Posts tonen met het label fouten maken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fouten maken. Alle posts tonen

donderdag 1 maart 2018

Voorjaarsvakantiebericht II

Afgelopen zomervakantie, toen ik het niet alleen op het gebied van werken, maar ook qua bloggen even wat rustiger aan deed, deelde ik hier af en toe wat filmpjes over onderwijs.

Een daarvan was een inspirerende lezing van sir Ken Robinson. Deze auteur, onderwijsdeskundige en creativiteitsexpert stelt ons huidige onderwijssysteem aan de kaak. Hij probeert hierin duidelijk te maken dat de focus op denken te eenzijdig is.

Een aantal weken terug liet ik hier de opvolger van zijn eerste Tedtalk zien, waarin hij opriep tot een revolutie van het leren. Ik kwam er onlangs achter dat hij na deze tweede lezing uit 2010 in 2013 nog eens een talk hield. Hierin noemt hij het onderwijs van tegenwoordig zelfs een dodenvallei. Tegelijkertijd biedt hij ook mogelijkheden om hieraan te ontsnappen. Fjoe…

Ook deze lezing is het bekijken, beluisteren en het nabespreken waard. Wat ik hiervan mee kan nemen in mijn dagelijkse praktijk? En wat er anders zou moeten in het onderwijs in Nederland van vandaag? Daar wijd ik nog wel eens een langer blogbericht aan.




donderdag 4 januari 2018

Kerstvakantieberichten IV

Het gebeurt nog wel eens dat beroemde mensen (cabaretiers, schrijvers) ooit begonnen als docenten. Een daarvan is Peter Heerschop.

Tijdens het Denk Groter Debat hield hij in 2014 voor studenten van Fonty's pabo's een warm pleidooi voor het leraarschap.



Met dit filmpje sluit ik mijn kerstvakantieberichten af. Vanaf aanstaande maandag weer langere blogjes. Hebben jullie ze gemist?

donderdag 24 augustus 2017

Zomervakantieberichten X

In dit laatste zomervakantiebericht (oh, how times does indeed fly…) laat ik jullie graag een beetje nadenken over onderwijs.

Dat doe ik zelf namelijk regelmatig en ik laat me graag inspireren uit verschillende bronnen. De antroposofie, want: vrijeschool. Maar er zijn ook veel inspirerende mensen die zinnige dingen te zeggen hebben op het internet te vinden.

Een tijdje terug vonden we deze meneer. En hij heeft het een en ander onderzocht waarvan ik denk dat huidige beleidsmakers in het onderwijs nog wel eens heel, heel grondig naar zouden mogen kijken… En toepassen. Dat ook.

Heel graag.

Volgens mij zouden we er een slimmer, leuker en een gelukkiger land van worden….


maandag 31 juli 2017

Zomervakantieberichten III

Harrie Jekkers was ooit ook leraar. Ik wist dit al langer, van mijn leraar Nederlands. Deze studeerde namelijk in Den Haag en kende Jekkers van de universiteit. Heel interessant vond ik dat als leerling, het maakte mijn docent ook een klein beetje beroemd immers. Maar Harrie Jekkers was in tegenstelling tot mijn meneer van den Oever geen leraar Nederlands, maar Engels. Kijk, dat geeft een band.


Zijn ervaringen zijn voor mij niet alleen hilarisch, maar ook heel herkenbaar. Zo ontving ik ooit een verhaal waar de zin 'What is it early Sherlock Holmes.' in voor kwam. Ik snapte er geen jota van. Het hele opstel was duidelijk gegoegel transleed, maar deze zin sloeg helemaal nergens op. Tot ik besefte wat de vertaling van 'early' is in het Nederlands. Toen begreep ik zowel de zin, als de fout. Nog meer (en leukere) van dit soort fouten vind je in het volgende verhaal.



donderdag 20 juli 2017

Zin en onzin over leraren en vakantie

Bijna, bijna is het zover en begint dan eindelijk de zomervakantie. Het was een heel lange rit dit jaar, met een meivakantie die in april viel en maar liefst twaalf weken tussen die paasvakantie en deze zomervakantie. Mijn leerlingen zijn er dan ook behoorlijk aan toe. En als ik hier thuis zo eens rond kijk, mijn kinderen ook.

Toen ik begon met werken in het onderwijs, hadden we elke zomer zeven weken vakantie. Tegenwoordig is dat terug gebracht naar zes. Nog royaal vergeleken bij andere beroepen en banen, maar om heel eerlijk te zijn ook een noodzakelijkheid. Net als de andere vakanties die we in het onderwijs hebben.

Ergernis
Over leraren en vakanties wordt veel gezegd, en vaak is het grote onzin. Ik zal niet snel vergeten dat ik bij de Chinese afhaal betrokken werd bij een gesprek. Een aantal bekenden hadden het over werk en luiheid, zoiets. De ene partij maakte een opmerking als 'Ja, als ik het makkelijk had willen hebben dan was ik het onderwijs wel in gegaan. Dan heb je tenminste bijna altijd vakantie, toch?' Met een olijke blik keek hij eerst naar zijn kennissen, die hem lachend bijvielen. Toen keek hij mij aan, en aan de geschrokken blik in zijn ogen kon ik merken dat mijn eigen gezichtsuitdrukking minder geamuseerd was. Not amused indeed. Link kan ik er van worden.


Ken je dit soort uitspraken?




Heel grappig, hoor. Behalve als je beseft dat het niet alleen niet waar is (juni, juli en augustus bevatten in totaal ruim 13 weken, waarvan we 6 weken officieel vakantie hebben en de andere 7 gewoon werken), maar best frustrerend dat mensen vaak niet door hebben dat zo'n uitspraak een grapje is.

Even wat feitjes:
  • bij een volledige baan (in onderwijstermen 1,0 fte) in het onderwijs werk je in het voortgezet onderwijs 42,29 uur per week. Ter vergelijking: bij veel andere banen bestaat een volledige baan uit 38 tot 40 uur per week. De 2 ½ tot 4 ½ uur die je bij een volledige baan meer werkt t.o.v. de meeste andere banen is om de lesvrije dagen (in de volksmond: vakantie) te compenseren. Wij werken namelijk in 40 weken tijd (=52 weken minus 12 lesvrije weken) evenveel als andere mensen in 45. (bron: http://www.drs-online.nl/artikel.php?ID=695) Wordt het al iets minder luilekkerland?

  • Werken in het onderwijs komt met risico's. Van alle branches is het risico op een burn out in het onderwijs het grootst, en dat is al jaren zo. (bron:http://www.coachbureau.nl/blog/2015/06/02/werken-in-het-onderwijs-nergens-is-de-werkdruk-zo-hoog-nergens-zoveel-burn-out/) De weken vakantie die er zijn, zijn eenvoudigweg nodig om bij te tanken. Werken in het onderwijs betekent werkdagen van gemiddeld 8,5 uur. Maar dat is gemiddeld. Er zijn soms, met name vlak voor vakanties pieken waarin (flink) meer gewerkt wordt. Zouden er minder vakanties zijn, dan zou het nog moeilijker zijn om bij te komen. Klinkt toch alweer iets minder rooskleurig.

  • Er is een verschil tussen waar je officieel voor betaald krijgt en wat je in werkelijkheid doet. Uit recent onderzoek van de Aob (Algemene Onderwijsbond) blijkt dat hoewel de officiële werkweek in het basisonderwijs 40 uur per week is, en in het voortgezet onderwijs zoals hierboven beschreven 42,5 is, docenten structureel overwerken. Onbetaald uiteraard. Een leraar op de basisschool werkt gemiddeld 46, 9 uur per week (kun je je voorstellen: bijna een hele werkdag extra werken? Elke week?) en een leraar op de middelbare heeft een gemiddelde werkweek van 45,2 uur. Behoorlijk gevulde werkweken dus. De uren die leraren maken in schoolvakanties moeten hier overigens nog bij op worden geteld, want die zijn in dit onderzoek niet meegenomen. (bron:http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=52823)


    • Bovendien zijn lang niet alle vakanties ook echt honderd procent lang-leve-de-lol-ik-voer-geen-ene-mallemoer-uit-vakanties. Sterker nog, ik noemde het net al lesvrije weken, en dat is ook zo. Neem de zomervakantie. Ik heb minimaal een week nodig om alles af te ronden van het afgelopen jaar en begin in de laatste week weer met plannen en voorbereiden van het nieuwe jaar. Blijven er van de vijf weken vakantie nog drie over. Waarin ik vaak ook alweer ideeen op doe en contacten onderhou. Een 'kleine' vakantie als de herfst-of voorjaarsvakantie wordt zo gevuld met achterstallig nakijkwerk en voorbereiden, mailtjes en contact met ouders. Scheelt reistijd, en je bent er geen hele week mee bezig, maar alleen maar cocktails drinken onder een palmboom? Neen.

Valt tegen? Nee hoor, ik ben erg tevreden. Ik heb een fijne baan en ik geef met veel plezier met hart en ziel les.

Maar het is bij tijden ook heel zwaar. Je bent vaker wel dan niet aan het werk, ook 's avonds en in het weekend. Ik voel me zelden echt vrij, ben altijd op de een of andere manier met mijn werk en mijn leerlingen bezig. En op sommige momenten kan ik er dan heel slecht tegen als mensen grapjes maken over hoe makkelijk het wel niet is om te werken in het onderwijs, met elk jaar drie maanden vrij. Onwetendheid, ik weet het, maar wel onwetendheid die steekt.

Gelukkig is het bijna weer zover: zomervakantie. De komende vijf weken blijf ik bloggen, hoor. Maar wellicht wel iets kortere berichten, die ik van tevoren inplan. Het is immers zomer en ik geniet van een zeer welverdiende vakantie.

Dus als jullie mij zoeken: ik lig op het strand. Onder een palmboom. Met een cocktail.



(In elk geval in gedachten.)

maandag 26 juni 2017

Chaos

Tijdens mijn studie moest ik regelmatig Pop's maken: persoonlijke ontwikkelplannen. Ik vertelde dan altijd dat ik een chaotisch persoon ben. Juist daarom was ik altijd erg streng voor mezelf en bracht ik veel structuur aan in mijn planningen en mijn lessen. Mijn docenten en stagebegeleiders zagen alleen die planningen en die lessen en aan het einde van mijn studie was er een docent die zei dat ik volgens haar helemaal niet chaotisch ben. Een goed voorbeeld van dat wat er van binnen leeft je lang niet altijd aan de buitenkant ziet.

Bij leerlingen werkt het soms hetzelfde. Er verschijnen veel leerlingen in mijn lessen waar “iets” mee is. Add, adhd, dyslexie, dyscalculi, ass, asperger, beelddenkers, pdd nos, hoogsensitief, noem maar op. Sommige dingen kun je merken, andere ook helemaal niet. Bovendien is de ene leerling met asperger de andere niet. Er zijn ook leerlingen zonder officieel etiketje, waarbij ik soms vermoed dat ze zaken anders ervaren of aanpakken dan gebruikelijk is. Soms kan een diagnose fijn zijn, omdat het recht geeft op extra hulpmiddelen of inzicht kan geven waarom dingen fout lopen. Het kan ook handvaten geven om beter met bepaald gedrag om te gaan en leerlingen te helpen lekkerder in hun vel te zitten of het beter te doen op school. Dat zijn de voordelen.

Nadelen
Wat je soms ook tegenkomt is dat een leerling zijn of haar etiketje gebruikt als excuus voor vervelend gedrag of slechte cijfers. Ik kan niet aardig zijn voor anderen want ik heb autistische trekken, bijvoorbeeld. Terwijl ik leerlingen altijd voorhoudt dat als je ergens moeite mee hebt dit niet betekent dat het dan niet hoeft. Het betekent wel dat je er meer moeite voor moet doen. Sommige dingen zullen altijd moeilijk blijven, en er zullen zaken zijn die nooit helemaal gaan zoals je graag zou willen, maar dat is geen reden om het er bij te laten zitten. Dit laatste weet ik uit eigen ervaring.

Hak, tak en chaos
In mijn hoofd is het namelijk echt chaos, nog steeds. Ik vind het moeilijk om meerdere dingen tegelijk te doen, en dat hoort bij de taakomschrijving als je lesgeeft. Je moet immers in de gaten hebben wat je met welke klas gaat doen, welke materialen er nodig zijn, welke leerling extra aandacht nodig heeft, wie nog iets moet inhalen, op welke bladzijde van welk boek we zijn, wie in de klas stiekem briefjes doorgeeft en wie er de hele tijd door de grammatica-uitleg heen praat. Ik kan het, maar het kost sloten energie. Mijn hoofd werkt in veel opzichten anders dan dat van anderen. Ik begrijp hierdoor mijn leerlingen met een concentratieprobleem behoorlijk goed. Mijn gedachten vliegen ook alle kanten op en als ik met een ding bezig ben dan kan ik al het andere om mij heen vergeten. Tegelijkertijd ben ik dat ook weer vergeten als iets mij afleidt. Als ik kook gebeurt het bijvoorbeeld regelmatig dat iets aanbrandt omdat ik in de keuken een krant tegen kom en dan begin te lezen en vergeet waar ik ook weer mee bezig was. Autorijden is iets anders wat mij absurd veel moeite kostte om te leren, ik kreeg het nauwelijks voor elkaar. Overal kijken en direct doen in plaats van er over na te denken, en alles altijd tegelijk... Heel erg moeilijk.

Structuur.
In de klas overkomt mij dat gelukkig niet, en het magische woord hierbij is structuur. Vrijwel elke les begint op dezelfde manier en eindigt op dezelfde manier. Ik kijk altijd even terug op de vorige les en kijk aan het einde even vooruit naar de volgende. Het programma van de dag, inclusief huiswerk voor de volgende keer staat op het bord. Als ik leerlingen soms vraag wat ze prettig vinden aan mijn lessen en wat ik eventueel nog kan verbeteren, dan blijkt dat ze het fijn vinden dat ze altijd weten waar ze aan toe zijn bij mij. Ik ook. Het geeft tegenwicht aan de chaos. 

maandag 19 juni 2017

Turbotaal

Weet je waar je je behoorlijk oud door kunt voelen? Taal. Laat me deze boude uitspraak uitleggen. Ik herinner mij het verhaal van mijn lieve opa die op zijn 84e aan mij vertelde dat hij zich niet oud voelde, ondanks zijn respectabele leeftijd. Tot een paar jaar daarvoor had hij nog eieren gezocht (ik had Friese grootvaders, in een tijd dat kievitseieren zoeken nog mocht) en als hij dan een hekje zag, was zijn eerste reactie om erover heen te springen. In zijn hoofd was hij namelijk nog dezelfde als toen hij veertien was. Pas in tweede instantie realiseerde hij zich dan dat hij daar al veel te oud voor was. Datzelfde principe geldt voor mij. Ik ga regelmatig naar de kapper, heb mijn haren in een naar ik heb begrepen hip kleurtje, en voel me gewoon zoals ik mij altijd voelde, alleen in een licht vermoeide bijna veertiger verpakking. Pas als ik op school mijn leerlingen tegen elkaar hoor praten voel ik ineens dat ik oud wordt. Of ben, laat ik eerlijk zijn.

Engels
Iedere generatie heeft zijn eigen turbotaal, taal die alleen onder jongeren wordt gesproken. Zo kan ik mij – opoe vertelt- herinneren dat iets echt gaafs wreed was. Ik geloof niet dat ik het woord ooit zelf gebruikte (daar was ik toen al niet hip genoeg voor), maar ik bevond mij in kringen waar dit wel gangbaar was. De leerlingen in mijn klas hebben zo een eigen lingua franca die vooral heel veel leent uit het Engels. Laatst luisterde ik een gesprek af (ja, dat doen wij leraren. Kijk maar niet zo geshockeerd) tussen twee leerlingen die eerst iemand anders bespraken: een real badass mofo was die gast. Daarna wilde ze even meeten. Meeten! Niet afspreken, niet hangen, neen: meeten. Als dit alles ertoe zou leiden dat hun Engels beter wordt naarmate hun Nederlands slechter (anders) wordt dan is dat nog iets, maar dat is niet zo. Hoe vaak ik al C U heb moeten verbeteren in see you, of uit moeten leggen dat 'gonna' en 'ain't' geen correct Engels is? Ook niet als iedereen het zegt, of het in alle liedjes zo is? Te vaak. Ik was het spoor bijster toen het gesprek op lacherige toon op fappen kwam. Dat begreep ik later pas, toen mijn zestien jarige dochter het me uitlegde.

Grappig
Is dit dan erg? Taal te horen waardoor je je oud gaat voelen? Nee, want het brengt vernieuwing en is soms creatief en grappig. Zo betekenen zowel pittig als kappot 'veel' of 'erg'. Pittig laat op bed gaan bijvoorbeeld of kapot moe zijn. In theorie kan iemand dus zowel pittig pittig als kapot kapot zijn. Vind ik leuk. Veel van wat mijn leerlingen zeggen begrijp ik inmiddels. 'He juf, beste patta's' is een compliment. Over oude afgetrapte laarzen die ik alleen aan had omdat het sneeuwde, maar dat wist zij niet, zij vond het blijkbaar mooie schoenen. Zelf bezig ik weinig hippe jeugdwoorden, al gebruikte ik laatst de uitdrukking 'vet lame' in een stelling voor tijdens de mentorles. En het grappige was dat die stelling het meeste uitnodigde tot discussie. Niemand die mij uitlachte, of me te oud vond voor zo'n uitdrukking, ze snapten wat ik bedoelde en gingen hierop in. Zo oud ben ik blijkbaar dus nog niet.


Oh en wat fappen nou is? Hmm.. Helpt het als ik zeg dat het een onomatopee is?

donderdag 15 juni 2017

Boze ouders

Met de meeste ouders die ik tegen kom als mentor en lerares heb ik een goed professioneel contact. Het gebeurt regelmatig dat ik complimenten krijg over hoe ik iets doe, of de manier waarop ik een contact heb opgepakt. Heel fijn is dat, een extra setje veren in je achterste en het voelt als een aanmoediging om zo door te gaan.

Veel minder vaak gebeurt het dat een ouder niet blij of zelfs boos is over een bepaalde gang van zaken. Maar als het gebeurt dan trek ik me dat aan. Gelukkig wel al minder dan in het begin van mijn carrière. Toen kon ik er letterlijk van wakker liggen. Dat gebeurt me nu niet meer, maar ik kan er wel mee zitten. Het komt regelmatig voor dat mijn eerste gedachte na het wakker worden is gewijd aan die mail van die ouder.

Foutje bedankt
Het kan zijn dat er echt iets is misgegaan. Dat kan, een school wordt gerund door mensen en mensen maken fouten. In dat geval heb ik geen enkel probleem om het boetekleed aan te trekken. Sorry is geen moeilijk woord, en ik denk zoveel mogelijk mee bij het verzinnen van oplossingen.

Anders is het als er reacties komen die wat mij betreft niet kloppen, of niet eerlijk zijn. Ik voel me dan niet alleen aangetast in mijn professionaliteit, maar vooral ook in mijn gevoel voor rechtvaardigheid. Een vraag als 'Waarom heb je mijn kind een 5 gegeven?' klopt niet bijvoorbeeld. Een leerling heeft een bepaald resultaat behaald. Door te stellen dat een leraar een kind een resultaat geeft, haal je alle verantwoordelijkheid bij de leerling weg en legt deze neer bij de docent. Niet eerlijk, klopt niet.

Onduidelijk
Ook zijn er ouders die alleen oog hebben voor wat hun kinderen zeggen en niet even nadenken over een eventuele andere kant. Het is wel gebeurd dat ik toetsdata door gaf (meerdere keren mondeling, diverse malen op het bord geschreven, uitgedeeld op papieren planners, in latere jaren soms zelfs nog aangevuld met een digitaal systeem voor huiswerk) en dan nog een mail krijg van ouders. Ouders die vinden dat hun kind een bepaalde toets niet hoeft te maken, omdat het voor zoonlief totaal niet duidelijk was dat er een overhoring zou volgen, en of ik eens iets duidelijker kan zijn met noteren van huiswerk. Tuurlijk joh. Was ik even vergeten het ook nog telepathisch door te seinen. Mijn fout.

Stoom
Ook is het mij eens gebeurd dat een hele klas vond dat ze een s.o. niet hoefden te maken omdat ze geen vertalingen van de te leren zinnen hadden gekregen. Let wel, die zijn op het internet binnen twee seconden te vinden. Bovendien was het op deze school niet standaard om papieren vertalingen te leveren, maar een extra service, op afroep. Ik had de klas al een keer gevraagd of ze behoefte hadden aan vertalingen, maar geen reactie ontvangen. De dag voor de s.o. viel de klas ineens over me heen. Morgen een overhoring? Maar dat kon toch niet, niemand had vertalingen! Ik legde het nog eens uit, maar ze bleven boos. Die middag kreeg ik een dampende, licht autoritaire mail van ouders. Hun kinderen gingen de overhoring niet maken, want ik had een fout gemaakt. Ze gingen er vanuit dat hun mail duidelijk genoeg was en ik werd geacht de fout te herstellen. 


Met stoom uit mijn oren heb ik ouders geantwoord. Uiterst beleefd maar zeer uitgebreid en duidelijk. Ik ontving hierop een kort mailtje terug. Zo hadden ze de zaak nog niet bekeken, misschien dat hun kinderen toch niet helemaal gelijk hadden. 

De volgende dag maakten de leerlingen de s.o., maar mijn relatie met die specifieke klas is nooit meer helemaal goed gekomen. Soms heb je dat. Maar boze mails heb ik dat jaar in elk geval niet meer gekregen.

maandag 29 mei 2017

Wie dit leest...

is gek. Een klassieker. Ik kom deze tekst nog regelmatig tegen als ik - er is wel eens topdrukte op de docentenw.c.'s tijdens pauzes- van een leerlingentoilet gebruik maak. Ergens moet ik er een beetje om lachen. Het heeft iets onschuldigs.

Vandalisme.
Wat mij wel stoort, en behoorlijk ook, zijn de teksten die ik met zeer grote regelmaat tegenkom op tafels of muren in mijn klaslokaal. Mijn ergernis top drie? Nummer drie: Grove teksten over andere leerlingen. (naam) is (scheldwoord). Dat idee. Beschadigend voor de genoemde leerling, en laf van de "stoere" bink(in) die de stift of pen ter hand nam. Anoniem zulke dingen schrijven? Giftig word ik er van. Bah. Hetzelfde geldt voor nummer twee. Deze luidt: Zin in (woord voor seks of seksuele handeling)? bel (telefoonnummer). Heel stom, en niemand heeft hier ooit z'n eigen nummer ingevoerd. Op nummer 1 de ergste graffiti die je kunt vinden: een hakenkruis of white power teken. Laf en heel naar.

Gelukkig kom ik deze drie niet heel vaak tegen. Tafels en muren worden veel beschreven, maar de opschriften zijn  meestal vriendelijker of minder persoonlijk van toon. Namen van crushes (vertaling voor opa: de mensen van wie je vroeger zou hebben gezegd dat je er op was) of celebs (=beroemde mensen / artiesten) bijvoorbeeld, al dan niet voorzien van een hartje of I hartje.

Communicatie
Sommige teksten worden een soort anonieme communicatie tussen elkaar onbekende leerlingen. Een geeft een aanzet met een stelling. Engels is (scheldwoord naar keuze) of (deze kwam ik onlangs tegen) Poedels zijn cool. Leerling twee geeft zijn of haar commentaar op genoemde stelling en wordt een les later aangevuld door leerling nummer drie en vier en vijf. Want zo werkt het: een schone tafel blijft lang schoon, een tafel waarop is geschreven nodigt uit tot meer schrijven. Voor mij bestaat de ellende uit twee zaken. De eerste is dat ik het dus niet zie. Ja, wel de teksten, aan het einde van de dag, maar niet dat ze geschreven worden. Ik zie het gewoon niet. Een soort vandalisme blinde vlek. Erg frustrerend, want ik kan dus zelden een dader aan het werk zetten met schoonmaken. Want, en dat is gelijk punt twee: die troep wil er slecht af. Water en zeep is niet genoeg, je hebt echt schuurmiddel en elleboogwerk nodig om het eraf te krijgen. Doe je dat niet, zit de tafel binnen no time echt onder.

Bord
Dan is er nog het bord. Leuk is het als je 's ochtends op je bord kijkt en daar stiekem op ziet: goedemorgen! XOXO van (naam klas). Grappig is het ook een klein beetje als je een grote getekende piemel op het bord ziet. De eerste keer tenminste. Als je elke dag enorme getekende genitalieen van je bord moet verwijderen die er in een onbewaakt moment op zijn gezet wordt het iets minder humoristisch. Na de laatste keer sneeuwval deze winter verscheen er op magische wijze een tekening van een twee meter grote penis met bijbehorend klokkenspel op het binnenplein. Dat lokte een glimlach bij mij uit, moet ik eerlijk zeggen. Tot ik op het bord weer eentje zag. Houdt het dan nooit op?!

Een tijdje terug lag er bij het ontbijt een briefje van mijn oudste, zestienjarige, dochter. Zij vertrekt altijd een stuk vroeger dan de rest van het gezin. Vertederd pakte ik 'm, denkend dat het een lief briefje was. 

'Hallo, stelletje piemels.' stond er.

Zeg nou zelf, hier valt toch niet tegenop op te voeden?


donderdag 18 mei 2017

Verhalen vertellen

Wat is dat toch met negatieve opmerkingen, dat die vaak langer blijven hangen dan positieve? Jaren geleden vertelde een oudere collega mij eens dat zij drie hele lange dagen werkte, dagen van acht, negen lesuren achter elkaar. En dat als er dan 1 uur slecht ging, een klas die niet mee wilde werken, bokkige leerlingen, discussies en onvrede, noem maar op, dat ze dan vergat dat ze die dag ook nog zeven, acht fijne lessen had gedraaid. Kennen jullie verschijnsel? Ik moest daar aan denken toen ik aan het einde van de laatste lesdag voor de kerstvakantie mijn leslokaal schoonmaakte. Hoe dat zo?

Ik las al vaker voor, en in lagere klassen deed ik aan TPRS, maar vorig jaar ontdekte ik ineens dat ik ook best zomaar een verhaal kan vertellen in de Engelse les. Dat ging zo: Op de vrijeschoolconferentie het schooljaar hiervoor had ik overleg met andere vrijeschooldocenten Engels uit het hele land. Hierbij begreep ik dat het op vrijescholen gebruikelijk is om rond kerst iets te doen met 'A Christmas Carol'. Niet, zoals op bepaalde scholen ook wel gedaan wordt, een filmversie laten zien, met inhoudelijke vragen, maar echt het boek lezen en behandelen. Zodoende kocht ik verschillende versies van het prachtige boek van Charles Dickens met het idee deze te gaan voorlezen.

Vertellen versus voorlezen.
De dag voor ik zou gaan voorlezen besefte ik ineens dat dit niet zou gaan werken. Prachtig verhaal, maar het 19e eeuwse Engels zou dermate lastig zijn voor mijn zevende en achtste klassers (eerste en tweede klassers in regulier onderwijs), dat hen de betekenis helemaal zou ontgaan. Nu hoeven ze niet alles te snappen, maar dit zou een te grote information gap zijn om hen te boeien. Dus besloot ik het verhaal te vertellen. Spannend, maar een verdraaid leuke uitdaging. Ik verdeelde het verhaal in negen ongeveer gelijke delen en gedurende drie weken vertelde ik elke les de eerste twintig minuten het verhaal van de oude Ebenezer Scrooge. De laatste les bedacht ik me dat het mooi zou zijn om af te sluiten met een echte Christmas Carol. Dit was nog stukken spannender dan vertellen, want vertellen kan ik wel, maar zingen? Voor een volle klas? -Slik-

En toch deed ik het. Het scheelt dat het een heel lieve klas was, waar ik me goed bij voelde, maar toch was het heel even ongemakkelijk toen ik de eerste tonen van 'God Rest Ye Merry Gentlemen' inzette. Maar bij het wegsterven van de laatste noten barstte er een applaus los die mij het zelfvertrouwen gaf om mijn prestatie te herhalen, ook bij minder lieve klassen. Je kwetsbaar opstellen voor een klas: ik kan dat blijkbaar. En dat het gewaardeerd wordt, merkte ik ook. Want ik kreeg van een klas (ja die lieve) een kerstkaart om mij te bedanken voor het mooie verhaal. En een zevende klas leerling legde onopvallend een kerstkaartje op mijn tafel waar ze als extra regel nog aan toe had gevoegd 'En je kunt heel mooi zingen.' Wat een schatje! Ongeacht of het nu waar is of niet.


En toch bleef bij het opruimen even een ander briefje in mijn hoofd hangen. Dat briefje dat ik op de grond vond, van een leerling uit een andere klas. En waar op stond 'Hoe zei dat verhaal doet is echt heel stom. De film is veel beter.' Maar ach. Dat laatste briefje belandde -inclusief spelfout- in de oud papierbak, en die kerstkaartjes gingen met mij en mijn gestreelde ego mee naar huis. Volgend jaar weer!

maandag 8 mei 2017

Bijzondere leerlingen

Ik heb het weleens eerder gezegd en ik meen het echt: ik vind al mijn leerlingen bijzonder. In elke leerling kan ik iets moois en unieks ontdekken. Dat is een van de zaken die voor mij werken in het onderwijs zo leuk en uitdagend maakt. Maar iedereen die weleens Orwell en zijn dierenboerderij heeft bestudeerd weet dat er ook tussen bijzondere leerlingen af en toe een paar zijn die... ik zal niet zeggen bijzonderder zijn, maar wel die je je na een lange tijd nog herinnert. Vandaag wilde ik maar eens een bescheiden ode schrijven aan die leerlingen.

Levenslust
Op mijn eerste school, in het eerste jaar dat ik les gaf, was daar de leerling die het thuis niet makkelijk had. Hij was als enig kind mantelzorger voor zijn hulpbehoevende ouders en deed dit alles alsof het vanzelfsprekend was. Het was echter niet die thuissituatie, of het feit dat hij gewend was om zonder te morren voor anderen te zorgen wat mij in hem raakte. Het was zijn levensplezier en de openheid waarmee hij in het leven stond. Doordat zijn beide ouders ziek waren was hij nog nooit op vakantie geweest naar het buitenland. Met school ging hij als derdeklasser mee op excursie naar Frankrijk en het was alsof hij daar alles inhaalde wat hij tekort was gekomen in de tijd daarvoor. Hoe hij met volle teugen genoot en alles opzoog als mooie, nieuwe ervaring, tussen de blasé leerlingen die zuchten alwéér naar Frankrijk te moeten was hartverwarmend. Jaren later kwam ik hem nog eens tegen en we praten alsof ik hem de dag ervoor nog had gezien.

Verdrietig
Op dezelfde school maakte ik ook een paar hartverscheurende dingen mee. Een meisje die problemen had met alles en iedereen, grote mond had, huiswerk nooit in orde en grote issues met autoriteit, bleek een verdrietig kind die alleen bij mij haar verhaal kwijt durfde. Ik heb meegemaakt hoe een ouder die van een andere ouder haar kind niet meer mocht zien, op school kwam om een glimp op te vangen. Huilend vielen ouder en kind elkaar in de armen, om elkaar daarna opnieuw jaren niet meer te zien, omdat de andere ouder nu eenmaal de touwtjes in handen had en de ouder met lege handen niet weer opnieuw rechtszaken aan wilde gaan.
Ook in de categorie verdrietig zal ik nooit vergeten dat midden in een leuke examenstunt een jongen voor de ogen van de school brak, omdat het nieuws binnen kwam dat zijn vader zelfmoord had gepleegd diezelfde ochtend. Dat zijn zaken waar ik nog steeds stil van kan worden, en waarvan ik hoop ze maar een keer in mijn carrière mee te maken.

Incompleet overzicht
Ik probeer mijn stukjes altijd min of meer rond de 500 woorden te houden, anders wordt het te lang en haken mensen af. (En voor de oplettende lezer: nee, dat lukt dus niet altijd.. ;-))Het is nogal ambitieus om een stukje te willen wijden aan al die leerlingen die ik me door de jaren heen ben blijven herinneren, want er zijn er zoveel! Weet je wat? Over een paar weken schrijf ik nog zo’n stuk. En voor de mensen die het misschien leuk vinden om te reageren: welke docent herinner jij je nog van vroeger? Wacht. Laat ik het daar nou volgende keer direct over hebben.

donderdag 13 april 2017

Leren, deel twee

(In mijn vorige blog vertelde ik waarom rijles mij als docent veel gebracht heeft. Deze keer vertel ik meer.)

Succes en falen
Iets anders wat ik geleerd heb is hoe ontzettend belangrijk succeservaringen en complimenten kunnen zijn. De eerste keer dat er iets goed ging en de instructeur zei: 'Kijk, zo doe je dat dus', ik dacht dat ik uit elkaar zou knallen van trots. De rest van die rijles ging ineens ook een stuk beter. Later (vele, vele, vele maanden later), toen er eindelijk schot in de zaak leek te zitten, kwam ik soms ineens in een flow, dan ging het zo goed dat ik wel op wolken leek te eh... rijden. Op het moment dat ik dan weer een foutje maakte en de instructeur tegen me tekeer ging voelde ik een stomp in mijn maag en donderde ik keihard van die wolk. Om me de rest van de les rot te blijven voelen.

Hoe het niet moet
Want dat is het laatste wat ik geleerd heb van autorijles: hoe het niet moet als docent. Ik had namelijk de slechtste instructeur ooit. Geen slechte vent, dat was nu net het punt, anders was ik allang weg gegaan in plaats van een kleine twee jaar doorklooien. Maar een bar slechte leraar. Althans voor mij. Zijn stem ging altijd omhoog en werd luid (zeg: niveau schreeuwen) als ik iets deed wat niet de bedoeling was. Ik voelde mezelf krimpen onder zijn geschreeuw. Daarnaast waren zijn opmerkingen zelden opbouwend of subtiel. Zo hoorde ik regelmatig op snerende toon iets als: 'Waarom probeer je op die container in te rijden?', als ik een tikje teveel naar rechts dreigde te gaan. Of: 'Het moet jou een rotzorg zijn hoe lang zij moet wachten!', als ik iemand voorrang gaf terwijl het niet hoefde. Het naarste was ergens aan het einde van mijn rijles-carrière toen ik tijdens een les een aantal dingen niet goed had gedaan. Hij hield opnieuw een tirade en zei letterlijk dat bij mij het kwartje maar niet wilde vallen, ik maar hardnekkig dingen verkeerd bleef doen en dat een rij-examen op deze manier geen enkele zin had, omdat het zo toch niets zou worden met mij. Let wel: gesprekken lang had ik met deze man gehad over mijn onzekerheid en mijn moeite om verschillende dingen tegelijk te doen, en het eeuwige twijfelen vanwege die onzekerheid. Volgens hem kon iedereen leren rijden, dus ik ook. En net toen ik het idee had dat een rijbewijs ook voor mij weggelegd zou kunnen zijn kwam hij met deze bombshell. Geschreeuwd bovendien. Aan het einde van de les was hij weer zijn gewone vriendelijke zelf en ik besloot toch door te gaan met de lessen. Alleen wel bij een andere instructeur. Genoeg is genoeg tenslotte.

Hoe moet het dan wel?
Het was puur doorzettingsvermogen dat ik nog steeds rijles heb en of ik het ooit haal weet ik nog steeds niet Maar sinds die eerste lessen koester ik mijn zwakke leerlingen en stimuleer ik hen om altijd hun best te blijven doen. Ik zoek naar alle lichtpuntjes die ze laten zien. En ik laat ze weten dat ze nooit, absoluut nooit iemand mogen geloven (inclusief zichzelf) die hen probeert wijs te maken dat het geen zin heeft, en dat het nooit wat met hen zal worden.


Laatst had ik een meisje bij mijn bureau staan die, ondanks echt proberen, en met zware dyslexie, haar zoveelste nog niet voldoende had gehaald op een proefwerk. Ik wees haar op een oefening die ze helemaal goed had gedaan, een smiley van mij in de kantlijn. Als enige van de klas had ze net die oefening helemaal foutloos gedaan. Ik liet haar weten dat dit voor mij meer waard is dan een tien van een andere leerling. Het leverde haar een applausje op van de klas. Geheel terecht. 

maandag 10 april 2017

Leren deel 1

Weet je waar ik als docent veel van heb geleerd? Rijles. Ik heb een goede opleiding gehad en na mijn studie diverse nascholingen, bijscholingen, cursussen, studie(mid)dagen, ontwikkelgroepen en workshops. En waar ik het meeste van heb geleerd, is het volgen van rijles. Raar? Misschien. Maar het is echt zo.

Ik moet er misschien een paar dingen bij vertellen. Als eerste zijn die rijlessen vrij recent. Op mijn 37e ben ik begonnen met mijn eerste rijlessen en nu rond mijn 39e, heb ik nog steeds mijn rijbewijs niet behaald. Dat is gelijk het tweede: ik was er niet heel goed in. Bijzonder verrotte beroerd, om precies te zijn. Nu is het zo dat ik in mijn eigen schoolcarrière in weinig dingen echt slecht was. In techniek in de brugklas en vooral gym was ik een kneusje, dat klopt, maar dat waren uitzonderingen. Ik ben altijd een goede leerling geweest. Ik haalde niet altijd de beste cijfers, maar dat was meer een kwestie van met andere zaken bezig zijn. Het leren zelf ging mij verbazend goed af. Behalve wiskunde, die was ik nog vergeten. Wiskunde daar kreeg ik -letterlijk- elke les knallende koppijn van. Alsof er verbindingen in mijn hersenen niet werkten en er kortsluiting ontstond als ik probeerde het te begrijpen. Maar voor de rest heb ik nooit veel moeite gehad om iets te leren, te begrijpen of te kennen en te kunnen. Leren breien en haken was misschien even wat gepruts, maar ook dat had ik al op jonge leeftijd in de vingers.

Hoe anders was dat toen ik met rijles begon... Ik kon er geen bal van! Mijn instructeur zei zo'n twee keer per les dat autorijden voor doeners is en niet voor denkers, maar ik ben een denker, en geen doener. Nou daar ga je dus.

Voor de allereerste keer
Wat ik er dan als juf van geleerd heb? Ik heb voor het eerst in mijn leven gemerkt hoe ontzettend naar het is als je iets niet kunt. Dat je wel wilt, maar het zo moeilijk vind en keer op keer op keer probeert en het toch niet lukt. Ook al doe je heel erg je best. Hoe gefrustreerd en verdrietig en boos je hiervan kunt worden. Hoe je je aangetast kan voelen in je eigenwaarde als het alsmaar niet lukt. Dat wist ik niet. Niet echt. Nu heb ik het aan den lijve ervaren en ik begrijp mijn zwakke leerlingen op een andere manier dan hiervoor. Ik weet niet of ik er een betere docent door wordt, maar ik snap ze wel beter.


(wegens iets te lang stuk heb ik besloten om dit blog op te knippen in twee stukken, volgende keer het vervolg!)