| En na de vakantie doe ik weer mijn best aan daar iets kleins aan bij te dragen. Voor vandaag en morgen: Heel fijne kerstdagen allemaal! |
Lesgeven en schrijven, ik doe het beide even graag. Hier deel ik van maart 2018 tot maart 2019 een jaar lang elke maandag mijn ervaringen met lesgeven, leerlingen, les krijgen en allerlei anders op onderwijsgebied. En mijn eigenwijze mening krijg je er gratis bij.
Posts tonen met het label vrije school. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrije school. Alle posts tonen
maandag 25 december 2017
Kerstvakantieberichten I
maandag 18 december 2017
Jaarfeesten
Een
van de dingen die een Vrijeschool anders maakt dan andere scholen
zijn de jaarfeesten. Bij het volgen van de natuur en de seizoenen
hoort ook het vieren van de feesten die met elk jaargetijde verbonden
zijn.
Michaëlsfeest
Elk
feest heeft z'n eigen symboliek en achtergrond. Zo wordt aan het
begin van het schooljaar, rond 29 september het Michaëlsfeest
gevierd. Dit herfstfeest is verbonden met het verhaal van Joris (een
andere verschijningsvorm van Michaël) en de Draak. Michaël was een
van de aartsengelen en door de draak te verslaan overwon hij de
krachten van de duisternis. Het verhaal kun je gebruiken om te
beseffen dat wij als mensen met ons bewustzijn wakker moeten zijn om
het kwaad in de wereld (en ons zelf!) te doorzien. En dat er moed
nodig is om dit te overwinnen. Het is ook het eerste feest om ons
voor te bereiden op de komst van kerstmis.
Bij
onze school wordt het als een sportieve activiteit gevierd waarbij
leerlingen soms ook iets moeten overwinnen, hun moed moeten tonen. We
komen met zijn allen samen op een mooi terrein met water, waar de
leerlingen in teams met mensen uit alle klassen door elkaar heen, in
een circuit allerlei lichamelijke inspanningen tonen. Er zijn
activiteiten verbonden aan de elementen water, lucht, aarde en vuur
en bij allemaal werken de leerlingen samen om elkaar te helpen alles
tot een goed einde te brengen.
Kerstviering
De
vier weken voor kerst is de tijd van advent. Aan het einde van die
advent vieren we met de hele school kerst, het winterfeest. Hierover
zal ik volgende keer uitgebreid vertellen.
Voorjaarsconcert
Waar
de beweging in de natuur vanaf de herfst steeds meer naar binnen
gericht werd, en in de winter tot een stilstaand, doods hoogtepunt
kwam, begint alles in de lente weer opnieuw te ontwaken. In de natuur
en in onszelf. De lente is de tijd om weer naar buiten te treden,
zoals de uitbottende knoppen aan de takken en de vogels die hun lied
weer laten klinken.
Op onze school doen wij dat ook, letterlijk.
Vanaf het begin van het schooljaar wordt er al gerepeteerd en
voorbereid, maar in de weken rond maart, april, zo voor Pasen wordt
dit steeds intensiever, om te eindigen in een serie concerten. De
hele school; leerlingen, docenten, ondersteunend personeel en ouders
werkt eraan mee en het resultaat -dat ik nu een aantal keren heb
mogen meemaken- is een professionele voorstelling, met popliedjes,
percussie, zelf geschreven en gecomponeerde kleinkunstliederen en een
klassiek koor die de prachtigste werken tot gehore brengen. Wat een
manier om het voorjaar mee te beginnen! Ik vind het ontroerend en
indrukwekkend, en ik ben daarin niet de enige.
SintJansfeest
Het
laatste van de vier feesten die gevierd worden is het zomerse Sint
Jansfeest dat rond 24 juni gevierd wordt. De beweging naar buiten toe
waarbij het voorjaarsconcert een eerste aanzet was is nu tot volle
wasdom gekomen, en het is het meest uitbundige feest van alle
jaarfeesten. De naamgever van deze dag is Sint Jan, Johannes de
Doper, en het feest is bedoeld om de natuur in al zijn uitbundige
kracht van dit moment waar te nemen en te ervaren hoe deze ook in
onszelf leeft. Het is ook een feest van verbondenheid met elkaar.
Op
onze school wordt dit feest gevierd met een wervelend aanbod van
allerlei creatieve en culturele workshops en activiteiten waar de
leerlingen uit kunnen kiezen. Er is muziek, zang, dans en er branden
vuren in vuurkorven. Traditie is om aan het einde van het feest over
een van de vuren te springen, als loutering. Alhoewel ik via een
collega ook gemerkt heb dat het ook een moment is om goed door je rug
te gaan. Oppassen dus.
Labels:
ademend,
advent,
antroposofie,
blij,
creativiteit,
feesten,
genieten,
jaarfeesten,
kerst,
leven met de seizoenen,
Michaelsfeest,
sintjansfeest,
vrije school,
vrijeschool,
vrijeschoolonderwijs
donderdag 7 december 2017
Wichtelen
Het
is 1 december geweest en sinterklaas is gevierd en achter de rug. Dat
betekent dat de adventtijd is begonnen. Buiten het vieren van advent
en het aanpassen van mijn lessen aan de tijd van het jaar, betekent
het ook dat wij als docenten onderling weer wichtelen.
Wichtelen
is een van oorsprong Duitse (Vrijeschool?) traditie. Het betekent dat
je in de weken voor kerst een van je collega's (onderwijzend en oop =
onderwijsondersteunend personeel) als het ware 'adopteert'. Je wordt
iemands' wichtelouder, de ander tijdelijk jouw wichtelkind. In de
praktijk betekent het dat je even wat extra aandacht aan de
desbetreffende collega geeft. Deze persoon een beetje onder je hoede
neemt.
Je
kunt bijvoorbeeld zijn of haar lokaal (of kantoor) op een onopvallend
moment goed schoonmaken, iets vriendelijks op het bord schrijven, een
kaars op zijn of haar bureau verstoppen voor wat extra licht in
donkere tijden of een kop thee klaarzetten op een onverwacht moment.
Geheim
Dat
onopvallende en onverwachte is een sleutelelement in deze. Het is
namelijk de bedoeling dat de ander niet in de gaten heeft wie zijn of
haar wichtelouder is. Je mag genieten van de extra aandacht of
attenties die je krijgt, zonder dat je weet aan wie je het te danken
hebt. Onbaatzuchtige acties dus. Past perfect bij de tijd van het
jaar qua gedachte, maar ook qua gebaar. Want de weken voor de
kerstvakantie zijn notoir zwaar voor mensen in het onderwijs. De
herfstvakantie is lang geleden, je maakt vaak extra lange dagen, er
moet veel gebeuren en de meeste collega's zitten er rond deze tijd
een beetje doorheen. Hoe heerlijk is het dan om gewichteld te
worden... En net zo fijn om zelf te wichtelen! Te weten dat je
heimelijk een glimlach op iemands gezicht gaat toveren geeft de
wichtelouder zelf ook een prettig, ja bijna vredig gevoel.
Ik
ben fan
Het
mag duidelijk zijn dat ik dol ben op wichtelen. Het enige puntje is
dat het wel goed uitgevoerd moet worden. In een school die steeds
groter wordt kennen collega's elkaar steeds minder goed en wordt het
dus moeilijker om te bedenken wat een ander leuk zou kunnen vinden.
Bovendien geven we in drie gebouwen les, en als jij meestal in gebouw
B werkt, en jouw wichtelkind in C, dan is het soms een opgave in
drukke tijden om de tijd te vinden om bij dat andere gebouw langs te
gaan. Het wordt dan ook een traditie om elkaar een klein cadeautje te
geven rond de laatste dagen voor kerst. Deze wordt dan in de
docentenkamer neergezet. Dat gebeurde bij mijn eerste jaar op deze
school. Ik had drie weken lang cadeautjes en briefjes verstopt bij
mijn wichtelkind, en zelf kreeg ik op de laatste dag voor de vakantie
ineens een pakketje met allemaal cadeautjes.
Genieten
en vergeten
Het
jaar daarop was het volop genieten. Ineens lag er een prachtig, met
zorg ingepakt cadeautje voor me klaar, elke maandag. Ik pakte de
cadeautjes, of soms een kaartje, niet uit, maar liet het de hele dag
liggen om even van te genieten. Wat zag het er mooi uit, en wat vond
ik het lief! Het jaar daarna, vorig jaar was er een lotingsysteem
waarbij soms weleens iets misliep, en ik kreeg helemaal niets. Ik
miste de aandacht van een wichtelouder, maar had zelf gewoon plezier
in het vertroetelen van mijn wichtelkind.
Wat
dit jaar mij gaat brengen? Ik ben benieuwd. Maar eigenlijk vind ik
dat meer instellingen wichtelen zouden mogen invoeren. Voor iedereen
die het ook leuk vind om stiekem wat extra aandacht aan elkaar te
geven. Wie doet er mee?
Labels:
creativiteit,
docent,
juf,
kerst,
kerstvakantie,
leraar,
lerares,
leren,
lesgeven,
liefdevol lesgeven,
lieve juf,
school,
vrije school,
vrijeschool,
vrijeschoolonderwijs,
wichtelen
maandag 27 november 2017
Worden wie ik ben
Eigenlijk
geldt wat ik vorige keer schreef over leerlingen ook een beetje voor
mijzelf als docent.
Ik heb een fijne en goede opleiding gehad.
Mijn eerste jaar was in 1999-2000, mijn tweede jaar – door de komst
van mijn oudste dochter een lange pauze genomen – in 2006-2007 en
uiteindelijk ben ik begin 2011 afgestudeerd. Ik werkte toen al een
tijdje en heb waanzinnig veel geleerd uit de praktijk.
Wat
ik leerde
Ik
leerde goed uit te leggen, hoe ik cijfers moest berekenen, hoe om te
gaan met faalangstige kinderen, met boze ouders en nare collega's
(die er gelukkig bijna niet waren, maar degene die ik tegen kwam...
Vertel ik nog wel eens). Ik leerde hoe ik een betrokken mentor kon
zijn, leerde om te gaan met weinig energie in combinatie met een
gezin en een veeleisende baan en hoe ik in gedachten uit kon 'zonen'
tijdens oeverloos saaie vergaderingen.
Ik
leerde te genieten van kleine dingen, leerde om streng te zijn en de
orde te bewaren en welke kennismakingsspelletjes leuk zijn om te doen
met een verse groep brugklassers. Ik leerde hoe fijn het is om samen
te werken met lieve collega's, hoe de methodes in elkaar zitten, hoe
ik mijn creativiteit kon gebruiken bij het ontwikkelen van nieuw
lesmateriaal en hoe ik vervolgens diezelfde creativiteit aan moest
spreken om te zorgen dat de dingen die ik had bedacht pasten binnen
de retestrakke planning die er was.
Ik
leerde dus veel sinds ik in 2009 begon met lesgeven. Maar pas op mijn
huidige school leerde ik om steeds meer de docent te zijn die ik echt
ben.
Ontwikkelstof
Ik
leerde om mij kwetsbaar op te stellen, om niet gewoon verhalen te
vertellen, maar er een stukje van mijn eigen ziel in te leggen. Pas
nu kan en durf ik mezelf te laten zien, ook in zaken waar ik onzeker
over ben. Ik kwam er en passant achter dat ik grammatica goed kan
uitleggen, maar dat grammaticaonderwijs eigenlijk van nul en generlei
waarde is. Nu pas kan ik mijn creativiteit echt benutten en durf ik
dingen te doen waarvan ik eerder dacht dat dat niet kon op een
middelbare school.
Dit
past bij de antroposofische visie op onderwijs. De lesstof is niet
zozeer leerstof als wel ontwikkelstof. De leerling wordt als wezen
gezien met lichaam, geest en ziel, en de docent dus ook. Er wordt van
de docenten verwacht om met hun hele wezen voor de klas te staan en
dat is wat ik doe. Het wil niet zeggen dat ik nu 'klaar' ben, want
ontwikkeling gaat een heel leven door. Maar ik ben steeds meer bezig
te worden wie ik als mens en als docent ben.
Elke werkdag is een
stukje ontwikkelstof in dat proces.
donderdag 7 september 2017
Niet het hoofd alleen III
(de
vorige twee keren vertelde ik over hoe kinderen door beleidsmakers in
het onderwijs gezien worden als niet meer dan cognitieve wezens. Lees
even terug als je wilt weten hoe het zat, lees door om erachter te
komen waarom juf Jolanda zich boos maakt)
Dat
is het dus. Mensen hebben in de visie van onze overheid alleen waarde
als ze economisch valide zijn. Je mag zo min mogelijk kosten en
zoveel mogelijk opleveren. Dat begint bij kinderen en het onderwijs.
Het hele wezen van het kind wordt niet gezien. Kinderen zijn
rondwandelende hersenen die aangesproken en beoordeeld worden op hun
cognitieve vaardigheden. De rest kan in de prullenbak. Onbelangrijk.
Leren
en ontwikkelen
Ik
zie dat zoals gezegd anders. Voor mij bestaat een mens uit denken,
doen en gevoel. Heeft elk mens een hoofd, een hart, een lijf en zelfs
een ziel. Kan een kind dingen bedenken, fantaseren, spelen, bewegen,
dansen, ruzie maken en samenwerken.
En
van alles, alles leer je. Je leert lezen, schrijven, rekenen,
biologie, aardrijkskunde, creatief denken, dingen maken, oplossingen
bedenken, hoe je met mensen om kunt gaan, hoe je conflicten op kunt
lossen, hoe je soms verdrietig mag zijn en boos, en hoe het is om
fijne dingen met anderen te delen. Je kunt leren wat je leuk vind,
wat je moeilijk vind, waar je passie en je talent liggen en waar je
je nog in kunt ontwikkelen. Al die dingen kun je leren. Mits je wordt
gezien zoals je bent. En je de ruimte krijgt om te doen wat jij nodig
hebt om te kunnen groeien. Groeien op cognitief, sociaal, emotioneel,
motorisch en spiritueel gebied.
Om
een kind op alle niveaus te laten stralen – in het Engels to
prosper of thrive: het voorspoedig te hebben- moet je het ook op alle
niveaus aanspreken. Het is niet vreemd dat ik met deze levensvisie
werk op een Vrijeschool. Vrijescholen zijn immers
ontwikkelingsscholen, waarbij het onderwijs geen doel is, maar een
middel om een kind zich te laten ontwikkelen tot wie hij of zij is.
In het Vrijeschoolonderwijs leren kinderen door middel van hoofd,
hart en handen. Waarbij alle drie de elementen even belangrijk zijn,
zowel op de basisschool als het voortgezet onderwijs. Of je nu Vmbo-T
doet, of Vwo. Ieder mens heeft immers een hoofd, een hart en over het
algemeen ook handen.
Begrijp
me goed. Ik ben niet tegen regulier onderwijs. Scholen doen hun
uiterste best om er te zijn voor hun leerlingen en behalve denkstof
ook creatieve, sociale en lichamelijke activiteiten aan te bieden.
Maar doordat deze niet getoetst worden en in bredere zin genegeerd,
raken deze dingen hoe langer hoe meer in de periferie. Meesters en
juffen balen hier vaak het meest van. Vroeger was er veel meer ruimte
voor tekenen en knutselen, nu mag je blij zijn met een uurtje
'creatief' per week. Frustrerend voor leraren die zien dat dit ten
koste gaan van hun leerlingen.
Cito
terreur
Ik
persoonlijk vind het armoede, pure armoede, dat een cito toets alleen
lezen, schrijven en rekenen toetst. En ik vind het een nog veel
grotere armoede, grenzend aan misdadig, dat er zoveel belang wordt
gehecht aan die cito toetsen. Ook door ouders, want de meeste zijn al
net zozeer geindoctrineerd door de hersenen-op-benen gedachte. Leuk
hoor, dat tekenen in periodeschriften, maar leren mijn kinderen wel
genoeg? Wat die cito toetsen betreft, ik zal nooit vergeten dat ik op
een informatieavond was op de basisschool waar mijn dochter net in
groep zeven zat. Een enthousiaste meester vertelde over de quiz die
hij elke week deed, de excursies in het bos vlakbij, de muziek die
hij maakte met de kinderen, en tot slot zei hij, op vermoeide toon
iets over de citotoets. Over dat dit moest, er nu eenmaal bij hoorde,
maar dat het slechts een momentopname was, en dat volgend jaar de
leraar van groep acht een advies zou geven op basis van zowel toetsen
als het beeld dat de afgelopen acht jaar was ontstaan. Hij drukte
ouders op hun hart om zich er niet druk over te maken, dat er niets
extra's nodig was en dat ze vooral geen druk op hun kinderen moesten
leggen, want al die nadruk op cito: het was gewoon niet nodig. Ik
voelde me na dit verhaal gerustgesteld. Een meester naar mijn hart.
Niet iedereen van de ouders deelde dit geloof ik, want toen na direct
na dit verhaal de ouders vragen mochten stellen, was de eerste vraag
die gesteld werd 'Eh ja, maar hoe kunnen we nu die cito thuis gaan
oefenen? We hebben al bijles geregeld.' Zucht.
En
nog steeds afvragen hoe het komt dat er steeds meer mensen zijn die
op steeds jongere leeftijd al lijden onder een burn out?
Labels:
basisschool,
boos,
docent,
getalenteerde leerlingen,
kind,
leerling,
leerlingen,
leraar,
lerares,
leren,
lesgeven,
onderwijsrevolutie,
onderwijssysteem,
school,
vrije school,
zelfvertrouwen
maandag 24 juli 2017
Zomervakantieberichten I
Vandaag
is dan echt de zomervakantie begonnen, voor ons hele gezin. Dit
betekent voor dit blog dat ik het me de komende paar weken iets
makkelijker ga maken.
Vakantie
vs werken
Ik
ga de zomervakantie vullen met zoveel mogelijk leuke dingen, en zoals
dat gaat zal ik ook het een en ander aan werk doen: voorbereiden,
plannen, kopiëren, nieuwe projecten bedenken, al mijn bijlessen voor
het komende jaar startklaar hebben. Ook dat hoort erbij als je in het
onderwijs werkt; vrij is zeer zelden echt vrij. Maar ik bewaak mijn
grenzen heel sterk, en de balans moet vooral doorslaan naar
ontspannen en de zinnen verzetten.
Limiteren
Ik
limiteer mijn werk dan ook tot een paar dagen van die hele zalige
zeven oh nee, das war einmal zes vrije vakantieweken. Vijf hooguit, 1 werkweek. Krijg ik alles af wat
ik graag af zou willen dan is dat mooi, zo niet, dan niet. Volgend
jaar weer een kans.
Hoofd
vrij maken
Om
mijn hoofd echt even leeg te krijgen (met een hoofd als het mijne
errug lastig…) zal ik tijdelijk wat minder tijd aan dit blog
besteden. Ik heb berichten vooruit gepland met mooie plaatjes,
filmpjes en uitspraken over onderwijs en vrije tijd, zodat ik me kan
richten op andere dingen.
Kamperen
Kamperen
op een heel leuke gloedjenieuwe camping in Emmen, bijvoorbeeld.
Smoothies en smoothie ijsjes maken is ook een goede kandidaat. Lekker
op bezoek bij mijn familie in het mooiste stadje van Nederland (die
Friese, met die waterpoort, weet je wel), lezen tot laat in de avond,
spelletjes doen met mijn meisjes, uit eten gaan met mijn lief,
luieren, knutselen, koken, afspreken met goede vrienden, borrelen,
barbecuen, brunchen, picknicken in het bos, naar het strand,
wandelen, nadenken (maar niet teveel), dromen (zoveel mogelijk), nou
ja… Genieten dus. Doen jullie mee?
maandag 26 juni 2017
Chaos
Tijdens
mijn studie moest ik regelmatig Pop's maken: persoonlijke
ontwikkelplannen. Ik vertelde dan altijd dat ik een chaotisch persoon
ben. Juist daarom was ik altijd erg streng voor mezelf en bracht ik
veel structuur aan in mijn planningen en mijn lessen. Mijn docenten
en stagebegeleiders zagen alleen die planningen en die lessen en aan
het einde van mijn studie was er een docent die zei dat ik volgens
haar helemaal niet chaotisch ben. Een goed voorbeeld van dat wat er
van binnen leeft je lang niet altijd aan de buitenkant ziet.
Bij
leerlingen werkt het soms hetzelfde. Er verschijnen veel leerlingen
in mijn lessen waar “iets” mee is. Add, adhd, dyslexie,
dyscalculi, ass, asperger, beelddenkers, pdd nos, hoogsensitief, noem
maar op. Sommige dingen kun je merken, andere ook helemaal niet.
Bovendien is de ene leerling met asperger de andere niet. Er zijn ook
leerlingen zonder officieel etiketje, waarbij ik soms vermoed dat ze
zaken anders ervaren of aanpakken dan gebruikelijk is. Soms kan een
diagnose fijn zijn, omdat het recht geeft op extra hulpmiddelen of
inzicht kan geven waarom dingen fout lopen. Het kan ook handvaten
geven om beter met bepaald gedrag om te gaan en leerlingen te helpen
lekkerder in hun vel te zitten of het beter te doen op school. Dat
zijn de voordelen.
Nadelen
Wat
je soms ook tegenkomt is dat een leerling zijn of haar etiketje
gebruikt als excuus voor vervelend gedrag of slechte cijfers. Ik kan
niet aardig zijn voor anderen want ik heb autistische trekken,
bijvoorbeeld. Terwijl ik leerlingen altijd voorhoudt dat als je
ergens moeite mee hebt dit niet betekent dat het dan niet hoeft. Het
betekent wel dat je er meer moeite voor moet doen. Sommige dingen
zullen altijd moeilijk blijven, en er zullen zaken zijn die nooit
helemaal gaan zoals je graag zou willen, maar dat is geen reden om
het er bij te laten zitten. Dit laatste weet ik uit eigen ervaring.
Hak,
tak en chaos
In
mijn hoofd is het namelijk echt chaos, nog steeds. Ik vind het
moeilijk om meerdere dingen tegelijk te doen, en dat hoort bij de
taakomschrijving als je lesgeeft. Je moet immers in de gaten hebben
wat je met welke klas gaat doen, welke materialen er nodig zijn,
welke leerling extra aandacht nodig heeft, wie nog iets moet inhalen,
op welke bladzijde van welk boek we zijn, wie in de klas stiekem
briefjes doorgeeft en wie er de hele tijd door de grammatica-uitleg
heen praat. Ik kan het, maar het kost sloten energie. Mijn hoofd
werkt in veel opzichten anders dan dat van anderen. Ik begrijp
hierdoor mijn leerlingen met een concentratieprobleem behoorlijk
goed. Mijn gedachten vliegen ook alle kanten op en als ik met een
ding bezig ben dan kan ik al het andere om mij heen vergeten.
Tegelijkertijd ben ik dat ook weer vergeten als iets mij afleidt. Als
ik kook gebeurt het bijvoorbeeld regelmatig dat iets aanbrandt omdat
ik in de keuken een krant tegen kom en dan begin te lezen en vergeet
waar ik ook weer mee bezig was. Autorijden is iets anders wat mij
absurd veel moeite kostte om te leren, ik kreeg het nauwelijks voor
elkaar. Overal kijken en direct doen in plaats van er over na te
denken, en alles altijd tegelijk... Heel erg moeilijk.
Structuur.
In
de klas overkomt mij dat gelukkig niet, en het magische woord hierbij
is structuur. Vrijwel elke les begint op dezelfde manier en eindigt
op dezelfde manier. Ik kijk altijd even terug op de vorige les en
kijk aan het einde even vooruit naar de volgende. Het programma van
de dag, inclusief huiswerk voor de volgende keer staat op het bord.
Als ik leerlingen soms vraag wat ze prettig vinden aan mijn lessen en
wat ik eventueel nog kan verbeteren, dan blijkt dat ze het fijn
vinden dat ze altijd weten waar ze aan toe zijn bij mij. Ik ook. Het
geeft tegenwicht aan de chaos.
Labels:
add,
adhd,
chaos,
chaotisch,
cijfers,
docent,
fouten maken,
humor,
juf,
leraar,
lerares,
lesgeven,
onderwijs,
onderwijssysteem,
pedagogie,
school,
vrije school,
vrijeschool,
zelfvertrouwen
maandag 19 juni 2017
Turbotaal
Weet je
waar je je behoorlijk oud door kunt voelen? Taal. Laat me deze boude
uitspraak uitleggen. Ik herinner mij het verhaal van mijn lieve opa
die op zijn 84e aan mij vertelde dat hij zich niet oud voelde,
ondanks zijn respectabele leeftijd. Tot een paar jaar daarvoor had
hij nog eieren gezocht (ik had Friese grootvaders, in een tijd dat
kievitseieren zoeken nog mocht) en als hij dan een hekje zag, was
zijn eerste reactie om erover heen te springen. In zijn hoofd was hij
namelijk nog dezelfde als toen hij veertien was. Pas in tweede
instantie realiseerde hij zich dan dat hij daar al veel te oud voor
was. Datzelfde principe geldt voor mij. Ik ga regelmatig naar de
kapper, heb mijn haren in een naar ik heb begrepen hip kleurtje, en
voel me gewoon zoals ik mij altijd voelde, alleen in een licht
vermoeide bijna veertiger verpakking. Pas als ik op school mijn
leerlingen tegen elkaar hoor praten voel ik ineens dat ik oud wordt.
Of ben, laat ik eerlijk zijn.
Engels
Iedere
generatie heeft zijn eigen turbotaal, taal die alleen onder jongeren
wordt gesproken. Zo kan ik mij – opoe vertelt- herinneren dat iets
echt gaafs wreed was. Ik geloof niet dat ik het woord ooit zelf
gebruikte (daar was ik toen al niet hip genoeg voor), maar ik bevond
mij in kringen waar dit wel gangbaar was. De leerlingen in mijn klas
hebben zo een eigen lingua franca die vooral heel veel leent uit het
Engels. Laatst luisterde ik een gesprek af (ja, dat doen wij leraren.
Kijk maar niet zo geshockeerd) tussen twee leerlingen die eerst
iemand anders bespraken: een real badass mofo was die gast. Daarna
wilde ze even meeten. Meeten! Niet afspreken, niet hangen, neen:
meeten. Als dit alles ertoe zou leiden dat hun Engels beter wordt
naarmate hun Nederlands slechter (anders) wordt dan is dat nog iets,
maar dat is niet zo. Hoe vaak ik al C U heb moeten verbeteren in see
you, of uit moeten leggen dat 'gonna' en 'ain't' geen correct Engels
is? Ook niet als iedereen het zegt, of het in alle liedjes zo is? Te
vaak. Ik was het spoor bijster toen het gesprek op lacherige toon op
fappen kwam. Dat begreep ik later pas, toen mijn zestien jarige
dochter het me uitlegde.
Grappig
Is dit dan
erg? Taal te horen waardoor je je oud gaat voelen? Nee, want het
brengt vernieuwing en is soms creatief en grappig. Zo betekenen zowel
pittig als kappot 'veel' of 'erg'. Pittig laat op bed gaan
bijvoorbeeld of kapot moe zijn. In theorie kan iemand dus zowel
pittig pittig als kapot kapot zijn. Vind ik leuk. Veel van wat mijn
leerlingen zeggen begrijp ik inmiddels. 'He juf, beste patta's' is
een compliment. Over oude afgetrapte laarzen die ik alleen aan had
omdat het sneeuwde, maar dat wist zij niet, zij vond het blijkbaar
mooie schoenen. Zelf bezig ik weinig hippe jeugdwoorden, al gebruikte
ik laatst de uitdrukking 'vet lame' in een stelling voor tijdens de
mentorles. En het grappige was dat die stelling het meeste uitnodigde
tot discussie. Niemand die mij uitlachte, of me te oud vond voor zo'n
uitdrukking, ze snapten wat ik bedoelde en gingen hierop in. Zo oud
ben ik blijkbaar dus nog niet.
Oh en wat
fappen nou is? Hmm.. Helpt het als ik zeg dat het een onomatopee is?
Labels:
chaos,
creativiteit,
docent,
Engels,
fouten maken,
genieten,
humor,
leerlingen,
leraar,
lerares,
leren,
lesgeven,
Nederlands,
onderwijs,
plezier,
taal,
vrije school
maandag 27 maart 2017
Verschillende scholen
Het
voelt niet of ik al heel lang aan het werk ben als docent, maar zo
langzamerhand voelt alles wel vertrouwder. Ik durf steeds meer los te
laten en te vertrouwen op mijn eigen kunnen. Ik hoef niet alles heel
precies te weten, want ik heb zo door de jaren heen een bepaalde
lesgeefflow bereikt waarin ik makkelijk kan schakelen en improviseren
als iets anders loopt. Dat is het voordeel van ervaring en ik ben er
blij mee, het maakt het lesgeven op een bepaald niveau ontspannen.
Tegelijkertijd ben ik niet iemand die op haar lauweren rust: ik leer
regelmatig bij en probeer graag – met meer of minder succes –
nieuwe dingen uit. Dat houdt het voor mij uitdagend, ik moet er niet
aan denken om elk jaar hetzelfde te doen. Nu werk ik gelukkig ook op
een school waarbij dat niet alleen mogelijk is, maar zelfs
gestimuleerd wordt, en dat is niet overal zo.
Montessori
Ik
heb op verschillende scholen gewerkt. Ik begon, nog voor ik mijn
docentenopleiding officieel had afgerond, op een middelbare
Montessorischool. Dat was lange tijd de leukste school voor mij. Ik
werd er gewoon met Jolanda aangesproken en ik had een fantastisch
contact met mijn leerlingen. Ik voelde me er waanzinnig op mijn
plaats, maar helaas was ik onbevoegd docent en een invaller. Mijn LIO
(leraar-in-opleiding)stage kon ik hier nog wel doen, maar daarna was
het schluss. Jammer maar helaas.
Daarna
heb ik een jaar gewerkt op een zogenaamde scenario-vier-school; het
meest onderwijsvernieuwende schooltype dat we in Nederland hebben.
Leerlingen werkten 's ochtends aan projecten die ze zelf mochten
verzinnen. 's Middags volgden ze de 'rode draad vakken', de reguliere
vakken, zoals Nederlands en Engels. Maar ook deze op een
niet-reguliere manier. Er waren geen boeken, geen materiaal en de
docent die ik verving had niets achter gelaten. Alles moest ik zelf
bedenken, ontwerpen en in elkaar zetten. Leuk, maar wat
arbeidsintensief!! Ik heb er een jaar gewerkt, maar weet niet of ik
veel langer had volgehouden.Het rendement was ook vrij laag, want ik
bedacht heel veel, maar de leerlingen mochten zelf bepalen of, wat en
wanneer ze daar iets mee deden. Ik vind het nog steeds een heel
bijzonder leerconcept, maar voor mijn gevoel werkt het vooral voor
een bepaald soort leerlingen, voor de meeste leerlingen nodigt het
uit tot ongebreideld andere dingen doen. Leer je ook van, hoor, maar
niet direct dat wat je nodig hebt om een middelbareschooldiploma te
halen. Toch jammer als je dat wel wilt.
Stokongelukkig
Ik
heb daarna twee jaar gewerkt op een heel gewone middelbare school.
Dit waren mijn meest ongelukkige jaren. Nou ja, ongelukkig is
misschien een groot woord, maar gelukkig was ik er zeker niet. Ineens
was ik mevrouw en moest ik als autoriteit voor de klas gaan staan.
Alle (nuttige!) workshops docenttalent en rots en water die ik bij
mijn opleiding had gevolgd, ten spijt: ik kon het niet. Althans,
uiteindelijk kon ik het wel, maar zoals ik het toen omschreef: ik had
het wel in mijn vingers na die twee jaar, maar niet in mijn hart. Het
past niet bij mij om zo voor de klas te staan. Ik had weinig ruimte
om iets te doen naast de methode en de planning was moordend, maar
wat ik vooral erg vond, was de afstand tussen de docenten en de
leerlingen. Ik merkte dit toen ik op een dag een oud-leerling van de
Montessorischool tegen kwam en merkte hoe fijn ik van mens tot mens
met haar kon praten. Hoe anders was dit op de reguliere school! Geen
fijn gevoel en dus zocht ik verder.
Zo
kwam ik terecht op mijn huidige school, eentje voor voortgezet
vrijeschoolonderwijs. Wat mij betreft de leukste school van
Nederland, niet alleen voor leerlingen, maar ook voor mij als docent.
Hier kan ik weer de creatieve, betrokken docent zijn die ik ben en is
er weer wezenlijk contact met mijn leerlingen. Niks mevrouw, gewoon
Jolanda. Af en toe zelfs Juf.
Ik
geloof oprecht dat ieder mens niet uit 1 identiteit, 1 'Ik' bestaat,
maar uit meerdere aspecten, meerdere 'ikken'. Ik doe veel dingen, ben
veel verschillends, maar van dat alles is die juf Jolanda toch wel
een van mijn meest favoriete ikken. Het is een titel die ik koester!
Labels:
antroposofie,
didactiek,
docent,
juf,
leerlingen,
leraar,
lerares,
lesgeven,
montessorischool,
onderwijs,
onderwijssysteem,
onderwijsvernieuwing,
pedagogie,
plezier,
school,
vrije school,
vrijeschoolonderwijs
donderdag 23 maart 2017
Betrokkenheid
Zoals
een bekende Nederlandse filosoof jaren geleden al zei: elk voordeel
hep se nadeel. En dat is ook zo wat mij betreft.
Tegenwoordig doe ik elke busrit van en naar school een kleine oefening. Heel simpel even niet te denken aan waar ik vandaan kom of waar ik naartoe ga, of aan wat ik heb gedaan of wat ik ga doen. Het is niet heel revolutionair of origineel, maar behoorlijk eenvoudig. Wat ik doe? Ik zet mijn telefoon op stil en stop hem ver weg. Vervolgens kijk ik naar buiten. Gewoon wat staren door het raam. Lijkt heel eenvoudig, maar is verdraaid lastig als je hoofd zo werkt als die van mij. Toch ga ik door, elke keer dat mijn gedachten afdwalen ga ik terug naar dat wat ik waar kan nemen. Desnoods benoem ik het letterlijk: ik zie gras en bomen, ik hoor langsrijdende auto's en de motor van de bus, ik voel mijn rug tegen de stoel. En verdomd als het niet waar is, zo langzamerhand lukt het me steeds om mijn werk op school te laten. Niet letterlijk: ik neem gewoon nakijkwerk mee naar huis en wikkel telefoontjes en mailtjes af, maar wel figuurlijk.
Zo bewaak ik de grens tussen wat het lesgeven mij kost aan energie en wat het mij oplevert aan plezier. Die balans blijft wankel en heeft altijd aandacht nodig, maar mij kennende had ik dat probleem bij elke baan gehad. En die betrokkenheid is ook wat mij een betere docent maakt. Dus ja. Elk voordeel....
Ik ben een
betrokken docent en een betrokken mentor. Jaren geleden schreef ik
een boek en via via kwam een exemplaar daarvan bij een oud-docent van
mij terecht. Zij schreef mij toen een briefje, waarin ze als eerste
vertelde dat ze mij herinnerde als een betrokken leerling. Grappig.
Blijkbaar zit die betrokkenheid in mij. Ik zie dit als een duidelijk
voordeel. Ik heb oog voor mijn leerlingen en zie het wellicht niet
altijd maar wel vaak als er iets met iemand is. Ik neem de tijd voor
zowel mijn mentorklantjes als mijn 'gewone' leerlingen. Dat is niet
gespeeld, want ik ben een nieuwsgierig mens en ben oprecht
geïnteresseerd in wie mijn leerlingen zijn. Daarnaast ben ik niet
bang om me soms kwetsbaar op te stellen, en daarmee geef ik aan dat
leerlingen dat bij mij ook mogen doen.
Balans
Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik het anders zou moeten doen. Ik ben vaak bezig met mijn werk, met leerlingen, droom soms van ze. Zo kom ik op leuke nieuwe ideeën voor lessen, leer beter omgaan met sommige “lastige” leerlingen en vind ineens een oplossing voor een probleem. Maar het is tegelijkertijd een mega super hyper (genoeg zo?) nadeel. De balans, weet je wel? Het gebeurt namelijk ook heel regelmatig dat ik 's nachts niet goed kan slapen. Dat ik zo met een bepaalde leerling of werkkwestie bezig ben dat mijn amygdala overuren maakt en ik de adrenaline voel racen in mijn lijf. Dan weet ik weer dat ik misschien net iets teveel met mijn werk bezig ben.
Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik het anders zou moeten doen. Ik ben vaak bezig met mijn werk, met leerlingen, droom soms van ze. Zo kom ik op leuke nieuwe ideeën voor lessen, leer beter omgaan met sommige “lastige” leerlingen en vind ineens een oplossing voor een probleem. Maar het is tegelijkertijd een mega super hyper (genoeg zo?) nadeel. De balans, weet je wel? Het gebeurt namelijk ook heel regelmatig dat ik 's nachts niet goed kan slapen. Dat ik zo met een bepaalde leerling of werkkwestie bezig ben dat mijn amygdala overuren maakt en ik de adrenaline voel racen in mijn lijf. Dan weet ik weer dat ik misschien net iets teveel met mijn werk bezig ben.
Mildheid
Nu heb ik dit jaar een jaarthema meegegeven. Ik heb namelijk besloten om dit jaar te leren om milder te worden voor mezelf. Een eerste stap hierin is om te accepteren hoe ik in elkaar zit. En bij mij gaan zaken vaak in alles of niets modus. Als ik bezig ben met werk vergeet ik al snel andere dingen om me heen. Ik heb mezelf inmiddels geleerd dat ik niet alles hoef te kunnen en dat niet alles af hoeft. Dat maakt het iets makkelijker om los te laten. Iets. Maar balans blijft een dingetje.
Nu heb ik dit jaar een jaarthema meegegeven. Ik heb namelijk besloten om dit jaar te leren om milder te worden voor mezelf. Een eerste stap hierin is om te accepteren hoe ik in elkaar zit. En bij mij gaan zaken vaak in alles of niets modus. Als ik bezig ben met werk vergeet ik al snel andere dingen om me heen. Ik heb mezelf inmiddels geleerd dat ik niet alles hoef te kunnen en dat niet alles af hoeft. Dat maakt het iets makkelijker om los te laten. Iets. Maar balans blijft een dingetje.
Tegenwoordig doe ik elke busrit van en naar school een kleine oefening. Heel simpel even niet te denken aan waar ik vandaan kom of waar ik naartoe ga, of aan wat ik heb gedaan of wat ik ga doen. Het is niet heel revolutionair of origineel, maar behoorlijk eenvoudig. Wat ik doe? Ik zet mijn telefoon op stil en stop hem ver weg. Vervolgens kijk ik naar buiten. Gewoon wat staren door het raam. Lijkt heel eenvoudig, maar is verdraaid lastig als je hoofd zo werkt als die van mij. Toch ga ik door, elke keer dat mijn gedachten afdwalen ga ik terug naar dat wat ik waar kan nemen. Desnoods benoem ik het letterlijk: ik zie gras en bomen, ik hoor langsrijdende auto's en de motor van de bus, ik voel mijn rug tegen de stoel. En verdomd als het niet waar is, zo langzamerhand lukt het me steeds om mijn werk op school te laten. Niet letterlijk: ik neem gewoon nakijkwerk mee naar huis en wikkel telefoontjes en mailtjes af, maar wel figuurlijk.
Zo bewaak ik de grens tussen wat het lesgeven mij kost aan energie en wat het mij oplevert aan plezier. Die balans blijft wankel en heeft altijd aandacht nodig, maar mij kennende had ik dat probleem bij elke baan gehad. En die betrokkenheid is ook wat mij een betere docent maakt. Dus ja. Elk voordeel....
Labels:
antroposofie,
cijfers,
didactiek,
docent,
Engels,
juf,
leerlingen,
leraar,
lerares,
lesgeven,
onderwijs,
ouders,
pedagogie,
plezier,
school,
vrije school,
vrijeschool
maandag 20 maart 2017
Onderwijsgezinnen
Toen
ik op de middelbare school zat waren er veel leraren die iets met
elkaar hadden. Niet stiekem, hoor, alles in het nette. Althans, daar
ga ik vanuit. Als bleue leerling zal ik vast niet alles in de gaten
hebben gehad. Maar er zijn in elk geval een groot aantal relaties
op de werkvloer ontstaan. Zo was de afdelingsleider en
leraar geschiedenis getrouwd met een docente Frans, een docent Duits
getrouwd met de gymlerares en was de decaan en juf textiele
werkvormen getrouwd met een leraar L.O/ Nederlands. Wat er verder nog
onderling gebeurt is daar hou ik me even afzijdig van, maar dit is
wat ik weet.
Voortzetten van een traditie
Zelf doe ik er ook een beetje aan mee. Mijn moeder was naailerares. Ik ben docent Engels, getrouwd met iemand die nu weliswaar niet onaardig aan de weg timmert als beeldend kunstenaar, maar die van origine docent drama is. Zijn moeder was lerares Engels en NT2, zijn vader leraar wiskunde, aardrijkskunde en biologie. Hun andere zoon, mijn zwager, studeerde Hbo-J (Jeugd en welzijnswerk) en leerde daar zijn vrouw kennen. Zij werkt in het onderwijs, maar dan in de zorg en ondersteuning. Ook wij zijn dus een onderwijsgezin.
De tweede
generatie
Ik heb in de loop van de tijd een raar fenomeen ontdekt, namelijk dat het (volgens mij, he? Maar ik ben gewoon een tweedegraadsje, dus niets is hier wetenschappelijk onderbouwd, dat snap je) in verhouding vaker gebeurd dat een kind van een leraar zelf ook docent wordt of er mee trouwt. Of beide. Dit bijzondere feit (waarbij nogmaals: feit mag tussen aanhalingstekens worden gelezen) ontdekte ik enkele jaren geleden toen ik erachter kwam dat de kinderen van de decaan en gym/Nederlandse leraar respectievelijk docente L.O. en docent Nederlands waren geworden. Die laatste was ik bij de lerarenopleiding waar ik Engels en hij Nederlands studeerde nog weleens tegen het lijf gelopen. Van horen zeggen begreep ik dat hij ook met iemand uit het onderwijs terecht is gekomen. Hun kinderen zijn inmiddels bijna in de tienerleeftijd. Zal mij benieuwen wat zij voor carriere gaan kiezen. Dit is niet het enige geval dat ik tegenkwam, in mijn werk zie ik veel vaker collega's wiens ouder(s) in het onderwijs zitten of zaten.
Ik heb in de loop van de tijd een raar fenomeen ontdekt, namelijk dat het (volgens mij, he? Maar ik ben gewoon een tweedegraadsje, dus niets is hier wetenschappelijk onderbouwd, dat snap je) in verhouding vaker gebeurd dat een kind van een leraar zelf ook docent wordt of er mee trouwt. Of beide. Dit bijzondere feit (waarbij nogmaals: feit mag tussen aanhalingstekens worden gelezen) ontdekte ik enkele jaren geleden toen ik erachter kwam dat de kinderen van de decaan en gym/Nederlandse leraar respectievelijk docente L.O. en docent Nederlands waren geworden. Die laatste was ik bij de lerarenopleiding waar ik Engels en hij Nederlands studeerde nog weleens tegen het lijf gelopen. Van horen zeggen begreep ik dat hij ook met iemand uit het onderwijs terecht is gekomen. Hun kinderen zijn inmiddels bijna in de tienerleeftijd. Zal mij benieuwen wat zij voor carriere gaan kiezen. Dit is niet het enige geval dat ik tegenkwam, in mijn werk zie ik veel vaker collega's wiens ouder(s) in het onderwijs zitten of zaten.
Voortzetten van een traditie
Zelf doe ik er ook een beetje aan mee. Mijn moeder was naailerares. Ik ben docent Engels, getrouwd met iemand die nu weliswaar niet onaardig aan de weg timmert als beeldend kunstenaar, maar die van origine docent drama is. Zijn moeder was lerares Engels en NT2, zijn vader leraar wiskunde, aardrijkskunde en biologie. Hun andere zoon, mijn zwager, studeerde Hbo-J (Jeugd en welzijnswerk) en leerde daar zijn vrouw kennen. Zij werkt in het onderwijs, maar dan in de zorg en ondersteuning. Ook wij zijn dus een onderwijsgezin.
Of onze
kinderen de traditie ook gaan voortzetten? In alle eerlijkheid zou
het mij niet verbazen. De oudste wil schrijfster of actrice worden,
de middelste kunstenaar of uitvinder en de jongste 'dansarina'. Maar
ik zie ook kwaliteiten in hen die niet zouden misstaan bij een
kunstzinnig en creatief docent. Een docent drama? Of Nederlands?
Beeldende vorming? Of dans? Zou zo maar kunnen. Voor mij is het
onderwijs in elk geval een prachtvak, waar ik nog steeds enthousiast
over kan worden. Wie weet wordt er ooit nog een 'onderwijsgen'
ontdekt. Dat zou het ontstaan van onderwijsgezinnen kunnen verklaren.
Maar als zo'n gen echt ontdekt wordt, is een ding zeker: ik heb 'm.
Labels:
antroposofie,
cijfers,
didactiek,
docent,
Engels,
juf,
kinderen krijgen,
leraar,
lerares,
lesgeven,
onderwijs,
onderwijssysteem,
ouders,
plezier,
school,
vrije school,
vrijeschool
donderdag 16 maart 2017
Namen
Sommige
zaken waar je als docent tegenaan loopt, daar staat men als niet
lesgevend persoon vaak niet bij stil. Zo is daar de kwestie van
namen. Niet het onthouden van, dat is namelijk sterk wisselend per
persoon. Ik ken leraren die de namen van hun leerlingen al in de
tweede week uit hun hoofd kennen (inclusief hobby's, tweede naam en
achternaam), en leraren die halverwege het jaar nog alle Sanne's,
Lotte's en Emma's door elkaar halen. Zegt niets over hoe goede docent
je bent, hooguit iets over je geheugen. Nee, wat ik bedoel is wat je
als meester of juf doet als je zelf kinderen krijgt.
Associatie
Ieder
pasgeboren spruitje heeft immers een naam nodig. Maar welke? Nee, dat
is niet hetzelfde voor niet-onderwijs-gerelateerde ouders. Want als
docent heb je namelijk honderden leerlingen voor je snufferd (gehad)
en inmiddels heb je een duidelijke associatie met bijna elke naam.
Positief en negatief, maar bij bijna elke naam heb je al een beeld in
je hoofd. Terwijl jouw baby een verse nieuwe naam verdiend en niet de
naam van die ene leerlinge die altijd altijd zo hikkend lachte. Of
van die andere leerling die altijd zo bloosde als hij iets hardop
moest voorlezen. Nu zul je zeggen dat er vast wel namen zijn die je
nog niet als leerling gehad hebt. Maar dan weet je niet hoe inventief
ouders kunnen zijn bij het verzinnen van een originele naam.
Werkelijk alles heb ik voorbij zien komen in mijn klassen; van Arwen,
Bela en Chevanna tot Xek, Ysbrandt en Zono.
Mijn eigen
kinderen
Zelf kreeg
ik mijn oudste dochter toen ik nog studeerde en weinig
lesgeefervaring had. Haar naam was dus nog 'ongebruikt' en vrij van
associaties. Bovendien niet heel gebruikelijk want pas dit jaar kreeg
ik voor het eerst een Maya in de klas. Leuke meid, maar hoe kan dat
ook anders met zo'n naam? Mijn tweede dochter kreeg ik aan het einde
van mijn studie, toen ik vooral nog ervaring had op reguliere
scholen, en daar was ik de toen exotische naam Lente nog niet
tegengekomen. Na enkele jaren op onderwijsvernieuwende scholen en nu
een vrijeschool heb ik een handjevol Lente's lesgegeven. Geen
probleem, ik had de naam eerst bedacht tenslotte.
De oplossing voor dit luxeprobleem heb ik niet. Ik zie wel bij collega’s dat er vaak gekozen wordt voor een naam die je weinig hoort, of die zelfverzonnen lijkt te zijn. Een oud-collega van mij draaide de vergelijking juist om. Hij had jaren geleden zo’n leuke mentorleerling gehad dat hij, toen hij zelf vader werd, zeker wist dat zijn dochter dezelfde naam zou moeten hebben. Kijk, dat kan dus ook.
Labels:
antroposofie,
baby's,
cijfers,
didactiek,
docent,
Engels,
juf,
kinderen krijgen,
leraar,
lerares,
lesgeven,
namen,
namen geven,
onderwijs,
ouders,
plezier,
school,
vrije school,
vrijeschool
maandag 13 maart 2017
Cijfers
De
afgelopen tijd zat ik op school in een ontwikkelgroep die bezig was
met het geven van feedback. Wat is goede feedback en hoe geef je dat?
Hiervoor las ik het een en ander aan literatuur en weer werd
duidelijk: cijfers zijn geen goede feedback. Toch is ons hele
onderwijssysteem gebouwd op het geven van cijfers. Hoeveel zeggen
cijfers nu echt? Elk cijfer is immers slechts een momentopname. Je
merkt het misschien al: ik heb niet veel met cijfers. Ik heb iets met
leerlingen, met plezier in leren en in de lessen, met ontwikkeling.
Maar met koude cijfers? Neen.
Wedstrijdjes
Leerlingen
vaak wel. Net zoals ze ook van spelletjes houden. En wedstrijdjes.
Leerlingen willen graag weten hoe ze het doen en een cijfer voelt een
beetje als een beloning voor hun werk. Voor mij is het altijd een
balanceerwedstrijd tussen wat leerlingen prettig vinden en wat ik
nuttig vind. Ik doe het altijd zo: ik vertel nooit klassikaal wie
welke onvoldoende heeft. Dat doe ik niet bij de leerlingen die moeite
met het vak hebben, maar ook niet bij de leerling die beter kan, maar
gewoon een keer lui was. Ik maak daar geen onderscheid in. Ik roep de
mensen met een onvoldoende onopvallend bij mijn bureau, terwijl de
klas aan het werk is, of loop bij hen langs en geef dan hun proefwerk
of schriftelijke overhoring terug. Ik bespreek individueel kort de
toets en samen kijken we wat er fout ging. Vaak geef ik ze dan wat
tips mee, of we maken een afspraak om het er op een ander tijdstip
wat uitgebreider over te hebben.
De rest van
de toetsen geef ik klassikaal terug en ik doe dat van laag naar hoog.
Leerlingen vinden dat fijn, en ik kom daaraan tegemoet. Maar ik
benadruk zeer regelmatig dat voor de een een 7, of een ruim voldoende
een beter resultaat is dan een 8, of een goed voor een ander, het
gaat mij namelijk om de ontwikkeling. Voor iemand die altijd met
moeite net wel of net niet een voldoende haalt kan een 7 een enorme
prestatie zijn, terwijl iemand die normaal alleen maar 9,5 haalt met
een 8 laat zien er even met de pet naar te hebben gegooid. Ik
bespreek proefwerken vervolgens na, zodat leerlingen kunnen zien wat
ze waarom fout hebben gedaan. Hierin zit volgens mij iets meer
waarde. Als ze van zichzelf zien dat ze bij de zinnen minder goed
gescoord hebben kan ik tips geven om deze beter te leren, zodat ze
het een volgende keer beter doen. Bij een proefwerk. Of ze in het
echte leven, als ze in een vrije situatie een stukje Engels moeten
spreken of schrijven, het ook beter doen dat is nog maar de vraag.
Maar dat is weer een ander verhaal waar ik vast ook nog weleens iets
over ga zeggen.
Beoordelingen
vs getallen
Ik
geef op mijn huidige school op dit moment vooral les aan zevende en
achtste klassen, eerste en tweede in het regulier onderwijs. In deze
klassen doen we nog niet aan echte cijfers, we geven beoordelingen.
Deze beoordelingen zijn zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende en
nog niet voldoende. We doen dit om te zorgen dat leerlingen en ouders
vooral oog hebben voor de ontwikkeling van hun kind. De beoordelingen
geven een globaal beeld van hoe het staat qua resultaten, maar laat
niet teveel fixeren op cijfers. Vooral de laatste spreekt mij erg
aan: een nog niet voldoende, een nnv'tje in de volksmond. Een
onvoldoende is rigide, geeft aan dat je iets niet kunt. Sluit
hierdoor succes in de toekomst voor je gevoel bij voorbaat al een
beetje uit. Een nog niet voldoende geeft aan dat het weliswaar nu nog
niet voldoende is, maar er vertrouwen is voor een volgende keer.
Uiteindelijk gaat het daar immers om, en niet om de cijfertjes.
donderdag 9 maart 2017
Verjaardagscadeautje
Vandaag ben ik jarig. Ik vind 39 een rare leeftijd. Nog steeds een dertiger, maar toch niet echt meer, voelt het misschien wel "ouder" dan veertig. Een nul in je leeftijd geeft op de een of andere manier toch een nieuw begin aan, een frisse nieuwe start. Om nou een groot feest te geven voor een 39e verjaardag? Neen. Maar cadeautjes mogen altijd. En ik gaf mezelf vandaag dit blog cadeau.
Zoals je hierboven kan lezen ben ik lerares en schrijfster. Beide doe ik ongeveer even graag, hoewel mijn voorkeur van dag tot dag kan wisselen. Lesgeven doe ik drie dagen, hoewel ik soms zeven dagen bezig ben, en werk aan dat lesgeven. Het is een bijzonder beroep. Mooi, uitdagend, vermoeiend en energiegevend. Schrijven doe ik op een super leuk boekenblog: Ogma.nu en voor mezelf. Ik hoop over een maand of wat, na allerlei vertraging eindelijk het eerste boek onder mijn eigen naam te publiceren. Heel spannend, heel leuk, heel druk.
Tussendoor blijft het werk als juf gewoon doorgaan, en ik had al heel lang zin om daar over te schrijven. Een blog dus! Vandaag begin ik, voor een jaar. Van maart tot maart. Wellicht dat ik als veertiger nog zin heb om door te gaan, misschien ook niet, maar dat zie ik dan wel. Eerst dit jaar maar eens.
Hoe vandaag er uit ziet? Ik werk op dinsdag, woensdag en donderdag. Lange dagen ook. Vandaag is dus gewoon een werkdag, maar wel een speciale. Het is traditie op mijn school om te trakteren als je jarig bent, dus heb ik wat lekkers gebakken voor mijn collega's. Maar het gaat om de leerlingen natuurlijk en ik ben het soort juf dat er van houdt haar leerlingen te verwennen. Ik ga dus minichocoladezoenen uitdelen, we gaan de halve les een film kijken en wat Engelse spelletjes doen en de volgende les is huiswerkvrij. Je moet niet te scheutig zijn met uitdelen tenslotte, er moet al zoveel op school. Over moeten gesproken, na de derde pauze zal mijn middag gevuld zijn met vergaderingen; het noodzalijke kwaad in onderwijsland. Gelukkig werk ik op de leukste school van Nederland en heb ik hier af en toe zeldzaam leuke vergaderingen meegemaakt. Ik hoop het niet te laat te maken, snel naar huis te kunnen naar mijn liefje en bloedjes (puber, kind en kleuter) van kinderen. Taart eten. Uiteraard met een koffer gevuld met nakijkwerk. Ik beschouw dat vandaag ook maar als cadeautjes.
Zoals je hierboven kan lezen ben ik lerares en schrijfster. Beide doe ik ongeveer even graag, hoewel mijn voorkeur van dag tot dag kan wisselen. Lesgeven doe ik drie dagen, hoewel ik soms zeven dagen bezig ben, en werk aan dat lesgeven. Het is een bijzonder beroep. Mooi, uitdagend, vermoeiend en energiegevend. Schrijven doe ik op een super leuk boekenblog: Ogma.nu en voor mezelf. Ik hoop over een maand of wat, na allerlei vertraging eindelijk het eerste boek onder mijn eigen naam te publiceren. Heel spannend, heel leuk, heel druk.
Tussendoor blijft het werk als juf gewoon doorgaan, en ik had al heel lang zin om daar over te schrijven. Een blog dus! Vandaag begin ik, voor een jaar. Van maart tot maart. Wellicht dat ik als veertiger nog zin heb om door te gaan, misschien ook niet, maar dat zie ik dan wel. Eerst dit jaar maar eens.
Hoe vandaag er uit ziet? Ik werk op dinsdag, woensdag en donderdag. Lange dagen ook. Vandaag is dus gewoon een werkdag, maar wel een speciale. Het is traditie op mijn school om te trakteren als je jarig bent, dus heb ik wat lekkers gebakken voor mijn collega's. Maar het gaat om de leerlingen natuurlijk en ik ben het soort juf dat er van houdt haar leerlingen te verwennen. Ik ga dus minichocoladezoenen uitdelen, we gaan de halve les een film kijken en wat Engelse spelletjes doen en de volgende les is huiswerkvrij. Je moet niet te scheutig zijn met uitdelen tenslotte, er moet al zoveel op school. Over moeten gesproken, na de derde pauze zal mijn middag gevuld zijn met vergaderingen; het noodzalijke kwaad in onderwijsland. Gelukkig werk ik op de leukste school van Nederland en heb ik hier af en toe zeldzaam leuke vergaderingen meegemaakt. Ik hoop het niet te laat te maken, snel naar huis te kunnen naar mijn liefje en bloedjes (puber, kind en kleuter) van kinderen. Taart eten. Uiteraard met een koffer gevuld met nakijkwerk. Ik beschouw dat vandaag ook maar als cadeautjes.
En maandag? Dan vind je hier mijn tweede blogbericht. Happy birthday, iedereen!
Labels:
antroposofie,
cijfers,
didactiek,
docent,
Engels,
juf,
leraar,
lerares,
lesgeven,
onderwijs,
onderwijssysteem,
pedagogie,
plezier,
school,
verjaardag,
vrije school,
vrijeschool
Abonneren op:
Posts (Atom)