Posts tonen met het label basisschool. Alle posts tonen
Posts tonen met het label basisschool. Alle posts tonen

maandag 17 september 2018

Juflezen: Petjes en prinsesjes

Behalve heel veel ontspannen, kringlopen, andere uitjes en in mijn hoofd voorbereiden op een nieuw schooljaar (Een jaar waarin ik hopelijk steeds beter onder de knie te krijgen hoe je kunt lesgeven zónder opgeslokt te worden door je werk!) las ik deze vakantie ook heel veel.


Bron: Pixabay.com


Ik schreef op Ogma.nu (Dat heel leuke boekenblog, weet je wel?) een stukje over wat ik allemaal las, maar speciaal voor dit juffenblog een kleine aanvulling. 


Ik las namelijk ook een heel leuk boekje met de columns van een medejuf: Petjes en Prinsesjes. Zij geeft weliswaar les op de basisschool, maar onderwijs blijft onderwijs en ik vond het leuk om te lezen wat zij allemaal schrijft. 


Inge Braam, die voor het Onderwijsblad, al jaren columns schrijft onder het pseudoniem Lachesis, schrijft over haar leerlingen, haar stagiairs, haar collega's, ouders van leerlingen en over haar studenten (ze geeft ook les op een Pabo). Wat opvalt is hoe ze deze personen trefzeker, soms pijnlijk eerlijk, maar ook kwetsbaar en met humor neerzet. Soms zie je haar zelf ook terug, zeker in het contact met de ander, waardoor je er en passent ook achter komt hoe zij over bepaalde zaken denkt. Maar vaak ook niet, het gaat meer over de ander dan over haar als juf. 


Bron: Bol.com. Boek: Petjes en Prinsesjes. Auteur: I. Braam
Uitgever: Spectrum 
  • Nederlands 
  • 1e druk 
  • 9789027419408 
  • juli 2005 
  • Paperback 
  • 160 pagina's

  • Ik word daar soms een beetje onzeker van. In alle eerlijkheid is dit blog, onder het mom van onderwijsblog, natuurlijk weinig meer dan een veredeld dagboek. Het zijn verhaaltjes over juf Jolanda, die soms dingen meemaakt, vaak haar mening geeft, en af en toe iets over anderen vertelt. Tegelijkertijd is dat dan maar zo. Dit is zoals ik schrijf, en gelukkig zijn er nog mensen die dat leuk vinden om te lezen. Inge Braam heeft een totaal andere stijl die ik erg fijn vond om te lezen. Terwijl ik dit schrijf bedenk ik me ineens dat zij, juist door de situatie en de personen zo helder te beschrijven ook vertelt over zichzelf. Een goede waarnemer is ze, en iemand die zonder een woord teveel te gebruiken een beeld kan neerzetten van iets of iemand. Maar bovenal is ze iemand die, ondanks een oog voor zaken die minder plezierig zijn, houdt van haar werk en van de kinderen die ze lesgeeft, dat lees je dwars tussen de regels door.

    En dat is iets dat we gemeen hebben. 

    donderdag 5 juli 2018

    Rerun: Engels op de basisschool


    Vandaag weer een trip down memory lane. Letterlijk, want het stuk dat in de herhaling gaat, ging over lesgeven op de basisschool. Dat doe ik al een tijdje niet meer, en ik mis het soms wel. Want wat is het leuk, lesgeven aan die kleintjes...


    In een lang schimmig verleden (althans het was keurig, maar dat begint wat minder smeuïg) ging ik eens naar een taalcongres. Hier heb ik een dag rondgelopen en aan van alles mee gedaan.

    TPRS
    Zo volgde ik er een workshop TPRS: Teaching proficiency through reading and storytelling, bij de man die dit ontwikkelde, Blaine Ray. Een waanzinnig inspirerende workshop waar ik direct meer mee wilde doen. Op dat moment had ik echter niet de mogelijkheid om dit toe te passen. Later zat mijn oudste dochter in groep 7 bij een enthousiaste meester die mij uitnodigde om bij hem Engels te geven. Toen ik aangaf dat door middel van TPRS te willen doen werd hij alleen maar enthousiaster.

    Wat TPRS is? Hmm... dat is een lang verhaal. Ik zal er later nog eens uitgebreider over vertelen, maar laat ik het er voor vandaag bij houden dat het gaat om verhalen vertellen, waarbij de leerlingen zelf heel veel invloed hebben op de voortgang van het verhaal. Ik durfde het als beginner in het basisonderwijs en zonder enige ervaring met TPRS niet aan om de leerlingen echt het hele verhaal te laten bepalen, maar ik liet stukjes open die zij mochten invullen. Waar het om ging was dat ik eindelijk verhalen kon vertellen. En dat deed ik. Eerst het verhaal van 'the blue boy and the purple peanut'. Daarna het verhaal over een pinguïn die wil dansen maar de juiste schoenen niet kan vinden. Ik verzon de kern van het verhaal zelf, liet de kinderen de details invullen en maakte boekjes met het verhaal in geschreven vorm en vragen daarbij.

    Leergierig
    Voor de rest las ik voor. Roald Dahl is altijd een goed idee, en omdat veel kinderen zijn verhalen al kennen, kun je best in groep zeven of acht zo'n boek voorlezen. Dat wat ze niet verstaan of begrijpen kennen ze nog wel een beetje van de Nederlandse versie immers. Ook liet ik de kinderen in groepjes een quiz maken en in het Engels complimenten geven aan elkaar. Mijn laatste keer lesgeven in groep 7 en 8 besloot ik met een taalcircuit. Wel een organisatie, maar wat was het leuk; de kinderen deden een quizje, bestelden in het Engels wat te drinken en lieten zien wat ze geleerd hadden. Verreweg de meeste van de kinderen die ik zo les gaf waren namelijk heel leergierig en enthousiast. Engels was een interessant beetje exotisch vak, een voorbode van de middelbare school waar ze best naar uitkeken. Toch stopte ik ermee, omdat ik een flink stuk meer ging werken en mijn baan niet langer met het vrijwillige werk op de basisschool kon combineren. Soms mis ik het nog.

    Bron: Pixabay.com


    Echte kleintjes
    Vorig jaar heb ik wel een paar keer iets nieuws uitgeprobeerd: lesgeven aan nog jongere kinderen. Groep vier. Het was uitdagend, om hun aandacht er telkens bij te houden, maar wat hadden ze er een plezier in! En ik natuurlijk ook. Dit keer vertelde ik geen verhalen TPRS-stijl, maar deed ik het anders. Ik had op mijn werk namelijk een boek over Engels op de Vrijeschool gevonden, gericht op de onderbouw (basisschool). Dit hield in dat we elke les versjes opzegden, liedjes zongen en spelletjes deden. Zo leren, dat het niet aanvoelt als leren zeg maar. Omdat het niet het hele jaar was, maar slechts een paar keer was het goed vol te houden. Ook deze lessen sloten we op gepaste wijze af: met een echte Engelse afternoon tea. Voor mij een goede combinatie:Engels, blije kinderen en lekker eten. Kijk, en toen dat werd geserveerd had ik dus geen enkele moeite meer om hun aandacht er bij te houden!


    Zoals gezegd geef ik al een tijd geen Engels meer op de basisschool, maar mijn kinderen krijgen tegenwoordig wel Engels, al vanaf groep 1. Het is nu te kort dag, voor volgende week en de week daarna staan de laatste stukken voor de zomervakantie al klaar, maar bij deze beloof ik dat ik na die vakantie hier nog eens over schrijf; hoe mijn kinderen nu Engels krijgen op de basisschool en wat ik daarvan vind. Cliffhanger tot en met september is dit!

    maandag 5 februari 2018

    Open dag: proeflessen

    De open dag komt er aan, vorige week vertelde ik er al over. Jarenlang was ik op verschillende scholen alleen op de open dag aanwezig om met ouders te praten. Nu ook wel weer, maar vorig jaar mocht ik daarnaast ook een aantal proeflessen geven.

    Recalcitrant 
    Heel fijn, want praten is leuk, maar na een hele dag het vriendelijke visitekaartje uithangen word ik altijd een beetje melig en recalcitrant. Een gevaarlijke combinatie, want ik begin dan te fantaseren over onvriendelijk worden, weigeren vragen te beantwoorden en ander fraais. Niet goed voor mijn karma, maar een mens kan ook maar zoveel uren achter elkaar glimlachen en vriendelijk blijven, hoor. Of laat ik helemaal accuraat zijn: ik kan dat maar zoveel uur achter elkaar.

    Nee, leuker is het om iets te doen.

    Eerst een versje
    Nu had ik telkens maar een minuut of twintig tot mijn beschikking en dat is niet bijster lang. Wel lang genoeg om even een korte indruk te geven. Ik begon telkens met het reciteren van een kort gedicht. Geen gedicht die ik in de les behandel (daarover volgende keer iets meer) maar een extra kort gedichtje, die goed aansluit bij de tijd van het jaar. Een goed voorbeeld van wat ik in mijn lessen doe, want reciteren doe ik vaak. In de herfst een herfstgedicht, rond februari een liefdesvers en tegen de tijd dat de zomervakantie lonkt, een lekker zomers versje.

    Verhaal
    Daarna begon ik met het vertellen van een verhaal dat ik in mijn basisschool vertelde aan de kinderen van groep zeven. Veel van de kinderen die naar zo'n open dag gaan voelen zich overweldigd en vinden het spannend, zo'n grote school. Dit maakt dat ze onzeker zijn over iets als Engels. Ik sluit daarbij aan door een verhaal aan te bieden waarbij ik zeker ben dat ze het kunnen begrijpen. Dat zorgt er hopelijk voor dat ze met iets meer vertrouwen volgend jaar (deze of een andere) middelbare school binnenstappen.

    Een heel verhaal vertel ik natuurlijk niet, maar wel het begin. Het verhaal over een klein blauw jongetje dat heel graag een paarse pinda wil, maar niet genoeg geld heeft. Ik veins acute geheugenproblemen en dus moeten de aankomende leerlingen mij gaan helpen dit begin van het verhaal helder te krijgen. Wat voor kleur had die jongen ook weer? Wat wilde hij nou voor een vrucht? En waardoor kon dat eigenlijk niet? Het hele verhaal, en alle vragen doe ik hierbij in het Engels. Doeltaal is voertaal, ook bij leerlingen uit groep zeven en acht. Maar op het bord staan alle kleuren, antwoorden die ze kunnen geven (no, he wasn't / yes, he was, etc) en vertalingen van woorden uit het verhaal. Door de leerlingen bij het verhaal te betrekken gaat de stof leven.

    Bevalt goed
    Vorig jaar bevielen deze proeflessen mij zo goed dat ik besloot om in mijn lessen meer met TPRS te gaan doen. En zo waren de proeflessen niet alleen voor de leerlingen een prettige kennismaking, maar voor mij ook een hernieuwde kennismaking met een manier van lesgeven waar ik me erg goed bij voel.

    En dat gedicht? Hier is 'ie.

    Away in a meadow, all covered in snow
    A little old groundhog sees its shadow
    The clouds in the sky determine our fate


    If winter will leave us all early or late

    donderdag 4 januari 2018

    Kerstvakantieberichten IV

    Het gebeurt nog wel eens dat beroemde mensen (cabaretiers, schrijvers) ooit begonnen als docenten. Een daarvan is Peter Heerschop.

    Tijdens het Denk Groter Debat hield hij in 2014 voor studenten van Fonty's pabo's een warm pleidooi voor het leraarschap.



    Met dit filmpje sluit ik mijn kerstvakantieberichten af. Vanaf aanstaande maandag weer langere blogjes. Hebben jullie ze gemist?

    donderdag 28 september 2017

    Pesten

    Ergens hier op dit blog heb ik er al eens vaker over verteld: ik ben vroeger gepest. Niet iedereen in mijn omgeving had dat in de gaten, omdat ik een kind was dat veel binnen hield, geremd was en doordat ik me constant onveilig voelde niets durfde te laten merken. Ook ben ik ervan overtuigd dat de kinderen die mij pestten niet in de gaten hadden wat voor effect dit op mij had.
    Veerkrachtig
    Het heeft mij jarenlang onzeker gemaakt. Dat ik uiteindelijk goed ben hersteld heeft veel te maken met mijn veerkracht. Ik denk dat veerkracht namelijk een heel belangrijke voorwaarde is voor het omgaan met narigheid zoals pesten. Het is een eigenschap die niet iedereen in dezelfde mate heeft. Zo kan het dat er mensen zijn die positief in het leven  staan, zelfs na jaren van vernedering en ellende, terwijl andere mensen veel last kunnen hebben van een onschuldig bedoeld stoeipartijtje. Dat zijn mensen die  lang gebukt kunnen gaan onder een paar vervelende opmerkingen waar anderen hun schouders over ophalen. Betekent dit dat die gekwetste mensen aanstellers zijn? Uiteraard niet. Het gaat immers om iemand's beleving.

    Valkuil
    Dat laatste maakt ook dat het onderkennen van wat nu echt pesten is, lastig is. Het kan onder pubers normaal zijn om te stoeien en elkaar te plagen. Als leerlingen zich in de groep veilig en gewaardeerd voelen dan is dat geen probleem, maar voor leerlingen die zo'n veilige basis missen kan het wel vervelend zijn. Ik probeer dit als mentor, maar ook gewoon bij het lesgeven aan een niet-mentor klas bespreekbaar te maken. 'Ik zie dat dit en dit gebeurt. Dat kan als grapje bedoeld zijn, maar iemand kan het ook vervelend vinden. Op welke manier checken jullie hoe mensen zoiets ervaren?' Juist vanwege mijn verleden weet ik hoe fijn het kan zijn als iemand voor jou opkomt en oog heeft voor wat er gebeurt. Maar ik ben me tegelijkertijd ook bewust van valkuilen. Ik ben gevoelig voor uitsluiting en pesterijen, maar dit kan er ook voor zorgen dat ik iets wat onschuldig is te ernstig opvat. Ik probeer hier op te letten, maar ik vind dat als ik twijfel heb over hoe kinderen elkaar behandelen, ik daar iets mee moet. Uitspreken wat ik zie, soms een beetje humor erbij en als ik vind dat het over de schreef ga, aanpakken.


    Meidenvenijn
    
Tijdens mijn eerste jaar als mentor ben ik een overduidelijk geval van pesten tegen gekomen. Hier heb ik direct alle registers open getrokken: pestprotocol, een interventie met de pestspecialist van de school: the works. Volgens mij hebben we toen kunnen voorkomen dat het nog erger werd. Zeker weten doe ik het niet (ik werk nu op een andere school), maar ik hoop het wel. Meidenvenijn, er worden tegenwoordig seminars over gegeven (hoe het werkt en hoe te voorkomen en mee om te gaan) en het kan heel heftig zijn. Toen ik gepest werd waren er nog geen mobieltjes. Gelukkig maar, want ik weet niet hoe veerkrachtig ik was geweest als een groep meisjes mij telefonisch had medegedeeld dat ik wel dood mocht, en niemand mij mocht. Dat zijn berichten die te makkelijk worden ingetypt en die een enorme impact kunnen hebben op een dertienjarig meisje, die zich toch al onzeker voelt. Door dit meteen serieus te nemen hebben we toen als school in elk geval een signaal afgegeven. Hoe je iets ook bedoelt, als iemand zich gepest voelt is dat niet acceptabel.

    maandag 11 september 2017

    Vrijeschool student

    Ik vertel hier regelmatig over vrijeschoolonderwijs. Dit is verre van een compleet overzicht, maar dat is ook niet de bedoeling. Ik schrijf vooral over mijn ervaringen en wat ik allemaal vind en tegen kom. Ik werk met veel tevredenheid op een school voor voortgezet vrijeschoolonderwijs en dus gaat het ook daarover.

    Aansluiten bij ontwikkeling
    Daarnaast is het natuurlijk niet toevallig dat ik op een Vrijeschool werk. Ik voel me hier het meeste thuis en ben ervan overtuigd dat deze onderwijsvorm het beste aansluit bij wat kinderen nodig hebben, omdat wij leerlingen op veel verschillende manieren aanspreken. En omdat we leerlingen als mensen zien die in ontwikkeling zijn. Nou ja, en nog wel om meer redenen, maar laat ik het even simpel houden voor vandaag. (Afgelopen drie keer hield ik hier een betoog waarin ik vertelde hoe dat – met name in het basisonderwijs- niet goed zit. Daarin vertelde ik ook een beetje hoe dat anders is op een vrijeschool. Voor de liefhebber, die nog eens terug wil lezen.)

    Vrijeschoolcultuur
    Nu ben ik op latere leeftijd het vrijeschoolse ingerold. Ik heb als kind en tiener op reguliere scholen gezeten en op een klein uitstapje na – mijn oudste dochter zat als kleuter een paar weken op een Vrijeschool- stapte ik pas op mijn 35e een antroposofische school binnen. Nu past deze school wonderwel bij mij, mijn mensvisie en de manier waarop ik onderwijs benader (hier schreef ik eerder al over), maar sommige dingen waren wel even wennen.

    Hoe is het dan als je als kind al wordt ondergedompeld in Vrijeschoolcultuur? Ooit heb ik meegemaakt hoe twee kennissen van mij erachter kwamen dat ze beiden op een Vrijeschool hadden gezeten als (basisschool-)kind. De een in Arnhem, de ander in de buurt van Mexico Stad, en toch herkenden ze elkaar, door het soort onderwijs dat ze hadden gehad; dezelfde manier van leren, dezelfde verhalen, liedjes, spreuken, spelletjes. De een in het Nederlands, de ander in het Mexicaans, maar toch hetzelfde. Heel bijzonder vond ik dat toen. Bijzonder ook dat ze uiteindelijk beiden op dezelfde vervolgopleiding terecht kwamen, en tegenwoordig ieder op hun eigen manier met hetzelfde werk bezig zijn, maar dit terzijde.

    Ik kwam via een collega onderstaand filmpje tegen. Hierin blikken twee studenten terug op hun Vrijeschooltijd. Op humoristische wijze beschrijven ze hoe dat voor hen was, en wat ze als kind (en tiener?) tegenkwamen. Erg herkenbaar voor wie al iets van de Vrijeschool af weet, maar volgens mij ook leuk voor diegene die dat nog niet weet.



    donderdag 7 september 2017

    Niet het hoofd alleen III

    (de vorige twee keren vertelde ik over hoe kinderen door beleidsmakers in het onderwijs gezien worden als niet meer dan cognitieve wezens. Lees even terug als je wilt weten hoe het zat, lees door om erachter te komen waarom juf Jolanda zich boos maakt)

    Dat is het dus. Mensen hebben in de visie van onze overheid alleen waarde als ze economisch valide zijn. Je mag zo min mogelijk kosten en zoveel mogelijk opleveren. Dat begint bij kinderen en het onderwijs. Het hele wezen van het kind wordt niet gezien. Kinderen zijn rondwandelende hersenen die aangesproken en beoordeeld worden op hun cognitieve vaardigheden. De rest kan in de prullenbak. Onbelangrijk.

    Leren en ontwikkelen
    Ik zie dat zoals gezegd anders. Voor mij bestaat een mens uit denken, doen en gevoel. Heeft elk mens een hoofd, een hart, een lijf en zelfs een ziel. Kan een kind dingen bedenken, fantaseren, spelen, bewegen, dansen, ruzie maken en samenwerken. 

    En van alles, alles leer je. Je leert lezen, schrijven, rekenen, biologie, aardrijkskunde, creatief denken, dingen maken, oplossingen bedenken, hoe je met mensen om kunt gaan, hoe je conflicten op kunt lossen, hoe je soms verdrietig mag zijn en boos, en hoe het is om fijne dingen met anderen te delen. Je kunt leren wat je leuk vind, wat je moeilijk vind, waar je passie en je talent liggen en waar je je nog in kunt ontwikkelen. Al die dingen kun je leren. Mits je wordt gezien zoals je bent. En je de ruimte krijgt om te doen wat jij nodig hebt om te kunnen groeien. Groeien op cognitief, sociaal, emotioneel, motorisch en spiritueel gebied.

    Om een kind op alle niveaus te laten stralen – in het Engels to prosper of thrive: het voorspoedig te hebben- moet je het ook op alle niveaus aanspreken. Het is niet vreemd dat ik met deze levensvisie werk op een Vrijeschool. Vrijescholen zijn immers ontwikkelingsscholen, waarbij het onderwijs geen doel is, maar een middel om een kind zich te laten ontwikkelen tot wie hij of zij is. In het Vrijeschoolonderwijs leren kinderen door middel van hoofd, hart en handen. Waarbij alle drie de elementen even belangrijk zijn, zowel op de basisschool als het voortgezet onderwijs. Of je nu Vmbo-T doet, of Vwo. Ieder mens heeft immers een hoofd, een hart en over het algemeen ook handen.

    Begrijp me goed. Ik ben niet tegen regulier onderwijs. Scholen doen hun uiterste best om er te zijn voor hun leerlingen en behalve denkstof ook creatieve, sociale en lichamelijke activiteiten aan te bieden. Maar doordat deze niet getoetst worden en in bredere zin genegeerd, raken deze dingen hoe langer hoe meer in de periferie. Meesters en juffen balen hier vaak het meest van. Vroeger was er veel meer ruimte voor tekenen en knutselen, nu mag je blij zijn met een uurtje 'creatief' per week. Frustrerend voor leraren die zien dat dit ten koste gaan van hun leerlingen.

    Cito terreur
    Ik persoonlijk vind het armoede, pure armoede, dat een cito toets alleen lezen, schrijven en rekenen toetst. En ik vind het een nog veel grotere armoede, grenzend aan misdadig, dat er zoveel belang wordt gehecht aan die cito toetsen. Ook door ouders, want de meeste zijn al net zozeer geindoctrineerd door de hersenen-op-benen gedachte. Leuk hoor, dat tekenen in periodeschriften, maar leren mijn kinderen wel genoeg? Wat die cito toetsen betreft, ik zal nooit vergeten dat ik op een informatieavond was op de basisschool waar mijn dochter net in groep zeven zat. Een enthousiaste meester vertelde over de quiz die hij elke week deed, de excursies in het bos vlakbij, de muziek die hij maakte met de kinderen, en tot slot zei hij, op vermoeide toon iets over de citotoets. Over dat dit moest, er nu eenmaal bij hoorde, maar dat het slechts een momentopname was, en dat volgend jaar de leraar van groep acht een advies zou geven op basis van zowel toetsen als het beeld dat de afgelopen acht jaar was ontstaan. Hij drukte ouders op hun hart om zich er niet druk over te maken, dat er niets extra's nodig was en dat ze vooral geen druk op hun kinderen moesten leggen, want al die nadruk op cito: het was gewoon niet nodig. Ik voelde me na dit verhaal gerustgesteld. Een meester naar mijn hart. Niet iedereen van de ouders deelde dit geloof ik, want toen na direct na dit verhaal de ouders vragen mochten stellen, was de eerste vraag die gesteld werd 'Eh ja, maar hoe kunnen we nu die cito thuis gaan oefenen? We hebben al bijles geregeld.' Zucht.


    En nog steeds afvragen hoe het komt dat er steeds meer mensen zijn die op steeds jongere leeftijd al lijden onder een burn out?

    maandag 4 september 2017

    Niet het hoofd alleen II

    (vorige keer vertelde ik over hoe kinderen benaderd worden in het onderwijs. Over hoe vooral het hoofd aangesproken wordt. Deze keer ga ik hier verder op in.)

    Dit hele principe vind ik dus zum kotzen. Ik besta uit meer dan mijn hoofd, jij hoogstwaarschijnlijk ook, en kinderen zeker. Kinderen leren op zoveel manieren. Door te spelen, te tekenen, te dansen, te bewegen. Maar er wordt hen zoveel ontnomen door alles wat tegenwoordig moet. Verplicht een x aantal woorden kennen in groep twee. In groep 3 huiswerk mee voor aardrijkskunde. Citotoetsen met al in groep 5 waar al een eerste advies voor het voortgezet onderwijs uit voortvloeit. Wat een enorme onzin! En wat een bak met ellende.

    De wortel van alle kwaad
    Natuurlijk doen scholen hun uiterste best en ik spreek vaak basisschoolleraren die balen van wat er moet gebeuren. De meeste scholen gaan zo flexibel mogelijk om met alles wat het Ministerie hen oplegt, maar kom op! Er is toch iets mis, als je je als school in bochten moet gaan wringen om een kind een jaar langer in groep twee te laten. Iedereen moet doorstromen, iedereen moet door. Zo snel mogelijk op een liefst zo hoog mogelijk niveau door het onderwijs heen. Een jaar langer op school kost geld en kenniseconomie of niet, er moet wel zo min mogelijk doekoe aan worden uitgegeven. Uiteindelijk draait het gewoon ook om de centjes.

    Geen enkele zin
    Wat ik zo naar vind is die gedachte die erachter zit. Om terug te komen op het voorbeeld van kinderen langer laten kleuteren, laatst was hierover groot nieuws. Nu kijk ik dat niet, maar zoals dat gaat bereikte het mij via via toch. Wat was dat nieuws? Nou, er was dus uit onderzoek gebleken dat een extra jaar in groep 2, voor kinderen die nog niet toe zijn aan groep 3 niets oplevert. Geen enkele zin, niet meer doen. Goed nieuws voor staatssecretaris Dekker van onderwijs, die in september 2016 nog vertelde dat hij zich zorgen maakt omdat veel te veel kinderen een jaar extra in groep 2 blijven. Hij wees naar dat onderzoek waaruit blijkt dat kinderen niet profiteren van dat derde kleuterjaar en verwacht dat scholen hun maatregelen zullen nemen.

    Maar als je dan kijkt waarom kinderen volgens de onderzoekers niet profiteren van een jaar langer kleuteren dan blijkt dat kinderen die dat hebben gedaan in groep acht even hoog op de citotoets scoren dan kinderen die zonder extra jaar door zijn gestroomd. Cognitief gezien levert het niets op. En dat is de crux. Dat is waar ik tegenaan loop, dat is waar ik zo enorm spinnijdig van kan worden. Die volslagen beperkte redenatie. Cognitief gezien levert het niets op, dus levert het niets op. Iets heeft alleen maar nut als je er cognitief gezien slimmer van wordt. Iets is alleen maar goed en nuttig als het hogere citoscores oplevert. Al het andere is niet slechts van ondergeschikt belang, het is van nul en generlei belang. Telt niet mee, doet er niet toe.

    Argumenten dat sommige kinderen het sociaal-emotioneel nodig heeft om nog wat langer te spelen? Irrelevant. Cito score is hetzelfde in groep 8. De redenatie dat kinderen die naar groep 3 moeten voordat ze er qua ontwikkeling aan toe zijn, onzeker kunnen worden en makkelijk faalangstig worden, en dat hun hele leven met zich mee dragen? Niet van belang, want cognitief schiet je er niets mee op.

    (nu ik echt op dreef ben, wijd ik er nog een blogbericht aan. Volgende keer laatste deel van mijn betoog tegen 'hersenen op benen')



    donderdag 31 augustus 2017

    Niet het hoofd alleen

    Aan het einde van mijn puberteit, toen ik een jaar of zeventien was, hield ik wel van een discussie en kon behoorlijk fel worden als mensen iets zeiden waar ik het niet mee eens was. Ik was in die tijd uitgesproken in mijn meningen. In de jaren daarna werd dat steeds minder, tot ik de gemoedelijke koningin van de middenweg werd die ik nu ben. Ik zit nog steeds niet snel om woorden verlegen, maar ik geloof niet in absolute waarheden en uitersten en bekijk een zaak dus gewoonlijk van vele kanten.

    Felle vrouw op praatstoel
    Toch is er iets waar ik vandaag de dag nog uitgesproken en fel over kan worden, en dat is hoe er in het huidige onderwijssysteem naar kinderen wordt gekeken. De overmatige focus op cognitieve vaardigheden is iets waar ik op tegen ben, link van kan worden en direct op mijn praatstoel zit als het onderwerp die richting op gaat. Aangezien dit blogbericht gaat over de fouten die mijns inziens worden gemaakt door deze eenzijdige benadering, bent u bij deze Gewaarschuwd.

    Het is niet overdreven om te stellen dat het overgrote deel van de focus in het onderwijs, zowel op basisschool als voortgezet onderwijs ligt op wat kinderen dienen te weten. Onder het mom van 'de kenniseconomie' zijn er soms desastreuze beslissingen gemaakt en bekijkt men over het algemeen de zaken totaal verkeerd.

    Hersenen op benen
    Ik ben er met heel mijn hart en ziel van overtuigd dat een mens uit meer bestaat dan alleen een hoofd. Maar dat ben ik, hè? Er staat boven dit blog dat je mijn eigenwijze mening er gratis bij krijgt. Nou hier is 'ie. Ik geloof dat wij als menselijk ras meer zijn dan een stel hersenen met benen. Kom bij mij bijvoorbeeld niet aan met verhalen dat liefde niet meer zou zijn dan de optelsom van maatschappelijke patronen en feromonen. Dat zijn praatjes waar ik niets mee kan. Ik zal verder niet ingaan op deze filosofische kwestie, maar dan weten jullie even – voor zover het na tig blogjes nog niet duidelijk was- wat voor vlees jullie in de kuip hebben met mij.

    Wat voor achterstanden dan?
    Ik geloof dus dat we geen rondwandelende hersenen zijn. Toch lijkt het of onderwijsbeleidsmakers wel die mening zijn toegedaan. Dat is namelijk hoe kinderen in ons huidige onderwijssysteem worden behandeld: als rondwandelende hersenen. Voorbeeld? Ik ageerde al eens tegen het feit dat kinderen tegenwoordig veel te vroeg dingen moeten doen. Dat er zaken van hen verwacht worden die ze biologisch helemaal nog niet kunnen. In datzelfde blogbericht, van zoveel maand, vertelde ik dat kinderen nu al eerder leren schrijven, lezen en rekenen dan vroeger. Het hele plan om kinderen eerder naar school te laten gaan was om achterstanden tegen te gaan. Maar over wat voor achterstanden hebben we het dan? Over achterstanden op het gebied van sociale vaardigheden? Creativiteit? Hechten met ouders, familie of anderszins? Achterstanden op het gebied van spelen? Dromen? Fantaseren? Neen. Achterstanden op het gebied van taal en rekenen. Want dat is immers waar alles om draait. Het hoofd. De hersenen op beentjes.

    (volgende keer het tweede deel. En hou je maar vast, want dan begint mijn echte rant pas)


    donderdag 10 augustus 2017

    Zomervakantieberichten VI

    Terwijl ik geniet van de tweede helft van mijn vrije zomervakantie, ben ik ook langzaam weer aan het denken aan dit blog. Niet voor nu, nu doe ik nog rustig aan, maar voor straks.

    Wat zouden leuke onderwerpen zijn om eens wat tijd aan te besteden? Wat zouden jullie weleens willen weten van deze juf?

    Een ding weet ik al wel: verschillende types docenten. Daar ga ik het straks een keer over hebben. Want ik kwam het volgende plaatje tegen en bedacht dat er meer moeten zijn dan dit.'

    https://ikvoelvlinders.files.wordpress.com/2014/12/107016_thumb_612x814.jpg
    Toch?!

    donderdag 20 juli 2017

    Zin en onzin over leraren en vakantie

    Bijna, bijna is het zover en begint dan eindelijk de zomervakantie. Het was een heel lange rit dit jaar, met een meivakantie die in april viel en maar liefst twaalf weken tussen die paasvakantie en deze zomervakantie. Mijn leerlingen zijn er dan ook behoorlijk aan toe. En als ik hier thuis zo eens rond kijk, mijn kinderen ook.

    Toen ik begon met werken in het onderwijs, hadden we elke zomer zeven weken vakantie. Tegenwoordig is dat terug gebracht naar zes. Nog royaal vergeleken bij andere beroepen en banen, maar om heel eerlijk te zijn ook een noodzakelijkheid. Net als de andere vakanties die we in het onderwijs hebben.

    Ergernis
    Over leraren en vakanties wordt veel gezegd, en vaak is het grote onzin. Ik zal niet snel vergeten dat ik bij de Chinese afhaal betrokken werd bij een gesprek. Een aantal bekenden hadden het over werk en luiheid, zoiets. De ene partij maakte een opmerking als 'Ja, als ik het makkelijk had willen hebben dan was ik het onderwijs wel in gegaan. Dan heb je tenminste bijna altijd vakantie, toch?' Met een olijke blik keek hij eerst naar zijn kennissen, die hem lachend bijvielen. Toen keek hij mij aan, en aan de geschrokken blik in zijn ogen kon ik merken dat mijn eigen gezichtsuitdrukking minder geamuseerd was. Not amused indeed. Link kan ik er van worden.


    Ken je dit soort uitspraken?




    Heel grappig, hoor. Behalve als je beseft dat het niet alleen niet waar is (juni, juli en augustus bevatten in totaal ruim 13 weken, waarvan we 6 weken officieel vakantie hebben en de andere 7 gewoon werken), maar best frustrerend dat mensen vaak niet door hebben dat zo'n uitspraak een grapje is.

    Even wat feitjes:
    • bij een volledige baan (in onderwijstermen 1,0 fte) in het onderwijs werk je in het voortgezet onderwijs 42,29 uur per week. Ter vergelijking: bij veel andere banen bestaat een volledige baan uit 38 tot 40 uur per week. De 2 ½ tot 4 ½ uur die je bij een volledige baan meer werkt t.o.v. de meeste andere banen is om de lesvrije dagen (in de volksmond: vakantie) te compenseren. Wij werken namelijk in 40 weken tijd (=52 weken minus 12 lesvrije weken) evenveel als andere mensen in 45. (bron: http://www.drs-online.nl/artikel.php?ID=695) Wordt het al iets minder luilekkerland?

    • Werken in het onderwijs komt met risico's. Van alle branches is het risico op een burn out in het onderwijs het grootst, en dat is al jaren zo. (bron:http://www.coachbureau.nl/blog/2015/06/02/werken-in-het-onderwijs-nergens-is-de-werkdruk-zo-hoog-nergens-zoveel-burn-out/) De weken vakantie die er zijn, zijn eenvoudigweg nodig om bij te tanken. Werken in het onderwijs betekent werkdagen van gemiddeld 8,5 uur. Maar dat is gemiddeld. Er zijn soms, met name vlak voor vakanties pieken waarin (flink) meer gewerkt wordt. Zouden er minder vakanties zijn, dan zou het nog moeilijker zijn om bij te komen. Klinkt toch alweer iets minder rooskleurig.

    • Er is een verschil tussen waar je officieel voor betaald krijgt en wat je in werkelijkheid doet. Uit recent onderzoek van de Aob (Algemene Onderwijsbond) blijkt dat hoewel de officiële werkweek in het basisonderwijs 40 uur per week is, en in het voortgezet onderwijs zoals hierboven beschreven 42,5 is, docenten structureel overwerken. Onbetaald uiteraard. Een leraar op de basisschool werkt gemiddeld 46, 9 uur per week (kun je je voorstellen: bijna een hele werkdag extra werken? Elke week?) en een leraar op de middelbare heeft een gemiddelde werkweek van 45,2 uur. Behoorlijk gevulde werkweken dus. De uren die leraren maken in schoolvakanties moeten hier overigens nog bij op worden geteld, want die zijn in dit onderzoek niet meegenomen. (bron:http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=52823)


      • Bovendien zijn lang niet alle vakanties ook echt honderd procent lang-leve-de-lol-ik-voer-geen-ene-mallemoer-uit-vakanties. Sterker nog, ik noemde het net al lesvrije weken, en dat is ook zo. Neem de zomervakantie. Ik heb minimaal een week nodig om alles af te ronden van het afgelopen jaar en begin in de laatste week weer met plannen en voorbereiden van het nieuwe jaar. Blijven er van de vijf weken vakantie nog drie over. Waarin ik vaak ook alweer ideeen op doe en contacten onderhou. Een 'kleine' vakantie als de herfst-of voorjaarsvakantie wordt zo gevuld met achterstallig nakijkwerk en voorbereiden, mailtjes en contact met ouders. Scheelt reistijd, en je bent er geen hele week mee bezig, maar alleen maar cocktails drinken onder een palmboom? Neen.

    Valt tegen? Nee hoor, ik ben erg tevreden. Ik heb een fijne baan en ik geef met veel plezier met hart en ziel les.

    Maar het is bij tijden ook heel zwaar. Je bent vaker wel dan niet aan het werk, ook 's avonds en in het weekend. Ik voel me zelden echt vrij, ben altijd op de een of andere manier met mijn werk en mijn leerlingen bezig. En op sommige momenten kan ik er dan heel slecht tegen als mensen grapjes maken over hoe makkelijk het wel niet is om te werken in het onderwijs, met elk jaar drie maanden vrij. Onwetendheid, ik weet het, maar wel onwetendheid die steekt.

    Gelukkig is het bijna weer zover: zomervakantie. De komende vijf weken blijf ik bloggen, hoor. Maar wellicht wel iets kortere berichten, die ik van tevoren inplan. Het is immers zomer en ik geniet van een zeer welverdiende vakantie.

    Dus als jullie mij zoeken: ik lig op het strand. Onder een palmboom. Met een cocktail.



    (In elk geval in gedachten.)

    maandag 12 juni 2017

    Engels op de basisschool

    In een lang schimmig verleden (althans het was keurig, maar dat begint wat minder smeuïg) ging ik eens naar een taalcongres. Hier heb ik een dag rondgelopen en aan van alles mee gedaan.

    TPRS
    Zo volgde ik er een workshop TPRS: Teaching proficiency through reading and storytelling, bij de man die dit ontwikkelde, Blaine Ray. Een waanzinnig inspirerende workshop waar ik direct meer mee wilde doen. Op dat moment had ik echter niet de mogelijkheid om dit toe te passen. Later zat mijn oudste dochter in groep 7 bij een enthousiaste meester die mij uitnodigde om bij hem Engels te geven. Toen ik aangaf dat door middel van TPRS te willen doen werd hij alleen maar enthousiaster.

    Wat TPRS is? Hmm... dat is een lang verhaal. Ik zal er later nog eens uitgebreider over vertelen, maar laat ik het er voor vandaag bij houden dat het gaat om verhalen vertellen, waarbij de leerlingen zelf heel veel invloed hebben op de voortgang van het verhaal. Ik durfde het als beginner in het basisonderwijs en zonder enige ervaring met TPRS niet aan om de leerlingen echt het hele verhaal te laten bepalen, maar ik liet stukjes open die zij mochten invullen. Waar het om ging was dat ik eindelijk verhalen kon vertellen. En dat deed ik. Eerst het verhaal van 'the blue boy and the purple peanut'. Daarna het verhaal over een pinguïn die wil dansen maar de juiste schoenen niet kan vinden. Ik verzon de kern van het verhaal zelf, liet de kinderen de details invullen en maakte boekjes met het verhaal in geschreven vorm en vragen daarbij.

    Leergierig
    Voor de rest las ik voor. Roald Dahl is altijd een goed idee, en omdat veel kinderen zijn verhalen al kennen, kun je best in groep zeven of acht zo'n boek voorlezen. Dat wat ze niet verstaan of begrijpen kennen ze nog wel een beetje van de Nederlandse versie immers. Ook liet ik de kinderen in groepjes een quiz maken en in het Engels complimenten geven aan elkaar. Mijn laatste keer lesgeven in groep 7 en 8 besloot ik met een taalcircuit. Wel een organisatie, maar wat was het leuk; de kinderen deden een quizje, bestelden in het Engels wat te drinken en lieten zien wat ze geleerd hadden. Verreweg de meeste van de kinderen die ik zo les gaf waren namelijk heel leergierig en enthousiast. Engels was een interessant beetje exotisch vak, een voorbode van de middelbare school waar ze best naar uitkeken. Toch stopte ik ermee, omdat ik een flink stuk meer ging werken en mijn baan niet langer met het vrijwillige werk op de basisschool kon combineren. Soms mis ik het nog.

    Echte kleintjes
    Vorig jaar heb ik wel een paar keer iets nieuws uitgeprobeerd: lesgeven aan nog jongere kinderen. Groep vier. Het was uitdagend, om hun aandacht er telkens bij te houden, maar wat hadden ze er een plezier in! En ik natuurlijk ook. Dit keer vertelde ik geen verhalen TPRS-stijl, maar deed ik het anders. Ik had op mijn werk namelijk een boek over Engels op de Vrijeschool gevonden, gericht op de onderbouw (basisschool). Dit hield in dat we elke les versjes opzegden, liedjes zongen en spelletjes deden. Zo leren, dat het niet aanvoelt als leren zeg maar. Omdat het niet het hele jaar was, maar slechts een paar keer was het goed vol te houden. Ook deze lessen sloten we op gepaste wijze af: met een echte Engelse afternoon tea. Voor mij een goede combinatie:Engels, blije kinderen en lekker eten. Kijk, en toen dat werd geserveerd had ik dus geen enkele moeite meer om hun aandacht er bij te houden!

    donderdag 1 juni 2017

    Onderwijs in alle soorten en maten


    Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik in veel verschillende situaties les heb kunnen geven. Bijna allemaal leuk ook nog. Wat kan ik zeggen? Ik ben nu eenmaal een lesgeef mens.

    Stage en vrijwilligerswerk
    Ik begon ooit op de Pabo, waar ik stage liep in groep 5/6. Hoewel interessant en uitdagend, was het vooral vermoeiend en wat ik er vooral van heb geleerd is dat ik niet geschikt ben om als juf op de basisschool te werken. Althans niet als gewone juf voor elke dag.

    Later was ik vrijwillige onderwijs-assistent op een middelbare ISK (Internationale Schakelklas), een school waar asielzoekers tussen de 12 en 18 kwamen om Nederlands te leren en bijgespijkerd te worden voor je konden doorstromen naar regulier voortgezet onderwijs. Een van de leukste scholen waar ik ooit lesgaf. Nooit eerder en nooit daarna heb ik mensen meegemaakt die zo blij waren dat ze naar school mochten. De dankbaarheid die ik daar meemaakte is iets wat me altijd is bij gebleven. Mocht ik ooit niet meer op mijn huidige school kunnen blijven is de enige mogelijkheid die voor mij overblijft (want regulier onderwijs, daar doe ik niet meer aan. Punt.) een ISK. Echt.

    Tijdens mijn studie gaf ik als student-assistent les aan Hbo studenten, gaf bijles aan een bejaarde die de cursus Engels die hij volgde niet kon bijbenen en ontwikkelde ik een cursus basisEngels, die ik in een moedercentrum gaf aan middelbare dames van buitenlandse afkomst. Voordeel hiervan was dat het gezellig en huiselijk was en er regelmatig lekkers op tafel kwam. Helaas was het vrijwilligerswerk en kon ik niet betaald aan de slag.

    Aan het werk
    In het voortgezet onderwijs werkte ik – ik heb er al eens eerder over verteld – achtereenvolgens op een Montessorischool, een onderwijsvernieuwende school, een reguliere en uiteindelijk arriveerde ik op mijn favoriete; een Vrijeschool.

    Weer vrijwilligen
    Daar stopte het echter niet. Ik gaf naast mijn betaalde werk jarenlang vrijwillig Engelse vakles in groep 7 en 8 van de (Dalton)basisschool van mijn kinderen. Wat een plezier! De kinderen hier vonden de Engelse lessen bijna net zo leuk als de jongeren op de ISK. Genieten was het, die paar uurtjes per week. Toen ik meer ging werken werd dit jammer genoeg teveel en moest ik stoppen. Toch gaf ik vorig jaar opnieuw een paar weken Engels toen mijn middelste dochter in groep 4 zat, want zij en haar klasgenoten wilden dit zo graag. Nou ja, dan kan ik slecht nee zeggen. Leuk man, liedjes zingen en versjes opzeggen met een klas vrolijke zevenjarigen!

    Bijles
    Tegenwoordig geef ik naast mijn gewone werk nu ook alweer jaren bijles. Eerst een paar keer per week, toen eenmaal per week in een groepje en inmiddels een keer in de twee weken, ook in een (klein) groepje. Ik was ooit van plan een meisje te begeleiden naar haar eindexamen, maar zoals dat gaat komen er steeds meer mensen bij. Waar de een haar diploma haalt verschijnen er weer meer nieuwe die moeite hebben het tempo bij te houden. En natuurlijk zeg ik dan ja. Maar wel betaald (zo worden mijn privé-extraatjes gefinancierd ;-) ) en gelimiteerd. Meer dan vijf mensen in een groepje wil ik niet meer.

    Wat ik anders doe op de basisschool? En wat er leuk is aan bijles geven? Ah! Weet ik bij deze waar ik het de volgende keren over ga hebben.

    donderdag 25 mei 2017

    Bijzondere docenten

    Zoals beloofd deze keer een blog over de docenten die ik mij nog herinner van vroeger. Het blog heet juf Jolanda en ik heb het hier vooral over hoe en wanneer en wat en wie ik zelf les geef, maar mijn docentschap is natuurlijk beïnvloed door de leraren die ik vroeger zelf had.

    Basisschool.
    De liefste, leukste en beste juf die ik gehad heb, ooit, was juf Jenny. Over haar kan ik tientallen stukjes schrijven en heb dat voordat ik dit blog had al verschillende malen gedaan voor andere media. Mijn eerste boek droeg ik op aan haar en dat ik nu zowel schrijver als docent bent komt door haar. Ik heb het al een paar keer eerder over haar gehad en zal daarom deze keer niet heel veel meer zeggen dan dat ze in mijn hart zit. 


    Er waren echter ook andere meesters en juffen op de basisschool en aan eentje heb ik minder goede herinneringen. Zo was daar de hoofdmeester van de school, die erom bekend stond soms leerlingen te slaan. Ik zal nooit vergeten dat hij in het jaar dat hij ons lesgaf op een van de eerste dagen een jongen voor de klas zette. Deze had vorig jaar aan zijn ouders verteld dat de meester hem een klap had verkocht. De jongen moest voor de klas bukken en de meester gaf hem zo’n schop onder zijn achterste dat de jongen een paar meter naar voren schoot. ‘En waag het niet om dit aan je ouders te vertellen!’ Dat zette zeg maar de toon voor het hele jaar. Ook een bijzondere leraar dus, deze meester, maar wel om heel andere redenen.

    Mavo
    Als onderpresterende en rekenzwakke leerling begon ik mijn middelbareschoolcarrière op de mavo. Hier hadden we een fantastische leraar Engels, die het leuk vond om over zijn interesses (haaien en duiken) te hebben. Met een beetje mazzel konden we hem zo aan de praat houden dat we een halve les niets hoefden te doen en lekker naar zijn spannende verhalen konden luisteren. Verder stimuleerde hij mij om meer met Engels te doen en was het gewoon een ontzettend aardige man. Verder herinner ik mij de aardige geschiedenisleraar met de slechte adem en enthousiasme voor het vak en de docent Nederlands die soms een jaar onbetaald verlof opnam om er met zijn gezin op uit te trekken om de wereld over te zeilen.

    Havo
    Op de havo was mijn favoriete leraar die van geschiedenis. Niemand kon boeiender verhalen vertellen dan hij. De hele klas hing dan aan zijn lippen en hoewel ik al behoorlijk liefde voor geschiedenis had , werd dit dankzij hem alleen maar meer. Verder staat me nog bij de lerares Engels, die wij erg aardig vonden, maar stiekem ook een beetje zielig. Want als je als volwassen vrouw nog gebreide truien aan had met beren erop, dan was er vast iets met je aan de hand. Al was het alleen maar een tenenkrommend gevoel voor mode.


    Hbo
    Op mijn hbo-opleiding ben ik bijna alleen maar waanzinnig inspirerende docenten tegen gekomen. Van de lerares die yogaworkshops gaf en die werkelijk te lief voor woorden was, tot die zo goed over grammatica kon vertellen, of die lieverd die in een moeilijke tijd een hele middag nam om met mij te praten, of die docent die zichzelf ‘juf’ noemde en mij leerde dat dat een titel is om trots op de zijn, in plaats van een denigrerende benaming. En natuurlijk ook nog die warhoofdige docent die zo briljant lesgaf dat ik aan het einde van zijn lessen altijd ineens begreep waarom hij deed wat hij deed, en stiekem helemaal niet zo warrig was. Daar ben ik nog steeds van onder de indruk.

    donderdag 6 april 2017

    Reünie II

    En toen was de reünie daar. Hoe bijzonder was het om bijna al mijn klasgenoten van toen te zien, maar dan in de volwassen uitvoering. Men bleek mij te herinneren als iemand die mooie verhalen schreef en die zo goed kon voorlezen, en ik kreeg hier direct vragen over. Of ik nog iets met dat schrijven was gaan doen. Ehm... Ja dus. Wat ik opvallend vond is dat mijn medeklasgenoten mijn kwaliteiten toen beter in de gaten hadden dan ikzelf. Ik had er geen idee van dat er op die manier naar me gekeken werd. Om dat nu achteraf alsnog te horen, was op een vreemde, maar goede manier, heel fijn.

    Het was een middag en avond herinneringen ophalen en kijken hoe iedereen ook weer was. Zo grappig om te zien dat het ene klasgenootje nog net zo leuk lachte als toen, de lange, serieuze jongen die niet boos te krijgen was opgegroeid was tot een lange serieuze maar goedlachse man en dat de jongen die met gym en spelletjes het meest fanatiek was, nu nog de score bij het bowlen het meeste in de gaten hield.

    Juf Jenny
    Wat ook mooi was, en mij opnieuw raakte, was dat ik verschillende keren mensen hoorde praten over onze juf Jenny. De juf die veel te vroeg overleed, maar die nu nog door de hele klas op handen gedragen werd. Wat een schat van een mens was het. En wat voor geweldige juf! Ik hoorde van een van mijn klasgenoten, een stevige stoere kerel die zegt waar het op staat en niet van de valse sentimenten is, met hoeveel genegenheid hij aan haar terugdenkt. Dat hij nu nog weet dat een vriendje van hem even in de klas mocht zitten. En dat hij, als hij buiten ging spelen in de buurt van juf's huis, altijd door haar binnen werd geroepen om samen met zijn vriendjes een kopje thee bij haar te drinken. Niet gebruikelijk misschien, maar zo was ze. Haar juf zijn stopte niet als ze de school uit ging, zij was er voor 'haar' kinderen, gewoon omdat ze dat leuk vond. Zo zat ze in elkaar. Ik kan me nog herinneren dat toen ik mijn Mavo diploma behaald had, en door ging naar de havo, ik even naar mijn oude basisschool ging om dit aan juf Jenny te vertellen. Zij nam zoals altijd de tijd voor me, maar vertelde ook dat ze het even heel druk had. De moeder van een van haar leerlingen was plotseling vertrokken. Vader moest werken en was verdrietig omdat z'n vrouw bij hem weg was en de kinderen van slag zonder hun moeder. Dus had zij tijdelijk de kinderen bij haar en haar partner in huis genomen. Zo'n juf dus...

    Zelfvertrouwen
    Ik had het er al eerder over, maar door de verhalen over deze juf voel ik opnieuw waarom ik docent ben. Dezelfde stoere kerel vertelde dat hij ooit voor een repetitie aardrijkskunde een tien gehaald had. Hij had nog nooit een voldoende gehaald, was niet zo van het leren en die week stond de topografie van Italië op het programma. Tot zijn verbazing vertelde juf Jenny dat hij een tien had. Hij vroeg nog even 'echt?!' , maar het was echt zo. Veel later vertelde juf hem dat hij zoveel fouten had, dat hij eigenlijk een onvoldoende had, maar dat ze het niet over haar hart kon verkrijgen om hem nog een onvoldoende te geven, en dus had ze hem een tien gegeven. Pedagogisch/didactisch verantwoord? Misschien niet helemaal. Maar het bijzondere is dat twee weken later, deze zelfde knul een repetitie topografie van Duitsland had en daar een acht op haalde. Op eigen kracht. Het geheim? Zelfvertrouwen. Want dat was juf Jenny's magische middel. Ze was een betrokken, onconventionele lerares die in elke leerling en aan elke leerling iets moois zag, en ons allemaal zelfvertrouwen wist te geven. Zo'n juf dus. Dat te kunnen en dat te doen, dat is wat ik elke dag dat ik voor de klas sta ook probeer.