Posts tonen met het label verhalen vertellen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhalen vertellen. Alle posts tonen

donderdag 27 september 2018

Rerun: Gooi dat boek maar in de prullenbak! Of: mijn ervaringen met TPRS



Vandaag gaat een blog uit een drieluik over TPRS - Teaching Proficiency through Reading and Storytelling- in de herhaling. In de eerste twee delen, die je hier en hier kunt vinden, vertelde ik over de ideeën achter deze lesmethode, en hoe het in de praktijk gaat.  Dit laatste deel ging over mijn eigen ervaringen hiermee. 


Ik kwam na de workshop die ik had gedaan razend enthousiast thuis, maar op mijn werk was er geen ruimte voor om iets mee te doen. Pas toen ik ging lesgeven in groep 7, in de klas van mijn oudste dochter was die mogelijkheid er wel. Maar omdat ik er geen enkele ervaring in had liet ik de verhalen niet zo vrij als eigenlijk de bedoeling was. Ik bedacht niet alleen het begin en het einde van het verhaal, maar ook wat er tussen in gebeurde. Ik bedacht eigenlijk gewoon het hele verhaal. 

Alleen liet ik de leerlingen tijdens de les denken dat zij het bepaalden. De leerlingen waren erg betrokken bij het verhaal, deden goed mee en het vragen en antwoorden ging goed. Voor het leerproces maakte dat niet een significant verschil denk ik, en ik had die zekerheid als docent nodig. Ik vond het namelijk al spannend genoeg! Nog nooit eerder had ik zo voor een klas gestaan, vertellend en af en toe een beetje naspelend, acterend.

Even geen TPRS
In de loop van de jaren deed ik dit veel vaker, in groep zeven en acht, met verschillende verhalen. Van elk verhaal maakte ik ook een boekje met simpele tekeningen en eenvoudige begripvragen. De leerlingen konden hierin het verhaal nalezen en vragen beantwoorden, op dezelfde manier als we in de klas al verschillende malen mondeling hadden gedaan. Toen ik wegens tijdsgebrek stopte met het werken op de basisschool verdween het TPRS gebeuren een tijd in de vergetelheid. Ik werkte op een heel leuke nieuwe school, waar ik meer uren draaide, een docentencursus volgde en moest wennen aan een andere vorm van onderwijs. Ik ontwikkelde materiaal dat past bij de ontwikkelingsfases van de verschillende leerjaren en voelde me steeds meer thuis op deze nieuwe school.

Weer vertellen
Na een paar jaar begon ik, geheel volgens de Vrijeschooltraditie steeds meer te vertellen en me nog meer op mijn gemak te voelen in de vertellende rol. Sterker nog, op zo'n moment voel ik me compleet mezelf, vind het fijn om de aandacht van de leerlingen te hebben en ze in mijn favoriete taal mee te nemen in een verhaal. Ik ben gewoon dol op verhalen, dat zal het zijn. In mijn derde jaar, toen ik voor het eerst een oefenlesje mocht geven tijdens de open dag bedacht ik dat best een van de verhalen kon vertellen die ik in groep 7 van de basisschool vertelde. En terwijl ik dat deed bedacht ik me dat ik dit vaker zou moeten doen. Gewoon in de zevende klas.

Bron: Pixabay.com



Kijk! Zonder boek!

Een workshop van een Duitse collega, die in zijn land op een Vrijeschool Frans geeft en dat doet door middel van TPRS, gaf de doorslag. Sinds dit schooljaar verwerk ik woordjes, zinnetjes en grammatica die ik eerder gaf door middel van een methode in de verhalen die ik vertel. Ik heb na jaren ook het vertrouwen gekregen waardoor ik de leerlingen echte inspraak durf te geven. Ik bedenk wat ik aan woorden en grammatica ik wil verwerken en vervolgens laat ik het vrij. Na het vertellen van (een deel van) het verhaal schrijven leerlingen dit op in hun schrift en maken ze er een boek van. 

Ze leren ook de woordjes en zinnetjes die ik belangrijk vind, maar val ze in dit eerste stadium nog niet lastig met grammatica regels. Het gaat vooral om heel veel luisteren, een beetje spreken, een beetje schrijven en lezen. 

Het bevalt me erg goed en de reacties van de leerlingen zijn positief. Voor mij reden er voorlopig gewoon mee door te gaan. TPRS rocks!


Tot zover de herhaling. Aanstaande maandag volgt een nieuw bericht, over wat ik het afgelopen jaar heb gedaan aan het vertellen van verhalen. Eens kijken of ik nog steeds zo enthousiast ben...

maandag 5 februari 2018

Open dag: proeflessen

De open dag komt er aan, vorige week vertelde ik er al over. Jarenlang was ik op verschillende scholen alleen op de open dag aanwezig om met ouders te praten. Nu ook wel weer, maar vorig jaar mocht ik daarnaast ook een aantal proeflessen geven.

Recalcitrant 
Heel fijn, want praten is leuk, maar na een hele dag het vriendelijke visitekaartje uithangen word ik altijd een beetje melig en recalcitrant. Een gevaarlijke combinatie, want ik begin dan te fantaseren over onvriendelijk worden, weigeren vragen te beantwoorden en ander fraais. Niet goed voor mijn karma, maar een mens kan ook maar zoveel uren achter elkaar glimlachen en vriendelijk blijven, hoor. Of laat ik helemaal accuraat zijn: ik kan dat maar zoveel uur achter elkaar.

Nee, leuker is het om iets te doen.

Eerst een versje
Nu had ik telkens maar een minuut of twintig tot mijn beschikking en dat is niet bijster lang. Wel lang genoeg om even een korte indruk te geven. Ik begon telkens met het reciteren van een kort gedicht. Geen gedicht die ik in de les behandel (daarover volgende keer iets meer) maar een extra kort gedichtje, die goed aansluit bij de tijd van het jaar. Een goed voorbeeld van wat ik in mijn lessen doe, want reciteren doe ik vaak. In de herfst een herfstgedicht, rond februari een liefdesvers en tegen de tijd dat de zomervakantie lonkt, een lekker zomers versje.

Verhaal
Daarna begon ik met het vertellen van een verhaal dat ik in mijn basisschool vertelde aan de kinderen van groep zeven. Veel van de kinderen die naar zo'n open dag gaan voelen zich overweldigd en vinden het spannend, zo'n grote school. Dit maakt dat ze onzeker zijn over iets als Engels. Ik sluit daarbij aan door een verhaal aan te bieden waarbij ik zeker ben dat ze het kunnen begrijpen. Dat zorgt er hopelijk voor dat ze met iets meer vertrouwen volgend jaar (deze of een andere) middelbare school binnenstappen.

Een heel verhaal vertel ik natuurlijk niet, maar wel het begin. Het verhaal over een klein blauw jongetje dat heel graag een paarse pinda wil, maar niet genoeg geld heeft. Ik veins acute geheugenproblemen en dus moeten de aankomende leerlingen mij gaan helpen dit begin van het verhaal helder te krijgen. Wat voor kleur had die jongen ook weer? Wat wilde hij nou voor een vrucht? En waardoor kon dat eigenlijk niet? Het hele verhaal, en alle vragen doe ik hierbij in het Engels. Doeltaal is voertaal, ook bij leerlingen uit groep zeven en acht. Maar op het bord staan alle kleuren, antwoorden die ze kunnen geven (no, he wasn't / yes, he was, etc) en vertalingen van woorden uit het verhaal. Door de leerlingen bij het verhaal te betrekken gaat de stof leven.

Bevalt goed
Vorig jaar bevielen deze proeflessen mij zo goed dat ik besloot om in mijn lessen meer met TPRS te gaan doen. En zo waren de proeflessen niet alleen voor de leerlingen een prettige kennismaking, maar voor mij ook een hernieuwde kennismaking met een manier van lesgeven waar ik me erg goed bij voel.

En dat gedicht? Hier is 'ie.

Away in a meadow, all covered in snow
A little old groundhog sees its shadow
The clouds in the sky determine our fate


If winter will leave us all early or late

donderdag 25 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand! III



(de vorige twee keren legde ik hier uit wat TPRS inhoudt. Vandaag vertel ik meer over mijn eigen ervaringen hiermee)

Ik kwam na de workshop die ik had gedaan razend enthousiast thuis, maar op mijn werk was er geen ruimte voor om iets mee te doen. Pas toen ik ging lesgeven in groep 7, in de klas van mijn oudste dochter was die mogelijkheid er wel. Maar omdat ik er geen enkele ervaring in had liet ik de verhalen niet zo vrij als eigenlijk de bedoeling was. Ik bedacht niet alleen het begin en het einde van het verhaal, maar ook wat er tussen in gebeurde. Ik bedacht eigenlijk gewoon het hele verhaal. 

Alleen liet ik de leerlingen tijdens de les denken dat zij het bepaalden. De leerlingen waren erg betrokken bij het verhaal, deden goed mee en het vragen en antwoorden ging goed. Voor het leerproces maakte dat niet een significant verschil denk ik, en ik had die zekerheid als docent nodig. Ik vond het namelijk al spannend genoeg! Nog nooit eerder had ik zo voor een klas gestaan, vertellend en af en toe een beetje naspelend, acterend.

Even geen TPRS
In de loop van de jaren deed ik dit veel vaker, in groep zeven en acht, met verschillende verhalen. Van elk verhaal maakte ik ook een boekje met simpele tekeningen en eenvoudige begripvragen. De leerlingen konden hierin het verhaal nalezen en vragen beantwoorden, op dezelfde manier als we in de klas al verschillende malen mondeling hadden gedaan. Toen ik wegens tijdsgebrek stopte met het werken op de basisschool verdween het TPRS gebeuren een tijd in de vergetelheid. Ik werkte op een heel leuke nieuwe school, waar ik meer uren draaide, een docentencursus volgde en moest wennen aan een andere vorm van onderwijs. Ik ontwikkelde materiaal dat past bij de ontwikkelingsfases van de verschillende leerjaren en voelde me steeds meer thuis op deze nieuwe school.

Weer vertellen
Na een paar jaar begon ik, geheel volgens de Vrijeschooltraditie steeds meer te vertellen en me nog meer op mijn gemak te voelen in de vertellende rol. Sterker nog, op zo'n moment voel ik me compleet mezelf, vind het fijn om de aandacht van de leerlingen te hebben en ze in mijn favoriete taal mee te nemen in een verhaal. Ik ben gewoon dol op verhalen, dat zal het zijn. In mijn derde jaar, toen ik voor het eerst een oefenlesje mocht geven tijdens de open dag bedacht ik dat best een van de verhalen kon vertellen die ik in groep 7 van de basisschool vertelde. En terwijl ik dat deed bedacht ik me dat ik dit vaker zou moeten doen. Gewoon in de zevende klas.

Kijk! Zonder boek!

Een workshop van een Duitse collega, die in zijn land op een Vrijeschool Frans geeft en dat doet door middel van TPRS, gaf de doorslag. Sinds dit schooljaar verwerk ik woordjes, zinnetjes en grammatica die ik eerder gaf door middel van een methode in de verhalen die ik vertel. Ik heb na jaren ook het vertrouwen gekregen waardoor ik de leerlingen echte inspraak durf te geven. Ik bedenk wat ik aan woorden en grammatica ik wil verwerken en vervolgens laat ik het vrij. Na het vertellen van (een deel van) het verhaal schrijven leerlingen dit op in hun schrift en maken ze er een boek van. 

Ze leren ook de woordjes en zinnetjes die ik belangrijk vind, maar val ze in dit eerste stadium nog niet lastig met grammatica regels. Het gaat vooral om heel veel luisteren, een beetje spreken, een beetje schrijven en lezen. 

Het bevalt me erg goed en de reacties van de leerlingen zijn positief. Voor mij reden er voorlopig gewoon mee door te gaan. TPRS rocks!

maandag 22 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand! II

(vorige keer heb ik verteld over TPRS, een methode waarin door het vertellen van verhalen de natuurlijke manier van taalverwerving na te bootsen. Vandaag meer over TPRS in de praktijk)

Hulpmiddelen

Natuurlijk is het niet mogelijk om dit honderd procent te doen. Een moedertaal leer je als baby immers door 24 uur per dag die taal te ondergaan. In het vreemdetalenonderwijs is dit hoogstens twee tot drie uur per week. Dat is een behoorlijk nadeel. Wat dan weer een voordeel is, is dat baby's nog niet kunnen lezen, en de leerlingen die Engels krijgen in groep zeven, acht en op de middelbare school wel. Dit wordt bij TPRS benut.

Meedoen
Op het bord of elders in het lokaal worden standaardzinnen geschreven, hangen posters met vertalingen van bepaalde woorden en ander beeldmateriaal dat het verhaal ondersteund. Als de verteller bezig is met het verhaal kan hij of zij af en toe verwijzen naar dit ondersteuningsmateriaal. Daarnaast vraagt de verteller vaak de leerlingen om uitleg. Eerst wordt er iets verteld, daarna wordt er gecheckt bij telkens verschillende leerlingen wat er begrepen is. Leerlingen herhalen bepaalde feiten uit het verhaal. Kleine details die in een of twee woorden verteld kunnen worden.

Ook de manier van antwoorden kan worden geleerd. Bij het vragen van 'Was he purple?' kan verwezen worden naar mogelijke antwoorden op het bord: 'Yes, he was' of 'No, he wasn't' . Als een leerling antwoord met alleen yes of no, wijst de verteller even naar het bord en maakt het antwoord af. 

Raamwerk

De verhalen worden zoals gezegd bepaald door het samenspel van verteller en de leerlingen. Die leerlingen zijn geen passieve luisteraars die achterover kunnen hangen en uit het raam staren, want dan houdt het verhaal op. Nee, zij bepalen het verloop van het verhaal. De verteller geeft het raamwerk. 'There was a cow, who wanted to eat an ice cream but he lived in a meadow', bijvoorbeeld. Of 'There was a little blue boy, who wanted to have a purple peanut, but he didn't have enough money.' Of misschien 'There was a pinguin who wanted to go ballroomdancing, but he didn't have the right shoes'. 

Als dit begin duidelijk is dan gaat het verhaal verder. 

De verteller begint de kinderen vragen te stellen. Wie was die koe dan? Of die jongen? Of die pinguin? Waarom wilde hij wat hij wilde? Hoe voelde hij of zij zich? Waar leefde de hoofdpersoon? Waar ging hij of zij naar toe? Hoe probeerde hij of zij te krijgen wat ze wilden? Op welke dag was dat? Hoe laat? Wat voor weer was het? Hoezo had hij niet genoeg geld; hoeveel had hij dan? Hoeveel zou er nodig zijn? Wie kwam hij of zij tegen? De vragen zijn eindeloos, en de antwoorden ook. Beide hangen af van de creativiteit van de verteller, en van de leerlingen die luisteren en mee bedenken.

Niet klakkeloos overnemen
Een belangrijk aspect hierbij is om de suggesties van de leerlingen niet klakkeloos over te nemen. Als zij iets noemen en de verteller neemt dat een op een over dan zorgt dat ervoor dat leerlingen lui worden en minder betrokken zijn. Om hen de taal het beste te leren, te zorgen dat dingen beklijven is het zaak om te zorgen dat de luisteraars optimaal te betrekken. Een foefje hierbij is om niet de eerste suggestie over te nemen.'No, he didn't go to a house. Where did he go?' 

Hierdoor krijgen meer leerlingen de kans om hun duit in het zakje te doen. Als de verteller uiteindelijk wel een suggestie van een leerling overneemt, dan verandert hij of zij hier iets kleins aan. 'How much money did he have? Two thousand euros? Almost. He had two thousand and one euros!'. 

Er zijn altijd leerlingen die dat een beetje vervelend vinden, en voor hen is het een uitdaging om een keertje het juiste antwoord, of het antwoord dat het meest in de buurt komt te geven. De meeste leerlingen vinden het leuk, en zijn benieuwd hoe het verhaal verder gaat en beginnen hier over na te denken. Op het moment dat de verteller dat heeft bereikt is het verhaal geslaagd.

(volgende keer ga ik meer vertellen over mijn eigen ervaringen met TPRS)




donderdag 18 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand!

Ooit was ik bij een studiedag waar ik een workshop TPRS (Teaching Proficiency Through Reading And Storytelling) volgde bij Blaine Ray, de grondlegger van deze methode. Ik was razend enthousiast en kwam terug met het idee hier meer mee te willen doen.


Wat is TPRS?
TPRS is een speciaal soort verhalen vertellen, waarbij het begin en het einde van het verhaal altijd vastliggen. Elk verhaal begint altijd met iemand of iets (of een dier) die graag iets wil, maar dat niet heeft of niet kan. Het verhaal eindigt altijd met dat het uiteindelijk wel lukt, of dat de hoofdpersoon krijgt wat hij of zij graag wil. Wie die hoofdpersoon is, wat hij of zij wil, dat maakt allemaal niet uit, maar dit gegeven staat vast. Wat er tussenin gebeurt bepalen de verteller en de leerlingen die naar het verhaal luisteren samen.

Natuurlijk leren
Het doel van dit verhalen vertellen is om op een zo natuurlijk mogelijke manier kinderen een vreemde taal te leren. Als je terug gaat naar hoe baby's taal leren dan is dat niet met een boekje met tekst en een invulschriftje en een cd met luisteroefeningen immers. Baby's leren taal door te luisteren, heel veel te luisteren. Pas na een aantal jaren luisteren, woorden opslaan in het geheugen, klanken nabootsen en af en toe een woordje zeggen beginnen peuters langzaam te praten in de moedertaal. Met veel fouten, die, zonder ze expliciet te benoemen, door de ouder of verzorger worden verbeterd. 

Zo leert een kind uiteindelijk behoorlijk fatsoenlijk een taal te spreken, met ingewikkelde zinscontructies en grammaticale regels. Zonder dat er een leraar, een bord met uitleg over de regels en een aantekenschriftje aan te pas kwam. 

Nabootsen
Deze manier van leren, de natuurlijke manier; door onderdompeling, alleen de te leren taal horen en zien, heel veel te luisteren, heel veel herhaling en te durven spreken en hierin verbeterd worden zonder dit heel expliciet te benoemen in dit beginstadium, is de beste manier om een taal te leren. Een moedertaal, maar ook een vreemde taal. 

Taalonderwijs zou er idealiter op ingericht moeten zijn om dit proces na te bootsen. Dat is wat TPRS doet.



(volgende keer vertel ik meer over TPRS in de praktijk)

donderdag 28 december 2017

Kerstvakantieberichten II

In de zomervakantie deelde ik hier al eens een Tedtalk van een meneer die best wel wat zinnigs te zeggen heeft over onderwijs. Deze lezing was uit 2006.

In 2010 kwam Sir Ken Robinson met een andere. Waar hij zich in de eerste talk afvroeg of het huidige onderwijssysteem creativiteit kapot maakt (en uitlegt waarom dat erg is) roept hij in de opvolger op tot een 'revolutie van het leren'.

Opnieuw iets om over na te denken. Wat vinden jullie van zijn pleidooi?



donderdag 16 november 2017

Boeken op school

(dit artikel verscheen eerder op Ogma.nu, het eigenzinnige online boekenmagazine, over oude boeken, stoere boeken en boeken waar je om moet zoeken, maar die het zoeken waard zijn) 
Zoals jullie misschien al weten ben ik zowel schrijver als docent, en hou ik bovendien erg van lezen en boeken. Geen toeval dat ik op dit blog terecht ben gekomen! Ik doe op school ook veel aan lezen. Als leerlingen hun huiswerk af hebben, of eerder klaar zijn met een overhoring of proefwerk dan staat er een bak klaar met allemaal boekjes. Vanaf een heel laag niveau tot gevorderden; ik heb Engelse boekjes voor iedereen, en elk kind kan dus iets vinden wat hem of haar aanspreekt. Voor de leerlingen die bang zijn dat het toch te moeilijk is of die weerstand hebben tegen een 'echt' boek heb ik ook Engelse tijdschriften en strips. Ik heb zelfs uit eigen portemonnee geïnvesteerd in een paar Engelstalige Donald Ducks. Ideaal om zelfs de grootste lees-tegenzin te overwinnen.

Uitspraak en schrijfwijze
Wat een probleem is bij Engels is dat veel woorden totaal anders geschreven worden dan ze worden uitgesproken. Neem bough en cough. De ene is een scheepsboeg en spreek je uit als 'bou', de ander betekent hoesten en spreek je uit als 'kof'. Daar zit weinig logica in en is voor een kind die nog weinig Engels heeft gehad best lastig. Tel daar de leerlingen bij op met dyslexie en klaar ben je. Lezen moet dus afgewisseld worden met luisteren, heel veel luisteren.

Vertellen en voorlezen
Wat ik veel doe om leesproblemen te omzeilen is voorlezen. Sinds luisterboeken ook voor volwassenen populair zijn is het stigma dat voorlezen alleen voor kleine kinderen zou zijn gelukkig minder geworden, hoewel op een Vrijeschool (ik werk op een middelbare Vrijeschool) dat bezwaar minder speelt. Verhalen vertellen en voorlezen hoort erbij en beide doe ik veel. 



Ik heb met name voor de basisschool (waar ik nu niet meer, maar in het verleden wel) zelf verhalen ontwikkeld waarbij de basis vast staat, maar waarbij de details door de leerlingen mogen worden ingevuld. Dit is een vorm van verhalen vertellen waarbij er veel interactie is tussen de leerlingen en mij. Heel leuk en intensief en een manier van leren en luisteren die natuurlijk aanvoelt. 

Ik begin hier tegenwoordig in de eerste klas van de middelbare school mee. (in het vrijeschoolonderwijs zijn er op de basisschool geen groepen, maar klassen: een tot en met zes. Op de middelbare, waar ik werk, tellen we vervolgens door: zevende tot en met de twaalfde. Vandaar dat ik het hier heb over zevende en achtste klas, dit zijn de klassen waarin ik het meeste lesgeef)

 

Voorlezen is bij mij ook deels uitbeelden. De boeken van Roald Dahl zijn hierbij een godsgeschenk. Wat een heerlijke verhalen, mooie figuren, lekker opstandige en excentrieke karakters. Een voordeel is ook dat de meeste leerlingen de verhalen van Dahl al kennen in het Nederlands. Als ze het dan in het Engels horen dan kunnen ze makkelijker de gaten invullen als ze bepaalde woorden niet begrijpen. 

Griezels en vos
Met de zevende klassen begin ik altijd met de Twits, de Engelstalige Griezels. Mr en Mrs Twitt die elkaar eerst op alle mogelijke manieren dwars zitten – to play nasty tricks – en daarna de avonturen van de apen en de roly-poly bird. Spannend en grappig, altijd een onweerstaanbare combinatie. 



Aan het einde van de zevende, begin van de achtste klas lees ik the Fantastic Mr Fox voor. De Engelse taal van Dahl vind ik prachtig, en het rijmpje over de gemene boeren 

(Boggis and Bunce and Bean, one fat, one short, one lean. Those terrible crooks, so different in looks are nonetheless equally mean

zit in mijn hoofd gebakken. En dan kun je best al veertien zijn en dromen over Shawn Mendes of andere onbereikbare idolen, leerlingen zitten nog steeds op het puntje van hun stoel bij dit soort verhalen. Gewoon even lekker luisteren naar een verhaaltje in plaats van een stomme invuloefening uit het boek. Relaxt.


Weten zij veel dat ze van die voorleessessies misschien nog wel meer Engels leren dan van die invuloefeningen.

maandag 25 september 2017

Beelden geven

Ik ben een mens van woorden. Geschreven of uitgesproken, het is mij om het even, maar ik ben van de woorden. Ik hou van lezen, schrijven, praten, vertellen. Van boeken, gedichten, muziekteksten, toneel, goede gesprekken. Voor mij zit er veel schoonheid in het woord en die vorm van schoonheid resoneert het meest in mij. Geen toeval dat ik juf werd in een taal leren.
Natuurlijk kan ik ook genieten van muziek, geuren en van een mooi schilderij, maar op de een of andere manier zijn het woorden die het snelst iets in mij raken.

Beelden
Je hebt ook beelddenkers. Mensen die niet veel kunnen met woorden en omschrijvingen, maar die ergens iets bij moeten zien. Ik vind dat soms lastig. Mijn man is er zo een. Geen toeval dat die man van mij beeldend kunstenaar is. Hij ziet de schoonheid van beelden en vormen en woorden doen hem een stuk minder. Hij kan bijvoorbeeld enorm genieten van van die heel langzame jaren zeventig films. Het beeld alleen is voor hem genoeg, mij gaat het te langzaam, te weinig dialoog. Of monoloog voor mijn part, in elk geval te weinig woorden.

Nu is het zo dat op een Vrijeschool leerlingen op verschillende manieren worden aangesproken. (Had ik daar al eens eerder over verteld? ;-) ) We doen aan verhalen vertellen en gedichten reciteren en schrijven, de woordenkant zeg maar. Maar ook aan textiel, hout, metaal, tekenen, het beeldendeel. En ook nog aan dans en euritmie en toneel en muziek, die allemaal weer andere delen van de mens aanspreken en combinaties zijn van diverse aspecten. 

Voor mij is dit mooi, maar in mijn vak blijven de woorden gewoon overheersend, want dat is immers waar een taal uit is opgebouwd.
Voor beelddenkende kinderen kan dit moeilijk zijn, een obstakel zelfs. En dat begrijp ik heel goed. Het is verdraaid lastig als je iets moet doen wat van nature minder in je zit.

Zweten
Ik heb dat elk jaar als ik aan het begin van het schooljaar een beeld moet geven. Bij ons is dat namelijk traditie. De gymzaal is gevuld met een stuk of tien, twaalf klassen en om de beurt komen de mentoren voor de groep staan en geven een beeld. Dit is een weliswaar verteld beeld, maar dat is iets anders dan een verhaal. Het is de bedoeling dat je met woorden een beeld schept dat de klas meeneemt het nieuwe schooljaar in. Een startpunt waar vanuit verder gegaan kan worden. 

En ik vind dat verdraaid moeilijk. Een verhaal vertellen, dat kan ik. Een toneeltje doen desnoods ook wel. Met zweet in de bilnaad, dat wel, maar eigenlijk vind ik een beetje toneel ook hartstikke leuk, dus geen probleem. Maar hoe schep je een beeld?
Ik heb er over vergaderd, nagedacht, besproken met ervaren antroposofische collega's, maar het wordt niet makkelijker. Toch doe ik het. Het hoort erbij en dus sla ik me er doorheen, blij dat het maar een keer per jaar hoeft.


Begrip

Het helpt me om begrip te hebben voor die beelddenkende en dyslectische leerlingen die bij mij elke dag met al die vervelende woorden te maken hebben. Daarom laat ik ze af en toe ook woorden tekenen, probeer ik hen een beetje tegemoet te komen. Een maatschappij waarin woorden zo belangrijk zijn is voor sommige kinderen al lastig genoeg.

maandag 10 juli 2017

Bijzondere leerlingen II


Het was natuurlijk wel een ambitieus plan dat ik in mei had. 'Even' een stukje van niet meer dan 500 woorden wijden aan een paar van de leerlingen die mij altijd bij zijn gebleven. Want er zijn er zoveel. Dus hoe dit aan te pakken? Nou door dat ene stukje uit te breiden naar twee. Of misschien wel drie. Dat in elk geval. En door streng te zijn. Gewoon keuzes te maken.

Boos
Er zijn een aantal leerlingen die ik me nog steeds herinner door een bepaald sprankje levenslust die uit hun ogen straalde. Of die opmerkingen konden maken waaruit bleek dat ze een eigen kijk op de wereld hadden, eigenwijs misschien, maar vooral eigen. Daar hou ik van, en het valt op. 

Maar een leerling kan ook opvallen in negatieve zin. Zo was er een leerling die zo'n moeite had met autoriteit dat hij het voor elkaar kreeg ruzie met mij te krijgen. Dan moet je je best doen, hoor, om dat voor elkaar te krijgen! Maar hem lukte het. Hij weigerde bot om iets te doen wat ik als volstrekt normaal beschouwde. Boeken pakken, gaan zitten, een opdrachtje maken, niet door me heen praten, zoiets. Geen onredelijk verzoek, maar hij schoot in het rood. Ik kon het bekijken. Normaal blijf ik dan rustig, maak  een grapje, of leg de consequenties uit, maar zijn botheid triggerde iets bij mij. Ik werd overspoeld door een golf van plotsopkomende en hevige woede. Ik zei hem even direct als hij deed dat ik het alsnog verwachtte en anders kon hij wieberen. Nou, hij wieberde liever. Met kracht pakte hij zijn boeken, en met een verwensing waar de woorden 'zooi' en daaraan voorafgaand een nare ziekte in voor kwamen, smeet hij de deur met een klap dicht. Ik bleef nog natrillend van boosheid achter. 

De klas keek verwonderd en licht onder de indruk toe. Ja, dat hij eruit gestuurd werd, dat hadden ze al veel eerder meegemaakt, maar dat Jolanda zo boos was geworden dat ze er iemand uitstuurde...wow! Het grappigste aan dit verhaal is dat ik het goed heb kunnen uitpraten en de beste jongen (die gewoon erg puberde en een groot maar onzeker hart bleek te hebben) en ik konden het de rest van het jaar prima met elkaar vinden.

Stille Willie
Dan was er het muizige meisje dat uiterlijk niet veel durfde te laten zien van wat er innerlijk speelde. Ze zat bij mij in de klas en we kletsten af en toe eens over oppervlakkige zaken, maar nooit ging het over persoonlijke dingen. Toen bleek dat zij gepest werd door een aantal meisjes in haar klas. Het pestprotocol werd in gang gezet, maar ze wilde geen grote gesprekken in de klas, bang dat ze was dat het erger zou worden. Ze wilde alleen praten, over dingen die haar dwars zaten, en ze wilde tips hoe ze het beste met die pestkoppen om zou kunnen gaan. 

Via haar mentor vroeg ze of ik dat misschien wilde. En natuurlijk wilde ik dat. We spraken elke week af en keken dan hoe het met haar ging. Zo kwam ik erachter wat voor lief en sterk mens er in dat stille meisje schuilde. Intelligent ook. Ik weet niet of mijn tips of luisterend oor haar echt geholpen hebben, maar ik weet wel dat ik het nog steeds bijzonder vind dat zo'n uniek en mooi mens mij uitkoos om mee te praten.

Dat zijn voor mij de mooiste dingen aan het onderwijs. Het mogen meemaken van al die prachtige jonge mensen. Genoeg stof voor minstens nog een paar stukjes op dit blog!

donderdag 18 mei 2017

Verhalen vertellen

Wat is dat toch met negatieve opmerkingen, dat die vaak langer blijven hangen dan positieve? Jaren geleden vertelde een oudere collega mij eens dat zij drie hele lange dagen werkte, dagen van acht, negen lesuren achter elkaar. En dat als er dan 1 uur slecht ging, een klas die niet mee wilde werken, bokkige leerlingen, discussies en onvrede, noem maar op, dat ze dan vergat dat ze die dag ook nog zeven, acht fijne lessen had gedraaid. Kennen jullie verschijnsel? Ik moest daar aan denken toen ik aan het einde van de laatste lesdag voor de kerstvakantie mijn leslokaal schoonmaakte. Hoe dat zo?

Ik las al vaker voor, en in lagere klassen deed ik aan TPRS, maar vorig jaar ontdekte ik ineens dat ik ook best zomaar een verhaal kan vertellen in de Engelse les. Dat ging zo: Op de vrijeschoolconferentie het schooljaar hiervoor had ik overleg met andere vrijeschooldocenten Engels uit het hele land. Hierbij begreep ik dat het op vrijescholen gebruikelijk is om rond kerst iets te doen met 'A Christmas Carol'. Niet, zoals op bepaalde scholen ook wel gedaan wordt, een filmversie laten zien, met inhoudelijke vragen, maar echt het boek lezen en behandelen. Zodoende kocht ik verschillende versies van het prachtige boek van Charles Dickens met het idee deze te gaan voorlezen.

Vertellen versus voorlezen.
De dag voor ik zou gaan voorlezen besefte ik ineens dat dit niet zou gaan werken. Prachtig verhaal, maar het 19e eeuwse Engels zou dermate lastig zijn voor mijn zevende en achtste klassers (eerste en tweede klassers in regulier onderwijs), dat hen de betekenis helemaal zou ontgaan. Nu hoeven ze niet alles te snappen, maar dit zou een te grote information gap zijn om hen te boeien. Dus besloot ik het verhaal te vertellen. Spannend, maar een verdraaid leuke uitdaging. Ik verdeelde het verhaal in negen ongeveer gelijke delen en gedurende drie weken vertelde ik elke les de eerste twintig minuten het verhaal van de oude Ebenezer Scrooge. De laatste les bedacht ik me dat het mooi zou zijn om af te sluiten met een echte Christmas Carol. Dit was nog stukken spannender dan vertellen, want vertellen kan ik wel, maar zingen? Voor een volle klas? -Slik-

En toch deed ik het. Het scheelt dat het een heel lieve klas was, waar ik me goed bij voelde, maar toch was het heel even ongemakkelijk toen ik de eerste tonen van 'God Rest Ye Merry Gentlemen' inzette. Maar bij het wegsterven van de laatste noten barstte er een applaus los die mij het zelfvertrouwen gaf om mijn prestatie te herhalen, ook bij minder lieve klassen. Je kwetsbaar opstellen voor een klas: ik kan dat blijkbaar. En dat het gewaardeerd wordt, merkte ik ook. Want ik kreeg van een klas (ja die lieve) een kerstkaart om mij te bedanken voor het mooie verhaal. En een zevende klas leerling legde onopvallend een kerstkaartje op mijn tafel waar ze als extra regel nog aan toe had gevoegd 'En je kunt heel mooi zingen.' Wat een schatje! Ongeacht of het nu waar is of niet.


En toch bleef bij het opruimen even een ander briefje in mijn hoofd hangen. Dat briefje dat ik op de grond vond, van een leerling uit een andere klas. En waar op stond 'Hoe zei dat verhaal doet is echt heel stom. De film is veel beter.' Maar ach. Dat laatste briefje belandde -inclusief spelfout- in de oud papierbak, en die kerstkaartjes gingen met mij en mijn gestreelde ego mee naar huis. Volgend jaar weer!

maandag 8 mei 2017

Bijzondere leerlingen

Ik heb het weleens eerder gezegd en ik meen het echt: ik vind al mijn leerlingen bijzonder. In elke leerling kan ik iets moois en unieks ontdekken. Dat is een van de zaken die voor mij werken in het onderwijs zo leuk en uitdagend maakt. Maar iedereen die weleens Orwell en zijn dierenboerderij heeft bestudeerd weet dat er ook tussen bijzondere leerlingen af en toe een paar zijn die... ik zal niet zeggen bijzonderder zijn, maar wel die je je na een lange tijd nog herinnert. Vandaag wilde ik maar eens een bescheiden ode schrijven aan die leerlingen.

Levenslust
Op mijn eerste school, in het eerste jaar dat ik les gaf, was daar de leerling die het thuis niet makkelijk had. Hij was als enig kind mantelzorger voor zijn hulpbehoevende ouders en deed dit alles alsof het vanzelfsprekend was. Het was echter niet die thuissituatie, of het feit dat hij gewend was om zonder te morren voor anderen te zorgen wat mij in hem raakte. Het was zijn levensplezier en de openheid waarmee hij in het leven stond. Doordat zijn beide ouders ziek waren was hij nog nooit op vakantie geweest naar het buitenland. Met school ging hij als derdeklasser mee op excursie naar Frankrijk en het was alsof hij daar alles inhaalde wat hij tekort was gekomen in de tijd daarvoor. Hoe hij met volle teugen genoot en alles opzoog als mooie, nieuwe ervaring, tussen de blasé leerlingen die zuchten alwéér naar Frankrijk te moeten was hartverwarmend. Jaren later kwam ik hem nog eens tegen en we praten alsof ik hem de dag ervoor nog had gezien.

Verdrietig
Op dezelfde school maakte ik ook een paar hartverscheurende dingen mee. Een meisje die problemen had met alles en iedereen, grote mond had, huiswerk nooit in orde en grote issues met autoriteit, bleek een verdrietig kind die alleen bij mij haar verhaal kwijt durfde. Ik heb meegemaakt hoe een ouder die van een andere ouder haar kind niet meer mocht zien, op school kwam om een glimp op te vangen. Huilend vielen ouder en kind elkaar in de armen, om elkaar daarna opnieuw jaren niet meer te zien, omdat de andere ouder nu eenmaal de touwtjes in handen had en de ouder met lege handen niet weer opnieuw rechtszaken aan wilde gaan.
Ook in de categorie verdrietig zal ik nooit vergeten dat midden in een leuke examenstunt een jongen voor de ogen van de school brak, omdat het nieuws binnen kwam dat zijn vader zelfmoord had gepleegd diezelfde ochtend. Dat zijn zaken waar ik nog steeds stil van kan worden, en waarvan ik hoop ze maar een keer in mijn carrière mee te maken.

Incompleet overzicht
Ik probeer mijn stukjes altijd min of meer rond de 500 woorden te houden, anders wordt het te lang en haken mensen af. (En voor de oplettende lezer: nee, dat lukt dus niet altijd.. ;-))Het is nogal ambitieus om een stukje te willen wijden aan al die leerlingen die ik me door de jaren heen ben blijven herinneren, want er zijn er zoveel! Weet je wat? Over een paar weken schrijf ik nog zo’n stuk. En voor de mensen die het misschien leuk vinden om te reageren: welke docent herinner jij je nog van vroeger? Wacht. Laat ik het daar nou volgende keer direct over hebben.