Posts tonen met het label cijfers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cijfers. Alle posts tonen

maandag 19 maart 2018

Goede leerling versus slechte leerling


Jullie weten het misschien nog niet zo van mij, maar ik probeer mijn leven, en dus ook mijn jufzijn, in te richten naar boeddhistische principes. Een aspect daarvan is dat ik streef zo min mogelijk te oordelen. Het benoemen van een goede leerling danwel slechte leerling stuit mij daarom tegen de borst, maar voor dit stukje zal ik die bezwaren proberen te laten gaan. Om mezelf wat tegemoet te komen ga ik het vooral over goede leerlingen hebben. Dat is nog steeds een oordeel, maar in elk geval een wat meer positieve insteek.

Cijfergericht
Kinderen denken vaak dat het goed doen betekent dat ze hoge cijfers halen. Ik geloof niet dat dat zo is, en ik realiseerde mij dit voor het eerst toen ik het een hele tijd geleden met een collega had over een mentorleerling van mij, die mijn collega bij haar vak in de les had. Ze vertelde me dat mijn mentorleerling haar beste leerling was. Zijn cijfers kwamen niet uit boven een vier, vier en een half, soms een vijfje, maar desondanks was hij haar beste leerling.

Ik snapte wat zij bedoelde. Ik heb hier nog eens over nagedacht en ik ben het met mijn collega eens. Wat maakte dat hij haar beste leerling was? Hij deed zijn best. Niet om te slijmen, niet uit streberigheid, niet uit angst voor slechte cijfers of omdat hij moest van zijn ouders, maar omdat hij graag wilde. Hij vond het moeilijk, maakte vaak fouten, maar ondanks dat wilde hij weten hoe het zat. Hij lette op tijdens de les, maakte zijn huiswerk en dacht mee tijdens klassikale opdrachten. Hij bleef aardig en liet zich niet het veld uit slaan, ondanks de tegenvallende resultaten. Gelukkig gingen deze heel langzaam wel omhoog, al werd hij, noch in haar vak, noch in het mijne, een hoogvlieger.

Bron: Pixabay.com


Ontwikkeling 
Niet ieder kind kan dit, en dat hoeft ook niet altijd. Door mijn rijleservaringen weet ik hoe waanzinnig demotiverend het kan werken om telkens iets te moeten doen wat je niet kunt. Althans heel, heel moeilijk vind. Hoe gefrustreerd je kunt worden van alweer een slecht resultaat. Maar om dan, al is het met de moed der wanhoop, toch weer overnieuw te beginnen, dat vergt kracht.

Soms ben ik blijer met een 5 bij een leerling die het hele jaar alleen nog maar drieën haalde, dan met de zoveelste goed of zeer goed van een leerling die het altijd goed doet. Als er ontwikkeling te merken is bij iemand die zich inzet en van goede wil is, daar kan ik zo vrolijk van worden. Die inzet is waar ik bij alle leerlingen op hoop, en gelukkig bij heel veel terugzie. Zeker bij die leerling met lagere cijfers.

donderdag 4 januari 2018

Kerstvakantieberichten IV

Het gebeurt nog wel eens dat beroemde mensen (cabaretiers, schrijvers) ooit begonnen als docenten. Een daarvan is Peter Heerschop.

Tijdens het Denk Groter Debat hield hij in 2014 voor studenten van Fonty's pabo's een warm pleidooi voor het leraarschap.



Met dit filmpje sluit ik mijn kerstvakantieberichten af. Vanaf aanstaande maandag weer langere blogjes. Hebben jullie ze gemist?

maandag 26 juni 2017

Chaos

Tijdens mijn studie moest ik regelmatig Pop's maken: persoonlijke ontwikkelplannen. Ik vertelde dan altijd dat ik een chaotisch persoon ben. Juist daarom was ik altijd erg streng voor mezelf en bracht ik veel structuur aan in mijn planningen en mijn lessen. Mijn docenten en stagebegeleiders zagen alleen die planningen en die lessen en aan het einde van mijn studie was er een docent die zei dat ik volgens haar helemaal niet chaotisch ben. Een goed voorbeeld van dat wat er van binnen leeft je lang niet altijd aan de buitenkant ziet.

Bij leerlingen werkt het soms hetzelfde. Er verschijnen veel leerlingen in mijn lessen waar “iets” mee is. Add, adhd, dyslexie, dyscalculi, ass, asperger, beelddenkers, pdd nos, hoogsensitief, noem maar op. Sommige dingen kun je merken, andere ook helemaal niet. Bovendien is de ene leerling met asperger de andere niet. Er zijn ook leerlingen zonder officieel etiketje, waarbij ik soms vermoed dat ze zaken anders ervaren of aanpakken dan gebruikelijk is. Soms kan een diagnose fijn zijn, omdat het recht geeft op extra hulpmiddelen of inzicht kan geven waarom dingen fout lopen. Het kan ook handvaten geven om beter met bepaald gedrag om te gaan en leerlingen te helpen lekkerder in hun vel te zitten of het beter te doen op school. Dat zijn de voordelen.

Nadelen
Wat je soms ook tegenkomt is dat een leerling zijn of haar etiketje gebruikt als excuus voor vervelend gedrag of slechte cijfers. Ik kan niet aardig zijn voor anderen want ik heb autistische trekken, bijvoorbeeld. Terwijl ik leerlingen altijd voorhoudt dat als je ergens moeite mee hebt dit niet betekent dat het dan niet hoeft. Het betekent wel dat je er meer moeite voor moet doen. Sommige dingen zullen altijd moeilijk blijven, en er zullen zaken zijn die nooit helemaal gaan zoals je graag zou willen, maar dat is geen reden om het er bij te laten zitten. Dit laatste weet ik uit eigen ervaring.

Hak, tak en chaos
In mijn hoofd is het namelijk echt chaos, nog steeds. Ik vind het moeilijk om meerdere dingen tegelijk te doen, en dat hoort bij de taakomschrijving als je lesgeeft. Je moet immers in de gaten hebben wat je met welke klas gaat doen, welke materialen er nodig zijn, welke leerling extra aandacht nodig heeft, wie nog iets moet inhalen, op welke bladzijde van welk boek we zijn, wie in de klas stiekem briefjes doorgeeft en wie er de hele tijd door de grammatica-uitleg heen praat. Ik kan het, maar het kost sloten energie. Mijn hoofd werkt in veel opzichten anders dan dat van anderen. Ik begrijp hierdoor mijn leerlingen met een concentratieprobleem behoorlijk goed. Mijn gedachten vliegen ook alle kanten op en als ik met een ding bezig ben dan kan ik al het andere om mij heen vergeten. Tegelijkertijd ben ik dat ook weer vergeten als iets mij afleidt. Als ik kook gebeurt het bijvoorbeeld regelmatig dat iets aanbrandt omdat ik in de keuken een krant tegen kom en dan begin te lezen en vergeet waar ik ook weer mee bezig was. Autorijden is iets anders wat mij absurd veel moeite kostte om te leren, ik kreeg het nauwelijks voor elkaar. Overal kijken en direct doen in plaats van er over na te denken, en alles altijd tegelijk... Heel erg moeilijk.

Structuur.
In de klas overkomt mij dat gelukkig niet, en het magische woord hierbij is structuur. Vrijwel elke les begint op dezelfde manier en eindigt op dezelfde manier. Ik kijk altijd even terug op de vorige les en kijk aan het einde even vooruit naar de volgende. Het programma van de dag, inclusief huiswerk voor de volgende keer staat op het bord. Als ik leerlingen soms vraag wat ze prettig vinden aan mijn lessen en wat ik eventueel nog kan verbeteren, dan blijkt dat ze het fijn vinden dat ze altijd weten waar ze aan toe zijn bij mij. Ik ook. Het geeft tegenwicht aan de chaos. 

donderdag 8 juni 2017

Bijles geven

Bijles geven, ik ben er eigenlijk een beetje ingerold. Een jaar of vijf geleden had ik een erg kleine werkbetrekking en verdiende daarmee te weinig om ons gezin goed draaiende te houden. Toen op een avond een ouder belde wiens jongste kind ik voor de lol (en onbetaald) Engels gaf op de basisschool, met de vraag of ik hun oudste bijles kon geven, was ik in de wolken. Zelf les geven, een-op-een, op mijn manier en daarvoor nog een geldelijke beloning krijgen ook? Ideaal.

Het balletje gaat rollen
Dat een-op-een duurde niet lang. Al na een paar maanden spraken ouders onderling met elkaar, gaven hoog op over mijn bijleskunsten en een leerling werden er twee. Deze leerling zat op voetbal en daar waren ouders met twee kinderen die moeite hadden met Engels. Twee werden er dus vier. Daar kwamen in de loop van de tijd nog twee bij, plus een Hbo student die onderuit dreigde te gaan vanwege Engels op de opleiding.

Genoeg is genoeg
Toen ik na een jaar of anderhalf een nieuwe baan kreeg met aanvankelijk twee keer zoveel uren en na een half jaar zelfs drie keer zoveel uren, had ik geen tijd meer om alle leerlingen in aparte groepjes les te geven. Ik had het geld ook niet meer nodig, want drie keer zoveel werken is ook … nou ja niet drie keer zoveel, maar wel genoeg. Ook wel eens leuk. Maar mijn bijlesklantjes hadden nog wel steeds behoefte aan hulp, en dus ging ik door. Niet meer elke week, maar een keer in de twee weken, en nog maar 1 groep in plaats van meerdere. Dat vind ik op dit moment even genoeg.

Engels is tof!
Wat ik leuk vind aan bijles geven is wat ik net al zei: ik gebruik mijn eigen materiaal, en kan mijn lessen inrichten op een manier die mij goeddunkt. Alhoewel, ook weer niet helemaal, want mijn leerlingen zijn afkomstig van een reguliere middelbare school die les geeft op de geijkte manier. Dat wil zeggen: woordjes leren, zinnen leren en grammaticaregels leren. Doe ik zelf trouwens ook, da's de makke van kiezen om examens aan te willen bieden op een school. Maar waar ik de tijd neem om die woorden, zinnen en grammatica te behandelen en ze verpak in een sausje van veel voorlezen, verhalen vertellen, films bekijken en veel Engels spreken, wordt er op veel scholen stof doorheen gejast, en is er weinig ruimte voor andere zaken dan die vermaledijde grammatica. En dat terwijl het leren van grammaticaregels totaal geen effect heeft. Say what?! Goed, daar ga ik later nog wel eens op in.


Feit is dat mijn bijlesleerlingen vaak stranden op die grammatica. Dus leg ik het allemaal heel rustig en met aandacht nog eens uit, en laat ze ermee oefenen. Dat willen ze, en dat wordt gevraagd dus dat doe ik. Gevalletje: u vraagt, wij draaien. Maar daarnaast doe ik (minstens de helft van de les) leuke dingen. We doen spelletjes, spreekopdrachten, spreekopdrachten vermomd als spelletje, we lezen boeken, bekijken filmfragmenten en luisteren naar muziek. En dat is het punt. Juist die 'leuke' dingen zorgen ervoor dat het taalgevoel wordt aangewakkerd, zodat de grammatica beter beklijfd. Dat is waar ik mijn plezier uit haal en wat ik probeer over te dragen aan mijn leerlingen. Die op school, maar ook die bijles volgen. 

maandag 5 juni 2017

Pauze

Eigenlijk zou ik hier vandaag weer een overzicht geven van een week uit het leven van deze juf, maar het zit er even niet in. Op het moment neem ik even wat extra rust en dat betekent voor vandaag dat er geen bericht op mijn blog verschijnt. Voor de volgende keer en de weken daarna staan er nog zat berichten klaar, maar ik neem nu even wat langer pauze.

Voor wie het graag nog eens wil terug lezen, en hierin ook kan zien dat ik weleens wat te weinig tijd heb genomen voor pauze kan hier kijken. Dank voor jullie begrip, en wees niet bang: voor volgende keer staat er weer een gloedjenieuw blog klaar!

maandag 15 mei 2017

Volg de natuur

Zoals ik vorige keer schreef probeer ik in mijn lessen het ritme van de natuur te volgen. In de herfst reciteer ik met mijn klassen gedichten die de herfst beschrijven. Zelf leerde ik ooit op de basisschool van een lieve juf een Engels liedje over de herfst die zo heerlijk melancholisch klonk dat ik het me altijd ben blijven herinneren. Eenmaal zelf juf op de middelbare school bedacht ik dat dit een mooi gedichtje zou zijn om op te zeggen met een zevende klas.(Vrijescholen tellen anders. Groep een en twee van de basisschool zijn de kleutergroepen, groep drie tot en met acht is klas een tot en met zes, en waar regulier onderwijs begint met de brugklas, of eerste klas, tellen wij door, vandaar zevende klas. Uiteindelijk behalen onze leerlingen in de twaalfde klas hun Havo of Vwo diploma). Blij verrast was ik toen bleek dat mijn lang gekoesterde liedje een bekend vrijeschoollied is, waarvan een uitgebreidere versie is gemaakt. Autumn comes, the summer is past, through the field the farmer goes, seeds of ripened corn he sows, ik heb het inmiddels zo vaak gedaan met klassen dat ik het kan dromen. En het blijft mooi! Blij word ik ervan om dit te doen.

Romantiek
Zo rond begin februari begin ik met gedichten waarin de natuur weer opbloeit, zodat de leerlingen deze uit hun hoofd kennen op het moment dat de lente echt losbarst. Al eerder; midden, eind januari begin ik met mijn achtste klassen het bekende Shakespeare sonnet 'Shall I compare thee to a summer's day?'. Is het Valentijn, dan zijn er handenvol dertien-veertienjarigen die dit liefdesvers uit hun hoofd kennen. Komt vast weleens van pas, toch? Ze mogen dan ook zelf een sonnet schrijven, waarin ze een geliefde (of een platonische vriend of vriendin, of een huisdier, wat ze zelf maar willen) vergelijken met zaken die zij mooi of interessant vinden. In English of course, maar dat lijkt me duidelijk. Een van die Valentijnsgedichten die mij altijd is bij gebleven is die van de jongen die zijn vriendinnetje vergeleek met een pizza. Want er was in zijn wereld weinig zo leuk als een verse pizza. Romantiek moet ook nog ontwikkeld worden in een achtste klas, geloof ik.

Naar binnen of naar buiten gericht
Terug naar het ritme van de natuur. Ik begin pas met spreekbeurten en projecten waarbij leerlingen uit hun eigen kennis en interesses mogen putten op het moment dat de zon weer meer aanwezig is. We zijn dan verderop in het schooljaar en dus hebben ze meer Engels gehad, maar het past ook bij de beweging van de natuur, die ook steeds meer naar buiten gericht is. Rond herfst, richting kerst is er een tegengestelde beweging. De blaadjes zijn bijna allemaal gevallen, de natuur wordt steeds stiller en roerlozer en tijdens de adventperiode (de vier weken voor kerst) worden mijn lessen ook steeds ingetogener. 

Langzaam verminder ik de nieuwe leerstof en wordt er veel meer herhaald. Ik doe meer met gedichten en kijk-en luisterfragmenten waarbij de leerling gaat nadenken. Zo keren we in de lessen Engels dus steeds meer naar binnen. Het luisteren naar een verhaal; met gordijnen dicht, lichten uit en adventkaarsen aan past hier prima bij. Hoe dat afgelopen advent verliep, lees je volgende keer.

maandag 1 mei 2017

Een dag uit het leven

Een tijdje terug deelde ik hier al eens hoe een week er voor mij uit kan zien, vandaag leek het mij leuk om wat uitgebreider een werkdag te beschrijven. Laten we eens een willekeurige dinsdag nemen.

Het is dus dinsdag en dat is mijn meest frisse dag. Het is de kortste lesdag die ik heb en ik heb net vier dagen vrij (althans niet op school) gehad. Toch zegt dat frisse niets, want alsnog vergeet ik op zo'n dag regelmatig iets.

05.15
Zo vroeg gaat vandaag mijn wekker. Ik hou van vroeg opstaan. Ik drink in mijn eentje in de donkere lege woonkamer een kop goed sterke Earl Grey, doe een mindfulness oefening en schrijf wat voor het boekenblog waar ik aan mee werk. Rond half zeven komen de kleintjes beneden en begint het circus van ontbijt maken, lunchtrommeltjes vullen en kinderen naar school brengen.

08.30
Vandaag is er een nieuwe rooster en kan ik iets later dan normaal naar school. Heel fijn, want zo kan ik tussen de kinderen naar school brengen en naar de bus rennen toch nog even een stukje typen, een kop thee drinken en enigszins gehaast iets op mijn knutselzoldertje doen. Niet heel mindful, maar ik krijg wel het gevoel ook nog met iets anders dan school bezig te kunnen. Best belangrijk als je weet dat ik na drie dagen werk vaak zo opgeslokt ben, dat ik tot ver in het weekend nog constant aan schoolse dingen denk.

10.15
Zo hol ik dan naar de bus om daar wat aantekeningen te maken over een nieuw mini-project dat ik met mijn achtste klas ga doen. Zo heb ik helder wat ik deze les en morgen met hen ga doen. De planningen voor de zevende klassen en mijn eigen negende klas liggen nog op school, maar dat geeft niet want ik heb in mijn hoofd wat ik met hen ga doen. Althans... Ik heb een iets vroegere bus genomen omdat het nieuwe rooster inhoudt dat ik lesgeef in een ander lokaal dan dat waar al mijn materialen liggen. Ik moet dus eerst alle spullen voor vandaag uit de kast in het ene lokaal halen en brengen naar het andere. Kan ik mooi redden zo. Tot ik ineens realiseer dat ik met de negende een luistertoets moet oefenen en de spullen daarvoor niet alleen in weer een ander lokaal liggen, maar zelfs in een van de andere gebouwen... Heel snel dus daar nog langs. Mijn hoofd draait alweer op volle toeren en ik dwing mezelf om ook nog een stukje van de busrit stil te zitten en te ervaren inplaats van te denken. Kalm aan, Lichthart!

10.45
Ik race langs het ene gebouw, verniel daar onbedoeld een laatje op zoek naar de juiste sleutel voor de juiste kast (sorry collega...) en loop snel door naar het andere gebouw. Hier sjouw ik mijn zware koffer omhoog, loop naar beneden, pak mijn spullen, loop snel naar boven, om er met armen vol boeken en klotsende zweetoksels achter te komen dat geen van mijn sleutels passen op de deur van dit lokaal. Een collega biedt uitkomst. De bel is inmiddels gegaan en ik schrijf snel het programma van de dag op het bord voor ik de leerlingen handen geef en binnen laat.

11.15
De eerste les is een experiment. De leerlingen moeten in teams ieder 1 ronde van een quiz voorbereiden. Ze hebben iets meer opstarttijd nodig dan ik dacht en ik besluit ter plekke het schema om te gooien. Improv skills: ik heb ze.

12.00
Eerste pauze. Voor het lokaal opgeruimd is, is het tien over, en met volle blaas ren ik naar de wc. In de docentenkamer is er heerlijke soep en ik heb maar liefst tien hele minuten om het op te eten. Na de soep nog een paar snelle glazen water en met gevulde maag ben ik klaar voor de tweede ronde.


(en aangezien ik het idee 'uitgebreider beschrijven' wel heel letterlijk neem, volgt aanstaande donderdag ook de tweede ronde van dit bericht, ofwel de tweede helft van deze werkdag)

maandag 3 april 2017

Een week uit het leven

Vandaag een overzicht van wat ik zoal doe tijdens een willekeurige week. Laten we eens beginnen op maandag. Goede dag om mee te starten, toch?

Maandag.
Gister heb ik de hele dag niets gedaan voor mijn werk en eigenlijk baal ik daarvan; ik heb een stapel achterstallig nakijkwerk. Eigen schuld, want het zijn vooral kijk-en luisterverslagen. Die vind ik stom om na te kijken. Duurt in verhouding heel lang en – aangezien een klas samen dezelfde film kijkt- lees ik 25 tot 30 keer dezelfde samenvattingen over dezelfde film. Saai!!!Dus laat ik het te lang zitten. Nu liggen er dus nog 50 plus verslagen plus proefwerken en deze week volgen er nog twee.. Help!! Dus sta ik – op deze voor mij vrije dag- extra vroeg op en kijk eerst een uurtje na voor de kinderen op staan. Voor de rest prep ik wat eten zodat ik op school voldoende te eten heb, een goed begin...

Dinsdag.
Eerste werkdag van de week. Weer sta ik vroeger op, kijk ik een half uurtje na en ontbijt dan met mijn kinderen. Rond half tien vertrek ik naar school, waar ik nog snel wat kopieer voor het eerste lesuur losbarst. Ik geef les tot 15.05, het laatste uur is een klassenuur met veel leuke gesprekken. Ik had deze dag niet veel pauze, maar dat is normaal. Ik heb kunnen lunchen en tussendoor naar de wc kunnen gaan, en dat is soms wel eens anders. Wel drink ik veel te weinig, en eigenlijk wil ik nog wel een kop thee, maar als ik het lokaal netjes heb ben ik vijf minuten te laat voor een gesprek met ouders. Na dit gesprek praat ik nog even na met de collega van de ondersteuning en rond half vijf vertrek ik weer naar huis. Vandaag hadden twee klassen een proefwerk, dus mijn nakijkmap puilt behoorlijk uit. Eenmaal thuis hoef ik gelukkig niet te koken en heb ik deze week ook geen bijles. Gelukkig, kan ik lekker vroeg op bed. Na nog een beetje nakijken natuurlijk.

Woensdag.
Herhaling van gister, maar langer en drukker. Een collega heeft een kindje gekregen en dus eet ik me misselijk aan drie beschuiten met muisjes. Zo heeft dat preppen van gezonde lunches ook niet veel zin. Zucht. Als ik om vier uur klaar ben met lesgeven wil ik eigenlijk nog wat nakijken en werken aan de planning voor de komende tijd, maar ik heb zoveel mailtjes te beantwoorden, dat ik om vijf uur mijn lokaal uitloop en nog niets verder ben.

Donderdag.
Ook vandaag begin ik de dag met een half uurtje nakijken. Een stapel proefwerken is klaar! Zelfs de cijfers staan al in mijn agenda. One down, two to go! Nou ja, en die kijk-en luisterverslagen dus. En volgende week volgt er nog een proefwerk. Niet aan denken, werkt demotiverend. Ik heb maar vier lessen, maar 's middags staan twee vergaderingen op de planning; van half drie tot kwart over vijf, met een kwartiertje pauze er tussenin, en op de een of andere manier voelt dat soms als harder werken dan voor de klas staan. Behoorlijk moe kom ik thuis. Geen zin om te koken, dus oudste dochter mag naar de Chinees.

Vrijdag.
Officieel heb ik vandaag vrij en normaal gebruik ik deze dag om lekker te tikken, maar er is nog steeds zoveel nakijkwerk en er is van alles aan de hand in mijn mentorklas dat ik de hele ochtend kwijt ben met mailen, bellen, planningen uitwerken en nakijken. Strontchagrijnig word ik ervan. En recalcitrant. Ik besluit ook niet te schrijven, maar verdwijn naar mijn schrijfzoldertje met een boek. Voor een klein uurtje, want dan is het alweer tijd de kinderen van school te halen. Oh well, volgende week is het weer vrijdag.

Zaterdag.
Vandaag ben ik echt vrij. Ik ben een dag weg en heb niet eens de kans om iets aan mijn werk te doen, al zou ik het willen. Heerlijk!

Zondag.
Ook vandaag is een vrije dag en na het uitmesten van mijn schrijfzolder vind ik tijd om wat te schrijven en te knutselen. Erg fijn, en na het avondeten trek ik het nog om wat na te kijken. Ein-de-lijk zijn de kijk-en-luisterverslagen af. Victory!! Kijk dat is een fijn begin van de week morgen. Beetje jammer dat ik veel te lang doorga en niet goed kan slapen. Nou ja, je kan niet alles hebben. Morgen weer een nieuwe week!

donderdag 23 maart 2017

Betrokkenheid

Zoals een bekende Nederlandse filosoof jaren geleden al zei: elk voordeel hep se nadeel. En dat is ook zo wat mij betreft.

Ik ben een betrokken docent en een betrokken mentor. Jaren geleden schreef ik een boek en via via kwam een exemplaar daarvan bij een oud-docent van mij terecht. Zij schreef mij toen een briefje, waarin ze als eerste vertelde dat ze mij herinnerde als een betrokken leerling. Grappig. Blijkbaar zit die betrokkenheid in mij. Ik zie dit als een duidelijk voordeel. Ik heb oog voor mijn leerlingen en zie het wellicht niet altijd maar wel vaak als er iets met iemand is. Ik neem de tijd voor zowel mijn mentorklantjes als mijn 'gewone' leerlingen. Dat is niet gespeeld, want ik ben een nieuwsgierig mens en ben oprecht geïnteresseerd in wie mijn leerlingen zijn. Daarnaast ben ik niet bang om me soms kwetsbaar op te stellen, en daarmee geef ik aan dat leerlingen dat bij mij ook mogen doen.

Balans
Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik het anders zou moeten doen. Ik ben vaak bezig met mijn werk, met leerlingen, droom soms van ze. Zo kom ik op leuke nieuwe ideeën voor lessen, leer beter omgaan met sommige “lastige” leerlingen en vind ineens een oplossing voor een probleem. Maar het is tegelijkertijd een mega super hyper (genoeg zo?) nadeel. De balans, weet je wel? Het gebeurt namelijk ook heel regelmatig dat ik 's nachts niet goed kan slapen. Dat ik zo met een bepaalde leerling of werkkwestie bezig ben dat mijn amygdala overuren maakt en ik de adrenaline voel racen in mijn lijf. Dan weet ik weer dat ik misschien net iets teveel met mijn werk bezig ben.

Mildheid
Nu heb ik dit jaar een jaarthema meegegeven. Ik heb namelijk besloten om dit jaar te leren om milder te worden voor mezelf. Een eerste stap hierin is om te accepteren hoe ik in elkaar zit. En bij mij gaan zaken vaak in alles of niets modus. Als ik bezig ben met werk vergeet ik al snel andere dingen om me heen. Ik heb mezelf inmiddels geleerd dat ik niet alles hoef te kunnen en dat niet alles af hoeft. Dat maakt het iets makkelijker om los te laten. Iets. Maar balans blijft een dingetje.


Tegenwoordig doe ik elke busrit van en naar school een kleine oefening. Heel simpel even niet te denken aan waar ik vandaan kom of waar ik naartoe ga, of aan wat ik heb gedaan of wat ik ga doen. Het is niet heel revolutionair of origineel, maar behoorlijk eenvoudig. Wat ik doe? Ik zet mijn telefoon op stil en stop hem ver weg. Vervolgens kijk ik naar buiten. Gewoon wat staren door het raam. Lijkt heel eenvoudig, maar is verdraaid lastig als je hoofd zo werkt als die van mij. Toch ga ik door, elke keer dat mijn gedachten afdwalen ga ik terug naar dat wat ik waar kan nemen. Desnoods benoem ik het letterlijk: ik zie gras en bomen, ik hoor langsrijdende auto's en de motor van de bus, ik voel mijn rug tegen de stoel. En verdomd als het niet waar is, zo langzamerhand lukt het me steeds om mijn werk op school te laten. Niet letterlijk: ik neem gewoon nakijkwerk mee naar huis en wikkel telefoontjes en mailtjes af, maar wel figuurlijk. 

Zo bewaak ik de grens tussen wat het lesgeven mij kost aan energie en wat het mij oplevert aan plezier. Die balans blijft wankel en heeft altijd aandacht nodig, maar mij kennende had ik dat probleem bij elke baan gehad. En die betrokkenheid is ook wat mij een betere docent maakt. Dus ja. Elk voordeel....

maandag 20 maart 2017

Onderwijsgezinnen

Toen ik op de middelbare school zat waren er veel leraren die iets met elkaar hadden. Niet stiekem, hoor, alles in het nette. Althans, daar ga ik vanuit. Als bleue leerling zal ik vast niet alles in de gaten hebben gehad. Maar er zijn in elk geval een groot aantal relaties op de werkvloer ontstaan. Zo was de afdelingsleider en leraar geschiedenis getrouwd met een docente Frans, een docent Duits getrouwd met de gymlerares en was de decaan en juf textiele werkvormen getrouwd met een leraar L.O/ Nederlands. Wat er verder nog onderling gebeurt is daar hou ik me even afzijdig van, maar dit is wat ik weet.

De tweede generatie
Ik heb in de loop van de tijd een raar fenomeen ontdekt, namelijk dat het (volgens mij, he? Maar ik ben gewoon een tweedegraadsje, dus niets is hier wetenschappelijk onderbouwd, dat snap je) in verhouding vaker gebeurd dat een kind van een leraar zelf ook docent wordt of er mee trouwt. Of beide. Dit bijzondere feit (waarbij nogmaals: feit mag tussen aanhalingstekens worden gelezen) ontdekte ik enkele jaren geleden toen ik erachter kwam dat de kinderen van de decaan en gym/Nederlandse leraar respectievelijk docente L.O. en docent Nederlands waren geworden. Die laatste was ik bij de lerarenopleiding waar ik Engels en hij Nederlands studeerde nog weleens tegen het lijf gelopen. Van horen zeggen begreep ik dat hij ook met iemand uit het onderwijs terecht is gekomen. Hun kinderen zijn inmiddels bijna in de tienerleeftijd. Zal mij benieuwen wat zij voor carriere gaan kiezen. Dit is niet het enige geval dat ik tegenkwam, in mijn werk zie ik veel vaker collega's wiens ouder(s) in het onderwijs zitten of zaten.

Voortzetten van een traditie
Zelf doe ik er ook een beetje aan mee. Mijn moeder was naailerares. Ik ben docent Engels, getrouwd met iemand die nu weliswaar niet onaardig aan de weg timmert als beeldend kunstenaar, maar die van origine docent drama is. Zijn moeder was lerares Engels en NT2, zijn vader leraar wiskunde, aardrijkskunde en biologie. Hun andere zoon, mijn zwager, studeerde Hbo-J (Jeugd en welzijnswerk) en leerde daar zijn vrouw kennen. Zij werkt in het onderwijs, maar dan in de zorg en ondersteuning. Ook wij zijn dus een onderwijsgezin.



Of onze kinderen de traditie ook gaan voortzetten? In alle eerlijkheid zou het mij niet verbazen. De oudste wil schrijfster of actrice worden, de middelste kunstenaar of uitvinder en de jongste 'dansarina'. Maar ik zie ook kwaliteiten in hen die niet zouden misstaan bij een kunstzinnig en creatief docent. Een docent drama? Of Nederlands? Beeldende vorming? Of dans? Zou zo maar kunnen. Voor mij is het onderwijs in elk geval een prachtvak, waar ik nog steeds enthousiast over kan worden. Wie weet wordt er ooit nog een 'onderwijsgen' ontdekt. Dat zou het ontstaan van onderwijsgezinnen kunnen verklaren. Maar als zo'n gen echt ontdekt wordt, is een ding zeker: ik heb 'm.



donderdag 16 maart 2017

Namen

Sommige zaken waar je als docent tegenaan loopt, daar staat men als niet lesgevend persoon vaak niet bij stil. Zo is daar de kwestie van namen. Niet het onthouden van, dat is namelijk sterk wisselend per persoon. Ik ken leraren die de namen van hun leerlingen al in de tweede week uit hun hoofd kennen (inclusief hobby's, tweede naam en achternaam), en leraren die halverwege het jaar nog alle Sanne's, Lotte's en Emma's door elkaar halen. Zegt niets over hoe goede docent je bent, hooguit iets over je geheugen. Nee, wat ik bedoel is wat je als meester of juf doet als je zelf kinderen krijgt.

Associatie
Ieder pasgeboren spruitje heeft immers een naam nodig. Maar welke? Nee, dat is niet hetzelfde voor niet-onderwijs-gerelateerde ouders. Want als docent heb je namelijk honderden leerlingen voor je snufferd (gehad) en inmiddels heb je een duidelijke associatie met bijna elke naam. Positief en negatief, maar bij bijna elke naam heb je al een beeld in je hoofd. Terwijl jouw baby een verse nieuwe naam verdiend en niet de naam van die ene leerlinge die altijd altijd zo hikkend lachte. Of van die andere leerling die altijd zo bloosde als hij iets hardop moest voorlezen. Nu zul je zeggen dat er vast wel namen zijn die je nog niet als leerling gehad hebt. Maar dan weet je niet hoe inventief ouders kunnen zijn bij het verzinnen van een originele naam. Werkelijk alles heb ik voorbij zien komen in mijn klassen; van Arwen, Bela en Chevanna tot Xek, Ysbrandt en Zono.

Mijn eigen kinderen
Zelf kreeg ik mijn oudste dochter toen ik nog studeerde en weinig lesgeefervaring had. Haar naam was dus nog 'ongebruikt' en vrij van associaties. Bovendien niet heel gebruikelijk want pas dit jaar kreeg ik voor het eerst een Maya in de klas. Leuke meid, maar hoe kan dat ook anders met zo'n naam? Mijn tweede dochter kreeg ik aan het einde van mijn studie, toen ik vooral nog ervaring had op reguliere scholen, en daar was ik de toen exotische naam Lente nog niet tegengekomen. Na enkele jaren op onderwijsvernieuwende scholen en nu een vrijeschool heb ik een handjevol Lente's lesgegeven. Geen probleem, ik had de naam eerst bedacht tenslotte.

Mijn jongste dochter werd geboren nadat ik al enige jaren lesgeefervaring had, maar blijkbaar was de naam die we voor haar kozen zeldzaam genoeg om de leerling-vergelijking te voorkomen. Ik ben tot op de dag van vandaag nog steeds geen Lotus tegen gekomen in mijn klassen.

De oplossing voor dit luxeprobleem heb ik niet. Ik zie wel bij collega’s dat er vaak gekozen wordt voor een naam die je weinig hoort, of die zelfverzonnen lijkt te zijn. Een oud-collega van mij draaide de vergelijking juist om. Hij had jaren geleden zo’n leuke mentorleerling gehad dat hij, toen hij zelf vader werd, zeker wist dat zijn dochter dezelfde naam zou moeten hebben. Kijk, dat kan dus ook. 

maandag 13 maart 2017

Cijfers

De afgelopen tijd zat ik op school in een ontwikkelgroep die bezig was met het geven van feedback. Wat is goede feedback en hoe geef je dat? Hiervoor las ik het een en ander aan literatuur en weer werd duidelijk: cijfers zijn geen goede feedback. Toch is ons hele onderwijssysteem gebouwd op het geven van cijfers. Hoeveel zeggen cijfers nu echt? Elk cijfer is immers slechts een momentopname. Je merkt het misschien al: ik heb niet veel met cijfers. Ik heb iets met leerlingen, met plezier in leren en in de lessen, met ontwikkeling. Maar met koude cijfers? Neen.

Wedstrijdjes
Leerlingen vaak wel. Net zoals ze ook van spelletjes houden. En wedstrijdjes. Leerlingen willen graag weten hoe ze het doen en een cijfer voelt een beetje als een beloning voor hun werk. Voor mij is het altijd een balanceerwedstrijd tussen wat leerlingen prettig vinden en wat ik nuttig vind. Ik doe het altijd zo: ik vertel nooit klassikaal wie welke onvoldoende heeft. Dat doe ik niet bij de leerlingen die moeite met het vak hebben, maar ook niet bij de leerling die beter kan, maar gewoon een keer lui was. Ik maak daar geen onderscheid in. Ik roep de mensen met een onvoldoende onopvallend bij mijn bureau, terwijl de klas aan het werk is, of loop bij hen langs en geef dan hun proefwerk of schriftelijke overhoring terug. Ik bespreek individueel kort de toets en samen kijken we wat er fout ging. Vaak geef ik ze dan wat tips mee, of we maken een afspraak om het er op een ander tijdstip wat uitgebreider over te hebben.

De rest van de toetsen geef ik klassikaal terug en ik doe dat van laag naar hoog. Leerlingen vinden dat fijn, en ik kom daaraan tegemoet. Maar ik benadruk zeer regelmatig dat voor de een een 7, of een ruim voldoende een beter resultaat is dan een 8, of een goed voor een ander, het gaat mij namelijk om de ontwikkeling. Voor iemand die altijd met moeite net wel of net niet een voldoende haalt kan een 7 een enorme prestatie zijn, terwijl iemand die normaal alleen maar 9,5 haalt met een 8 laat zien er even met de pet naar te hebben gegooid. Ik bespreek proefwerken vervolgens na, zodat leerlingen kunnen zien wat ze waarom fout hebben gedaan. Hierin zit volgens mij iets meer waarde. Als ze van zichzelf zien dat ze bij de zinnen minder goed gescoord hebben kan ik tips geven om deze beter te leren, zodat ze het een volgende keer beter doen. Bij een proefwerk. Of ze in het echte leven, als ze in een vrije situatie een stukje Engels moeten spreken of schrijven, het ook beter doen dat is nog maar de vraag. Maar dat is weer een ander verhaal waar ik vast ook nog weleens iets over ga zeggen.

Beoordelingen vs getallen


Ik geef op mijn huidige school op dit moment vooral les aan zevende en achtste klassen, eerste en tweede in het regulier onderwijs. In deze klassen doen we nog niet aan echte cijfers, we geven beoordelingen. Deze beoordelingen zijn zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende en nog niet voldoende. We doen dit om te zorgen dat leerlingen en ouders vooral oog hebben voor de ontwikkeling van hun kind. De beoordelingen geven een globaal beeld van hoe het staat qua resultaten, maar laat niet teveel fixeren op cijfers. Vooral de laatste spreekt mij erg aan: een nog niet voldoende, een nnv'tje in de volksmond. Een onvoldoende is rigide, geeft aan dat je iets niet kunt. Sluit hierdoor succes in de toekomst voor je gevoel bij voorbaat al een beetje uit. Een nog niet voldoende geeft aan dat het weliswaar nu nog niet voldoende is, maar er vertrouwen is voor een volgende keer. Uiteindelijk gaat het daar immers om, en niet om de cijfertjes.

donderdag 9 maart 2017

Verjaardagscadeautje

Vandaag ben ik jarig. Ik vind 39 een rare leeftijd. Nog steeds een dertiger, maar toch niet echt meer, voelt het misschien wel "ouder" dan veertig. Een nul in je leeftijd geeft op de een of andere manier toch een nieuw begin aan, een frisse nieuwe start. Om nou een groot feest te geven voor een 39e verjaardag? Neen. Maar cadeautjes mogen altijd. En ik gaf mezelf vandaag dit blog cadeau.

Zoals je hierboven kan lezen ben ik lerares en schrijfster. Beide doe ik ongeveer even graag, hoewel mijn voorkeur van dag tot dag kan wisselen. Lesgeven doe ik drie dagen, hoewel ik soms zeven dagen bezig ben, en werk aan dat lesgeven. Het is een bijzonder beroep. Mooi, uitdagend, vermoeiend en energiegevend. Schrijven doe ik op een super leuk boekenblog: Ogma.nu en voor mezelf. Ik hoop over een maand of wat, na allerlei vertraging eindelijk het eerste boek onder mijn eigen naam te publiceren. Heel spannend, heel leuk, heel druk.


Tussendoor blijft het werk als juf gewoon doorgaan, en ik had al heel lang zin om daar over te schrijven. Een blog dus! Vandaag begin ik, voor een jaar. Van maart tot maart. Wellicht dat ik als veertiger nog zin heb om door te gaan, misschien ook niet, maar dat zie ik dan wel. Eerst dit jaar maar eens. 


Hoe vandaag er uit ziet? Ik werk op dinsdag, woensdag en donderdag. Lange dagen ook. Vandaag is dus gewoon een werkdag, maar wel een speciale. Het is traditie op mijn school om te trakteren als je jarig bent, dus heb ik wat lekkers gebakken voor mijn collega's. Maar het gaat om de leerlingen natuurlijk en ik ben het soort juf dat er van houdt haar leerlingen te verwennen. Ik ga dus minichocoladezoenen uitdelen, we gaan de halve les een film kijken en wat Engelse spelletjes doen en de volgende les is huiswerkvrij. Je moet niet te scheutig zijn met uitdelen tenslotte, er moet al zoveel op school. Over moeten gesproken, na de derde pauze zal mijn middag gevuld zijn met vergaderingen; het noodzalijke kwaad in onderwijsland. Gelukkig werk ik op de leukste school van Nederland en heb ik hier af en toe zeldzaam leuke vergaderingen meegemaakt. Ik hoop het niet te laat te maken, snel naar huis te kunnen naar mijn liefje en bloedjes (puber, kind en kleuter) van kinderen. Taart eten. Uiteraard met een koffer gevuld met nakijkwerk. Ik beschouw dat vandaag ook maar als cadeautjes.


En maandag? Dan vind je hier mijn tweede blogbericht. Happy birthday, iedereen!