Lesgeven en schrijven, ik doe het beide even graag. Hier deel ik van maart 2018 tot maart 2019 een jaar lang elke maandag mijn ervaringen met lesgeven, leerlingen, les krijgen en allerlei anders op onderwijsgebied. En mijn eigenwijze mening krijg je er gratis bij.
donderdag 22 februari 2018
Snipperdag
Juf Jolanda snippert vandaag een dagje. Volgende keer gewoon weer een nieuw bericht, hoor!
maandag 19 februari 2018
Bijzondere leerlingen VI
Het
was mijn bedoeling om dit jaar niet vaker dan vijf keer een stukje te
schrijven over bijzondere leerlingen die ik had. En aan aan dat
quotum zit ik nu.
Maar
toen bedacht ik ineens dat ik iemand nog vergeten was. Dus ik breek
gewoon mijn eigen regels (iemand moet het immers doen. En ik ben best
recalcitrant bij tijden) en schrijf een nieuw bijzondere leerlingen
stuk. Zo!
Moeilijke
start
De
klas waar deze leerling in zat was op zich ook bijzonder. Ik had
namelijk niet eerder een derde klas vmbo-t gehad, nooit een vierde
klas van welk niveau dan ook, en had evenmin een eindexamen begeleid
of een combinatieklas gedraaid. Dat moest ik nu allemaal wel. Zonder
materiaal op school, zonder overdracht en überhaupt zonder al teveel
begeleiding startte ik op deze school met zeven klassen, waaronder
deze; een combinatie drie/ vier vmbo-t, waarvan alle leerlingen in de
paar jaar dat ze op school hadden gezeten ongeveer anderhalf jaar
Engels hadden gehad. Ziekte en uitval van docenten, je kent het.
Daarmee mocht ik dus aan de slag. Had ik al verteld dat ik mijn
studie nog niet had afgerond toen ik hier begon?
Het
was dus pittig zo al met al, maar omdat het examen eraan kwam voelden
de leerlingen de noodzaak van aan de slag gaan wel. Het was een
drukke en rumoerige klas, maar ik deed mijn best, omdat ik wilde dat
zoveel mogelijk zouden slagen (alvast een spoiler: dat gebeurde ook.)
In de klas waren een behoorlijk aantal mensen met een nogal prominent
aanwezige persoonlijkheid en een daarvan was het meisje waar ik het
vandaag over wil hebben.
Prachtige
jonge vrouw
Per
saldo hoorde zij helemaal niet thuis in deze klas. Dat wil zeggen, ze
voelde zich er thuis en was er welkom, maar ze was een stuk
intelligenter dan haar klasgenoten. Ze had met gemak de havo kunnen
doen, maar dat wilde ze niet. Ze had ook een stuk bagage. Ze was
namelijk per ongeluk ooit geboren als jongetje en dat blijkt een
behoorlijke handicap als je je op en top meisje voelt. Zeker als de
puberteit dan aanbreekt gebeuren er dingen met je lijf die absoluut
niet stroken met wat er aan de binnenkant gebeurt. Nu is die
puberteit voor weinig mensen direct prettig, maar in zo'n situatie is
het helemaal goed naar, en mijn leerling had dan ook flink met
zichzelf in de knoei gezeten.
Nu was ze weer op school, na een
periode van afwezigheid, als het meisje dat ze was. Iedereen in de
klas accepteerde dit en ik heb haar nooit anders ervaren dan hoe ze
was; een prachtige jonge vrouw.
Onder
je niveau werken
Zoals
gezegd was ze behoorlijk aanwezig: soms een beetje luidruchtig,
grappig, ad rem, slim en opmerkzaam. Ze was enorm geïnteresseerd in
uiterlijk en mode en droomde van een toekomst als ontwerpster of iets
anders in de mode-industrie. Veel van haar docenten zagen die
intelligentie van haar en drongen er op aan dat ze zou proberen om
havo te doen, maar zij had voor zichzelf al een mbo opleiding op het
gebied van mode uitgezocht waar ze na de middelbare school naar toe
wilde. Ik gaf haar groot gelijk.
Normaal vind ik dat het voor een
leerling niet goed is om onder zijn of haar niveau te werken, maar
als het dagelijks leven jou door omstandigheden veel energie kost, en
je weet dat bij wat je wilt gaan doen een lager niveau diploma geen
belemmering is, waarom dan niet?
Soms moet je kijken naar wat voor
jou als mens gezonder is, en niet per se naar het maximaal haalbare.
Toen ik dit tegen haar zei was ze opgelucht en blij. Ik was de eerste
die dit tegen haar zei, en het bevestigde haar in haar idee dat ze
goed zat.
Hard
en raar
De
redenen waarom ik nog vaak aan haar denk is als eerste omdat zij aan
het einde van het jaar een briefje voor mij schreef. Ik had gevraagd
naar tips en tops, wilde graag leren beter voor de klas te staan.
Haar briefje raakte mij zo dat ik het inlijstte, en ik kijk er nog
regelmatig naar. Lief.
De tweede reden is dat zij er een ster
in was expres net iets te luid of te vals rare liedjes te zingen door
de klas. Wat zij niet wist, is dat ik dat zelf ook graag mag doen.
Maar dan wel thuis, zonder meeluisterende mensen.
Elke keer als ik in
de keuken, onder het koken of de afwas, een lied lekker vals inzet,
of zelf een lied verzin en die fijn net iets te hard door mijn
keukentje galmt, moet ik aan haar denken. Ik hoop dat het haar goed
gaat, die bijzondere, mooie jonge vrouw.
donderdag 15 februari 2018
Valentijn
Voor
mij is het inmiddels traditie om niet lang na het eindigen van de
kerstvakantie te beginnen met de voorzichtige voorjaars slash
liefdesgedichtjes. Leerlingen reciteren bij mij vaak gedichten en
deze pas ik aan aan de tijd van het jaar.
Rond
januari wordt het weer tijd om te beginnen met de voorbereidingen op
Valentijnsdag. Als het dan de veertiende februari is dan kennen ze
een toepasselijk gedichtje uit hun hoofd. Altijd handig, toch?
Met
de zevende (is eerste reguliere middelbare school) klas doe ik een
lief klein voorjaarsgedichtje:
When
you'll be my true love,
I'll
tell you what I'll do.
I'll
ask a little bluebird
to
sing a song to you.
And
when first you see a violet
and
softly pricking through
the
garden bed come crocusses
and
golden tulips too
then
watch! For he'll be coming,
that
little bird of blue.
To
tell you I'm in love with you, it's true, true, true.
Met
de achtste (is dus tweede) klas reciteer ik rond deze tijd sonnet 18
van Shakespeare:
Shall
I compare thee to a summer's day?
Thou
art more lovely and more temperate.
Rough
winds do shake the darling buds of May
And
summer's lease hath all too short a date.
Sometime
too hot the eye of heaven shines
And
often is its gold complexion dimm'd
And
every fair from fair sometimes declines
By
chance, or nature's changing course untrimm'd.
But
thy eternal summer shall not fade,
nor
lose possession of that fair thou owest
When
in eternal lines to time thou growest.
So
long as men can breath, and eyes can see,
So
long lives this, and this gives life to thee.
Altijd
begin ik met het gedicht zelf voor te dragen, en tijdens het oefenen
let ik op intonatie, uitspraak, snelheid en volume, maar over
betekenis zeg ik niets. Pas als de leerlingen het gedicht van haver
tot gort kennen bespreken we de betekenis.
Op
– of zo dicht mogelijk rondom- Valentijnsdag vertel ik in de les
altijd over verschillende verhalen rondom de oorsprong van het feest,
en ik laat de leerlingen zelf ook liefdesgedichtjes schrijven. Voor
een geheime liefde, hun beste vriendin, moeder, opa of grasparkietje,
ze mogen zelf kiezen. De achtste klassers moeten een gedicht
schrijven waarin ze hun geliefde (of beste vriend) vergelijken met
iets dat zij heel waardevol vinden. Zo schreef een getalenteerde
veertienjarige leerlinge eens een prachtig gedicht dat begon met de
regels
“Shall
I compare thee to a winter's evening?
Thou
art more cosy and more chilly.'
en
dat van daaruit verder ging, heel trouw blijvend aan het originele
sonnet. Mooi!
Maar
het grappigste liefdesgedichtje dat ik tijdens deze Valentijnslessen
tegen kwam bestond slechts uit drie regels.
Roses
are grey
Violets
are grey
I
am a dog
Labels:
creativiteit,
docent,
Engels,
gedichten,
leerling,
leerlingen,
lente,
leraar,
lerares,
leren,
lesgeven,
natuur,
onderwijs,
plezier,
poëzie,
ritmisch,
school,
taal,
verhalen,
vrijeschool
maandag 12 februari 2018
Stakingen in het onderwijs: broodnodig!
Is het nog nodig dat ik hier uit leg hoe belangrijk leraren zijn? Nee, toch?
En toch lijkt het of sommige mensen het beroep van leerkracht voor lief nemen. Die het zien als een soort roeping. Iets wat je meer uit liefdadigheid doet dan dat het een echte carrière is. En die vaak bovendien denken dat het zo moeilijk niet kan zijn, lesgeven. Luizenbaantje.
Werkdruk
Dat laatste, daar ga ik nu even niet op in. Ik ga ervan uit dat de meeste mensen wel weten wat voor duizendpoot je moet zijn om een groep kinderen iets te leren, zelfs al weten ze niet wat er allemaal precies bij komt kijken. Zeker in het basisonderwijs, waarin je allemaal verschillende vakken in de vingers moet hebben. (En laat werken in het basisonderwijs nu net het minste betalen, van alle banen in het onderwijs…) Desondanks nog even een dingetje. Dat lesgeven is maar een deel van wat een docent of leerkracht allemaal doet. Neem nu de gemiddelde meester of juf in het basisonderwijs. Naast het geven van lessen (en deze voorbereiden en nakijken) hebben ze nog een sjipsload andere taken. Contact met ouders, bijvoorbeeld. Vergaderingen. Werkgroepen. Leerlingvolgsystemen bijhouden. Buitenschoolse activeiten. Bijzondere binnenschoolse activiteiten. Professionaliteitsbevordering. Studiedagen. Projectweken. Contact met maatschappelijk werk, jeugdzorg en anderszins. Begeleiden van stagiairs. Nou ja, je snapt het wel.
A bloody shame!
En het zijn juist dat soort taken rondom het echte lesgeven die energie slurpen. En tijd natuurlijk. Ik had al eens genoemd dat leerkrachten in het basisonderwijs betaald worden om (in een full time betrekking) 40 uur te werken, maar dat ze in de praktijk gemiddeld 46,9 uur per week werken. (bron: http://www.aob.nl/default.aspx?id=12&article=52823)
Dat is dus 6,9 uur per week onbetaald werken. Iedere week. Half uurtje hier, twee uurtjes daar, het telt allemaal wel op en ze krijgen er geen cent extra voor. Geen wonder dat met name de werkdruk maakt dat onderwijzend personeel uit valt. (bron: https://www.volkskrant.nl/wetenschap/1-op-5-basisschoolleraren-ervaart-burn-outklachten-klopt-dit-wel~a4496585/) Wie houdt zoiets langdurig vol? Ik niet, en ik hou toch met heel mijn hart van lesgeven. Leraren staan al jaren op nummer een als het aankomt op burn-outs. Ik vind dat een schande.
Als maatschappij hebben we er blijkbaar voor gekozen om zo om te gaan met de mensen die de zorg hebben voor onze kinderen. Nederland pretendeert de kenniseconomie hoog te willen houden, maar van die kennis en economie overheerst al jaren nummer twee. Het mag allemaal niets kosten. Salarissen niet, maatregelen om werkdruk te verlagen niet, niks. We zijn inmiddels in een situatie beland waarin het gewoon niet meer gaat. De kwaliteit van ons onderwijs is ernstig in het gedrang. Er zijn al scholen die leerlingen naar huis moeten sturen bij ziekte van leraren, omdat er geen vervangers meer zijn.
Logisch gevolg
Er zijn immers steeds minder mensen die het onderwijs in willen en dus loopt het tekort op. Raar is dat ook niet. Dat van die werkdruk raakt steeds meer bekend. En daarnaast is het salaris niet te vergelijken met functies op gelijk niveau in het bedrijfsleven. Mensen moeten net zolang studeren, op hetzelfde (HBO) niveau, lopen dezelfde studieschulden op als mensen met een vergelijkbare commerciële opleiding, maar de beloning als ze werk vinden, blijft ver achter. Logisch gevolg is dat het in zo'n maatschappij steeds moeilijker wordt om jonge mensen te interesseren voor een baan in het onderwijs.
Ik ben faliekant tegen het propageren van het beroep van docent als een soort roeping. Het werk moet bij je passen, dat is duidelijk, maar dat is in elk beroep zo. Ik vind de kwaliteit van onderwijs in een land een van de belangrijkste dingen die er bestaan. En iets dat belangrijk is verdient waardering. Niet alleen in de vorm van chocola en douchegel als verjaardagscadeau, of een mok met het opschrift 'beste juf', bij het afscheid aan het einde van het schooljaar, maar waardering in de vorm van een fatsoenlijk salaris en van geld dat vrijkomt om onderwijsassistenten in dienst te nemen. Iets van die taken die zoveel tijd en energie slurpen te kunnen delegeren.
Ooit, in de tijd dat mijn schoonouders jong waren, de jaren zestig van de vorige eeuw, was het beroep van onderwijzer een beroep van aanzien. Een manier zelfs om op te klimmen in de maatschappij. Iemand uit een arbeidersgezin of uit een familie die niet erg vermogend was, maar die wel kon leren, kon via de kweekschool omhoog komen. Als je onderwijzer was dan verdiende je niet alleen meer geld, maar je kreeg ook respect. De mensen in het dorp waar tegenop werd gekeken, dat waren niet alleen politie en burgemeester, maar ook de meesters en juffen. Dat alles is in enkele decennia langzamerhand vakkundig afgebroken. En met het salaris dat in de loop der jaren niet evenredig verhoogd werd zakte het aanzien van, het respect voor. En niet te vergeten de animo om te gaan werken in het onderwijs.
Daar plukken we met z'n allen nu de wrange vruchten van.
![]() |
| Bron: Pixabay.com |
Dat is dus waarom de leerkrachten in het basisonderwijs opnieuw staken. Omdat deze regering opnieuw weigert in te zien dat het nodig is om te investeren in goed onderwijs. Geen doekje voor het bloeden, niet afschepen met iets dat wederom niet echt iets oplevert, maar werkelijk investeren. Om te zorgen dat elk kind een goede meester of juf voor de klas houdt.
Want potverdorie! Dat zijn die basisschoolleerkrachten waard! (en die kinderen ook, trouwens.)
donderdag 8 februari 2018
Talent
Sommige
kinderen hebben het vermogen om zich in een vak enorm te
onderscheiden, terwijl ze bij andere vakken goede, maar gemiddelde
leerlingen zijn.
Rapportvergadering
Iedere
docent heeft zijn eigen beeld bij elke leerling, gebaseerd op zijn of
haar ervaringen met diegene. Tijdens rapportvergaderingen worden deze
naast elkaar gelegd en bij de meeste kinderen komen de beelden van de
docenten redelijk overeen. Er zijn leerlingen die zwak zijn in talen
en juist sterker in exacte vakken, of in creatieve doe-vakken. De
talendocenten zien dan ongeveer hetzelfde gedrag en resultaten bij
hun lessen en de wis- en scheikundeleraren zien beide weer iets
anders. Of de teken- en textieldocent hebben eenzelfde soort
ervaring. Of de l.o. meester en de docent dans.
Zo ontstaat dan een
compleet beeld waarin iedereen zich kan vinden. De mentor wordt
voorzien van aanvullende informatie, er worden tips en adviezen
gegeven en dan wordt er over gegaan naar de volgende leerling.
Uitzonderingen
Bij
de leerlingen die in de categorie vallen waarmee ik begon is dat
echter anders. Ik heb dit in mijn carrière een aantal keren
meegemaakt, maar eenmaal was dat zo sterk dat ik er enorm door werd
verbaasd.
Ik ben zoals jullie weten een juf die Engels geeft.
Soms zijn er leerlingen die daar echt iets mee hebben. Een enkeling
komt daarmee naar mij toe, en vertelt wat hij of zij al kan of doet
met de taal. Er zijn er ook die niets zeggen, maar waarvan ik kan
zien dat ze echt mee doen, er plezier aan beleven en waarbij
duidelijk is dat het ze makkelijk af gaat.
Toppertje
Zo
kwam ik een meisje tegen dat in de zevende klas al boeken in het
Engels las die andere kinderen in de negende klas pas lezen (en dan
nog met moeite). Als ze iets moest vragen deed ze dat vlotjes in het
Engels, zonder er over na te denken. Haar cijfers zaten altijd aan de
top van de klas, maar het hoogtepunt kwam toen ze voor een vrije
opdracht zes lessen lang haar eigen ding mocht doen en met een
uitgebreid kort verhaal kwam.
Zelden
was ik zo onder de indruk. Een prachtig verhaal, met flashbacks naar
vroeger, vooruitblikken naar de toekomst, een filosofisch werk over
wat nu realiteit is en wat niet. En nagenoeg foutloos. Als een
negende klas leerling dit had ingeleverd was het een goede opdracht
geweest, maar dit was een zevendeklasser! Ik was zo trots dat ik het
werk kopieerde, aan haar mentor liet zien en mee naar huis nam. Dit
wilde ik bewaren.
Verrassing
Toen
er een advies moest worden gegeven was voor mij duidelijk dat zij
door moest gaan naar de klas met het hoogste niveau. Echter bleek
tijdens de rapportvergadering dat ik de enige was met dit beeld.
Kijkend naar haar cijfers en luisterend naar mijn collega's was ik
het met hen eens dat gebaseerd op haar resultaten en niveau ze naar
een andere klas zou moeten doorstromen dan ik eerst dacht. Ik ben
daarvoor en daarna niet weer een leerling tegen gekomen die bij een
vak zo enorm met kop en schouders boven de rest uitstak, en bij
andere een goede gemiddelde leerling was.
Ik
weet dat er plannen zijn om leerlingen die op een bepaald niveau
eindexamen doen toe te laten staan een of twee vakken op een hoger
niveau af te sluiten. Je zou dan bijvoorbeeld een havodiploma kunnen
halen, met de aantekening dat Engels op vwo niveau is behaald. Ik
wist aanvankelijk niet wat ik hiervan moest denken, en als docent kan
ik hier praktische bezwaren bij bedenken (hoe vul je dit praktisch
gezien in?), maar als ik kijk naar die ene leerling kijk van toen,
kan ik me er veel bij voorstellen. Sommige leerlingen blinken nu
eenmaal op een specifiek gebied uit, en misschien is dit een kans om
hen op dat gebied tegemoet te komen. Ik gun het mijn leerling van
toen in elk geval van harte.
maandag 5 februari 2018
Open dag: proeflessen
De
open dag komt er aan, vorige week vertelde ik er al over.
Jarenlang was ik op verschillende scholen alleen op de open dag
aanwezig om met ouders te praten. Nu ook wel weer, maar vorig jaar mocht ik daarnaast ook een aantal proeflessen geven.
Recalcitrant
Heel
fijn, want praten is leuk, maar na een hele dag het vriendelijke
visitekaartje uithangen word ik altijd een beetje melig en
recalcitrant. Een gevaarlijke combinatie, want ik begin dan te
fantaseren over onvriendelijk worden, weigeren vragen te beantwoorden
en ander fraais. Niet goed voor mijn karma, maar een mens kan ook
maar zoveel uren achter elkaar glimlachen en vriendelijk blijven,
hoor. Of laat ik helemaal accuraat zijn: ik kan dat maar zoveel uur
achter elkaar.
Nee,
leuker is het om iets te doen.
Eerst
een versje
Nu
had ik telkens maar een minuut of twintig tot mijn beschikking en dat
is niet bijster lang. Wel lang genoeg om even een korte indruk te
geven. Ik begon telkens met het reciteren van een kort gedicht. Geen
gedicht die ik in de les behandel (daarover volgende keer iets meer)
maar een extra kort gedichtje, die goed aansluit bij de tijd van het
jaar. Een goed voorbeeld van wat ik in mijn lessen doe, want
reciteren doe ik vaak. In de herfst een herfstgedicht, rond februari
een liefdesvers en tegen de tijd dat de zomervakantie lonkt, een
lekker zomers versje.
Verhaal
Daarna
begon ik met het vertellen van een verhaal dat ik in mijn basisschool
vertelde aan de kinderen van groep zeven. Veel van de kinderen die
naar zo'n open dag gaan voelen zich overweldigd en vinden het
spannend, zo'n grote school. Dit maakt dat ze onzeker zijn over iets
als Engels. Ik sluit daarbij aan door een verhaal aan te bieden
waarbij ik zeker ben dat ze het kunnen begrijpen. Dat zorgt er
hopelijk voor dat ze met iets meer vertrouwen volgend jaar (deze of
een andere) middelbare school binnenstappen.
Een
heel verhaal vertel ik natuurlijk niet, maar wel het begin. Het
verhaal over een klein blauw jongetje dat heel graag een paarse pinda
wil, maar niet genoeg geld heeft. Ik veins acute geheugenproblemen en
dus moeten de aankomende leerlingen mij gaan helpen dit begin van het
verhaal helder te krijgen. Wat voor kleur had die jongen ook weer?
Wat wilde hij nou voor een vrucht? En waardoor kon dat eigenlijk
niet? Het hele verhaal, en alle vragen doe ik hierbij in het Engels.
Doeltaal is voertaal, ook bij leerlingen uit groep zeven en acht.
Maar op het bord staan alle kleuren, antwoorden die ze kunnen geven
(no, he wasn't / yes, he was, etc) en vertalingen van woorden uit het
verhaal. Door de leerlingen bij het verhaal te betrekken gaat de stof
leven.
Bevalt
goed
Vorig
jaar bevielen deze proeflessen mij zo goed dat ik besloot om in mijn
lessen meer met TPRS te gaan doen. En zo waren de proeflessen niet
alleen voor de leerlingen een prettige kennismaking, maar voor mij
ook een hernieuwde kennismaking met een manier van lesgeven waar ik
me erg goed bij voel.
En
dat gedicht? Hier is 'ie.
Away
in a meadow, all covered in snow
A
little old groundhog sees its shadow
The
clouds in the sky determine our fate
If
winter will leave us all early or late
donderdag 1 februari 2018
Absentie
Vandaag is juf Jolanda even absent. Aanstaande maandag gewoon weer een nieuw stukje!
Abonneren op:
Posts (Atom)
