Posts tonen met het label ritmisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ritmisch. Alle posts tonen

donderdag 15 februari 2018

Valentijn

Voor mij is het inmiddels traditie om niet lang na het eindigen van de kerstvakantie te beginnen met de voorzichtige voorjaars slash liefdesgedichtjes. Leerlingen reciteren bij mij vaak gedichten en deze pas ik aan aan de tijd van het jaar.

Rond januari wordt het weer tijd om te beginnen met de voorbereidingen op Valentijnsdag. Als het dan de veertiende februari is dan kennen ze een toepasselijk gedichtje uit hun hoofd. Altijd handig, toch?

Met de zevende (is eerste reguliere middelbare school) klas doe ik een lief klein voorjaarsgedichtje:

When you'll be my true love,
I'll tell you what I'll do.
I'll ask a little bluebird
to sing a song to you.
And when first you see a violet
and softly pricking through
the garden bed come crocusses
and golden tulips too
then watch! For he'll be coming,
that little bird of blue.
To tell you I'm in love with you, it's true, true, true.

Met de achtste (is dus tweede) klas reciteer ik rond deze tijd sonnet 18 van Shakespeare:

Shall I compare thee to a summer's day?
Thou art more lovely and more temperate.
Rough winds do shake the darling buds of May
And summer's lease hath all too short a date.
Sometime too hot the eye of heaven shines
And often is its gold complexion dimm'd
And every fair from fair sometimes declines
By chance, or nature's changing course untrimm'd.
But thy eternal summer shall not fade,
nor lose possession of that fair thou owest
When in eternal lines to time thou growest.

So long as men can breath, and eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee.

Altijd begin ik met het gedicht zelf voor te dragen, en tijdens het oefenen let ik op intonatie, uitspraak, snelheid en volume, maar over betekenis zeg ik niets. Pas als de leerlingen het gedicht van haver tot gort kennen bespreken we de betekenis.

Op – of zo dicht mogelijk rondom- Valentijnsdag vertel ik in de les altijd over verschillende verhalen rondom de oorsprong van het feest, en ik laat de leerlingen zelf ook liefdesgedichtjes schrijven. Voor een geheime liefde, hun beste vriendin, moeder, opa of grasparkietje, ze mogen zelf kiezen. De achtste klassers moeten een gedicht schrijven waarin ze hun geliefde (of beste vriend) vergelijken met iets dat zij heel waardevol vinden. Zo schreef een getalenteerde veertienjarige leerlinge eens een prachtig gedicht dat begon met de regels

Shall I compare thee to a winter's evening?
Thou art more cosy and more chilly.'

en dat van daaruit verder ging, heel trouw blijvend aan het originele sonnet. Mooi!

Maar het grappigste liefdesgedichtje dat ik tijdens deze Valentijnslessen tegen kwam bestond slechts uit drie regels.

Roses are grey
Violets are grey


I am a dog

donderdag 25 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand! III



(de vorige twee keren legde ik hier uit wat TPRS inhoudt. Vandaag vertel ik meer over mijn eigen ervaringen hiermee)

Ik kwam na de workshop die ik had gedaan razend enthousiast thuis, maar op mijn werk was er geen ruimte voor om iets mee te doen. Pas toen ik ging lesgeven in groep 7, in de klas van mijn oudste dochter was die mogelijkheid er wel. Maar omdat ik er geen enkele ervaring in had liet ik de verhalen niet zo vrij als eigenlijk de bedoeling was. Ik bedacht niet alleen het begin en het einde van het verhaal, maar ook wat er tussen in gebeurde. Ik bedacht eigenlijk gewoon het hele verhaal. 

Alleen liet ik de leerlingen tijdens de les denken dat zij het bepaalden. De leerlingen waren erg betrokken bij het verhaal, deden goed mee en het vragen en antwoorden ging goed. Voor het leerproces maakte dat niet een significant verschil denk ik, en ik had die zekerheid als docent nodig. Ik vond het namelijk al spannend genoeg! Nog nooit eerder had ik zo voor een klas gestaan, vertellend en af en toe een beetje naspelend, acterend.

Even geen TPRS
In de loop van de jaren deed ik dit veel vaker, in groep zeven en acht, met verschillende verhalen. Van elk verhaal maakte ik ook een boekje met simpele tekeningen en eenvoudige begripvragen. De leerlingen konden hierin het verhaal nalezen en vragen beantwoorden, op dezelfde manier als we in de klas al verschillende malen mondeling hadden gedaan. Toen ik wegens tijdsgebrek stopte met het werken op de basisschool verdween het TPRS gebeuren een tijd in de vergetelheid. Ik werkte op een heel leuke nieuwe school, waar ik meer uren draaide, een docentencursus volgde en moest wennen aan een andere vorm van onderwijs. Ik ontwikkelde materiaal dat past bij de ontwikkelingsfases van de verschillende leerjaren en voelde me steeds meer thuis op deze nieuwe school.

Weer vertellen
Na een paar jaar begon ik, geheel volgens de Vrijeschooltraditie steeds meer te vertellen en me nog meer op mijn gemak te voelen in de vertellende rol. Sterker nog, op zo'n moment voel ik me compleet mezelf, vind het fijn om de aandacht van de leerlingen te hebben en ze in mijn favoriete taal mee te nemen in een verhaal. Ik ben gewoon dol op verhalen, dat zal het zijn. In mijn derde jaar, toen ik voor het eerst een oefenlesje mocht geven tijdens de open dag bedacht ik dat best een van de verhalen kon vertellen die ik in groep 7 van de basisschool vertelde. En terwijl ik dat deed bedacht ik me dat ik dit vaker zou moeten doen. Gewoon in de zevende klas.

Kijk! Zonder boek!

Een workshop van een Duitse collega, die in zijn land op een Vrijeschool Frans geeft en dat doet door middel van TPRS, gaf de doorslag. Sinds dit schooljaar verwerk ik woordjes, zinnetjes en grammatica die ik eerder gaf door middel van een methode in de verhalen die ik vertel. Ik heb na jaren ook het vertrouwen gekregen waardoor ik de leerlingen echte inspraak durf te geven. Ik bedenk wat ik aan woorden en grammatica ik wil verwerken en vervolgens laat ik het vrij. Na het vertellen van (een deel van) het verhaal schrijven leerlingen dit op in hun schrift en maken ze er een boek van. 

Ze leren ook de woordjes en zinnetjes die ik belangrijk vind, maar val ze in dit eerste stadium nog niet lastig met grammatica regels. Het gaat vooral om heel veel luisteren, een beetje spreken, een beetje schrijven en lezen. 

Het bevalt me erg goed en de reacties van de leerlingen zijn positief. Voor mij reden er voorlopig gewoon mee door te gaan. TPRS rocks!

maandag 22 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand! II

(vorige keer heb ik verteld over TPRS, een methode waarin door het vertellen van verhalen de natuurlijke manier van taalverwerving na te bootsen. Vandaag meer over TPRS in de praktijk)

Hulpmiddelen

Natuurlijk is het niet mogelijk om dit honderd procent te doen. Een moedertaal leer je als baby immers door 24 uur per dag die taal te ondergaan. In het vreemdetalenonderwijs is dit hoogstens twee tot drie uur per week. Dat is een behoorlijk nadeel. Wat dan weer een voordeel is, is dat baby's nog niet kunnen lezen, en de leerlingen die Engels krijgen in groep zeven, acht en op de middelbare school wel. Dit wordt bij TPRS benut.

Meedoen
Op het bord of elders in het lokaal worden standaardzinnen geschreven, hangen posters met vertalingen van bepaalde woorden en ander beeldmateriaal dat het verhaal ondersteund. Als de verteller bezig is met het verhaal kan hij of zij af en toe verwijzen naar dit ondersteuningsmateriaal. Daarnaast vraagt de verteller vaak de leerlingen om uitleg. Eerst wordt er iets verteld, daarna wordt er gecheckt bij telkens verschillende leerlingen wat er begrepen is. Leerlingen herhalen bepaalde feiten uit het verhaal. Kleine details die in een of twee woorden verteld kunnen worden.

Ook de manier van antwoorden kan worden geleerd. Bij het vragen van 'Was he purple?' kan verwezen worden naar mogelijke antwoorden op het bord: 'Yes, he was' of 'No, he wasn't' . Als een leerling antwoord met alleen yes of no, wijst de verteller even naar het bord en maakt het antwoord af. 

Raamwerk

De verhalen worden zoals gezegd bepaald door het samenspel van verteller en de leerlingen. Die leerlingen zijn geen passieve luisteraars die achterover kunnen hangen en uit het raam staren, want dan houdt het verhaal op. Nee, zij bepalen het verloop van het verhaal. De verteller geeft het raamwerk. 'There was a cow, who wanted to eat an ice cream but he lived in a meadow', bijvoorbeeld. Of 'There was a little blue boy, who wanted to have a purple peanut, but he didn't have enough money.' Of misschien 'There was a pinguin who wanted to go ballroomdancing, but he didn't have the right shoes'. 

Als dit begin duidelijk is dan gaat het verhaal verder. 

De verteller begint de kinderen vragen te stellen. Wie was die koe dan? Of die jongen? Of die pinguin? Waarom wilde hij wat hij wilde? Hoe voelde hij of zij zich? Waar leefde de hoofdpersoon? Waar ging hij of zij naar toe? Hoe probeerde hij of zij te krijgen wat ze wilden? Op welke dag was dat? Hoe laat? Wat voor weer was het? Hoezo had hij niet genoeg geld; hoeveel had hij dan? Hoeveel zou er nodig zijn? Wie kwam hij of zij tegen? De vragen zijn eindeloos, en de antwoorden ook. Beide hangen af van de creativiteit van de verteller, en van de leerlingen die luisteren en mee bedenken.

Niet klakkeloos overnemen
Een belangrijk aspect hierbij is om de suggesties van de leerlingen niet klakkeloos over te nemen. Als zij iets noemen en de verteller neemt dat een op een over dan zorgt dat ervoor dat leerlingen lui worden en minder betrokken zijn. Om hen de taal het beste te leren, te zorgen dat dingen beklijven is het zaak om te zorgen dat de luisteraars optimaal te betrekken. Een foefje hierbij is om niet de eerste suggestie over te nemen.'No, he didn't go to a house. Where did he go?' 

Hierdoor krijgen meer leerlingen de kans om hun duit in het zakje te doen. Als de verteller uiteindelijk wel een suggestie van een leerling overneemt, dan verandert hij of zij hier iets kleins aan. 'How much money did he have? Two thousand euros? Almost. He had two thousand and one euros!'. 

Er zijn altijd leerlingen die dat een beetje vervelend vinden, en voor hen is het een uitdaging om een keertje het juiste antwoord, of het antwoord dat het meest in de buurt komt te geven. De meeste leerlingen vinden het leuk, en zijn benieuwd hoe het verhaal verder gaat en beginnen hier over na te denken. Op het moment dat de verteller dat heeft bereikt is het verhaal geslaagd.

(volgende keer ga ik meer vertellen over mijn eigen ervaringen met TPRS)




donderdag 18 januari 2018

Gooi dat boek maar in de prullenmand!

Ooit was ik bij een studiedag waar ik een workshop TPRS (Teaching Proficiency Through Reading And Storytelling) volgde bij Blaine Ray, de grondlegger van deze methode. Ik was razend enthousiast en kwam terug met het idee hier meer mee te willen doen.


Wat is TPRS?
TPRS is een speciaal soort verhalen vertellen, waarbij het begin en het einde van het verhaal altijd vastliggen. Elk verhaal begint altijd met iemand of iets (of een dier) die graag iets wil, maar dat niet heeft of niet kan. Het verhaal eindigt altijd met dat het uiteindelijk wel lukt, of dat de hoofdpersoon krijgt wat hij of zij graag wil. Wie die hoofdpersoon is, wat hij of zij wil, dat maakt allemaal niet uit, maar dit gegeven staat vast. Wat er tussenin gebeurt bepalen de verteller en de leerlingen die naar het verhaal luisteren samen.

Natuurlijk leren
Het doel van dit verhalen vertellen is om op een zo natuurlijk mogelijke manier kinderen een vreemde taal te leren. Als je terug gaat naar hoe baby's taal leren dan is dat niet met een boekje met tekst en een invulschriftje en een cd met luisteroefeningen immers. Baby's leren taal door te luisteren, heel veel te luisteren. Pas na een aantal jaren luisteren, woorden opslaan in het geheugen, klanken nabootsen en af en toe een woordje zeggen beginnen peuters langzaam te praten in de moedertaal. Met veel fouten, die, zonder ze expliciet te benoemen, door de ouder of verzorger worden verbeterd. 

Zo leert een kind uiteindelijk behoorlijk fatsoenlijk een taal te spreken, met ingewikkelde zinscontructies en grammaticale regels. Zonder dat er een leraar, een bord met uitleg over de regels en een aantekenschriftje aan te pas kwam. 

Nabootsen
Deze manier van leren, de natuurlijke manier; door onderdompeling, alleen de te leren taal horen en zien, heel veel te luisteren, heel veel herhaling en te durven spreken en hierin verbeterd worden zonder dit heel expliciet te benoemen in dit beginstadium, is de beste manier om een taal te leren. Een moedertaal, maar ook een vreemde taal. 

Taalonderwijs zou er idealiter op ingericht moeten zijn om dit proces na te bootsen. Dat is wat TPRS doet.



(volgende keer vertel ik meer over TPRS in de praktijk)

maandag 21 augustus 2017

Zomervakantieberichten IX



Een van de dingen die ik fijn vind aan de school waar ik nu werk is dat er zoveel wordt gedaan aan poëzie. 

Toen ik voor het eerst op school was, voor mijn sollicitatiegesprek vielen mij twee zaken op. Ten eerste de sfeer op school. Ten tweede het gedicht dat hing op het raam van het hokje van de conciërge. 

Dat gedicht wilde ik vandaag graag delen. Lees en geniet. 




Kijk eens naar mij, ik doe mee

met de zon en de wind


laat me drijven in haar schoot


tot ik haar dwarrelend


ontglip naar een veilige plaats


zoek een tak die


wiegend wacht op mij speciaal


donderdag 17 augustus 2017

Zomervakantieberichten VIII

Op dit blog blijft het nog even rustig, al ben ik op de achtergrond allang weer een beetje bezig met school. Relaxt, niet teveel en met veel ijsjes in de buurt, maar er gebeurt alweer van alles.

Hier laat ik het voor vandaag bij een kleine herhaling. Eerder dit jaar vertelde ik al eens over een film die gemaakt is over waarom mensen kiezen voor vrijeschoolonderwijs. Die gooi ik vandaag nog eens op het net. Omdat 'ie het waard is om te bekijken, en omdat de film ook uitlegt wat ik fijn vind aan deze vorm van onderwijs.

Bij deze dus.



donderdag 27 juli 2017

Zomervakantieberichten II

Soms komt inspiratie uit onverwachte hoek. Zo ontving ik ooit op een van de scholen waar ik werkte bij een bij- of nacholingcursus het volgende gedicht. Ik heb het altijd bewaard en lees het af toe nog eens terug om mij eraan te herinneren dat ik slechts een leraar ben, iemand die vertrouwt en liefheeft, maar die nooit claimt de wijsheid in pacht te hebben. Sterker nog: ik leer elke dag van mijn leerlingen.

Kahlil Gibran schreef:

Geen mens kan je openbaren dan wat reeds
half slapend in de dageraad van je kennis ligt.
De leraar die in de schaduw van de tempel wandelt,
te midden zijner leerlingen,
geeft niet van zijn wijsheid,
maar veeleer van zijn geloof en zijn liefde.

Zo hij inderdaad wijs is,
nodigt hij je niet uit het huis
van zijn wijsheid binnen te treden,


maar leidt je naar de drempel van je eigen geest.

donderdag 18 mei 2017

Verhalen vertellen

Wat is dat toch met negatieve opmerkingen, dat die vaak langer blijven hangen dan positieve? Jaren geleden vertelde een oudere collega mij eens dat zij drie hele lange dagen werkte, dagen van acht, negen lesuren achter elkaar. En dat als er dan 1 uur slecht ging, een klas die niet mee wilde werken, bokkige leerlingen, discussies en onvrede, noem maar op, dat ze dan vergat dat ze die dag ook nog zeven, acht fijne lessen had gedraaid. Kennen jullie verschijnsel? Ik moest daar aan denken toen ik aan het einde van de laatste lesdag voor de kerstvakantie mijn leslokaal schoonmaakte. Hoe dat zo?

Ik las al vaker voor, en in lagere klassen deed ik aan TPRS, maar vorig jaar ontdekte ik ineens dat ik ook best zomaar een verhaal kan vertellen in de Engelse les. Dat ging zo: Op de vrijeschoolconferentie het schooljaar hiervoor had ik overleg met andere vrijeschooldocenten Engels uit het hele land. Hierbij begreep ik dat het op vrijescholen gebruikelijk is om rond kerst iets te doen met 'A Christmas Carol'. Niet, zoals op bepaalde scholen ook wel gedaan wordt, een filmversie laten zien, met inhoudelijke vragen, maar echt het boek lezen en behandelen. Zodoende kocht ik verschillende versies van het prachtige boek van Charles Dickens met het idee deze te gaan voorlezen.

Vertellen versus voorlezen.
De dag voor ik zou gaan voorlezen besefte ik ineens dat dit niet zou gaan werken. Prachtig verhaal, maar het 19e eeuwse Engels zou dermate lastig zijn voor mijn zevende en achtste klassers (eerste en tweede klassers in regulier onderwijs), dat hen de betekenis helemaal zou ontgaan. Nu hoeven ze niet alles te snappen, maar dit zou een te grote information gap zijn om hen te boeien. Dus besloot ik het verhaal te vertellen. Spannend, maar een verdraaid leuke uitdaging. Ik verdeelde het verhaal in negen ongeveer gelijke delen en gedurende drie weken vertelde ik elke les de eerste twintig minuten het verhaal van de oude Ebenezer Scrooge. De laatste les bedacht ik me dat het mooi zou zijn om af te sluiten met een echte Christmas Carol. Dit was nog stukken spannender dan vertellen, want vertellen kan ik wel, maar zingen? Voor een volle klas? -Slik-

En toch deed ik het. Het scheelt dat het een heel lieve klas was, waar ik me goed bij voelde, maar toch was het heel even ongemakkelijk toen ik de eerste tonen van 'God Rest Ye Merry Gentlemen' inzette. Maar bij het wegsterven van de laatste noten barstte er een applaus los die mij het zelfvertrouwen gaf om mijn prestatie te herhalen, ook bij minder lieve klassen. Je kwetsbaar opstellen voor een klas: ik kan dat blijkbaar. En dat het gewaardeerd wordt, merkte ik ook. Want ik kreeg van een klas (ja die lieve) een kerstkaart om mij te bedanken voor het mooie verhaal. En een zevende klas leerling legde onopvallend een kerstkaartje op mijn tafel waar ze als extra regel nog aan toe had gevoegd 'En je kunt heel mooi zingen.' Wat een schatje! Ongeacht of het nu waar is of niet.


En toch bleef bij het opruimen even een ander briefje in mijn hoofd hangen. Dat briefje dat ik op de grond vond, van een leerling uit een andere klas. En waar op stond 'Hoe zei dat verhaal doet is echt heel stom. De film is veel beter.' Maar ach. Dat laatste briefje belandde -inclusief spelfout- in de oud papierbak, en die kerstkaartjes gingen met mij en mijn gestreelde ego mee naar huis. Volgend jaar weer!

maandag 15 mei 2017

Volg de natuur

Zoals ik vorige keer schreef probeer ik in mijn lessen het ritme van de natuur te volgen. In de herfst reciteer ik met mijn klassen gedichten die de herfst beschrijven. Zelf leerde ik ooit op de basisschool van een lieve juf een Engels liedje over de herfst die zo heerlijk melancholisch klonk dat ik het me altijd ben blijven herinneren. Eenmaal zelf juf op de middelbare school bedacht ik dat dit een mooi gedichtje zou zijn om op te zeggen met een zevende klas.(Vrijescholen tellen anders. Groep een en twee van de basisschool zijn de kleutergroepen, groep drie tot en met acht is klas een tot en met zes, en waar regulier onderwijs begint met de brugklas, of eerste klas, tellen wij door, vandaar zevende klas. Uiteindelijk behalen onze leerlingen in de twaalfde klas hun Havo of Vwo diploma). Blij verrast was ik toen bleek dat mijn lang gekoesterde liedje een bekend vrijeschoollied is, waarvan een uitgebreidere versie is gemaakt. Autumn comes, the summer is past, through the field the farmer goes, seeds of ripened corn he sows, ik heb het inmiddels zo vaak gedaan met klassen dat ik het kan dromen. En het blijft mooi! Blij word ik ervan om dit te doen.

Romantiek
Zo rond begin februari begin ik met gedichten waarin de natuur weer opbloeit, zodat de leerlingen deze uit hun hoofd kennen op het moment dat de lente echt losbarst. Al eerder; midden, eind januari begin ik met mijn achtste klassen het bekende Shakespeare sonnet 'Shall I compare thee to a summer's day?'. Is het Valentijn, dan zijn er handenvol dertien-veertienjarigen die dit liefdesvers uit hun hoofd kennen. Komt vast weleens van pas, toch? Ze mogen dan ook zelf een sonnet schrijven, waarin ze een geliefde (of een platonische vriend of vriendin, of een huisdier, wat ze zelf maar willen) vergelijken met zaken die zij mooi of interessant vinden. In English of course, maar dat lijkt me duidelijk. Een van die Valentijnsgedichten die mij altijd is bij gebleven is die van de jongen die zijn vriendinnetje vergeleek met een pizza. Want er was in zijn wereld weinig zo leuk als een verse pizza. Romantiek moet ook nog ontwikkeld worden in een achtste klas, geloof ik.

Naar binnen of naar buiten gericht
Terug naar het ritme van de natuur. Ik begin pas met spreekbeurten en projecten waarbij leerlingen uit hun eigen kennis en interesses mogen putten op het moment dat de zon weer meer aanwezig is. We zijn dan verderop in het schooljaar en dus hebben ze meer Engels gehad, maar het past ook bij de beweging van de natuur, die ook steeds meer naar buiten gericht is. Rond herfst, richting kerst is er een tegengestelde beweging. De blaadjes zijn bijna allemaal gevallen, de natuur wordt steeds stiller en roerlozer en tijdens de adventperiode (de vier weken voor kerst) worden mijn lessen ook steeds ingetogener. 

Langzaam verminder ik de nieuwe leerstof en wordt er veel meer herhaald. Ik doe meer met gedichten en kijk-en luisterfragmenten waarbij de leerling gaat nadenken. Zo keren we in de lessen Engels dus steeds meer naar binnen. Het luisteren naar een verhaal; met gordijnen dicht, lichten uit en adventkaarsen aan past hier prima bij. Hoe dat afgelopen advent verliep, lees je volgende keer.

donderdag 11 mei 2017

Anders lesgeven

Ik zeg het weleens vaker, maar ik vind het ook echt: ik werk op de leukste school van Nederland. Vooruit dan: van het Noorden. Op een voortgezette vrijeschool is namelijk aandacht voor de hele leerling, niet alleen het hoofd (cognitieve aspect) wordt aangesproken, maar ook het hart (sociaal-emotionele vaardigheden) en de handen (maken, beweging). En dan niet als ondergeschikte bijvakjes, maar alle aspecten evenveel. Voor een docent betekent het een andere manier van lesgeven: ademend en bewegend. Klinkt vaag? Valt best mee.

Creatief en autonoom
Voor een docent Engels zoals ik houdt het in dat we niet alleen uit een standaard methode werken. Sterker nog, alleen onder licht protest en met veel, heel veel aanvullend materiaal. Dat vraagt improvisatievermogen en creativiteit, maar dat zijn nu net twee van mijn sterke punten, dus voor mij geen punt. Voor iemand die gewend is om een strakke leidraad in de vorm van een methode te hebben is het behoorlijk wennen, maar ik zou niet meer anders willen. Volgens de antroposofische visie moet je als docent jezelf als mens meenemen voor de klas, en je persoonlijkheid laten zien in hoe en wat je lesgeeft. In het verleden, als beginnende en onzekere docent, vond ik dit nog weleens lastig, maar het lukt me steeds beter. De vrijheid om zelf in grote mate mijn onderwijs te kunnen bepalen, binnen bepaalde richtlijnen en in overleg met collega's, maakt dat ik mij op mijn school als een vis in het water voel.

Ademend
Sommige dingen worden op een vrijeschool net even anders benoemd en ervaren, maar als je je erin verdiept blijkt er veel moois in te zitten. In de antroposofie gaat men er vanuit dat onderwijs ademend moet zijn. Adem gaat in en uit, en zo zouden de activiteiten in een les ook moeten zijn; van binnen naar buiten (zoals spreken en schrijven) en van buiten van binnen (zoals luisteren en lezen.) Bij het leren van een taal is het een valkuil om in dat laatste stuk te blijven zitten: leerlingen lezen veel teksten, luisteren naar de docent die in de doeltaal dingen uitlegt en vertelt en er is voor hen minder kans om van binnen naar buiten te bewegen, uit te ademen zogezegd, door zelf iets te doen. Een van de middelen om dit te doen is bijvoorbeeld door hen gedichten te laten reciteren, of liedjes te zingen. Zo bereik je bovendien niet alleen dat hoofd dat maar alles tot zich moet nemen, maar doe je iets met je lijf (leerlingen staan achter hun stoel tijdens het reciteren of zingen) en met z'n allen. Hoofd, hart, handen: check.



Zo ontwikkelen niet alleen de leerlingen zich, maar ook ik als docent. Ik leer elke dag, en ik ontwikkel elk jaar wel weer een nieuw project of ander materiaal. Zo ben ik dit schooljaar begonnen met het vertellen van verhalen. Ik pas mijn lessen steeds beter aan, aan het seizoen bijvoorbeeld. Zo de natuurlijke ritme van de natuur volgen voelt voor mij heel goed, hoort bij de antroposofie en het raakt de leerlingen op een bijna vanzelfsprekende manier. Voorbeelden? Volgende keer!