 


Hoe vandaag er uit ziet? Ik werk op dinsdag, woensdag en donderdag. Lange dagen ook. Vandaag is dus gewoon een werkdag, maar wel een speciale. Het is traditie op mijn school om te trakteren als je jarig bent, dus heb ik wat lekkers gebakken voor mijn collega's. Maar het gaat om de leerlingen natuurlijk en ik ben het soort juf dat er van houdt haar leerlingen te verwennen. Ik ga dus minichocoladezoenen uitdelen, we gaan de halve les een film kijken en wat Engelse spelletjes doen en de volgende les is huiswerkvrij. Je moet niet te scheutig zijn met uitdelen tenslotte, er moet al zoveel op school. Over moeten gesproken, na de derde pauze zal mijn middag gevuld zijn met vergaderingen; het noodzalijke kwaad in onderwijsland. Gelukkig werk ik op de leukste school van Nederland en heb ik hier af en toe zeldzaam leuke vergaderingen meegemaakt. Ik hoop het niet te laat te maken, snel naar huis te kunnen naar mijn liefje en bloedjes (puber, kind en kleuter) van kinderen. Taart eten. Uiteraard met een koffer gevuld met nakijkwerk. Ik beschouw dat vandaag ook maar als cadeautjes.


En maandag? Dan vind je hier mijn tweede blogbericht. Happy birthday, iedereen!