Posts tonen met het label werkdruk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkdruk. Alle posts tonen

maandag 21 mei 2018

Rerun: Een week uit het leven


Voor eenmaal de tweewekelijkse herhaling niet op donderdag, maar - in verband met Pinksteren- op maandag. Nu ik het een paar keer over De Burn-out heb gehad vond ik het wel tijd worden om terug te blikken op een stuk dat ik begin april vorig jaar publiceerde. De week die ik beschreef vond twee maanden daarvoor plaats, begin februari. Met de kennis van nu kan ik in de beschrijving van wat ik in een doorsnee week deed de burn out al zien aankomen. Toen zag ik dat niet. Lezen jullie mee?


Vandaag een overzicht van wat ik zoal doe tijdens een willekeurige week. Laten we eens beginnen op maandag. Goede dag om mee te starten, toch?

Maandag.
Gister heb ik de hele dag niets gedaan voor mijn werk en eigenlijk baal ik daarvan; ik heb een stapel achterstallig nakijkwerk. Eigen schuld, want het zijn vooral kijk-en luisterverslagen. Die vind ik stom om na te kijken. Duurt in verhouding heel lang en – aangezien een klas samen dezelfde film kijkt- lees ik 25 tot 30 keer dezelfde samenvattingen over dezelfde film. Saai!!!Dus laat ik het te lang zitten. Nu liggen er dus nog 50 plus verslagen plus proefwerken en deze week volgen er nog twee klassen.. Help!! Dus sta ik – op deze voor mij vrije dag- extra vroeg op en kijk eerst een uurtje na voor de kinderen op staan. Als ze op school zitten is het tijd voor het huishouden. Voor de rest prep ik wat eten zodat ik op school voldoende te eten heb, een goed begin...

Bron: Pixabay.com

Dinsdag.
Eerste werkdag van de week. Weer sta ik vroeger op, kijk ik een half uurtje na en ontbijt dan met mijn kinderen. Rond half tien vertrek ik naar school, waar ik nog snel wat kopieer voor het eerste lesuur losbarst. Ik geef les tot 15.05, het laatste uur is een klassenuur met veel leuke gesprekken. Ik had deze dag niet veel pauze, maar dat is normaal. Ik heb kunnen lunchen en tussendoor naar de wc kunnen gaan, en dat is soms wel eens anders. Wel drink ik veel te weinig, en eigenlijk wil ik nog wel een kop thee, maar als ik het lokaal netjes heb ben ik vijf minuten te laat voor een gesprek met ouders. Na dit gesprek praat ik nog even na met de collega van de ondersteuning en rond half vijf vertrek ik weer naar huis. Vandaag hadden twee klassen een proefwerk, dus mijn nakijkmap puilt behoorlijk uit. Eenmaal thuis hoef ik gelukkig niet te koken en heb ik deze week ook geen bijles. Gelukkig, kan ik lekker vroeg op bed. Na nog een beetje nakijken natuurlijk.

Woensdag.
Herhaling van gister, maar langer en drukker. Een collega heeft een kindje gekregen en dus eet ik me misselijk aan drie beschuiten met muisjes. Zo heeft dat preppen van gezonde lunches ook niet veel zin. Zucht. Als ik om vier uur klaar ben met lesgeven wil ik eigenlijk nog wat nakijken en werken aan de planning voor de komende tijd, maar ik heb zoveel mailtjes te beantwoorden, dat ik om vijf uur mijn lokaal uitloop en nog niets verder ben.

Donderdag.
Ook vandaag begin ik de dag met een half uurtje nakijken. Een stapel proefwerken is klaar! Zelfs de cijfers staan al in mijn agenda. One down, two to go! Nou ja, en die kijk-en luisterverslagen dus. En volgende week volgt er nog een proefwerk. Niet aan denken, werkt demotiverend. Ik heb maar vier lessen, maar 's middags staan twee vergaderingen op de planning; van half drie tot kwart over vijf, met een kwartiertje pauze er tussenin, en op de een of andere manier voelt dat soms als harder werken dan voor de klas staan. Behoorlijk moe kom ik thuis. Geen zin om te koken, dus oudste dochter mag naar de Chinees.

Vrijdag.
Officieel heb ik vandaag vrij en normaal gebruik ik deze dag om lekker te tikken, maar er is nog steeds zoveel nakijkwerk en er is van alles aan de hand in mijn mentorklas dat ik de hele ochtend kwijt ben met mailen, bellen, planningen uitwerken en nakijken. Strontchagrijnig word ik ervan. En recalcitrant. Ik besluit ook niet te schrijven, maar verdwijn naar mijn schrijfzoldertje met een boek. Voor een klein uurtje, want dan is het alweer tijd de kinderen van school te halen. Oh well, volgende week is het weer vrijdag.

Zaterdag.
Vandaag ben ik echt vrij. Ik ben een dag weg en heb niet eens de kans om iets aan mijn werk te doen, al zou ik het willen. Heerlijk!

Zondag.
Ook vandaag is een vrije dag en na het uitmesten van mijn schrijfzolder vind ik tijd om wat te schrijven en te knutselen. Erg fijn, en na het avondeten trek ik het nog om wat na te kijken. Ein-de-lijk zijn de kijk-en-luisterverslagen af. Victory!! Kijk dat is een fijn begin van de week morgen. Beetje jammer dat ik veel te lang doorga en niet goed kan slapen. Nou ja, je kan niet alles hebben. Morgen weer een nieuwe week!


Ter vergelijking zal ik aanstaande donderdag een nieuw blog plaatsen met hoe een gemiddelde week er op dit moment uit ziet. (En daarna gewoon weer de nieuwe berichten op maandag en om de andere donderdag een herhaling. Voor iedereen in de war raakt…)




donderdag 22 maart 2018

Rerun: Zin en onzin over leraren en vakantie


Het onderstaande bericht verscheen vlak voor de zomervakantie 2017. Vandaag mag dit blogbericht als eerste op herhaling, als aanvulling op het stuk van vorige maand, over de stakingen in het basisonderwijs. Wat achtergrondinformatie, zeg maar. 



Bron: Pixabay.com

Bijna, bijna is het zover en begint dan eindelijk de zomervakantie. Het was een heel lange rit dit jaar, met een meivakantie die in april viel en maar liefst twaalf weken tussen die paasvakantie en deze zomervakantie. Mijn leerlingen zijn er dan ook behoorlijk aan toe. En als ik hier thuis zo eens rond kijk, mijn kinderen ook.
Toen ik begon met werken in het onderwijs, hadden we elke zomer zeven weken vakantie. Tegenwoordig is dat terug gebracht naar zes. Nog royaal vergeleken bij andere beroepen en banen, maar om heel eerlijk te zijn ook een noodzakelijkheid. Net als de andere vakanties die we in het onderwijs hebben.


Bron: Pixabay.com


Ergernis
Over leraren en vakanties wordt veel gezegd, en vaak is het grote onzin. Ik zal niet snel vergeten dat ik bij de Chinese afhaal betrokken werd bij een gesprek. Een aantal bekenden hadden het over werk en luiheid, zoiets. De ene partij maakte een opmerking als 'Ja, als ik het makkelijk had willen hebben dan was ik het onderwijs wel in gegaan. Dan heb je tenminste bijna altijd vakantie, toch?' Met een olijke blik keek hij eerst naar zijn kennissen, die hem lachend bijvielen. Toen keek hij mij aan, en aan de geschrokken blik in zijn ogen kon ik merken dat mijn eigen gezichtsuitdrukking minder geamuseerd was. Not amused indeed. Link kan ik er van worden.

Bron: Pixabay.com



Ken je dit soort uitspraken?


There are two good reasons to become a teacher: July and August.

Heel grappig, hoor. Behalve als je beseft dat het niet alleen niet waar is (juni, juli en augustus bevatten in totaal ruim 13 weken, waarvan we 6 weken officieel vakantie hebben en de andere 7 gewoon werken), maar best frustrerend dat mensen vaak niet door hebben dat zo'n uitspraak een grapje is.

Bron: Pixabay.com


Even wat feitjes:
bij een volledige baan (in onderwijstermen 1,0 fte) in het onderwijs werk je in het voortgezet onderwijs 42,29 uur per week. Ter vergelijking: bij veel andere banen bestaat een volledige baan uit 38 tot 40 uur per week. De 2 ½ tot 4 ½ uur die je bij een volledige baan meer werkt t.o.v. de meeste andere banen is om de lesvrije dagen (in de volksmond: vakantie) te compenseren. Wij werken namelijk in 40 weken tijd (=52 weken minus 12 lesvrije weken) evenveel als andere mensen in 45. (bron: http://www.drs-online.nl/artikel.php?ID=695) Wordt het al iets minder luilekkerland?

Werken in het onderwijs komt met risico's. Van alle branches is het risico op een burn out in het onderwijs het grootst, en dat is al jaren zo. (bron:http://www.coachbureau.nl/blog/2015/06/02/werken-in-het-onderwijs-nergens-is-de-werkdruk-zo-hoog-nergens-zoveel-burn-out/) De weken vakantie die er zijn, zijn eenvoudigweg nodig om bij te tanken. Werken in het onderwijs betekent werkdagen van gemiddeld 8,5 uur. Maar dat is gemiddeld. Er zijn soms, met name vlak voor vakanties pieken waarin (flink) meer gewerkt wordt. Zouden er minder vakanties zijn, dan zou het nog moeilijker zijn om bij te komen. Klinkt toch alweer iets minder rooskleurig.

Er is een verschil tussen waar je officieel voor betaald krijgt en wat je in werkelijkheid doet. Uit recent onderzoek van de Aob (Algemene Onderwijsbond) blijkt dat hoewel de officiële werkweek in het basisonderwijs 40 uur per week is, en in het voortgezet onderwijs zoals hierboven beschreven 42,5 is, docenten structureel overwerken. Onbetaald uiteraard. Een leraar op de basisschool werkt gemiddeld 46, 9 uur per week (kun je je voorstellen: bijna een hele werkdag extra werken? Elke week?) en een leraar op de middelbare heeft een gemiddelde werkweek van 45,2 uur. Behoorlijk gevulde werkweken dus. De uren die leraren maken in schoolvakanties moeten hier overigens nog bij op worden geteld, want die zijn in dit onderzoek niet meegenomen. (bron:http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=52823)

  • Bovendien zijn lang niet alle vakanties ook echt honderd procent lang-leve-de-lol-ik-voer-geen-ene-mallemoer-uit-vakanties. Sterker nog, ik noemde het net al lesvrije weken, en dat is ook zo. Neem de zomervakantie. Ik heb minimaal een week nodig om alles af te ronden van het afgelopen jaar en begin in de laatste week weer met plannen en voorbereiden van het nieuwe jaar. Blijven er van de vijf weken vakantie nog drie over. Waarin ik vaak ook alweer ideeen op doe en contacten onderhou. Een 'kleine' vakantie als de herfst-of voorjaarsvakantie wordt zo gevuld met achterstallig nakijkwerk en voorbereiden, mailtjes en contact met ouders. Scheelt reistijd, en je bent er geen hele week mee bezig, maar alleen maar cocktails drinken onder een palmboom? Neen.

Valt tegen? Nee hoor, ik ben erg tevreden. Ik heb een fijne baan en ik geef met veel plezier met hart en ziel les.
Maar het is bij tijden ook heel zwaar. Je bent vaker wel dan niet aan het werk, ook 's avonds en in het weekend. Ik voel me zelden echt vrij, ben altijd op de een of andere manier met mijn werk en mijn leerlingen bezig. En op sommige momenten kan ik er dan heel slecht tegen als mensen grapjes maken over hoe makkelijk het wel niet is om te werken in het onderwijs, met elk jaar drie maanden vrij. Onwetendheid, ik weet het, maar wel onwetendheid die steekt.

Gelukkig is het bijna weer zover: zomervakantie. De komende vijf weken blijf ik bloggen, hoor. Maar wellicht wel iets kortere berichten, die ik van tevoren inplan. Het is immers zomer en ik geniet van een zeer welverdiende vakantie.
Dus als jullie mij zoeken: ik lig op het strand. Onder een palmboom. Met een cocktail.

(In elk geval in gedachten.)

Die vakantie, dat duurt op dit moment nog wel even, maar de rest daar sta ik nog steeds achter. Volgende keer weer wat meer positiefs over het werken in het onderwijs. Paaslessen!

maandag 12 februari 2018

Stakingen in het onderwijs: broodnodig!

Is het nog nodig dat ik hier uit leg hoe belangrijk leraren zijn? Nee, toch? 

En toch lijkt het of sommige mensen het beroep van leerkracht voor lief nemen. Die het zien als een soort roeping. Iets wat je meer uit liefdadigheid doet dan dat het een echte carrière is. En die vaak bovendien denken dat het zo moeilijk niet kan zijn, lesgeven. Luizenbaantje. 

Werkdruk

Dat laatste, daar ga ik nu even niet op in. Ik ga ervan uit dat de meeste mensen wel weten wat voor duizendpoot je moet zijn om een groep kinderen iets te leren, zelfs al weten ze niet wat er allemaal precies bij komt kijken. Zeker in het basisonderwijs, waarin je allemaal verschillende vakken in de vingers moet hebben. (En laat werken in het basisonderwijs nu net het minste betalen, van alle banen in het onderwijs…) Desondanks nog even een dingetje. Dat lesgeven is maar een deel van wat een docent of leerkracht allemaal doet. Neem nu de gemiddelde meester of juf in het basisonderwijs. Naast het geven van lessen (en deze voorbereiden en nakijken) hebben ze nog een sjipsload andere taken. Contact met ouders, bijvoorbeeld. Vergaderingen. Werkgroepen. Leerlingvolgsystemen bijhouden. Buitenschoolse activeiten. Bijzondere binnenschoolse activiteiten. Professionaliteitsbevordering. Studiedagen. Projectweken. Contact met maatschappelijk werk, jeugdzorg en anderszins. Begeleiden van stagiairs. Nou ja, je snapt het wel. 

A bloody shame!

En het zijn juist dat soort taken rondom het echte lesgeven die energie slurpen. En tijd natuurlijk. Ik had al eens genoemd dat leerkrachten in het basisonderwijs betaald worden om (in een full time betrekking) 40 uur te werken, maar dat ze in de praktijk gemiddeld 46,9 uur per week werken. (bron: http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=52823

Dat is dus 6,9 uur per week onbetaald werken. Iedere week. Half uurtje hier, twee uurtjes daar, het telt allemaal wel op en ze krijgen er geen cent extra voor. Geen wonder dat met name de werkdruk maakt dat onderwijzend personeel uit valt. (bron: https://www.volkskrant.nl/wetenschap/1-op-5-basisschoolleraren-ervaart-burn-outklachten-klopt-dit-wel~a4496585/) Wie houdt zoiets langdurig vol? Ik niet, en ik hou toch met heel mijn hart van lesgeven. Leraren staan al jaren op nummer een als het aankomt op burn-outs. Ik vind dat een schande.

Als maatschappij hebben we er blijkbaar voor gekozen om zo om te gaan met de mensen die de zorg hebben voor onze kinderen. Nederland pretendeert de kenniseconomie hoog te willen houden, maar van die kennis en economie overheerst al jaren nummer twee. Het mag allemaal niets kosten. Salarissen niet, maatregelen om werkdruk te verlagen niet, niks. We zijn inmiddels in een situatie beland waarin het gewoon niet meer gaat. De kwaliteit van ons onderwijs is ernstig in het gedrang. Er zijn al scholen die leerlingen naar huis moeten sturen bij ziekte van leraren, omdat er geen vervangers meer zijn.

Logisch gevolg

Er zijn immers steeds minder mensen die het onderwijs in willen en dus loopt het tekort op. Raar is dat ook niet. Dat van die werkdruk raakt steeds meer bekend. En daarnaast is het salaris niet te vergelijken met functies op gelijk niveau in het bedrijfsleven. Mensen moeten net zolang studeren, op hetzelfde (HBO) niveau, lopen dezelfde studieschulden op als mensen met een vergelijkbare commerciële opleiding, maar de beloning als ze werk vinden, blijft ver achter. Logisch gevolg is dat het in zo'n maatschappij steeds moeilijker wordt om jonge mensen te interesseren voor een baan in het onderwijs.

Ik ben faliekant tegen het propageren van het beroep van docent als een soort roeping. Het werk moet bij je passen, dat is duidelijk, maar dat is in elk beroep zo. Ik vind de kwaliteit van onderwijs in een land een van de belangrijkste dingen die er bestaan. En iets dat belangrijk is verdient waardering. Niet alleen in de vorm van chocola en douchegel als verjaardagscadeau, of een mok met het opschrift 'beste juf', bij het afscheid aan het einde van het schooljaar, maar waardering in de vorm van een fatsoenlijk salaris en van geld dat vrijkomt om onderwijsassistenten in dienst te nemen. Iets van die taken die zoveel tijd en energie slurpen te kunnen delegeren.

Ooit, in de tijd dat mijn schoonouders jong waren, de jaren zestig van de vorige eeuw, was het beroep van onderwijzer een beroep van aanzien. Een manier zelfs om op te klimmen in de maatschappij. Iemand uit een arbeidersgezin of uit een familie die niet erg vermogend was, maar die wel kon leren, kon via de kweekschool omhoog komen. Als je onderwijzer was dan verdiende je niet alleen meer geld, maar je kreeg ook  respect. De mensen in het dorp waar tegenop werd gekeken, dat waren niet alleen politie en burgemeester, maar ook de meesters en juffen. Dat alles is in enkele decennia langzamerhand vakkundig afgebroken. En met het salaris dat in de loop der jaren niet evenredig verhoogd werd zakte het aanzien van, het respect voor. En niet te vergeten de animo om te gaan werken in het onderwijs.

Daar plukken we met z'n allen nu de wrange vruchten van.


Bron: Pixabay.com
Dat is dus waarom de leerkrachten in het basisonderwijs opnieuw staken. Omdat deze regering opnieuw weigert in te zien dat het nodig is om te investeren in goed onderwijs. Geen doekje voor het bloeden, niet afschepen met iets dat wederom niet echt iets oplevert, maar werkelijk investeren. Om te zorgen dat elk kind een goede meester of juf voor de klas houdt.

Want potverdorie! Dat zijn die basisschoolleerkrachten waard! (en die kinderen ook, trouwens.)

donderdag 20 juli 2017

Zin en onzin over leraren en vakantie

Bijna, bijna is het zover en begint dan eindelijk de zomervakantie. Het was een heel lange rit dit jaar, met een meivakantie die in april viel en maar liefst twaalf weken tussen die paasvakantie en deze zomervakantie. Mijn leerlingen zijn er dan ook behoorlijk aan toe. En als ik hier thuis zo eens rond kijk, mijn kinderen ook.

Toen ik begon met werken in het onderwijs, hadden we elke zomer zeven weken vakantie. Tegenwoordig is dat terug gebracht naar zes. Nog royaal vergeleken bij andere beroepen en banen, maar om heel eerlijk te zijn ook een noodzakelijkheid. Net als de andere vakanties die we in het onderwijs hebben.

Ergernis
Over leraren en vakanties wordt veel gezegd, en vaak is het grote onzin. Ik zal niet snel vergeten dat ik bij de Chinese afhaal betrokken werd bij een gesprek. Een aantal bekenden hadden het over werk en luiheid, zoiets. De ene partij maakte een opmerking als 'Ja, als ik het makkelijk had willen hebben dan was ik het onderwijs wel in gegaan. Dan heb je tenminste bijna altijd vakantie, toch?' Met een olijke blik keek hij eerst naar zijn kennissen, die hem lachend bijvielen. Toen keek hij mij aan, en aan de geschrokken blik in zijn ogen kon ik merken dat mijn eigen gezichtsuitdrukking minder geamuseerd was. Not amused indeed. Link kan ik er van worden.


Ken je dit soort uitspraken?




Heel grappig, hoor. Behalve als je beseft dat het niet alleen niet waar is (juni, juli en augustus bevatten in totaal ruim 13 weken, waarvan we 6 weken officieel vakantie hebben en de andere 7 gewoon werken), maar best frustrerend dat mensen vaak niet door hebben dat zo'n uitspraak een grapje is.

Even wat feitjes:
  • bij een volledige baan (in onderwijstermen 1,0 fte) in het onderwijs werk je in het voortgezet onderwijs 42,29 uur per week. Ter vergelijking: bij veel andere banen bestaat een volledige baan uit 38 tot 40 uur per week. De 2 ½ tot 4 ½ uur die je bij een volledige baan meer werkt t.o.v. de meeste andere banen is om de lesvrije dagen (in de volksmond: vakantie) te compenseren. Wij werken namelijk in 40 weken tijd (=52 weken minus 12 lesvrije weken) evenveel als andere mensen in 45. (bron: http://www.drs-online.nl/artikel.php?ID=695) Wordt het al iets minder luilekkerland?

  • Werken in het onderwijs komt met risico's. Van alle branches is het risico op een burn out in het onderwijs het grootst, en dat is al jaren zo. (bron:http://www.coachbureau.nl/blog/2015/06/02/werken-in-het-onderwijs-nergens-is-de-werkdruk-zo-hoog-nergens-zoveel-burn-out/) De weken vakantie die er zijn, zijn eenvoudigweg nodig om bij te tanken. Werken in het onderwijs betekent werkdagen van gemiddeld 8,5 uur. Maar dat is gemiddeld. Er zijn soms, met name vlak voor vakanties pieken waarin (flink) meer gewerkt wordt. Zouden er minder vakanties zijn, dan zou het nog moeilijker zijn om bij te komen. Klinkt toch alweer iets minder rooskleurig.

  • Er is een verschil tussen waar je officieel voor betaald krijgt en wat je in werkelijkheid doet. Uit recent onderzoek van de Aob (Algemene Onderwijsbond) blijkt dat hoewel de officiële werkweek in het basisonderwijs 40 uur per week is, en in het voortgezet onderwijs zoals hierboven beschreven 42,5 is, docenten structureel overwerken. Onbetaald uiteraard. Een leraar op de basisschool werkt gemiddeld 46, 9 uur per week (kun je je voorstellen: bijna een hele werkdag extra werken? Elke week?) en een leraar op de middelbare heeft een gemiddelde werkweek van 45,2 uur. Behoorlijk gevulde werkweken dus. De uren die leraren maken in schoolvakanties moeten hier overigens nog bij op worden geteld, want die zijn in dit onderzoek niet meegenomen. (bron:http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=52823)


    • Bovendien zijn lang niet alle vakanties ook echt honderd procent lang-leve-de-lol-ik-voer-geen-ene-mallemoer-uit-vakanties. Sterker nog, ik noemde het net al lesvrije weken, en dat is ook zo. Neem de zomervakantie. Ik heb minimaal een week nodig om alles af te ronden van het afgelopen jaar en begin in de laatste week weer met plannen en voorbereiden van het nieuwe jaar. Blijven er van de vijf weken vakantie nog drie over. Waarin ik vaak ook alweer ideeen op doe en contacten onderhou. Een 'kleine' vakantie als de herfst-of voorjaarsvakantie wordt zo gevuld met achterstallig nakijkwerk en voorbereiden, mailtjes en contact met ouders. Scheelt reistijd, en je bent er geen hele week mee bezig, maar alleen maar cocktails drinken onder een palmboom? Neen.

Valt tegen? Nee hoor, ik ben erg tevreden. Ik heb een fijne baan en ik geef met veel plezier met hart en ziel les.

Maar het is bij tijden ook heel zwaar. Je bent vaker wel dan niet aan het werk, ook 's avonds en in het weekend. Ik voel me zelden echt vrij, ben altijd op de een of andere manier met mijn werk en mijn leerlingen bezig. En op sommige momenten kan ik er dan heel slecht tegen als mensen grapjes maken over hoe makkelijk het wel niet is om te werken in het onderwijs, met elk jaar drie maanden vrij. Onwetendheid, ik weet het, maar wel onwetendheid die steekt.

Gelukkig is het bijna weer zover: zomervakantie. De komende vijf weken blijf ik bloggen, hoor. Maar wellicht wel iets kortere berichten, die ik van tevoren inplan. Het is immers zomer en ik geniet van een zeer welverdiende vakantie.

Dus als jullie mij zoeken: ik lig op het strand. Onder een palmboom. Met een cocktail.



(In elk geval in gedachten.)