maandag 9 juli 2018

Workshops geven: toen en nu


Behalve lesgeven heb ik inmiddels ook ruime ervaring opgedaan met het geven van workshops. Op de Montessorischool waar ik als docent begon had men elk jaar in de laatste week voor de zomervakantie een workshopweek, waarin verschillende leraren en mensen van buitenaf workshops gaven, die niet per se met hun vakgebied te maken hadden. Leerlingen gaven zich hiervoor op en zo zat je dan met een klein groepje waarvan het merendeel ook graag jouw workshop wilde volgen. 

Ik heb toen verschillende malen een workshop Zoek je Rust gegeven (best grappig als je bedenkt dat ik jaren later zelf met een burn-out thuis kwam te zitten… Gevalletje van niet luisteren naar wat je anderen vertelt. Maar da's weer een ander verhaal.)

In deze workshop deed ik met de leerlingen een aantal yoga oefeningen, meditatie oefeningen, een mindfulnessoefening en een meditatieve schrijfopdracht. We onderzochten ook welke geuren van invloed kunnen zijn op hoe je je voelt. De workshop eindigde ik altijd met een geleide meditatie van een minuut of twintig en hierbij merkte je dat zelfs de minst gewillige deelnemer (er zijn altijd mensen die zich niet op tijd inschrijven en dan willekeurig worden ingedeeld, en dat zijn niet altijd de leerlingen die er zin in hebben) uiteindelijk helemaal tot rust komt. Sterker nog, ik heb regelmatig leerlingen wakker moeten maken aan het einde van zo'n workshop. Die waren zo ontspannen dat ze gewoon lekker in slaap waren gedommeld! 

Ik genoot altijd van het geven van zulke workshops omdat de rust die ik de leerlingen mee wilde geven ook weer op mijn afstraalde. Als na afloop een hele groep leerlingen enigszins daas en loom weer het lokaal verliet, voelde ik mezelf eveneens helemaal tot rust gekomen. Heerlijk!

Inmiddels geef ik opnieuw workshops, maar nu aan volwassenen: autobiografisch schrijven. Als schrijfjuf laat ik mensen werken aan zelfinzicht en levensplezier door een dag intuïtief schrijven. Zo'n dag duurt van een uur of tien 's ochtends tot een uur of drie 's middags, met een lekkere lunch in het midden. We doen allerlei oefeningen, waarop we op verschillende manieren bezig zijn met schrijven. Het grappige is dat we ook dezelfde meditatieve schrijfopdracht doen die ik toen altijd met de leerlingen deed. En waar die enkele onwillige leerling soms met die opdracht worstelden is het nu een van de favorieten bij de schrijfworkshops. 

Bron:Pixabay.com


En eigenlijk geldt voor die schrijfworkshops die ik nu geef hetzelfde las voor de rust-zoek-workshops uit het begin van mijn carrière; niet alleen de deelnemers ervaren levensplezier en zelfinzicht, maar ik zelf ook. Ik leer van elke workshop die ik geef, en heb er immens veel plezier aan. 

Vind jij het ook leuk om eens een hele dag intuïtief te schrijven? Ben je benieuwd naar een workshop autobiografisch schrijven? In de nazomer en herfst heb ik er twee gepland. Voor meer informatie kun je mailen naar schrijfvlinder@outlook.com. Leuk!

donderdag 5 juli 2018

Rerun: Engels op de basisschool


Vandaag weer een trip down memory lane. Letterlijk, want het stuk dat in de herhaling gaat, ging over lesgeven op de basisschool. Dat doe ik al een tijdje niet meer, en ik mis het soms wel. Want wat is het leuk, lesgeven aan die kleintjes...


In een lang schimmig verleden (althans het was keurig, maar dat begint wat minder smeuïg) ging ik eens naar een taalcongres. Hier heb ik een dag rondgelopen en aan van alles mee gedaan.

TPRS
Zo volgde ik er een workshop TPRS: Teaching proficiency through reading and storytelling, bij de man die dit ontwikkelde, Blaine Ray. Een waanzinnig inspirerende workshop waar ik direct meer mee wilde doen. Op dat moment had ik echter niet de mogelijkheid om dit toe te passen. Later zat mijn oudste dochter in groep 7 bij een enthousiaste meester die mij uitnodigde om bij hem Engels te geven. Toen ik aangaf dat door middel van TPRS te willen doen werd hij alleen maar enthousiaster.

Wat TPRS is? Hmm... dat is een lang verhaal. Ik zal er later nog eens uitgebreider over vertelen, maar laat ik het er voor vandaag bij houden dat het gaat om verhalen vertellen, waarbij de leerlingen zelf heel veel invloed hebben op de voortgang van het verhaal. Ik durfde het als beginner in het basisonderwijs en zonder enige ervaring met TPRS niet aan om de leerlingen echt het hele verhaal te laten bepalen, maar ik liet stukjes open die zij mochten invullen. Waar het om ging was dat ik eindelijk verhalen kon vertellen. En dat deed ik. Eerst het verhaal van 'the blue boy and the purple peanut'. Daarna het verhaal over een pinguïn die wil dansen maar de juiste schoenen niet kan vinden. Ik verzon de kern van het verhaal zelf, liet de kinderen de details invullen en maakte boekjes met het verhaal in geschreven vorm en vragen daarbij.

Leergierig
Voor de rest las ik voor. Roald Dahl is altijd een goed idee, en omdat veel kinderen zijn verhalen al kennen, kun je best in groep zeven of acht zo'n boek voorlezen. Dat wat ze niet verstaan of begrijpen kennen ze nog wel een beetje van de Nederlandse versie immers. Ook liet ik de kinderen in groepjes een quiz maken en in het Engels complimenten geven aan elkaar. Mijn laatste keer lesgeven in groep 7 en 8 besloot ik met een taalcircuit. Wel een organisatie, maar wat was het leuk; de kinderen deden een quizje, bestelden in het Engels wat te drinken en lieten zien wat ze geleerd hadden. Verreweg de meeste van de kinderen die ik zo les gaf waren namelijk heel leergierig en enthousiast. Engels was een interessant beetje exotisch vak, een voorbode van de middelbare school waar ze best naar uitkeken. Toch stopte ik ermee, omdat ik een flink stuk meer ging werken en mijn baan niet langer met het vrijwillige werk op de basisschool kon combineren. Soms mis ik het nog.

Bron: Pixabay.com


Echte kleintjes
Vorig jaar heb ik wel een paar keer iets nieuws uitgeprobeerd: lesgeven aan nog jongere kinderen. Groep vier. Het was uitdagend, om hun aandacht er telkens bij te houden, maar wat hadden ze er een plezier in! En ik natuurlijk ook. Dit keer vertelde ik geen verhalen TPRS-stijl, maar deed ik het anders. Ik had op mijn werk namelijk een boek over Engels op de Vrijeschool gevonden, gericht op de onderbouw (basisschool). Dit hield in dat we elke les versjes opzegden, liedjes zongen en spelletjes deden. Zo leren, dat het niet aanvoelt als leren zeg maar. Omdat het niet het hele jaar was, maar slechts een paar keer was het goed vol te houden. Ook deze lessen sloten we op gepaste wijze af: met een echte Engelse afternoon tea. Voor mij een goede combinatie:Engels, blije kinderen en lekker eten. Kijk, en toen dat werd geserveerd had ik dus geen enkele moeite meer om hun aandacht er bij te houden!


Zoals gezegd geef ik al een tijd geen Engels meer op de basisschool, maar mijn kinderen krijgen tegenwoordig wel Engels, al vanaf groep 1. Het is nu te kort dag, voor volgende week en de week daarna staan de laatste stukken voor de zomervakantie al klaar, maar bij deze beloof ik dat ik na die vakantie hier nog eens over schrijf; hoe mijn kinderen nu Engels krijgen op de basisschool en wat ik daarvan vind. Cliffhanger tot en met september is dit!

maandag 2 juli 2018

Juf Jolanda en de burn-out deel vier: reintegreren


Voor wie hier al een tijdje meeleest is het inmiddels bekend: in mei 2017 kwam ik thuis te zitten. In juli van dat jaar was ik kort aanwezig bij het jaarlijkse zomerfeest en bij de afscheidsbijeenkomst voor de docenten, en het plan was om in september weer mijn taken op te pakken. Dit bleek echter veel te veel, veel te snel. In september ging het slechter met mij dan tijdens de eerste weken van mijn ziekzijn, en reïntegreren was niet mogelijk. Toen ik ervoer dat ik de ruimte kreeg van mijn baas, kon ik ook eindelijk mezelf de ruimte geven om gewoon ziek te zijn en te accepteren dat beter worden tijd nodig had. Tijd die niet van tevoren ingeschat kon worden, en die "gewoon" moest verstrijken. Door de rust die dat gaf, werd ik heel langzaam kleine stukjes beter.

In december voelde ik dat ik er aan toe was om weer naar school te gaan, en ik ging een paar uurtjes naar de kerstviering voor collega's. Heel druk, heel gezellig en ik moest er flink van bijkomen, maar het was wel fijn om even terug te zijn. 

Vanaf januari begon het echte reïntegreren, en dit mocht ik opnieuw zelf invullen. Ik deed, in overleg met mijn leidinggevende, wat ik dacht dat goed was, in mijn eigen tempo, zonder na te denken over de volgende stap. In eerste instantie ging ik 1 keer per week 2 uurtjes naar school om daar een kop thee te drinken, te praten met collega's en achter de computer misschien eens mijn werkmailbox wat op te schonen. Klinkt niet als veel, maar voor iemand met een burn-out echt inspannend! Ik zorgde dat ik tijdens lesuren in de lerarenkamer zat, want met meer dan een of twee mensen praten kostte teveel inspanning. 

In februari breidde ik uit naar 1 keer per week 3 uurtjes op school en zat ik zelfs tijdens pauzes weleens in de docentenkamer. Niet dat ik mee kon praten, want wat een explosie van activiteit, geluid, gesprekken… Gewoon zitten en kijken was al genoeg. Daarnaast ging ik op onderzoek uit, waar mijn spullen lagen. Ik inventariseerde waar alles lag (keurig opgeruimd door mijn collega's, de schatten!), en wat ik allemaal had. 

Eind februari, begin maart was ik toe naar een stapje erbij: nog steeds 1 middag per week naar school, maar nu een volle middag, van 12 tot 16 uur, half vijf en - belangrijker nog- weer inhoudelijk bezig. Ik plande welke klas ik later zou gaan lesgeven en bereidde lessen voor. Dit ging niet van een leien dakje, verre van. De eerste keren dat ik bezig was, had ik geen idee wat ik aan het doen was. Concentratie was miniem, prioriteiten stellen onmogelijk, ik had het gevoel dat mijn hoofd het niet meer deed. Uren was ik bezig, en aan het einde van de middag bleek ik nauwelijks iets te hebben gedaan. Ik werd er weleens bang van dat ik het niet meer kon; nadenken, plannen, werken. Maar ook dan vertrouwde ik er maar weer op dat het zijn tijd nodig had en ik niet snel hoefde. Op een middag eind maart merkte ik ineens dat het knopje in mijn hoofd op 'on' stond; ik was een hele middag fijn bezig geweest. Ik had weer overzicht, wist wat er moest gebeuren en werkte daar aan. Ik nam bovendien genoeg pauzes tussendoor, ging niet over grenzen, en toch kreeg ik zaken weer voor elkaar. Wat een opluchting! En niet alleen dat maar ik voelde het plezier weer terug komen. Had zo'n zin om weer les te geven, dat ik besloot dat dat weer kon. 1 klas, 3 lesuurtjes, heel rustig beginnen.

Begin april was het zo ver. Een dag een lesuur en de rest van de middag verder voorbereiden, spullen klaarleggen en andere organisatorische zaken en een tweede dag een blokuur. Zo werkte ik een lange middag en een korte middag per week, goed te doen. Die eerste week was zwaar. Heel zwaar. En bijzonder leuk vond ik het ook niet. Een energievolle zevende klas, vol stuiterende pubers, die geen boodschap hadden aan leraren die nog moeten herstellen van een burn-out. Bikkelen was het. Na die twee middagen lag ik weer uren in bed om bij te komen. Maar niemand heeft gezegd dat reïntegreren altijd leuk is of makkelijk gaat, dus zette ik gewoon door. De tweede week lesgeven vond ik nog steeds extreem vermoeiend. Maar ik merkte ook dat ik het wel weer leuk vond, al die lieve stuiterballetjes. Waarvan er twee na een paar lessen al bij mij kwamen om te zeggen dat ik hun nieuwe favoriete lerares was. Aaahh.. Lief. In de derde week lesgeven merkte ik bij het naar school gaan dat het heel natuurlijk voelde. Makkelijk. Lesgeven is wat ik doe, ik moest er gewoon weer inkomen. Toen dat eenmaal was gebeurd draaide ik mijn hand er niet meer voor om. En was het ook niet meer zo intens vermoeiend. Goddank!

Zo ging het ineens toch best wel snel. Na de meivakantie ging ik half mei van 1 naar 2 zevende klassen, en werkte ik weer op drie dagen. Een lange middag en twee korte middagen, maar toch. Deze tweede zevende klas vond ik best pittig, maar ervaring helpt. Plezier in wat je doet ook. Begin juni kreeg ik er een achtste klas bij, een klas die ik al kende van vorig jaar, ook al van die lieverds. Hen weer les mogen geven voelde als een cadeautje, en gaf me genoeg vertrouwen om de laatste weken van dit schooljaar er nog een achtste klas bij te nemen. Zo werk ik nu voor de derde week alweer 80%, drie behoorlijk volle dagen. Eigenlijk  iets teveel qua belasting, maar omdat het maar voor drie weken is, is het net te doen. Normaliter had ik de stap van drie naar vier klassen iets langzamer gedaan, maar nu, met de zomervakantie in het vooruitzicht, moest het even iets sneller.

Bron: Pixabay.com


En hoe nu verder? In september begin ik gewoon weer met vier klassen; 80% van mijn normale werkbetrekking. Na een week of drie, vier, afhankelijk van hoe het gaat en ik mij voel, neem ik dan de vijfde klas erbij en zit ik (in elk geval qua lesgeven) weer op honderd procent. Ik zal dan nog niet ook direct taken op me nemen, en elke vergadering bijwonen, want ik merk wel dat het tempo de laatste maanden wel erg rap werd opgevoerd. Door mezelf, zonder druk van mijn werkgever, maar het korten van mijn salaris heeft hierop wel flink invloed uitgeoefend en kon ik als kostwinner niet negeren. Ik vind het dan ook best veel om met vier klassen te beginnen. Maar aan de andere kant zorgde het geleidelijk meer klassen erbij nemen de afgelopen maanden er wel voor dat ik telkens verschillende klassen met verschillende planningen had. Ondanks dezelfde niveaus en dezelfde jaarlaag, want met de een was ik immers al eerder begonnen en had ik dus meer tijd. Dat vergt veel van mijn schakel- en organisatorische vermogens en da's niet heel eenvoudig voor iemand met ADD en herstellende burn-out. Dat aspect speelt aan het begin van het schooljaar niet. Ik heb dan weliswaar vier klassen, maar hoef ik maar twee verschillende planningen te maken; een voor de zevende klassen en een voor de achtste. Daarmee is het begin van het schooljaar even iets rustiger dan deze afgelopen weken, en dat vind ik eigenlijk wel heel fijn.

Al met al moet ik goed mijn grenzen bewaken, meer rust nemen dan ik ooit gewend was, maar voel ik ook vertrouwen en plezier in wat ik doe. Zolang ik dat alles - grenzen, rust, vertrouwen en plezier - blijf combineren, kom ik volgens mij een heel eind. 

donderdag 28 juni 2018

Rerun: Anders lesgeven


Vandaag in de herhaling een stuk dat ik schreef toen dit blog nog maar net begonnen was. Een niet al te lang bericht, dat precies weergeeft wat ik doe en waarom ik dat doe. En hoeveel plezier ik daar aan beleef! Die wilde ik zelf ook nog wel eens lezen.


Bron: Pixabay.com


Ik zeg het weleens vaker, maar ik vind het ook echt: ik werk op de leukste school van Nederland. Vooruit dan: van het Noorden. Op een voortgezette vrijeschool is namelijk aandacht voor de hele leerling, niet alleen het hoofd (cognitieve aspect) wordt aangesproken, maar ook het hart (sociaal-emotionele vaardigheden) en de handen (maken, beweging). En dan niet als ondergeschikte bijvakjes, maar alle aspecten evenveel. Voor een docent betekent het een andere manier van lesgeven: ademend en bewegend. Klinkt vaag? Valt best mee.

Creatief en autonoom
Voor een docent Engels zoals ik houdt het in dat we niet alleen uit een standaard methode werken. Sterker nog, alleen onder licht protest en met veel, heel veel aanvullend materiaal. Dat vraagt improvisatievermogen en creativiteit, maar dat zijn nu net twee van mijn sterke punten, dus voor mij geen punt. Voor iemand die gewend is om een strakke leidraad in de vorm van een methode te hebben is het behoorlijk wennen, maar ik zou niet meer anders willen. Volgens de antroposofische visie moet je als docent jezelf als mens meenemen voor de klas, en je persoonlijkheid laten zien in hoe en wat je lesgeeft. In het verleden, als beginnende en onzekere docent, vond ik dit nog weleens lastig, maar het lukt me steeds beter. De vrijheid om zelf in grote mate mijn onderwijs te kunnen bepalen, binnen bepaalde richtlijnen en in overleg met collega's, maakt dat ik mij op mijn school als een vis in het water voel.

Ademend
Sommige dingen worden op een vrijeschool net even anders benoemd en ervaren, maar als je je erin verdiept blijkt er veel moois in te zitten. In de antroposofie gaat men er vanuit dat onderwijs ademend moet zijn. Adem gaat in en uit, en zo zouden de activiteiten in een les ook moeten zijn; van binnen naar buiten (zoals spreken en schrijven) en van buiten van binnen (zoals luisteren en lezen.) Bij het leren van een taal is het een valkuil om in dat laatste stuk te blijven zitten: leerlingen lezen veel teksten, luisteren naar de docent die in de doeltaal dingen uitlegt en vertelt en er is voor hen minder kans om van binnen naar buiten te bewegen, uit te ademen zogezegd, door zelf iets te doen. Een van de middelen om dit te doen is bijvoorbeeld door hen gedichten te laten reciteren, of liedjes te zingen. Zo bereik je bovendien niet alleen dat hoofd dat maar alles tot zich moet nemen, maar doe je iets met je lijf (leerlingen staan achter hun stoel tijdens het reciteren of zingen) en met z'n allen. Hoofd, hart, handen: check.


Zo ontwikkelen niet alleen de leerlingen zich, maar ook ik als docent. Ik leer elke dag, en ik ontwikkel elk jaar wel weer een nieuw project of ander materiaal. Zo ben ik dit schooljaar begonnen met het vertellen van verhalen. Ik pas mijn lessen steeds beter aan, aan het seizoen bijvoorbeeld. Zo de natuurlijke ritme van de natuur volgen voelt voor mij heel goed, hoort bij de antroposofie en het raakt de leerlingen op een bijna vanzelfsprekende manier. Voorbeelden? Volgende keer!

maandag 25 juni 2018

Extra pauze


Zoals jullie weten ben ik alweer geruime tijd aan het reintegreren. Vanaf vorige week zelfs alweer 80%, wat behoorlijk wat is, gezien het feit dat ik me zo'n 60% beter voel. Nu was ik van plan om voor vandaag een stuk te schrijven over die reintegratie, maar omdat ik niet alleen meer ben gaan werken, maar ook nog eens een heel fikse verkoudheid heb opgelopen, grenzend aan echt ziek zijn, heb ik besloten dat een weekje op te schuiven.

Soms moet je even extra pauze nemen. Dat doe ik dus vandaag.

Volgende week gewoon weer een nieuw bericht en als goedmaker aanstaande donderdag een blog van vorig jaar op herhaling. Als herinnering waarom ik lesgeven ook weer zo leuk vond.

Nu echter... een kop thee. En wat rust. (En doe vooral met me mee, als jij ook wel een extra pauze kunt gebruiken. ;-) )

Bron: Pixabay.com

maandag 18 juni 2018

Lesgeven met ADD


Vorige week in mijn blog over het verloop van mijn burn-out vertelde ik dat ik erachter ben gekomen dat ik ADD heb. Voor de mensen die niet precies weten wat het is: zeg maar ADHD zonder het hyperactieve.  Zelf vind ik de term 'een chaotisch hoofd' wat vriendelijker klinken. Dat ik dit had wist ik natuurlijk al veel langer, ik schreef hier al eerder eens een stuk over dat afgelopen donderdag in de rerun kwam.

Toch is er voor mij wel iets veranderd sinds ik mijn diagnose heb. In positieve zin, maar ook wel in negatieve. Zolang ik het zag en benoemde als chaotisch zijn voelde het als iets wat lastig was maar ook als iets niet direct heel storend. Een beetje zoals Pietje Bell's vader hem vergoelijkend een bijzonder kind noemde terwijl hij - laten we heel eerlijk zijn- tegenwoordig op zijn minst specialistische gezinshulp had gekregen zo niet uit huis plaatsing. 

etiketje erop!
(bron:pixabay.com)

Nu er een officieel etiket zit op wat ik heb voelt het zwaarder. Er is immers officieel iets mis met mij. Iets waar ik weinig aan kan doen (medicijnen geprobeerd, maar die hadden een tegengesteld effect). Iets wat nooit meer over gaat. Iets wat ik heel veel liever niet had gehad. Waar ik een hekel aan heb, omdat ik zo graag "gewoon" had willen functioneren. En dat is iets dat soms best moeilijk is.

In mijn dagelijks leven betekent het dat als mijn kinderen mij iets vragen ik mij enorm moet concentreren. Koekje? Eh, eens kijken, hoe laat is het eigenlijk? Hebben ze al iets gehad vandaag? Hoe laat gaan we eten? Hebben ze gespeeld bij andere kinderen en daar al iets gehad? Hoeveel koekjes hebben we eigenlijk in huis? Hadden ze hun ontbijt/lunch wel opgegeten? Dat zijn dingen die ik razendsnel moet gaan bedenken en, nu ik aan het reïntegreren ben en weer meer aan het werk ben, lang niet altijd snel paraat heb. Vraag maar aan je vader is acht van de tien keer het antwoord dat ik hen geef. Laatst verzuchtte mijn middelste dochter: 'Ja, maar mama, dat is toch een heel simpele ja of nee vraag?'. Nou, nee, niet als ik met mijn hoofd bij mijn werk zit, of net een berichtje tik, of domweg in gedachten ben verzonken. Sorry. 

Lesgeven met ADD is net zo ingewikkeld. Met name de organisatorische kant kost mij enorm veel energie. Maar écht enorm veel. Ik moet mezelf dwingen om dingen volgens een heel strak schema voor te bereiden en zaken klaar te leggen. Ik moet daar te allen tijde mijn concentratie bijhouden. Even laten gaan betekent dat ik werk kwijt raak. Letterlijk. Het is wel voor gekomen dat ik in de lerarenwerkruimte opdrachten printte, deze meenam naar de docentenkamer, daar een kop thee inschonk, de opdrachten wilde pakken en ze weg waren. Gewoon weg: poef! Niet in de ene kamer, niet in de andere, niet in de gang, niet in mijn tas. Ik heb ze nooit meer gevonden. 

Zo heb ik in de loop der jaren uren, waarschijnlijk dagen of zelfs weken aan werk kwijt geraakt. Allemaal werk dat ik -gehaast- moest inhalen of moest improviseren. Nu ben ik gelukkig goed in improviseren en zeker van mezelf qua lesgeven, maar toch baal ik er enorm van. En als ik niet oppas (kom ik weer met die zelfcompassie) zorgt het voor veel stress.

De enige manier is om mezelf er constant bij te houden. Lesplanningen te maken van elke les, mappen waarin ik op een vast moment in de week al het materiaal voor elke les klaarleg, een vast begin en einde van elke  les. Met name dat organisatorische aspect kost veel tijd en veel energie, maar da's niks vergeleken bij wat het me kost als ik dit niet zo zou doen.

Daarnaast zijn alle prikkels, al het geluid en alle energie die je omringt als je urenlang voor klassen met pubers staat, een behoorlijke aanslag op me. Dat is de reden waarom ik er vaak voor kies om in de pauze niet naar de docentenkamer te gaan maar even in de rust van een leeg lokaal te blijven.

Het onderwijs is voor iedereen een belastende baan, maar voor iemand met ADD is dat nog net een tandje erger. Dat is een van de redenen waarom ik het duizend keer liever niet had gehad. Maar het hebben van een officiële diagnose heeft ook een positieve kant. Ik kan nu aan mensen uitleggen dat als ik soms een deel van een gesprek kwijt ben, dit niet komt omdat ik hen niet interessant genoeg vond, maar omdat mijn hoofd soms wat anders werkt. Ik kon aan mijn leidinggevende uitleggen dat mijn arbeidsomstandigheden aangepast moesten worden aan mijn aandoening. In dit geval betekent dit: één vast lokaal (want lokaalwisselingen gedurende de dag, met bijbehorende organisatie van welke spullen heb ik wanneer in welk lokaal nodig zorgen, zeker nu ik nog moet genezen van de burn-out, maar eigenlijk altijd wel vanwege de ADD, voor kortsluiting in mijn hoofd.). Hier heb ik een kast waar ik alle spullen op een vaste manier opberg en dus ook weer kan vinden. Het lost niet alles op, maar helpt wel.

Iets anders wat ik positief vind is dat ik de leerlingen 'met een vlekje', diegene met eenzelfde soort etiketjes begrijp. Ik snap waarom die ene leerling zoveel moeite heeft met inleveren van een verslag, ik snap hoe je totale paniek kunt voelen als je zomaar spullen kwijt bent. Gewoon omdat je hoofd even met iets anders bezig was en ineens -poef!- was het weg. De frustratie die dat met zich mee brengt snap ik compleet, omdat het iets is waar ik zelf nog dagelijks mee worstel. Maar ook die leerling die niet kan stoppen met bewegen, of die niets hoort omdat 'ie naar buiten zat te staren, of die in zichzelf zit opgesloten, ook die begrijp ik beter. 

Nog steeds had ik het liever niet gehad. Dat had mijn leven een stuk eenvoudiger gemaakt. Maar tegelijkertijd zijn er een stuk ergere dingen en is dit iets waar prima mee te leven valt. Dan gaat er soms maar eens iets mis, so what? Leven is fouten maken. En die fouten net zo omarmen als datgene dat wel goed gaat. Misschien dat als die vlekjes-leerlingen zien dat een leraar met ADD daar relaxt mee omgaat, ze uiteindelijk zelf ook iets minder in paniek raken als bij hen iets misgaat. Dat zou ik fijn vinden.

Maar één ding: zullen we gewoon zeggen dat ik een juf ben met een chaotisch hoofd, zonder het Awoord te vaak te noemen? Dat klinkt, vind ik, gewoon net even iets gezelliger. 

donderdag 14 juni 2018

Rerun: Chaos

Afgelopen maandag schreef ik iets over de diagnose die ik tijdens mijn burn out kreeg. Onderstaand stuk, dat hier vandaag in de herhaling gaat, schreef ik voordat ik wist dat ik ADD heb.


Tijdens mijn studie moest ik regelmatig Pop's maken: persoonlijke ontwikkelplannen. Ik vertelde dan altijd dat ik een chaotisch persoon ben. Juist daarom was ik altijd erg streng voor mezelf en bracht ik veel structuur aan in mijn planningen en mijn lessen. Mijn docenten en stagebegeleiders zagen alleen die planningen en die lessen en aan het einde van mijn studie was er een docent die zei dat ik volgens haar helemaal niet chaotisch ben. Een goed voorbeeld van dat wat er van binnen leeft je lang niet altijd aan de buitenkant ziet.

Bron: Pixabay.com


Bij leerlingen werkt het soms hetzelfde. Er verschijnen veel leerlingen in mijn lessen waar “iets” mee is. Add, adhd, dyslexie, dyscalculi, ass, asperger, beelddenkers, pdd nos, hoogsensitief, noem maar op. Sommige dingen kun je merken, andere ook helemaal niet. Bovendien is de ene leerling met asperger de andere niet. Er zijn ook leerlingen zonder officieel etiketje, waarbij ik soms vermoed dat ze zaken anders ervaren of aanpakken dan gebruikelijk is. Soms kan een diagnose fijn zijn, omdat het recht geeft op extra hulpmiddelen of inzicht kan geven waarom dingen fout lopen. Het kan ook handvaten geven om beter met bepaald gedrag om te gaan en leerlingen te helpen lekkerder in hun vel te zitten of het beter te doen op school. Dat zijn de voordelen.

Nadelen
Wat je soms ook tegenkomt is dat een leerling zijn of haar etiketje gebruikt als excuus voor vervelend gedrag of slechte cijfers. Ik kan niet aardig zijn voor anderen want ik heb autistische trekken, bijvoorbeeld. Terwijl ik leerlingen altijd voorhoudt dat als je ergens moeite mee hebt dit niet betekent dat het dan niet hoeft. Het betekent wel dat je er meer moeite voor moet doen. Sommige dingen zullen altijd moeilijk blijven, en er zullen zaken zijn die nooit helemaal gaan zoals je graag zou willen, maar dat is geen reden om het er bij te laten zitten. Dit laatste weet ik uit eigen ervaring.

Hak, tak en chaos
In mijn hoofd is het namelijk echt chaos, nog steeds. Ik vind het moeilijk om meerdere dingen tegelijk te doen, en dat hoort bij de taakomschrijving als je lesgeeft. Je moet immers in de gaten hebben wat je met welke klas gaat doen, welke materialen er nodig zijn, welke leerling extra aandacht nodig heeft, wie nog iets moet inhalen, op welke bladzijde van welk boek we zijn, wie in de klas stiekem briefjes doorgeeft en wie er de hele tijd door de grammatica-uitleg heen praat. Ik kan het, maar het kost sloten energie. Mijn hoofd werkt in veel opzichten anders dan dat van anderen. Ik begrijp hierdoor mijn leerlingen met een concentratieprobleem behoorlijk goed. Mijn gedachten vliegen ook alle kanten op en als ik met een ding bezig ben dan kan ik al het andere om mij heen vergeten. Tegelijkertijd ben ik dat ook weer vergeten als iets mij afleidt. Als ik kook gebeurt het bijvoorbeeld regelmatig dat iets aanbrandt omdat ik in de keuken een krant tegen kom en dan begin te lezen en vergeet waar ik ook weer mee bezig was. Autorijden is iets anders wat mij absurd veel moeite kostte om te leren, ik kreeg het nauwelijks voor elkaar. Overal kijken en direct doen in plaats van er over na te denken, en alles altijd tegelijk... Heel erg moeilijk.

Structuur.
In de klas overkomt mij dat gelukkig niet, en het magische woord hierbij is structuur. Vrijwel elke les begint op dezelfde manier en eindigt op dezelfde manier. Ik kijk altijd even terug op de vorige les en kijk aan het einde even vooruit naar de volgende. Het programma van de dag, inclusief huiswerk voor de volgende keer staat op het bord. Als ik leerlingen soms vraag wat ze prettig vinden aan mijn lessen en wat ik eventueel nog kan verbeteren, dan blijkt dat ze het fijn vinden dat ze altijd weten waar ze aan toe zijn bij mij. Ik ook. Het geeft tegenwicht aan de chaos.