Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

maandag 1 oktober 2018

Wat ik van mijn leerlingen leer

Ik heb door de jaren heen heel wat van leerlingen geleerd. Vaak op het gebied van omgaan met een aandoening, ziekte of andere serieuze zaken. Daarmee krijgt iedereen in zijn of haar leven mee te maken, maar sommige mensen op een wel erg jonge leeftijd. Ik kan niet anders dan met bewondering kijken naar de manier waarop de jonge mensen die ik in mijn klas tegenkwam met hun problemen omgingen.

Weer wat geleerd!
Soms ook leer ik van mijn leerlingen op praktisch gebied. Over nieuwe soorten telefoons en apparaten. Afgelopen week opnieuw leerde ik dankzij een leerling, en dit keer nota bene over iets waar ik verondersteld wordt de expert over te zijn: de Engelse taal!

Het was een doorsneeles, waarin ik zo snel mogelijk iets over grammatica uitlegde om door te kunnen gaan naar interessantere zaken (Voorlezen! Lezen! Films!). Ik vertelde over de verleden tijd van het werkwoord zijn: was en were. Ik vertelde dat je ‘was’ gebruikt bij enkelvoud (I, he, she en it) en ‘were’ bij meervoud. (We, they en you.) Hierbij is you een beetje een uitzondering omdat het zowel enkel- als meervoud kan betekenen (je of jullie), maar voor het gemak valt ‘ie onder meervoud. Na deze uitleg stak een meisje haar vinger op en vroeg hoe het dan zat met het Amerikaanse gebruik van ‘they’ voor mensen zonder gendervoorkeur. Say what?!

Niet genderspecifieke grammatica
Dankzij mijn dochter, die volop in de LBGTQRS (of wat die afkorting ook alweer is)wereld bekend is, weet ik het een en ander over de verschillen tussen biseksueel, panseksueel of a-seksueel zijn. Ook weet ik dat transgenders mensen zijn die zich een bepaald geslacht voelen, maar in het verkeerde lichaam zijn geboren, en dat er mensen zijn (98% van de bevolking) die zich thuis voelen bij een van de twee genders, maar dat er daarnaast een kleine groep (voor de mensen die goed kunnen rekenen: 2% van de wereldbevolking) die zich niet specifiek man of vrouw voelen, de genderambigue mens. Er worden in mijn huis regenboogjes op de kleren gedragen, wij praten over van alles en in dit ruimdenkende gezin is er dus veel kennis over dit soort zaken. Maar ‘they’ gebruiken voor mensen die zich noch man, noch vrouw voelen? Dat wist ik niet.

Mijn leerlinge legde uit: he wordt gebruikt voor jongens en mannen, she voor vrouwen en meisjes, maar voor mensen die zich noch het een noch het andere voelen zijn die woorden misplaatst. En ‘it’ gebruiken voor een mens is een beetje cru. Dus zijn er kringen in Amerika die ‘they’ een dubbele betekenis hebben gegeven, net als ‘you’. Het kan zowel ‘ zij, meervoud’ betekenen, als ‘genderambigu enkelvoud.’ En dus wilde mijn leerling weten of het in het laatste geval dan ‘was’ of ‘were’ gebruikt zou moeten worden? Ik had geen idee… Maar wat een fantastische, originele en verdraaid interessante vraag!

Sherlock Lichthart investigates
Ik ging thuis op onderzoek uit. Hier vond ik een geweldig (en uitgebreid!) artikel dat mij alle informatie gaf die ik wilde. Er blijkt dat er een heleboel aanspreekvormen zijn bedacht voor geen-man-geen-vrouw-mensen. 

Bron: Grammarly.com, uit een artikel van Celeste Mora


Van deze (mij nogal kunstmatig aandoende) vormen is ‘they’ enkelvoud de meest gebruikte. 

De maatschappij is in beweging, en dus de taal ook. Ik ben geen taalpurist en heb geen moeite met een taal die verandert en vernieuwd wordt. Sterker nog, ik vind het leuk om hierover te leren.

Was het nou was of were?
Oh en wat die vraag betreft? Of het voor they enkelvoud nu ‘was’ of ‘were’ moet zijn? Nou, daar blijken dezelfde regels voor te gelden als bij ‘you’. Als je dus ergens ‘they were’ leest dan zal dat hoogstwaarschijnlijk ‘ zij waren’ betekenen, maar in een heel enkel geval (ik schat zo’n 2%) kan het tegenwoordig ook ‘genderambigu persoon was’ betekenen. Pretty interesting, right?! (Dus dankjewel Fenna! Het was leuk om te onderzoeken!)

donderdag 15 februari 2018

Valentijn

Voor mij is het inmiddels traditie om niet lang na het eindigen van de kerstvakantie te beginnen met de voorzichtige voorjaars slash liefdesgedichtjes. Leerlingen reciteren bij mij vaak gedichten en deze pas ik aan aan de tijd van het jaar.

Rond januari wordt het weer tijd om te beginnen met de voorbereidingen op Valentijnsdag. Als het dan de veertiende februari is dan kennen ze een toepasselijk gedichtje uit hun hoofd. Altijd handig, toch?

Met de zevende (is eerste reguliere middelbare school) klas doe ik een lief klein voorjaarsgedichtje:

When you'll be my true love,
I'll tell you what I'll do.
I'll ask a little bluebird
to sing a song to you.
And when first you see a violet
and softly pricking through
the garden bed come crocusses
and golden tulips too
then watch! For he'll be coming,
that little bird of blue.
To tell you I'm in love with you, it's true, true, true.

Met de achtste (is dus tweede) klas reciteer ik rond deze tijd sonnet 18 van Shakespeare:

Shall I compare thee to a summer's day?
Thou art more lovely and more temperate.
Rough winds do shake the darling buds of May
And summer's lease hath all too short a date.
Sometime too hot the eye of heaven shines
And often is its gold complexion dimm'd
And every fair from fair sometimes declines
By chance, or nature's changing course untrimm'd.
But thy eternal summer shall not fade,
nor lose possession of that fair thou owest
When in eternal lines to time thou growest.

So long as men can breath, and eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee.

Altijd begin ik met het gedicht zelf voor te dragen, en tijdens het oefenen let ik op intonatie, uitspraak, snelheid en volume, maar over betekenis zeg ik niets. Pas als de leerlingen het gedicht van haver tot gort kennen bespreken we de betekenis.

Op – of zo dicht mogelijk rondom- Valentijnsdag vertel ik in de les altijd over verschillende verhalen rondom de oorsprong van het feest, en ik laat de leerlingen zelf ook liefdesgedichtjes schrijven. Voor een geheime liefde, hun beste vriendin, moeder, opa of grasparkietje, ze mogen zelf kiezen. De achtste klassers moeten een gedicht schrijven waarin ze hun geliefde (of beste vriend) vergelijken met iets dat zij heel waardevol vinden. Zo schreef een getalenteerde veertienjarige leerlinge eens een prachtig gedicht dat begon met de regels

Shall I compare thee to a winter's evening?
Thou art more cosy and more chilly.'

en dat van daaruit verder ging, heel trouw blijvend aan het originele sonnet. Mooi!

Maar het grappigste liefdesgedichtje dat ik tijdens deze Valentijnslessen tegen kwam bestond slechts uit drie regels.

Roses are grey
Violets are grey


I am a dog

maandag 25 september 2017

Beelden geven

Ik ben een mens van woorden. Geschreven of uitgesproken, het is mij om het even, maar ik ben van de woorden. Ik hou van lezen, schrijven, praten, vertellen. Van boeken, gedichten, muziekteksten, toneel, goede gesprekken. Voor mij zit er veel schoonheid in het woord en die vorm van schoonheid resoneert het meest in mij. Geen toeval dat ik juf werd in een taal leren.
Natuurlijk kan ik ook genieten van muziek, geuren en van een mooi schilderij, maar op de een of andere manier zijn het woorden die het snelst iets in mij raken.

Beelden
Je hebt ook beelddenkers. Mensen die niet veel kunnen met woorden en omschrijvingen, maar die ergens iets bij moeten zien. Ik vind dat soms lastig. Mijn man is er zo een. Geen toeval dat die man van mij beeldend kunstenaar is. Hij ziet de schoonheid van beelden en vormen en woorden doen hem een stuk minder. Hij kan bijvoorbeeld enorm genieten van van die heel langzame jaren zeventig films. Het beeld alleen is voor hem genoeg, mij gaat het te langzaam, te weinig dialoog. Of monoloog voor mijn part, in elk geval te weinig woorden.

Nu is het zo dat op een Vrijeschool leerlingen op verschillende manieren worden aangesproken. (Had ik daar al eens eerder over verteld? ;-) ) We doen aan verhalen vertellen en gedichten reciteren en schrijven, de woordenkant zeg maar. Maar ook aan textiel, hout, metaal, tekenen, het beeldendeel. En ook nog aan dans en euritmie en toneel en muziek, die allemaal weer andere delen van de mens aanspreken en combinaties zijn van diverse aspecten. 

Voor mij is dit mooi, maar in mijn vak blijven de woorden gewoon overheersend, want dat is immers waar een taal uit is opgebouwd.
Voor beelddenkende kinderen kan dit moeilijk zijn, een obstakel zelfs. En dat begrijp ik heel goed. Het is verdraaid lastig als je iets moet doen wat van nature minder in je zit.

Zweten
Ik heb dat elk jaar als ik aan het begin van het schooljaar een beeld moet geven. Bij ons is dat namelijk traditie. De gymzaal is gevuld met een stuk of tien, twaalf klassen en om de beurt komen de mentoren voor de groep staan en geven een beeld. Dit is een weliswaar verteld beeld, maar dat is iets anders dan een verhaal. Het is de bedoeling dat je met woorden een beeld schept dat de klas meeneemt het nieuwe schooljaar in. Een startpunt waar vanuit verder gegaan kan worden. 

En ik vind dat verdraaid moeilijk. Een verhaal vertellen, dat kan ik. Een toneeltje doen desnoods ook wel. Met zweet in de bilnaad, dat wel, maar eigenlijk vind ik een beetje toneel ook hartstikke leuk, dus geen probleem. Maar hoe schep je een beeld?
Ik heb er over vergaderd, nagedacht, besproken met ervaren antroposofische collega's, maar het wordt niet makkelijker. Toch doe ik het. Het hoort erbij en dus sla ik me er doorheen, blij dat het maar een keer per jaar hoeft.


Begrip

Het helpt me om begrip te hebben voor die beelddenkende en dyslectische leerlingen die bij mij elke dag met al die vervelende woorden te maken hebben. Daarom laat ik ze af en toe ook woorden tekenen, probeer ik hen een beetje tegemoet te komen. Een maatschappij waarin woorden zo belangrijk zijn is voor sommige kinderen al lastig genoeg.

maandag 7 augustus 2017

Zomervakantieberichten V

Ooit werd ik lerares omdat ik graag wilde lesgeven. Het vak was bijzaak en zocht ik erbij. De keuze was tussen Engels en geschiedenis. Engels won, maar gelukkig kan ik op mijn huidige school ook regelmatig periodes geschiedenis geven en dus ben ik tevreden.

De reden waarom Engels won is omdat ik een echte anglofiel ben. ik ben dol op alles wat met Engelstalige cultuur te maken heeft. Daarnaast vind ik het ook nog een prachtige taal.

Iets waar ik enorm om kan lachen is dit. Een stuk cabaret van Kees Torn, een virtuoze cabaretier die op onnavolgbare manier weet te toveren met taal. Nederlands en Engels. Uniek, intelligent en waanzinnig grappig. Vind ik dan. Lekker om even te kijken. Het is immers nog steeds zomervakantie, dus wie maakt me wat?




maandag 19 juni 2017

Turbotaal

Weet je waar je je behoorlijk oud door kunt voelen? Taal. Laat me deze boude uitspraak uitleggen. Ik herinner mij het verhaal van mijn lieve opa die op zijn 84e aan mij vertelde dat hij zich niet oud voelde, ondanks zijn respectabele leeftijd. Tot een paar jaar daarvoor had hij nog eieren gezocht (ik had Friese grootvaders, in een tijd dat kievitseieren zoeken nog mocht) en als hij dan een hekje zag, was zijn eerste reactie om erover heen te springen. In zijn hoofd was hij namelijk nog dezelfde als toen hij veertien was. Pas in tweede instantie realiseerde hij zich dan dat hij daar al veel te oud voor was. Datzelfde principe geldt voor mij. Ik ga regelmatig naar de kapper, heb mijn haren in een naar ik heb begrepen hip kleurtje, en voel me gewoon zoals ik mij altijd voelde, alleen in een licht vermoeide bijna veertiger verpakking. Pas als ik op school mijn leerlingen tegen elkaar hoor praten voel ik ineens dat ik oud wordt. Of ben, laat ik eerlijk zijn.

Engels
Iedere generatie heeft zijn eigen turbotaal, taal die alleen onder jongeren wordt gesproken. Zo kan ik mij – opoe vertelt- herinneren dat iets echt gaafs wreed was. Ik geloof niet dat ik het woord ooit zelf gebruikte (daar was ik toen al niet hip genoeg voor), maar ik bevond mij in kringen waar dit wel gangbaar was. De leerlingen in mijn klas hebben zo een eigen lingua franca die vooral heel veel leent uit het Engels. Laatst luisterde ik een gesprek af (ja, dat doen wij leraren. Kijk maar niet zo geshockeerd) tussen twee leerlingen die eerst iemand anders bespraken: een real badass mofo was die gast. Daarna wilde ze even meeten. Meeten! Niet afspreken, niet hangen, neen: meeten. Als dit alles ertoe zou leiden dat hun Engels beter wordt naarmate hun Nederlands slechter (anders) wordt dan is dat nog iets, maar dat is niet zo. Hoe vaak ik al C U heb moeten verbeteren in see you, of uit moeten leggen dat 'gonna' en 'ain't' geen correct Engels is? Ook niet als iedereen het zegt, of het in alle liedjes zo is? Te vaak. Ik was het spoor bijster toen het gesprek op lacherige toon op fappen kwam. Dat begreep ik later pas, toen mijn zestien jarige dochter het me uitlegde.

Grappig
Is dit dan erg? Taal te horen waardoor je je oud gaat voelen? Nee, want het brengt vernieuwing en is soms creatief en grappig. Zo betekenen zowel pittig als kappot 'veel' of 'erg'. Pittig laat op bed gaan bijvoorbeeld of kapot moe zijn. In theorie kan iemand dus zowel pittig pittig als kapot kapot zijn. Vind ik leuk. Veel van wat mijn leerlingen zeggen begrijp ik inmiddels. 'He juf, beste patta's' is een compliment. Over oude afgetrapte laarzen die ik alleen aan had omdat het sneeuwde, maar dat wist zij niet, zij vond het blijkbaar mooie schoenen. Zelf bezig ik weinig hippe jeugdwoorden, al gebruikte ik laatst de uitdrukking 'vet lame' in een stelling voor tijdens de mentorles. En het grappige was dat die stelling het meeste uitnodigde tot discussie. Niemand die mij uitlachte, of me te oud vond voor zo'n uitdrukking, ze snapten wat ik bedoelde en gingen hierop in. Zo oud ben ik blijkbaar dus nog niet.


Oh en wat fappen nou is? Hmm.. Helpt het als ik zeg dat het een onomatopee is?